FAQ COVID-19 voor zorgprofessionelen

Geen antwoord op je vraag?

Vind je hieronder geen passend antwoord op je vraag? Bezorg ze ons via dit formulier.

RESIDENTIËLE OUDERENZORG
WOONZORGCENTRA

Vindt u geen antwoord op uw vraag? Mail naar ouderenzorg@vlaanderen.be of bel ons op het nummer 02 553 35 79 (op werkdagen van 9u tot 12u en 13u tot 16u). 

Mogen bewoners door familie weggehaald worden uit het woonzorgcentrum en welke gevolgen heeft dit?

De familie kan een bewoner uit een woonzorgcentrum halen en hen thuis opnemen. De opnameovereenkomst wordt hierdoor niet verbroken en de dagprijs mag verder worden aangerekend onder de regels die gelden bij afwezigheid van de bewoner. Als de familie een bewoner terug wil laten opnemen in het woonzorgcentrum, dan kan dit, na overleg met de arts, maar de bewoner wordt 14 dagen in quarantaine geplaatst. We raden de familie aan om in dat geval een beroep te doen op thuiszorgdiensten indien nodig.

Kan een bewoner nog naar een begrafenis gaan?

Begrafenissen en crematies in intieme kring zijn toegelaten, met respect voor de sociale afstand. Een bewoner van een woonzorgcentrum kan nog naar een begrafenis gaan. Bewoners die op eigen initiatief of op vraag van verwanten het woonzorgcentrum verlaten blijven bij terugkeer gedurende 14 dagen op de kamer.

Wat wordt bedoeld met geregistreerde mantelzorgers en vrijwilligers?

We bedoelen hiermee mensen die instaan voor essentiële zorgtaken. Essentiële zorgtaken zijn hulptaken bij activiteiten van het dagelijks leven die uitgevoerd worden bij meerdere bewoners. De directie kan beslissen hoeveel geregistreerde vrijwilligers en mantelzorgers er nodig zijn voor het uitvoeren van de essentiële zorgtaken. Deze mantelzorgers en vrijwilligers moeten ook de nodige voorzorgsmaatregelen nemen. Beperkte beschikbaarheid van verzorgingsmateriaal is een geldige reden om het aantal mantelzorgers te beperken. Bij voorkeur worden vrijwilligers weerhouden die essentiële zorgtaken uitvoeren voor meerdere personen.

Een bewoner verblijft in een assistentiewoning (GAW) en de partner verblijft in het WZC. Welk bezoek is er mogelijk?

Het is belangrijk om te kijken welke regels de GAW volgt.

  • Als de GAW de regels van een WZC volgt, dan kan de bewoner uit de GAW bezoek brengen aan de partner in het WZC.
  • Als de GAW de algemene regels volgt die van toepassing zijn op alle burgers, dan kan de directeur van het woonzorgcentrum hierover beslissen.

Raadpleeg de concrete regels voor een GAW en een WZC.

Wat zijn de mogelijkheden voor een vertrouwenspersoon?

Een vertrouwenspersoon kan toegang krijgen tot een woonzorgcentrum als de directeur van het woonzorgcentrum beslist dat deze persoon een uitzondering kan krijgen. Het is belangrijk dat de bewoners in het kader van een negatieve wilsbeslissing of euthanasieprocedure toegang behouden tot hun vertrouwenspersonen.

Voor palliatieve bewoners kan bezoek steeds toegestaan worden.

Als een bewoner dementie heeft, kan die dan nog bezoek krijgen?

De directies wordt aangeraden om te kijken om bezoek mogelijk te maken bij bewoners met dementie. Hier spelen de mantelzorgers van deze bewoners een belangrijke rol, zelfs in tijden van pandemieën.

Welke maatregelen moeten genomen worden over dagverzorgingscentra en speciale diensten die gekoppeld zijn aan een WZC?

Voor speciale diensten gelden dezelfde regels rond groepen van assistentiewoningen

De dagverzorgingscentra worden tijdelijk gesloten. Deze regelgeving is ingegaan op 14 maart 2020 en geldt voorlopig tot en met 19 april 2020. Zowel de centra voor dagverzorging als de centra voor dagopvang worden gesloten op basis van artikel 7 en artikel 44, §2 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid. Daarin staat dat de Vlaamse Regering initiatieven kan nemen ter voorkoming van infecties, allergieën of intoxicaties met betrekking tot biotische factoren die een potentieel gevaar vormen voor de volksgezondheid, met bijzondere aandacht voor de bevolkingsgroepen waarvan hun gezondheid in grotere mate bedreigd is.

De centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang organiseren activiteiten in groep voor ouderen. Het risico op besmetting met het coronavirus is reëel. De gebruikers zijn kwetsbare ouderen bij wie de gevolgen van een besmetting ernstig kunnen zijn.

Wat moeten wij doen met een centrum voor autonome dagopvang (= Cado)?
Wat met nieuwe opnames in een woonzorgcentrum in de komende dagen?

Er geldt een opnamestop voor nieuwe bewoners die thuis wonen.

Opname is enkel mogelijk binnen de erkende capaciteit van het woonzorgcentrum voor:

  • gebruikers van de op 14 maart 2020 gesloten centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang waarvoor de hulpverlening door de diensten voor gezinszorg of de palliatieve netwerken en -samenwerkingsverbanden ontoereikend zijn;
  • ouderen die uit het ziekenhuis ontslagen worden en waarvoor een (directe) terugkeer, tijdelijk of blijvend, naar de thuissituatie niet aangewezen is;
  • nieuwe bewoners die van thuis komen en die al een schriftelijke opnameovereenkomst hadden getekend vóór 13 maart 2020;
  • bewoners die in een ander woonzorgcentrum verblijven;
  • bewoners die in een centrum voor kortverblijf verblijven, al dan niet verbonden aan het woonzorgcentrum;
  • bewoners die in aangemelde en erkende groepen van assistentiewoningen en erkende serviceflatgebouwen verblijven;
  • bewoners die in aangemelde en erkende centra voor herstelverblijf verblijven;
  • mantelzorgers in de mantelzorgkamers die aangemeld zijn bij Zorg en Gezondheid.

Een woonzorgcentrum kan tijdelijk en heel beperkt bovenop/buiten de erkende capaciteit bewoners opnemen. U kan de specifieke regels daarvoor hier terugvinden. terugvinden.

Kan een CRA vragen aan huisartsen om niet meer op maandelijkse controle te komen?

Wij raden aan om deze bezoeken te laten plaatsvinden, mits de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen worden genomen. Het is niet de bedoeling dat de CRA de rol van de huisartsen overneemt. De lokale huisartsen en de CRA’s kunnen, in onderlinge overeenstemming en met toestemming van de bewoners, hierover onderlinge afspraken maken die van dit principe kunnen afwijken. De directie of de bezoekende huisartsen of de huisartsenkringen kunnen de CRA nooit verplichten om de rol van plaatsvervanger op te nemen. De CRA zal wel aan de huisartsen vragen om de niet-dringende bezoeken uit te stellen.

Wat moet er gebeuren met de persoonlijke was van de bewoners waarvan de familie de was doet?

De was van de bewoner kan nog steeds door de familie gedaan worden. Hier moeten duidelijke afspraken gemaakt worden met het woonzorgcentrum. Het woonzorgcentrum moet een systeem opzetten waardoor de familieleden de was kunnen ophalen. Dat kan bv. door een ruimte te voorzien waarin de vuile was per bewoner in een tas staat. De familie kan daar dan de vuile was komen ophalen en propere was klaarzetten.

Wanneer het woonzorgcentrum beslist de was tijdelijk niet meer te laten doen door de mantelzorger, mag het woonzorgcentrum hiervoor geen extra kost aanrekenen.

Het ophalen en brengen van was kan beschouwd worden als een 'verplaatsing om mensen in nood te helpen'.

Hoe moeten we omgaan met familie die boodschappen wil voor bewoners, of tekeningen, brieven cadeaus,… willen afgeven?

Er moet een mogelijkheid voorzien worden om boodschappen, tekeningen, brieven, …. voor de bewoners af te geven aan de ingang van het woonzorgcentrum. Handhygiëne is belangrijk bij de manipulatie van die boodschappen. De overhandiging aan de bewoners zelf zal gebeuren door de medewerkers.

Het coronavirus kan soms worden teruggevonden op oppervlakken. Het is niet geweten of dit een rol kan spelen in de overdracht van de ziekte. In elk geval is deze route van transmissie veel minder belangrijk dan de transmissie via droplets (druppels groter dan 5 micrometer). Omdat het niet zeker is dat deze preventieve voorzorgsmaatregel zinvol is, kunnen de door niet-(mogelijke) COVID-19 personen bezorgde goederen (zak met schone was, cadeaus, …), zonder 24 uurs quarantaine overhandigd worden aan de bewoner.

Komen er financiële maatregelen ter compensatie van de afgekondigde maatregelen?

De overheid is bezig met maatregelen uit te werken voor de ouderenvoorzieningen met betrekking tot financiering. Van zodra die uitgewerkt zijn, ontvangen de voorzieningen daarover informatie.

Welke maatregelen zijn van kracht rond het maaltijdgebeuren in een woonzorgcentrum?

Men mag nog steeds gemeenschappelijk eten, met naleving van de algemene beschermende maatregelen en een afstand van minimum 1,5 meter. Ter voorkoming van sociale deprivatie kunnen woonzorgcentra de deelname aan het gemeenschappelijke maaltijdgebeuren stimuleren.

Kunnen de bewoners nog gebruik maken van een afgesloten tuin of terras?

Gebruik van een eigen afgesloten tuin of terras blijft mogelijk met respect voor de basishygiëne en de afstand van minimum 1,5 meter.

Wanneer overtredingen worden vastgesteld, dan moet de directie de gemeenschappelijke tuin of het terras (op bepaalde momenten) afsluiten.

Is een verlengd verblijf in een CVK mogelijk?

Op dit moment is dit al mogelijk. Om over de termijnen te gaan, moet er een multidisciplinair overleg plaatsvinden tussen hoofdverpleger, CRA, behandelende arts, etc. Zij moeten aangeven dat de bewoner nog een zorgvraag heeft waaraan het centrum voor kortverblijf kan tegemoet komen.

