Bijeenkomsten vermijden in scholen - waarom sluiten we scholen nog altijd niet?

  • 10 maart 2020

Om de verspreiding van COVID-19 in ons land in te dammen of op z'n minst te vertragen, hebben de overheden extra maatregelen afgekondigd. Die zijn vooral gericht op het verminderen van sociale contacten en het vermijden van bijeenkomsten. Toch worden de scholen niet gesloten. Waarom niet?

Op basis van de huidige beschikbare kennis over transmissie van het COVID-19 zijn er geen aanwijzingen dat het sluiten van scholen effectief is voor het verminderen van de epidemie. Kinderen maken de ziekte bijna steeds mild door, en wanneer een school sluit gaan heel wat kinderen elkaar toch zien en mogelijk opgevangen worden door hun meer gevoelige grootouders. Een school sluiten vinden we alleen nuttig bij een vergevordere uitbraak, om de piek van de epidemie af te vlakken. Maar niet in deze fase waarin de verspreiding van de ziekte nog beperkt is.

Het effect van scholen sluiten op eventuele vertraging is dus heel onzeker. Gezien die onzekerheid, de grote maatschappelijke impact en ook de mogelijke negatieve effecten op de verspreiding is het niet medisch te verantwoorden om nu de scholen te sluiten.

Wat kunnen scholen wel doen?

Het basisprincipe luidt: volwassenen/externen die niet op de school moeten zijn, uit de school houden en contacten tussen kinderen en volwassenen (ouders en grootouders) beperken. Dat kan bijvoorbeeld door:

  • geen schoolfeesten, opendeurdagen of evenementen te organiseren waar mensen van buiten de school naartoe komen.
  • geen uitstappen te organiseren naar woonzorgcentra of andere kwetsbare groepen.
  • telefonische oudercontacten i.p.v in de school zelf.

Scholen organiseren beter ook geen meerdaagse schoolreizen naar het buitenland: de aanbevelingen per land verschillen, en men kan mogelijk problemen hebben om weer thuis te geraken. Als ene kind op reis ziek zou worden, kan dat ook moeilijkheden geven.

Eendaagse schooluitstappen kunnen doorgaan, zeker in openlucht.