Mogen we over de erkenning van onze bedden kortverblijf gaan om aan plaatsingsvraag van ziekenhuizen te voorzien?

Op dit moment mag er niet over de erkende capaciteit worden gegaan.

Hoe kan ik zelf mondmaskers maken?

Je vindt de instructies op https://maakjemondmasker.be.

Zijn in een woonzorgcentrum zelfgemaakte mondmaskers toegelaten?

Zelfgemaakte stoffen maskers zijn geen medische maskers en zijn inferieur aan chirurgische maskers. In het kader van een tekort aan medische maskers kunnen zij wel gebruikt worden, onder meer in zorginstellingen door het personeel dat niet betrokken is bij de verzorging van patiënten (bv. administratief personeel, technisch personeel, personeel van het laboratorium, personeel van de onthaalbalie dat geen rechtstreeks contact heeft met patiënten, enz.).

Als er geen chirurgische maskers beschikbaar zijn, kunnen patiënten met een mogelijke of bevestigde COVID-19 en geïsoleerd in hun woning, ook zelfgemaakte maskers - gemaakt uit stof/linnen - gebruiken. Hierdoor beschermen ze hun directe omgeving. Desnoods kan de patiënt gebruik maken van een sjaal of een andere doek. Deze voorwerpen moeten wel dagelijks worden gewassen op 60°C. De instructies voor het vervaardigen van zelfgemaakte mondmaskers bevinden zich op deze Facebookpagina van de FOD Volksgezondheid.

.

Mag men voor de dagelijkse zorg in een woonzorgcentrum een mondmasker dragen?

Persoonlijk beschermingsmateriaal is schaars en zal schaars blijven. Vermijd daarom verkeerd en overbodig gebruik van mondmaskers. Mondmaskers moeten daarom prioritair voorbehouden blijven voor zorgverleners die rechtstreeks in contact komen met (mogelijk) COVID-19 bewoners.

Het is verboden voor medewerkers van een woonzorgcentrum die niet betrokken zijn bij de verzorging van bewoners, routinematig mondmaskers dragen , bijvoorbeeld door administratief personeel, technisch personeel, onthaalpersoneel, keukenpersoneel, …

De directie van een woonzorgcentrum kan het dragen van een zelf aangekocht of een zelf gemaakt stoffen mondmasker door een medewerker die niet betrokken is bij de verzorging van bewoners niet verbieden.

Wanneer moet men mondmaskers gebruiken in het woonzorgcentrum?

Een chirurgisch mondneusmasker moet gedragen worden:

  • door zorgverleners wanneer er kans is op contact met respiratoire secreties en andere lichaamsvochten. Wissel handschoenen en beschermschort na elke verzorging van een bewoner en pas nadien handhygiëne toe volgens indicatie;
  • door zorgverleners bij het betreden van de kamer van de (mogelijke) COVID-19 bewoner;
  • zorgverleners met milde luchtwegklachten zonder koorts, dragen altijd een chirurgisch mondneusmasker en besteden extra aandacht aan hygiënische maatregelen;
  • door medewerkers die een nauw, onbeschermd contact hadden (geen chirurgisch mondneusmasker, geen handschoenen) in een persoonlijke of professionele context, met een (mogelijke) COVID-19 patiënt/bewoner gedurende 14 dagen na het onbeschermd nauw contact en met extra aandacht voor hygiënische maatregelen;
  • door de (mogelijke) COVID-19 bewoner, zeker indien deze de kamer zou verlaten;
  • door schoonmaakpersoneel bij het betreden van de kamer van de (mogelijke) COVID-19 bewoner;
  • door de geregistreerde bezoeker bij het betreden van de kamer van een (mogelijke) COVID-19 bewoner.

Het is verboden voor medewerkers van een woonzorgcentrum die niet betrokken zijn bij de verzorging van bewoners, routinematig mondmaskers dragen, bijvoorbeeld door administratief personeel, technisch personeel, onthaalpersoneel, keukenpersoneel, …

 

Mag een woonzorgcentrum een algemene opnamestop toepassen?

Wij vragen uitdrukkelijk om tegemoet te komen aan de vraag van ziekenhuizen om mensen op te nemen. Er is voor woonzorgcentra momenteel enkel een algemene opnamestop voor nieuwe bewoners die thuis wonen.

Wat moet er gebeuren met de week van de valpreventie?

De week van de valpreventie werd intussen geannuleerd. Publieke evenementen in woonzorgcentra mogen niet doorgaan. Evenementen die over valpreventie zouden plaatsvinden, vallen hier dus ook onder.

Mag de kapper nog langskomen in het woonzorgcentrum?

Een kappersbezoek is niet mogelijk, ongeacht of het een kapper is die verbonden is aan het woonzorgcentrum of een zelfstandige die langskomt.

Mag een bewoner contact hebben met familie vanop een afgesloten terras of tuin?

Het principe is dat bezoek aan het woonzorgcentrum niet is toegestaan. Wanneer er een afgesloten tuin of terras is, kan de bewoner daar gebruik van maken. Contact met de familie mag maar de regels rond social distancing moeten worden toegepast. In geen enkel geval mag de bezoeker hiervoor het woonzorgcentrum betreden.

Moet een bewoner 14 dagen op zijn kamer blijven wanneer deze na een dagbehandeling in het ziekenhuis eerst familie bezoekt?

Na dagbehandeling of consultatie in het ziekenhuis van een NIET-(mogelijke) COVID-19 bewoner zijn er geen bijkomende maatregelen nodig. Wanneer de bewoner ondertussen ook bv. op familiebezoek gaat, moet hij/zij na terugkomst 14 dagen op de kamer verblijven.

Mogen bij personeelstekort andere personeelsgroepen (bv. kinderverzorgers) ingeroepen worden voor de werking van het WZC?

De wet op de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen blijft van toepassing. Bijgevolg blijft de zorg voorbehouden aan zorgkundigen en verpleegkundigen (diploma + visum als voorwaarde voor het uitoefenen van verzorgende taken).

Mogen bewoners in het woonzorgcentrum nog gebruik maken van gemeenschappelijke ruimtes?

Bewoner die niet-(mogelijks) besmet zijn, mogen gebruik maken van de gemeenschappelijke ruimtes voor bijvoorbeeld het maaltijdgebeuren of een activiteit. Hierbij moeten de beschermende maatregelen wel worden nageleefd (zoals minstens 1.5 meter afstand tussen twee bewoners). 

Via welk kanaal kunnen wij vrijwilligers contacteren?

Vlamingen die zorgvoorzieningen willen helpen in de strijd tegen het coronavirus, kunnen zich registreren via www.hulpvoorhelden.be.

Zorgvoorzieningen, waaronder woonzorgcentra, kunnen zich kosteloos aansluiten en via het platform www.hulpvoorhelden.be meteen de juiste vrijwilligers contacteren.

Zorg en Gezondheid beschikt ook over een lijst van personen op een medische reserve. Die lijst werd gecommuniceerd aan de woonzorgcentra. De woonzorgcentra kunnen deze vrijwilligers zelf contacteren.

 

GROEPEN VAN ASSISTENTIEWONINGEN
Waar kan ik de meest recente richtlijnen vinden ivm GAW?

De concrete richtlijnen voor een GAW kan u hier raadplegen.

Mogen bewoners van een GAW nog samen eten?

Nee, dit valt onder het ‘samenscholingsverbod’.

Binnen de erkende GAW’s zijn er 2 mogelijkheden:

  1. ls de groep van assistentiewoningen of het serviceflatgebouw binnen het gebouw van een andere voorziening, waaronder een woonzorgcentrum, is gelegen en over een gezamenlijke ingang beschikt, gelden dezelfde maatregelen als voor de woonzorgcentra.

    Als de groep assistentiewoningen of het serviceflatgebouw binnen het gebouw van een andere voorziening is gelegen én beschikt over een aparte ingang, maar niet volledig fysiek kan worden afgesloten van de andere voorziening, door deuren die op slot kunnen, dan gelden dezelfde maatregelen als voor de woonzorgcentra.

    Deze assistentiewoning volgen dezelfde maatregelen als de woonzorgcentra. Dit wil zeggen dat niet- (mogelijk) Covid-19 bewoners samen kunnen eten. Bij (mogelijke) Covid-19 bewoners of medewerkers gelden dezelfde maatregelen als binnen de woonzorgcentra.
     
  2. In alle andere situaties, gelden voor de bewoners van groepen van assistentiewoningen en serviceflatgebouwen de maatregelen die van toepassing zijn voor alle burgers. Deze bewoners volgen dezelfde Corona-maatregelen als in de privésfeer. Bewoners moeten dus in hun flat (thuis) blijven en mogen niet samen eten, dit valt onder het samenscholingsverbod.
Mag de kapper nog langskomen in de GAW?

Het is verboden om nog langer een kapper te laten langskomen. Ook zelf naar de kapper gaan is niet langer toegestaan.

Zal de overheid de bewoners en woonassistenten van een GAW mondmaskers bezorgen?

De verschillende overheden in dit land hebben de voorbije weken bestellingen geplaatst voor mondmaskers. Alle landen ter wereld zijn echter op zoek naar mondmaskers en andere medische beschermingsmaterialen. Er is een algehele schaarste. Hierdoor moeten er prioriteiten gesteld worden.

In overleg met de federale overheid wordt er vanuit Vlaanderen in eerste instantie ingezet op de prioritaire doelgroepen WZC, DGZ, Thuisverpleging, VAPH, Revalidatie en herstelverblijf om hen in eerste instantie te voorzien van mondmaskers.

Volgende prioriteiten zullen ook in overleg met de andere overheden worden bepaald.

Kan de thuisverpleging, medische pedicure, de huishoudhulp of de poetshulp nog langskomen in de GAW?

Toegang tot de GAW is enkel mogelijk voor:

  • Interne en externe medewerkers van de GAW, waaronder de woonassistent en medische en paramedische hulpverleners: thuisverpleging en thuiszorgdiensten (ongeacht de aard van de opdracht).
  • Mantelzorgers die essentiële zorgtaken uitvoeren (bij voorkeur dezelfde persoon).

Schoonmaak door een externe poetshulp is niet meer toegestaan vanaf 31 maart 2020. Een thuiszorgdienst wordt niet beschouwd als een externe firma.

Een medische pedicure is enkel nog toelaten door een podoloog, enkel voor noodzakelijke behandelingen (niet cosmetisch) en enkel op afspraak en één op één.

 

Mogen bewoners van een GAW nog samenkomen in de gemeenschappelijke ruimte?

Bewoners van een GAW moeten in hun flat blijven en contact met anderen zoveel mogelijk vermijden. Het is dan ook niet toegestaan om samen met andere bewoners te eten of samen te zitten in de gemeenschappelijke ruimte.

Mogen de bewoners van een GAW nog gebruikmaken van een gemeenschappelijke tuin of terras ?

De bewoners mogen daar gebruik blijven maken op voorwaarde dat zij zich houden aan de beschermende maatregelen over het verplicht afstand houden van elkaar.

Bij inbreuken moet de beheersinstantie het gemeenschappelijke terras en tuin onmiddellijk afsluiten.

Wat met nieuwe opnames in een GAW in de komende dagen?

Er geldt een opnamestop voor nieuwe bewoners die thuis wonen.

  • Opname is enkel mogelijk binnen de erkende of aangemelde capaciteit voor:
    • gebruikers van de gesloten centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang waarvoor de hulpverlening door de diensten voor gezinszorg of de palliatieve netwerken en -samenwerkingsverbanden ontoereikend zijn;
    • ouderen die uit het ziekenhuis ontslagen worden en waarvoor een (directe) terugkeer, tijdelijk of blijvend, naar de thuissituatie niet aangewezen is;
    • nieuwe bewoners die van thuis komen en die al een schriftelijke opnameovereenkomst hadden getekend vóór 1 april 2020;
    • bewoners die in een andere groep van assistentiewoningen of serviceflatgebouw verblijven;
    • bewoners die in een centrum voor kortverblijf verblijven, al dan niet verbonden aan een woonzorgcentrum;
    • ouderen die van thuis komen en die geconfronteerd worden met een acute noodsituatie (bijvoorbeeld partnergeweld, het wegvallen van een mantelzorger wegens ziekte, overlijden van een partner) waarvoor geen directe oplossing is, kunnen, na advies van de huisarts, de woonassistent én een derde professional (bijvoorbeeld thuisverpleging, thuiszorg ,…), in een assistentiewoning of serviceflat worden opgenomen met een overeenkomst van bepaalde duur of onbepaalde duur. Indien gekend, wordt aan de woonassistent meegedeeld of deze persoon (mogelijke) COVID-19 besmet is. Niet-(mogelijke) COVID-19 ouderen verblijven na opname gedurende 14 dagen in de woning of flat (geen druppel-contact isolatie). Bij opname van een (mogelijke) COVID-19 bewoner: opname met 14 dagen druppel-contact isolatie te tellen vanaf de start van de symptomen én tot het verdwijnen van de symptomen van COVID-19, vastgesteld door de huisarts. De woonassistent raadpleegt de huisarts voor verdere instructies. De woonassistent ondersteunt deze bewoners door het opzetten van de nodige zorg- en dienstverlening om de zelfisolatie te bestendigen.
  • Voor alle opnames geldt dat er geen zwaar zorgprofiel kan zijn, het zorgprofiel moet dus passen binnen de doelgroep van een groep van assistentiewoningen of serviceflatgebouw.
Via welk kanaal kunnen wij vrijwilligers contacteren?

Vlamingen die zorgvoorzieningen willen helpen in de strijd tegen het coronavirus, kunnen zich registreren op de website www.hulpvoorhelden.be
Zorgvoorzieningen, waaronder assistentiewoningen, kunnen zich kosteloos aansluiten en via het platform www.hulpvoorhelden.be meteen de juiste vrijwilligers contacteren.

Centra voor kortverblijf type 1
Wat moet er gebeuren met CVH?

Deze moeten gelijkaardige regels volgen van een woonzorgcentrum. U kan deze regels hier raadplegen.

Wat met nieuwe opnames in een CVK type 1 in de komende dagen?

Er geldt een opnamestop in de centra voor kortverblijf type 1 voor nieuwe gebruikers die thuis wonen.

Opname is enkel mogelijk binnen de erkende capaciteit van het centrum voor kortverblijf type 1 voor:

  • gebruikers van de verplicht gesloten centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang waarvoor de hulpverlening door de diensten voor gezinszorg of de palliatieve netwerken en palliatieve samenwerkingsverbanden ontoereikend zijn;
  • personen die uit het ziekenhuis ontslagen worden en waarvoor een directe terugkeer, tijdelijk of blijvend, naar de thuissituatie niet aangewezen is;
  • nieuwe gebruikers die van thuis komen die al een schriftelijke opnameovereenkomst hadden getekend vóór 1 april 2020;
  • gebruikers van een ander centrum voor kortverblijf type 1 waarvan de verblijfsduur afloopt;
  • gebruikers van een centrum voor herstelverblijf, een groep van assistentiewoningen of een serviceflatgebouw;
  • gebruikers die van thuis komen en die geconfronteerd worden met een acute noodsituatie, bijvoorbeeld partnergeweld, het wegvallen van een mantelzorger wegens ziekte, overlijden van een partner, waarvoor geen directe oplossing is. Deze gebruikers kunnen, na advies van de huisarts, de CRA én een bijkomende professional (bijvoorbeeld thuisverpleging, thuiszorg, …), in een centrum voor kortverblijf type 1 worden opgenomen met een overeenkomst van bepaalde duur.

Indien gekend, wordt aan de voorziening meegedeeld dat deze persoon (vermoedelijk) COVID-19 besmet is. Niet-(mogelijke) COVID-19 gebruikers verblijven, na opname, 14 dagen in de eigen kamer (geen druppel-contact isolatie). Bij opname van een (mogelijke) COVID-19 gebruiker: opname met 14 dagen druppel-contact isolatie te tellen vanaf de start van de symptomen én tot en met het verdwijnen van de symptomen van COVID-19, vastgesteld door de huisarts of CRA. De voorziening raadpleegt de huisarts of CRA voor verdere instructies en werkt tijdens het tijdelijke verblijf, indien nodig, mee aan een permanente oplossing.

Opname van nieuwe niet-(mogelijke) COVID-19 en (mogelijke) COVID-19 personen uit het ziekenhuis kan door de directie van het centrum voor kortverblijf type 1 enkel geweigerd worden indien er geen opnamecapaciteit is: de bezetting binnen de erkende capaciteit van het centrum voor kortverblijf type 1 is maximaal.

Centra voor herstelverblijf
Wat moet er gebeuren met centra voor herstelverblijf?

Deze moeten gelijkaardige regels volgen van een woonzorgcentrum. U kan deze regels hier vinden.

Wat met nieuwe opnames in een CVH in de komende dagen?

Er geldt een opnamestop voor nieuwe bewoners die thuis wonen.

Opname is enkel mogelijk binnen de erkende of aangemelde capaciteit voor:

  • gebruikers van de gesloten centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang waarvoor de hulpverlening door de diensten voor gezinszorg of de palliatieve netwerken en palliatieve samenwerkingsverbanden ontoereikend zijn; pagina 2 van 4;
  • ouderen die uit het ziekenhuis ontslagen worden en waarvoor een (directe) terugkeer, tijdelijk of blijvend, naar de thuissituatie niet aangewezen is;
  • nieuwe bewoners die van thuis komen en die al een schriftelijke opnameovereenkomst hadden getekend vóór 1 april 2020;
  • bewoners die in een ander centrum voor herstelverblijf verblijven;
  • bewoners die in een groep van assistentiewoningen of een serviceflatgebouw verblijven;
  • bewoners die in een centrum voor kortverblijf verblijven, al dan niet verbonden aan een woonzorgcentrum;
  • personen die van thuis komen en die geconfronteerd worden met een acute noodsituatie (bijvoorbeeld partnergeweld, het wegvallen van een mantelzorger wegens ziekte, overlijden van een partner) waarvoor geen directe oplossing is, kunnen, na advies van de huisarts, de CRA én een bijkomende professional (bijvoorbeeld thuisverpleging, thuiszorg,…), in een centrum voor herstelverblijf worden opgenomen. Indien gekend, wordt aan de dagelijks verantwoordelijke meegedeeld of deze persoon (vermoedelijk) COVID-19 besmet is. Niet-(mogelijke) COVID-19 personen verblijven na opname gedurende 14 dagen in de woongelegenheid (geen druppel-contact isolatie). Bij opname van een (mogelijke) COVID-19 bewoner: opname met 14 dagen druppel-contact isolatie te tellen vanaf de start van de symptomen én tot het verdwijnen van de symptomen van COVID-19 (vastgesteld door de huisarts of CRA).
THUISZORG EN CENTRA VOOR DAGOPVANG

Vindt u geen antwoord op uw vraag? Mail naar thuiszorg@vlaanderen.be of bel ons op het nummer 02 553 35 79 (op werkdagen van 9u to 12u en 13u tot 6u). 

CENTRA VOOR DAGOPVANG EN CENTRA VOOR DAGVERZORGING
Wat met de zorg voor onze gebruikers van de centra voor dagopvang en centra voor dagverzorging?

De collectieve zorg wordt stopgezet. De verantwoordelijke van het centrum zoekt naar een geschikte oplossing voor de verschillende individuele gebruikers. De gebruikers worden bij voorkeur verzorgd aan huis door de diensten voor gezinszorg. Zij starten de hulpverlening bij deze gebruikers met voorrang en de hoogste prioriteit op.  

Wanneer deze vorm van hulpverlening ontoereikend is voor de gebruiker of mantelzorger, kan er een uitzondering gemaakt worden ten aanzien van de opnamestop in centra voor herstelverblijf, woonzorgcentra en centra voor kortverblijf binnen de erkende capaciteit. Deze opname moet niet gemeld worden aan Zorg en Gezondheid. 

Kunnen groepsactiviteiten in de centra nog doorgaan?

Alle groepsactiviteiten van het centrum dienen afgelast te worden, ook groepsactiviteiten op verplaatsing of in open lucht. De groepsactiviteiten die door derden in de lokalen van het centrum worden georganiseerd moeten ook tijdelijk stopgezet worden. 

De deuren moeten dus gesloten blijven. 

Wat met maaltijden die normaal worden aangeboden in het centrum?

Het centrum kan geen maaltijden aan groepen aanbieden in zijn lokalen.  

De alternatieve oplossing die er gezocht wordt per gebruiker zal een antwoord bieden op de maaltijden. 

Kunnen het personeel en vrijwilligers blijven werken?

Personeel en vrijwilligers kunnen hun taken blijven opnemen, mits een aantal restricties. Groepsactiviteiten of collectieve zorg met gebruikers kunnen niet meer doorgaan, 1-op-1 activiteiten of zorg met gebruikers wel.  

Zoals iedereen, moeten zij extra waakzaam zijn voor een mogelijke besmetting met COVID-19. U vindt de gevalsdefinitie op de website van Sciensano.   

Contacteer de huisarts van de gebruiker/patiënt van zodra er vermoeden is van een besmetting.  

Voor personeelsleden moet u bekijken wat een nuttige invulling is van hun werkdagen. Of zij inzetbaar zijn voor andere taken moet u bekijken in de arbeidsovereenkomst. 

DIENSTEN GEZINSZORG – DIENSTEN LOGISTIEKE HULP – DIENSTEN OPPASHULP - DMW - VERENIGINGEN VOOR MANTELZORGERS EN GEBRUIKERS - MBE
Moeten alle huisbezoeken doorgaan tijdens deze crisisperiode?

Niet-essentiële huisbezoeken, zoals sociale onderzoeken en indicatiestellingen, worden opgeschort tot en met 19 april 2020. Deze opschorting mag geen impact hebben op de rechten en bijdrage van de gebruiker. Van zodra de huisbezoeken terug kunnen worden afgenomen, kunnen de rechten en bijdrage met terugwerkende kracht worden toegekend. De termijnen voor afhandeling van een dossier en het jaarlijkse of tweejaarlijkse huisbezoek voor de diensten gezinszorg, zijn niet van toepassing gedurende deze periode. 

Hoe start de dienst gezinszorg een nieuw dossier op bij een gebruiker als het niet lukt om voorafgaand op huisbezoek te gaan?

Het begeleidend personeelslid neemt telefonisch contact op met de persoon die de zorgvraag stelt (of iemand uit zijn omgeving) om te bevragen welke zorg precies nodig is, en wanneer.  Tijdens dat gesprek worden afspraken gemaakt over welke zorg op welke tijdstippen verleend zal worden door de dienst voor gezinszorg, en wanneer de zorg precies opgestart zal worden.  Het is belangrijk dat het begeleidend personeelslid tijdens dat telefoongesprek een inschatting maakt of een huisbezoek toch niet vereist is, bijvoorbeeld om een grondig sociaal onderzoek te kunnen voeren.  Essentiële huisbezoeken zijn namelijk niet opgeschort. 

Het begeleidend personeelslid gaat in dat telefoongesprek ook na of het mogelijk is om de inkomensbewijzen, die nodig zijn voor de berekening van gebruikersbijdrage, via post of e-mail te bezorgen aan de dienst voor gezinszorg.  In dat geval zal de dienst de gebruikersbijdrage op basis van die documenten berekenen en ter goedkeuring aan de gebruiker bezorgen, waarna die gebruikersbijdrage vanaf het eerste uur zorg toegepast kan worden.  Wanneer op een later tijdstip (eventueel zelfs pas nadat de maatregel over de opschorting van de niet-essentiële huisbezoeken opgeheven is) op huisbezoek gegaan wordt bij die gebruiker, en uit het sociaal onderzoek blijkt dat die persoon een BEL-profielscore van 35 of meer heeft, moet(en) de verplichte korting(en) voor zwaar zorgbehoevenden retroactief toegepast worden op de gebruikersbijdrage voor gezinszorg.  De richtlijnen bepalen immers dat de opschorting van de huisbezoeken geen impact mag hebben op de rechten en bijdrage van de gebruiker. 

Wanneer het voor de gebruiker niet mogelijk is om de inkomensbewijzen via post of e-mail te bezorgen aan de dienst voor gezinszorg, past de dienst voor de berekening van de gebruikersbijdrage de werkwijze toe die vandaag al bestaat voor acute gezinszorg, met de forfaitaire bijdrage.  De gebruikersbijdrage bedraagt in dat geval (voor gezinszorg, maar ook voor alle andere zorg die verleend wordt door de dienst) 7,58 euro per gepresteerd uur.  Als de gebruiker recht heeft op de verhoogde tegemoetkoming, wordt de forfaitaire bijdrage verlaagd naar 4,55 euro per gepresteerd uur.  Die forfaitaire bijdrage mag in principe maximaal 14 dagen gehanteerd worden, te rekenen vanaf de eerste dag van de zorgverlening.  Als het na afloop van die 14 dagen nog altijd niet gelukt is om de inkomensbewijzen via post of e-mail te bezorgen, en het begeleidend personeelslid blijft van mening dat een huisbezoek nog altijd niet vereist is, mag de dienst het forfaitaire tarief als voorlopige gebruikersbijdrage verder blijven toepassen.  Later, wanneer er wel een huisbezoek plaatsgevonden heeft, moet de dienst die gebruikersbijdrage dan wel met terugwerkende kracht vanaf de vijftiende dag van de zorgverlening verbeteren, en de gebruikersbijdrage toepassen die berekend werd op basis van de inkomensbewijzen, met – indien van toepassing – de verplichte korting(en) voor zwaar zorgbehoevenden voor de gebruikersbijdrage voor gezinszorg. 

Wat met het sociaal onderzoek en huisbezoek nodig bij bestaande gebruikers?

De jaarlijkse en tweejaarlijkse herzieningen kunnen niet vervangen worden door enkel een telefonisch contact. Zij moeten ingehaald worden na de opschorting van de coronamaatregelen. Hiervoor zal een redelijke termijn gegeven worden. Deze termijn zal in overleg met de sector bepaald worden. 

Andere niet-essentiële huisbezoeken worden uitgesteld tot na de opschortingsperiode.  

Moeten de poetshulp en karweihulp gegarandeerd blijven?

Het is belangrijk om in deze tijden van crisis prioriteiten te stellen. Ook voor de poets- en karweihulp. Noodzakelijke hulp moet gegarandeerd blijven. Hygiëne speelt een zeer belangrijke rol in de strijd tegen dit virus. Ook hier gelden de voorzorgmaatregelen die iedereen heeft ontvangen. 

Hoe kan ik weten of iemand besmet is met COVID-19?

Het is aangewezen om de gebruiker hier naar te vragen (bv. bij voorafgaand telefonisch contact). Zorg en Gezondheid stelt ook een document ter beschikking dat een besmette persoon zichtbaar ter plaatse moet leggen.  

Mag er voor boodschappen tijdelijk een uitzondering gemaakt worden rond de betaling?

Op zich kan men blijven betalen met cash geld, maar heel wat grootwarenhuizen aanvaarden momenteel alleen betaling via kaart. Tijdens deze crisissituatie kan hiervan afgeweken worden, tot nader bericht van Zorg en Gezondheid. De diensten moeten in overleg met de gebruiker en de verzorgende bekijken wat in de specifieke situatie de beste oplossing is en hierover concrete afspraken maken. Het is van groot belang dat de drie partijen (dienst, gebruiker, verzorgende) tot een gezamenlijk akkoord komen. 

Kiest men er toch voor om met cash geld te betalen, dan is het belangrijk de handhygiëne hierbij goed toe te passen: wassen met water en zeep en indien beschikbaar en bij een (vermoedelijk) besmette patiënt, handontsmetting toepassen. Raak ook uw gezicht niet zonder dat uw handen correct gereinigd zijn.  

Wachtrijen aan de supermarkten. Hoe kan de verzorgende aantonen dat hij in de wachtrij staat voor de uitoefening van zijn job?

Er kan een afschrijft van de inschrijving van de verzorgende door de diensten uit Vesta gehaald worden.  

In elke dienst voor gezinszorg zijn er medewerkers die toegang hebben tot de webtoepassing ‘Vesta’. Op de pagina ‘Inschrijvingen’ van Vesta kunt u het inschrijvingsnummer opzoeken van een verzorgende: vul het INSZ-nummer in (of het inschrijvingsnummer), en klik op ‘Zoek’.  U krijgt dan een pagina te zien, met de persoonsgegevens en het inschrijvingsnummer (inclusief de functie).  U kunt een afdruk maken van die pagina, om aan te tonen dat de persoon in kwestie een inschrijvingsnummer heeft van Zorg en Gezondheid voor de functie van verzorgend personeelslid. Het logo van Zorg en Gezondheid staat vermeld op deze afdruk. 

U kunt de webpagina ook afdrukken als pdf en zo opslaan op uw computer, en dat pdf-document vervolgens mailen naar de verzorgende, zodat die dat document kan afdrukken of tonen op de smartphone. 

Hoe kan een dienst voor gezinszorg ervoor zorgen dat de meest essentiële zorgverlening gewaarborgd blijft?

De coronapandemie en de noodzakelijke maatregelen, zorgen voor uitzonderlijke tijden.

Uitgangspunt is dat de gezinszorg verder wordt verzekerd overeenkomstig de zorg- en ondersteuningsdoelstellingen. De huidige crisis houdt echter het risico van schaarste aan zorgaanbod in.

Uitval van teveel personeelsleden kan de continuïteit van de dienstverlening in het gedrang brengen. Om essentiële zorg in dat geval zoveel als mogelijk te kunnen waarborgen, moeten medewerkers worden ingeschakeld in cliëntsituaties waar de noden het hoogst zijn.  

Een goede prioritering van zorg en gebruikers is hierbij van groot belang. Essentiële zorgtaken moeten voorrang krijgen, alsook de hulpverlening bij risicogroepen. Bv: maaltijden voorzien bij risicogroepen zal een hogere prioriteit krijgen dan kraamzorg.  
Door de vermindering van kraamgezinnen tijdens de epidemie, zouden de diensten voor gezinszorg kraamverzorgenden in de reguliere gezinszorg kunnen inschakelen. Zo kan de uitval van personeelsleden en de toename van gezinnen gedeeltelijk opgevangen worden. Eenzelfde redenering kan men maken voor verzorgenden die tewerkgesteld worden in de centra voor dagopvang.   

Cohort-zorg kan een oplossing bieden wanneer de epidemie niet meer kan ingedijkt worden. 

Wat houdt cohort-zorg juist in?

Zodra een epidemie/pandemie niet meer kan ingedijkt worden en de ziekenhuizen verzadigd zijn (of dreigen verzadigd te worden), worden patiënten waarbij de ziekte is vastgesteld thuis verzorgd in isolatie. 

Concreet houdt cohort-zorg in dat zieke patiënten/gebruikers worden gescheiden van de niet-zieken, door ze apart te verzorgen. Het zorgpersoneel wordt niet uitgewisseld tussen zieke en gezonde patiënten/gebruikers. Een vaste groep zorgpersoneel (aparte equipe) verzorgt de zieke patiënten/gebruikers. 

Cohorten hebben als doel:  

  • de continuïteit van de essentiële zorg aan (besmette) patiënten/gebruikers te waarborgen indien er een niet controleerbare uitbraak is van een virale of bacteriële infectie waardoor de normale zorgverlening niet kan uitgevoerd worden.

  • de infectie onder controle te houden 

  • het infectierisico te beheersen voor het personeel 

  • de schaarse beschermingsmiddelen zorgvuldig in te zetten 

De diensten die zorg verlenen organiseren deze cohorten zelf, indien mogelijk in samenwerking met andere betrokken zorgverleningsdiensten. 

Welke zorg is essentieel bij de gebruiker?

Lichamelijke ADL

  • Hulp bij eten (en drinken)
  • Hulp bij toiletbezoek / incontinentiemateriaal verversen
  • Lichaamsverzorging en hygiëne (bvb: haren wassen)
  • Aan- en uitkleden
  • Zich veilig verplaatsen in huis
  • Bijstand verlenen bij medicatiegebruik
  • Preventie doorligwonden
  • Stomazakje verversen bij een genezen stoma
  • Bijstand verlenen bij verzorgen van huidirritaties
  • Observeren en rapporteren over temperatuur/mictie en stoelgang/symptomen bij disfuncties/nevenwerkingen bij behandelingen
  • Persoonlijke verzorging na bevalling

Huishoudelijke ADL

  • Onderhoud ikv hygiënische leefomstandigheden: Denk goed na wat essentieel is, ramen lappen kan bijvoorbeeld even wachten (hou hygiënevoorschriften in gedachten!). Beperk dit tot het uiterste minimum: focus je op keuken en sanitair + verzorging huisdieren (gezelschapsdier is vaak essentieel voor de gebruiker die nu al weinig mensen ziet)
  • Was ikv hygiënische leefomstandigheden (strijken kan tijdelijk uitgesteld worden)
  • Maaltijdbereiding
  • Boodschappen
  • Organisatie van het huishouden

Sociale ADL

  • Veiligheid in en om huis
  • Budgetbeheer
  • Financiële verrichtingen
  • Verzorging/opvang/opvoeding van kinderen
  • Therapietrouw
  • Noodzakelijke corona-preventiemaatregelen toepassen

Geestelijke gezondheid

  • Organisatie van het dagelijkse leven
  • Psychosociale ondersteuning
  • (Preventieve) ondersteuning op vlak van stemming, gedrag, desoriëntatie
Hoe bepaalt een dienst voor gezinszorg welke zorg er bij wie blijft aangeboden en welke niet?

Welke zorg noodzakelijk of tijdelijk minder noodzakelijk is, hangt af van de zorgtaak in kwestie, van wat de klant en zijn gezinsleden zelf kunnen, van de beschikbaarheid en draagkracht van mantelzorgers en de beschikbaarheid van eventuele professionele zorg- en hulpverleners.

Onderstaand afwegingsschema kan een hulp zijn:
 

FAQ COVID-19 - schema gezinszorg
Mag je als dienst gezinszorg bepaalde zorg weigeren?

De regelgeving (Art.23, bijlage 2, BVR 28/06/2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruiker) stelt dat een dienst voor gezinszorg de zorg en ondersteuning continu moet verlenen en de werking van de dienst continu moet organiseren. De gebruiker moet op de hoogte worden gebracht van eventuele hiaten in de zorg en ondersteuning.

Motiveer daarom best waarom je kiest voor het tijdelijk stopzetten/verminderen van de zorg en ondersteuning.

Wat als er in deze crisissituatie extra kilometers gereden worden?

Het uitgangspunt moet zijn dat de essentiële zorg gewaarborgd wordt. Ook een logische organisatie van de zorg (cfr. onze richtlijnen en de hierboven vermelde cohort-zorg) zijn uitermate belangrijk. Zorg en Gezondheid vindt het aantal te rijden kilometers door de verzorgenden daaraan ondergeschikt. 

Moet binnen gezinszorg het prestatieblad F53 nog ondertekend worden door de gebruiker?

Sinds 1 januari 2018 werd een nieuwe werkwijze ter ondertekening van de F53 gemeld aan de diensten gezinszorg via Vesta. De gebruiker bij wie het verzorgend personeelslid een prestatie geleverd heeft, moet deze prestatie niet langer bevestigen door zijn handtekening te zetten op het formulier F53, op voorwaarde dat op de factuur voor de gebruiker elke geleverde prestatie apart vermeld wordt, met minimaal de volgende gegevens: datum, begin- en einduur of duur, type zorg (gezinszorg, poetshulp, karweihulp of professionele oppashulp) en de gebruikersbijdrage. Een factuur die betaald werd door de gebruiker, is het bewijs dat hij akkoord gegaan is met elk van de prestaties die vermeld worden op de factuur. 

Deze nieuwe werkwijze moest niet verplicht worden toegepast, maar wordt op dit moment ten zeerste aangeraden. 

Mag ik een gebruiker vervoeren met de wagen?

Enkel essentiële verplaatsingen zijn toegelaten. Er moet minimaal een afstand van 1,5m bewaard worden. 
De wagen gebruiken om bijvoorbeeld een frisse neus te halen of samen boodschappen te doen, kan niet. Wanneer een gebruiker echter dringend nood heeft aan een doktersbezoek en de dokter kan niet aan huis komen, dan kan er sprake zijn van een essentiële verplaatsing (bv. naar een triagecentrum). Er moet dan strikt rekening gehouden worden met de hygiënische voorzorgsmaatregelen.   

Mag een dienst voor gezinszorg verzorgenden inschakelen om gebruikers telefonisch te contacteren?

Als een dienst voor gezinszorg zijn verzorgenden inschakelt om de gebruikers (zowel van gezinszorg als van poetshulp) van zijn dienst telefonisch te contacteren (om bijvoorbeeld eenzaamheid op te sporen, hen te bevragen hoe het met hen gaat en of ze ergens mee geholpen kunnen worden, …), komen die prestaties in aanmerking voor subsidiëring. De dienst stuurt die prestaties door naar Vesta als prestaties gezinszorg, die gekoppeld worden aan het dossier van de gebruiker die telefonisch gecontacteerd werd. Het verzorgend personeelslid vermeldt die telefonische contacten ook als prestaties gezinszorg op het formulier F53, met het dossiernummer van de gebruiker die opgebeld werd. De dienst mag voor die telefonische contacten echter geen gebruikersbijdrage aanrekenen aan de gebruiker (voor het verlies aan inkomsten uit gebruikersbijdragen tijdens de coronacrisis wordt een algemene compensatieregeling uitgewerkt).

Moeten mantelzorgers ook een mondmasker dragen bij het contact met de hulpbehoevende?

Het dragen van beschermingsmiddelen (mondmasker, handschoenen,…) wordt gezien de schaarste bij de professionele hulpverleners niet vooropgesteld. Het is van zeer groot belang dat de beschermingsmiddelen maximaal ter beschikking zijn voor de hulpverleners. 

U kan wel de (mogelijk) besmette persoon vragen om zijn of haar neus en mond te bedekken met een sjaal, doek (bv. keukenhanddoek) of een stoffen mondkapje tijdens de verzorging of wanneer u op bezoek bent. Die moeten dagelijks worden gewassen op minstens 60°C. Er wordt best een doek in de voormiddag en een nieuwe in de namiddag gebruikt. 

Moet ik als mantelzorger een attest kunnen voorleggen wanneer de politie mij onderweg naar de hulpbehoevende tegenhoudt?

Neen, verplaatsingen zijn enkel toegelaten in het geval van noodzakelijkheid en omwille van dringende redenen. Bijstand aan hulpbehoevenden valt hieronder. Er is geen attestatiesysteem.

LOKALE EN REGIONALE DIENSTENCENTRA (LDC/RDC) - tijdelijke sluiting

Vindt u geen antwoord op uw vraag? Mail naar thuiszorg@vlaanderen.be of bel ons op het nummer 02 553 35 79 (op werkdagen van 9u to 12u en 13u tot 6u). 

Hoe lang worden de LDC/RDC’s gesloten?

Tot en met 19 april 2020.

Welke centra worden gesloten?

Zowel de erkende-, de niet erkende lokale dienstencentra als de regionale dienstencentra worden gesloten.

Waarom worden de LDC/RDC’s tijdelijk gesloten?

Omwille van het reële risico op besmetting met COVID-19 virus.

De gebruikers zijn kwetsbare ouderen zijn bij wie de gevolgen van een besmetting ernstig kunnen zijn. We beseffen dat deze maatregelen de lokale dienstencentra voor een bijzondere uitdaging stellen, maar rekenen op uw begrip gezien de uitzonderlijke situatie van de epidemie met COVID19 virus.

Kunnen onze groepsactiviteiten nog doorgaan? Wat met groepsactiviteiten van derden in onze lokalen?

Alle groepsactiviteiten van het LDC/RDC dienen afgelast te worden, ook groepsactiviteiten op verplaatsing of in open lucht.
De groepsactiviteiten die door derden in de lokalen van het LDC/RDC worden georganiseerd dienen ook tijdelijk stopgezet te worden.

Indien een LDC/RDC andere diensten in haar gebouw aanbiedt (wassalon, douche,…) dan moeten deze ook tijdelijke stopgezet worden.
De deuren moeten dus gesloten blijven.

Kunnen activiteiten gericht naar een enkel individu nog doorgaan?

Deze activiteiten kunnen wel nog doorgaan, op voorwaarde dat dit om 1 op 1 contacten gaat.
De minder mobiele centrale kan blijven plaatsvinden, op voorwaarde dat dit 1 op 1 vervoer is.
In principe kan een kappers- of pedicurebezoek aan huis ook doorgaan, al dient hier de bedenking gemaakt te worden dat dit niet om noodzakelijke zorg gaat.

Wat met onze maaltijdbedeling?

Het organiseren van maaltijden in groep dient tijdelijk stopgezet te worden. Maaltijdbedeling aan huis kan wel nog of kan opgestart worden.
Er dient met de gemeente bekeken te worden hoe dit het beste kan opgevangen worden, zodat mensen wel een warme maaltijd krijgen in de mate van het mogelijke. Elke situatie is specifiek en vergt een specifieke aanpak.
We kunnen niet tussenkomen in gemaakte verliezen.
Alle vormen van eetgelegenheden met een sociaal karakter die dezelfde doelgroep bereikt als een LDC/RDC, vormen eenzelfde risico voor de gebruikers, en dienen eveneens gesloten te worden.

Kunnen het personeel en vrijwilligers blijven werken?

Personeel en vrijwilligers kunnen hun taken blijven opnemen, mits een aantal restricties. Groepsactiviteiten met gebruikers kunnen niet meer doorgaan, 1 op 1 activiteiten met gebruikers wel. 
Zoals iedereen, dienen zij extra waakzaam te zijn voor de symptomen van COVID-19: koorts, hoest, ademhalingsproblemen, keelpijn, hoofdpijn, spierpijn, …  
Contacteer de huisarts van de gebruiker/patiënt van zodra er vermoeden is van een besmetting. 
Voor personeelsleden dient bekeken te worden wat een nuttige invulling is van hun werkdagen. Zo zou kunnen overwogen worden dat zij administratieve taken uitvoeren (buurtanalyse maken, teamvergaderingen, verslaggeving,…). Of zij inzetbaar zijn voor andere taken dan die in dienst van het LDC/RDC dient bekeken te worden in de arbeidsovereenkomst.

Hoe kan ik weten of iemand besmet is met het COVID-19 virus?

Het is aangewezen om de gebruiker hier naar te vragen (bv. bij voorafgaand telefonisch contact). Zorg en Gezondheid stelt ook een document ter beschikking dat een besmette persoon zichtbaar ter plaatse moet leggen.  

Waar kan ik de officiële beslissing terugvinden?

De beslissing kan u hier te raadplegen.

BESCHERMINGSMATERIAAL

Vindt u geen antwoord op uw vraag? Mail naar eerstelijn@vlaanderen.be

Hoe zit het met de voorraad beschermingsmateriaal?

Alle overheden, en dus ook Zorg en Gezondheid, zijn zich bewust van de schaarste aan materiaal en de ernstige problemen die dat veroorzaakt in het werkveld. Door de wereldwijde uitbraak van COVID-19 raken de voorraden van zowel maskers, schorten als handalcohol uitgeput. Beschermingsmateriaal met garanties van kwaliteit zijn zeer moeilijk verkrijgbaar en zullen schaars blijven.   

De Vlaamse en federale overheid plaatsten reeds bestellingen voor mond(neus)maskers. Er zullen er nog volgen, ook voor andere beschermingsmiddelen (schorten, brillen, handschoenen). Zodra dit materiaal is geleverd, wordt dit zo snel mogelijk én volgens een prioriteitenlijst verdeeld onder de zorgverleners.
 

Wie krijgt wel een mondmasker?

De chirurgische en de respiratoire (FFP2) mondmaskers worden voorbehouden voor zorgverleners

Elke zorgaanbieder is belangrijk in de bestrijding van COVID-19. Gezien de schaarste aan mondmaskers worden er prioriteiten gesteld in de verdeling ervan. Vraag dit bij je voorziening of beroepsorganisatie.  

Voor de verdeling van persoonlijk beschermingsmateriaal is – ook door de schaarste - een lijst met prioritaire groepen (zie hieronder) in de zorg uitgewerkt. Deze lijst is door de overheden in dit land opgesteld op basis van de input van wetenschappers en experten. De prioriteit wordt bepaald door te kijken of het zorgpersoneel procedures uitvoert of bijwoont waarbij er mogelijke overdracht van druppels is of nauw contact is met mogelijke of bevestigde COVID-19 patiënten. 

De prioritaire groepen zijn: 

  • De zorgverleners van COVID19-eenheden, zorgverleners van triagecentra, personeel dat verantwoordelijk is voor de zorg van mogelijke besmette of besmette personen in woongemeenschappen (woonzorgcentra, enz.). 
  • Eerstelijnszorgverleners die besmette of mogelijk besmette personen verzorgen: 
    • Huisartsen 
    • Thuisverpleegkundigen 
    • Alle andere zorgverleners 
  • Begrafenisondernemers en personeel van een mortuarium. 
  • Laboratoriumpersoneel dat met ademhalings- en spijsverteringsstalen werkt. 

Daarna: 

  • Ambulancepersoneel van niet-COVID-19-ambulances. 
  • Alle gemeenschappen. 

De Vlaamse overheid staat in voor de levering van mondmaskers voor personeel dat verantwoordelijk is voor de zorg van mogelijke besmette of besmette personen in woongemeenschappen (woonzorgcentra, psychiatrische verzorgingstehuizen), thuiszorg en thuisverpleging, revalidatievoorzieningen. Voor vragen hierover kunt u mailen naar beschermingsmiddelen@vlaanderen.be.  

We vragen ook dat iedereen de aanbevelingen van Sciensano volgt. Deze instructies hebben als doel het rationeel gebruik van medische maskers en andere beschermingsmiddelen te bevorderen. 

Wie heeft al mondmaskers ontvangen?

De eerste verdeling van (chirurgische) mondmaskers door de Vlaamse overheid heeft plaatsgevonden in de week van 23 maart. De mondmaskers werden via de civiele bescherming en via de hulpverleningszones (brandweerzones) verdeeld over woonzorgcentra, centra voor herstelverblijf, revalidatieziekenhuizen, diensten voor gezinszorg, een aantal voorzieningen voor personen met een handicap en gemeenschapsinstellingen met een ziekenboeg. De voorzieningen kregen van ons rechtstreeks bericht daarover. Ook de psychiatrische verzorgingstehuizen kregen een eerste voorraad mondmaskers.  

De verdeling van mondmaskers aan de zelfstandige thuisverpleging is gebeurd door de verenigingen van thuisverpleegkundigen, gecoördineerd door het Nederlandstalig Platform van Thuisverpleegkundigen (NPTV).  We adviseren zelfstandig thuisverpleegkundigen om zich te registeren bij dit platform (info@nptv.be). 

Voor vragen over of problemen in verband met de Vlaamse verdeling kunt u mailen naar: beschermingsmiddelen@vlaanderen.be.  

De federale overheid heeft al mondmaskers bezorgd aan ziekenhuizen, Triagepunten COVID-19, ambulancediensten in opdracht van 112. Zij zijn ook verantwoordelijk voor de zorgverleners in de eerste lijn (artsen, tandartsen, kinesisten, apothekers, vroedvrouwen, enz.). 

Komen er nog leveringen?

Zowel de Vlaamse als de federale overheid hebben bestellingen lopen voor mondmaskers. Er worden ook aankopen van andere beschermingsmiddelen (schorten, brillen, handschoenen) voorzien. We zullen die verdelen volgens de prioriteiten. We maken momenteel een behoefteraming voor toekomstige verdelingen. Van zodra de leveringen aankomen en voldoende kwaliteitsvol zijn communiceren we hierover.

Hoe wordt het materiaal in Vlaanderen verdeeld?

De verdeling van mondmaskers aan woonzorgcentra, centra voor herstelverblijf, revalidatieziekenhuizen, diensten voor gezinszorg en VAPH-voorzieningen verloopt op dezelfde manier als de bevoorrading van de ziekenhuizen: door de civiele bescherming en via de hulpverleningszones (brandweerzones). De voorzieningen krijgen van ons rechtstreeks een bericht hierover. 
In de meeste zones wordt er rechtstreeks geleverd.  

Waar kan ik met vragen over de verdeling van beschermingsmateriaal terecht?

Bij verdere vragen kan u contact opnemen met:  

Hoe krijgt de zelfstandige thuisverpleging mondmaskers?

De verdeling van mondmaskers aan de zelfstandige thuisverpleging zal gebeuren door de verenigingen van thuisverpleegkundigen, gecoördineerd door het Nederlandstalig Platform van Thuisverpleegkundigen (NPTV). Het is wel belangrijk dat de verpleegkundigen in kwestie geregistreerd zijn. Indien ze lid zijn van een beroepsvereniging of aangesloten bij het NPTV zou dit normaal automatisch moeten gebeuren. Zoniet zouden zij zich nog moeten registreren via het registratie- en contactformulier op website van het NPTV; ze kunnen zich met concrete vragen best wenden tot hun secretariaat: info@nptv.be

Waar meld ik tekorten?

Huisartsenpraktijken, Coördinerend en Raadgevend Artsen (CRA’s) van de Woonzorgcentra, Triageposten, Apotheken en Thuisverpleegkundigen kunnen hun tekorten melden via  de COVID-19 Barometer: https://covid19.healthdata.be/ 

Deze COVID-19 barometer is een bevraging waarbij Werkbelasting, de incidentie van mogelijke COVID 19-patiënten en de nood aan beschermend materiaal in kaart worden gebracht. De rapporten met de resultaten van de bevraging op regelmatige tijdstippen doorgemaild worden naar de voorzitters van de beroepskringen en naar de eerstelijnszonecoördinatoren. Op basis hiervan kunnen er gericht acties gekoppeld worden, zoals het opzetten van triageposten, cohortzorg, schakelzorgcentrum, enz. 

Meer informatie op https://www.vivel.be/covid19monitoring/project/ 

Diensten voor gezinszorg zullen snel ook toegang krijgen tot deze bevraging. Zij zullen hierover gecontacteerd worden.

Kan ik bij schaarste een mond(neus)masker langer/meerdere malen gebruiken?

De Hoge Gezondheidsraad laat toe dat mondmaskers, hoewel ze normaal gezien voor eenmalig gebruik zijn, omwille van de schaarste, langer gebruikt worden. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:  

  • Voor een periode van 8 uren, ongeacht de opeenvolging van interventies, zonder naar buiten te gaan.
  • Mag dus met dat doel bijgehouden worden (rond de hals) maar nooit in de zak.
  • Mag voorlopig bewaard worden op een plaats zonder besmettingsgevaar (bv. in een geïndividualiseerde papieren omslag of in een uitwasbare gepersonaliseerde bak).  
  • Mag nooit aan de voorzijde aangeraakt worden.
  • Moet onmiddellijk verwijderd worden zodra zichtbaar vuil. 
  • Gezien deze uitzonderlijke situatie is de strikte toepassing van de officiële aanbevelingen inzake handhygiëne daarbij onontbeerlijk. 

Meer info

Wanneer draag ik een mond(neus)masker?

Vermijd tijdens de COVID-19 epidemie overbodig en verkeerd gebruik van mondmaskers. Persoonlijk beschermingsmateriaal is schaars en zal schaars blijven!

Er moet verboden worden dat medewerkers die niet betrokken zijn bij de verzorging van bewoners, routinematig maskers dragen (bijvoorbeeld administratief personeel, technisch personeel, personeel van de onthaalbalie, enz.). 

Volgens de laatste richtlijnen (d.d. 30 maart 2020) moeten maskers gebruikt worden in de volgende situaties:   

  • bij de zorg voor een patiënt in isolatie wegens vermoeden van COVID-19 of bevestigde COVID-19.  

  • Bij het afnemen van een nasofaryngeale wisser voor diagnose van COVID19 

  • zorgverleners met respiratoire klachten ZONDER koorts die verder werken.   

  • zorgverleners die een nauw onbeschermd contact hadden met een (mogelijke) COVID-19-patiënt  moeten een chirurgisch masker dragen gedurende 14 dagen. Een nauw contact wordt gedefinieerd als gezinscontact of contact tijdens aërosolgenererende procedures (in woonzorgcentra, thuiszorg en gelijkaardige settings zijn aërosolgenererende procedures zeer uitzonderlijk, bv. ademhalingskine) maar geen gewone zorgcontacten.   

  • Zorgverleners die na COVID-19 besmetting het werk hervatten moeten een chirurgisch masker dragen tot na het verdwijnen van alle symptomen en minstens gedurende een periode van 14 dagen vanaf de start van de symptomen.  

Let er op dat mondmaskers niet onterecht worden meegenomen. Houd toezicht op het nemen van maskers.  

Hoe kan ik mij minimaal beschermen tijdens de verzorging van een patiënt besmet met COVID-19?

Bij schaarste aan materiaal is onderstaande minimaal aangewezen:

  • Gebruik minimaal een chirurgisch mondneusmasker en handschoenen.
  • Als er geen wegwerpschorten met lange mouwen zijn, gebruik een linnen schort die op de kamer van de bewoner blijft. Hang de schort met de buitenzijde naar binnen en vervang twee maal daags.
  • Hanteer druppelcontact voorzorgsmaatregelen voor contacten zonder rechtstreeks fysiek contact met de besmette bewoner of zijn nabije omgeving.
  • Hanteer druppelcontact contactvoorzorgsmaatregelen voor alle andere handelingen.

Meer info

Hoe gebruik ik persoonlijke beschermingsmiddelen?

Zorg en Gezondheid heeft 2 affiches over het correct aan- en uittrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen gemaakt. Bekijk ook de instructiefilmpjes op deze pagina. 

Waar kan ik ongebruikt materiaal binnenbrengen?

Bekijk onze webpagina voor meer info: www.zorg-en-gezondheid.be/beschermingsmateriaal-doneren
FFP-maskers, beschermingsschorten, alcoholgel en handschoenen kunnen binnengebracht worden bij de provinciale punten van het Wit-Gele Kruis (tijdens weekdagen tussen 9u en 16u).

 

Breng bij voorkeur:

  • ongeopende/originele verpakkingen
  • grotere aantallen (>20 stuks) omwille van het verantwoord transport.

 

Provincie

Antwerpen

Brabant

Limburg

Oost-Vlaanderen

West-Vlaanderen

 

WGK
Nonnenstraat 12 bus 1
2200 Herentals

WGK
Staatsbaan 4a
3210 Lubbeek

WGK
Welzijnscampus 25
3600 Genk

WGK
Jenny Tanghestraat 2
9050 Ledeberg (Gent)

WGK
Annuntiatenstraat 47
8000 Brugge

 

De medewerkers van de palliatieve netwerken halen het materiaal op bij het Wit-Gele Kruis en evalueren de maskers in hun opslagruimten.

FFP-maskers (FFP1-2-3)

Wegwerp-beschermingsschorten

mondmasker wegwerpbeschermingsschort

CE markering = EG-markering

EN 149:2001

Non woven fabric: sms of smms of smmms

Normen:

  • EN 13795:2011
  • EN 14126

 

Wegwerphandschoenen

handschoen 

Handalcohol 

handgel

CE-markering ( = EG markering)  

NEN-EN 420+A1  

NEN-EN 374-1,2 met een AQL van 1,5 of lager (=prestatieniveau 2) én  

NEN-EN 455-1,2,3,4  

 

EN1500 norm 

De apotheker kan ook ontsmettingsalcohol bereiden. Zij hebben hiervoor verschillende recepten, al naargelang de grondstoffen die zij nog tot hun beschikking hebben. In deze fase van de crisis beperken zij zich tot het bereiden van handalcohol voor  zorgverleners.  

 

Heeft het zin om een mondmasker te dragen op straat of op het werk om je te beschermen tegen het coronavirus COVID-19?

Neen.  
 
Steven Van Gucht, viroloog bij Sciensano en voorzitter van het Wetenschappelijk Comité Coronavirus verduidelijkt: “Mondmaskers dragen om jezelf te beschermen tegen het coronavirus, heeft weinig zin. Enkel voor patiënten die besmet zijn met het coronavirus en voor zorgpersoneel heeft het gebruik van zo’n masker wel zin. Daarom is het belangrijk dat mondmaskers voor hen beschikbaar blijven.” 

Het dragen van een chirurgisch masker heeft vooral zin voor mensen die al besmet zijn met het coronavirus. Zo’n masker beschermt hun omgeving tegen de ziektekiemen die ze bij zich dragen en belet besmetting door de druppels die verspreid worden bij het hoesten, niezen en praten. Ook zorgpersoneel dat werkt in een omgeving waar patiënten met het coronavirus worden behandeld, heeft baat bij een masker. Voor de gezonde man in de straat heeft het dragen van zo’n masker dus weinig nut. 

Hoe kan ik me dan wel beschermen tegen het coronavirus COVID-19?
  • Was je handen regelmatig en grondig (40 à 60 sec.) met water en zeep. Hoe je best je handen wast, zie je in deze afbeelding

  • Moet je hoesten? Doe dat in een papieren zakdoekje of in de binnenkant van je elleboog. 

  • Gebruik papieren zakdoekjes bij het niezen of snuiten en gooi ze weg in een afsluitbare vuilbak. 

  • Vermijd om handen te geven. Begroet elkaar met een zwaai of met de elleboog. 

  • Blijf zeker thuis als je ziek bent. Ga niet naar het werk! 

  • Vermijd zelf nauw contact met zieke personen. 

  • Raak je gezicht zo weinig mogelijk aan met je handen. 

  • Hou minstens 1,5 meter afstand 

Je vindt dit ook terug op de affiches en in het filmpje van Zorg en Gezondheid. 

Hoe zit het met zelfgemaakte maskers?

Zelfgemaakte stoffen maskers zijn geen medische maskers en zijn inferieur aan chirurgische maskers. In het kader van een tekort aan medische maskers kunnen zij wel gebruikt worden, onder meer in zorginstellingen door het personeel dat niet betrokken is bij de verzorging van patiënten (bv. administratief personeel, technisch personeel, personeel van het laboratorium, personeel van de onthaalbalie dat geen rechtstreeks contact heeft met patiënten, enz.).  

Als er geen chirurgische maskers beschikbaar zijn, kunnen patiënten met een mogelijke of bevestigde COVID-19 en geïsoleerd in hun woning, ook zelfgemaakte maskers - gemaakt uit stof of linnen - gebruiken. Hierdoor beschermen ze hun directe omgeving. Desnoods kan de patiënt gebruik maken van een sjaal of een andere doek. Die voorwerpen moeten wel dagelijks worden gewassen op 60°C. Hier vind je de instructies voor het maken van 'home made' mondmaskers.

Waar vind ik informatie over de conformiteitseisen voor mondmaskers (leveranciers)?

U vindt de conformatiteitseisen voor FFP2 en FFP3-mondmaskers op de website van de Federale Overheidsdienst Economie

Enkele aandachtspunten: 

Voor de chirurgische maskers neemt u best contact met het Federaal Geneesmiddelenagentschap via coronashortages@fagg-afmps.be

Waar vind ik informatie over de conformiteitseisen voor desinfecterende handgels (leveranciers)?

We krijgen af en toe vragen van bedrijven die hun productie wensen om te schakelen. 

Wegens de coronacrisis is het mogelijk om voor alcoholische handgels een afwijking te vragen volgens artikel 55 van de BPR (Biocidenverordening), indien aan alle voorwaarden van dat artikel is voldaan, d.i. “indien die maatregel noodzakelijk is wegens een niet op andere wijze te bestrijden gevaar voor de volksgezondheid, de gezondheid van dieren of het milieu”. 

Stuur dit verzoek naar de dienst biociden van de federale overheidsdienst leefmilieu via covid19.gestautor@health.fgov.be. Verwijs daarbij naar artikel 55 van de BPR en voeg de volgende documenten toe: 

  • de volledige samenstelling van het product;
  • een voorstel van etiket; 
  • een veiligheidsinformatieblad (VIB); 
  • een schatting van de voorraden beschikbaar voor de Belgische markt. 

De WHO adviseert het gebruik van een hydro-alcoholische oplossing met een alcoholconcentratie van meer dan 70% om het COVID-19-coronavirus te bestrijden. Een tijdelijke toelating voor een product dat minder dan 70% alcohol bevat, kan niettemin alleen bij de autoriteiten worden aangevraagd voor zover de onderneming de doeltreffendheid van de eindsamenstelling tegen virussen kan aantonen door middel van werkzaamheidstests (EN 14476). 

Na onderzoek van het dossier en indien het ontvankelijk wordt verklaard, verlenen de overheden een tijdelijke toelating voor het in de handel brengen en het gebruik van dit product voor een periode van maximaal 180 dagen. 

Tegelijkertijd wordt aan de persoon, verantwoordelijk voor het op de markt brengen van dit product, gevraagd om zo snel mogelijk een aanvraag voor registratie in te dienen de FOD Volksgezondheid

Wie kan me helpen wanneer ik geen materiaal meer heb?

Zorg en Gezondheid / de overheden zijn zich bewust van de schaarste aan materiaal en de ernstige problemen die dit genereert in het werkveld. Door de wereldwijde uitbraak van het nieuwe coronavirus zijn er op de markt vandaag nagenoeg geen mondneusmaskers meer verkrijgbaar. De voorraden  van zowel maskers, schorten en handalcohol raken uitgeput en zullen schaars blijven.   

De Vlaamse en federale overheid plaatsten bestellingen voor mondneusmaskers; van zodra dit materiaal is geleverd, wordt dit zo snel mogelijk verdeeld onder de zorgverleners.   

In tussentijd raden we het volgende aan: 

  • afspraken maken tussen woonzorgcentra/diensten gezinszorg/thuisverpleging/artsen en tandartsen in de regio om de zo zuinig mogelijk de beschikbare beschermingsmiddelen te gebruiken;  

  • de Vlaamse overheid vraagt expliciet om solidair te zijn tussen de verschillende zorgaanbieders onderling en de materialen onderling te herverdelen;  

  • probeer over de verschillende beroepsgroepen heen te werken binnen de eerstelijnszones. De voorlopige zorgraad kan hierbij eventueel hulp bieden;  

  • specifiek voor de woonzorgcentra: afspraken maken met alle ziekenhuizen waarmee het woonzorgcentrum een functionele samenwerking heeft.  

  • Maak afspraken tussen de verschillende diensten gezinszorg/thuisverpleging in de regio om bewoners/patiënten te groeperen volgens besmettingsrisico. Maak afspraken tussen de verschillende woonzorgcentra om bewoners te groeperen volgens besmettingsrisico.  

  • De interne medewerkers, indien mogelijk, verdelen over de voorziening: een deel van het personeel verzorgt de geïsoleerde bewoners, de andere personeelsleden verzorgen de niet-geïsoleerde bewoners (=cohort verzorging).   

  • Voor de diensten gezinszorg en thuisverpleging wordt aanbevolen om zo veel mogelijk over de verschillende organisaties heen samen te werken om het werk te verdelen in functie van deze cohorten.  M.a.w. organiseer het werk in functie van het mogelijke besmettingsgevaar met COVID-19.  Maak hiervoor afspraken tussen de verschillende organisaties werkzaam in uw regio.  Het aanspreekpunt bij de voorlopige zorgraad kan u helpen om in contact te komen de andere partners in uw eerstelijnszone.  Op Vlaams niveau stellen de koepelorganisaties op dit moment richtlijnen om het werk in cohorten te verdelen (=cohort-verzorging).  

SCHAKELZORGCENTRA

Vindt u geen antwoord op uw vraag? Mail naar eerstelijn@vlaanderen.be.  

Download hier het draaiboek voor schakelzorgcentra.

Wat is een schakelzorgcentrum?

De ziekenhuizen zullen de komende weken veel COVID-19-patiënten moeten opvangen. Het is belangrijk dat zij over voldoende bedden kunnen blijven beschikken. Daarom moeten er schakelzorgcentra opgericht worden.

Een schakelzorgcentrum heeft twee grote doelstellingen: 
•    een vlotte doorstroming van patiënten vanuit het ziekenhuis naar de thuissituatie mogelijk maken, met de nodige flexibiliteit; 
•    de ziekenhuiscapaciteit maximaal voorbehouden voor complexe zorg, en vrijwaren van niet-essentiële opnames. 

Een schakelzorgcentrum is geen veldhospitaal of noodhospitaal.

Welk zorgprofiel wordt opgevangen in het schakelzorgcentrum?

Patiënten met een eerder laag zorgprofiel die permanent toezicht nodig hebben maar nog niet in de thuissituatie kunnen worden opgevangen.   Patiënten met een zwaarder zorgprofiel moeten in het hospitaal of elders worden opgevangen.  Zorg en gezondheid kan, indien nodig, dit zorgprofiel aanpassen. 

Welke patiënten worden opgenomen in een schakelcentrum?

In een eerste fase richt het schakelzorgcentrum zich op de volgende 2 doelgroepen:  

  1. Mensen die medisch gezien het ziekenhuis mogen verlaten, maar die (dikwijls om sociale redenen) nog niet naar huis kunnen (bijvoorbeeld: voor wie de continuïteit van zorg of een aangepaste woonomgeving nog niet geregeld is). Dit zijn personen die wachten op plaatsing (WOP) met lage zorgprofielen (Katz O, A, B) die niet langer gehospitaliseerd moeten zijn, en dus zo snel mogelijk uit het hospitaalmilieu moeten gehaald worden, maar waarvoor toezicht noodzakelijk is. 
    Deze doelgroep wordt verder onderverdeeld in 2 verschillende cohorten: 
    - mensen die besmet zijn met een bewezen of vermoedelijke COVID-19  
    - bewezen COVID-19-negatieve patiënten (met een negatieve test) 
  2. De bewezen COVID-19-positieve patiënten (inclusief de patiënten met een vermoedelijke COVID-19-besmetting), met een lage zorgnood in reconvalescentie, waarvoor een zeer zorgvuldige klinische opvolging noodzakelijk is. 

De Vlaamse overheid zal na het openstellen van het schakelzorgcentrum de capaciteit van het ziekenhuisnetwerk zorgvuldig monitoren. Indien nodig kan het zorgprofiel worden aangepast en kunnen personen met een hoger zorgprofiel (bijvoorbeeld personen die extra revalidatienood nodig hebben waarvoor revalidatie in de ziekenhuissetting niet meer haalbaar is) in het schakelzorgcentrum worden opgenomen.  
 

Hoe worden patiënten doorverwezen naar een schakelzorgcentrum?

Er zijn twee patiëntenstromen mogelijk naar het schakelzorgcentrum:
1.    ontslag vanuit het hospitaal;
2.    er kan rechtstreeks worden doorverwezen vanuit de triageplaats, nadat er een diagnostische oppuntstelling is uitgevoerd op de spoedgevallen om niet-COVID-19 uit te sluiten. 

Hoe gebeurt de overdracht van het ziekenhuis naar een schakelzorgcentrum?

Bij opname in het schakelzorgcentrum wordt steeds telefonisch contact opgenomen vanuit het ziekenhuis met de maatschappelijk werker in het schakelzorgcentrum om een zorgvuldige dossieroverdracht af te spreken. Waar nodig wordt ook de arts in het schakelzorgcentrum op de hoogte gebracht. Deze dossieroverdracht heeft minstens aandacht voor: 
1.    de noodzakelijke mobiliteitshulpmiddelen; 
2.    de psychosociale context en thuissituatie; 
3.    het regelen van de overdracht van het medisch dossier; 
4.    het medicatieschema; 
5.    vervoer naar het schakelzorgcentrum. 
 

Hoe lang kan men in een schakelzorgcentrum blijven?

Vanuit het schakelzorgcentrum is het de bedoeling om zo snel mogelijk de zorg in de thuiscontext verder te zetten.  Het schakelzorgcentrum stemt hiervoor af met de thuiszorgactoren. De maatschappelijk werker van het schakelzorgcentrum regelt via het ziekenfonds van de patiënt ook de persoonsgebonden hulpmiddelen (bijvoorbeeld: oproepsysteem, krukken, …), zodat die ook mee kunnen genomen worden bij ontslag uit het schakelzorgcentrum naar huis.

Zijn de schakelzorgcentra toegankelijk voor bezoek?

Neen.

Wat is een triageplaats?

In de triageplaats zal de huisartsenkring in samenwerking met een ziekenhuis en het lokaal bestuur een triagefunctie organiseren en bemannen.
Doel van de triageplaats: 
1.    Vermoedelijk besmette COVID-19-personen onderwerpen aan een klinisch onderzoek 
2.    Nagaan of de persoon al dan niet moet worden gehospitaliseerd 
 

Moet het schakelzorgcentrum altijd gecombineerd worden met een triageplaats?

Neen, die mogen worden gescheiden.
Er zullen ook meer triageplaatsen zijn dan schakelzorgcentra.

Wanneer wordt een schakelzorgcentrum geopend?

Enkel een schakelzorgcentrum dat is aangemeld na goedkeuring van de gouverneur kan worden geopend na een beslissing van Vlaamse Regering. Zorg en Gezondheid geeft advies m.b.t. de ziekenhuiscapaciteit. 

Kan een huisarts een patiënt rechtstreeks doorverwijzen naar een schakelzorgcentrum?

In bepaalde situaties kan de huisarts een kwetsbare persoon vanuit de thuissituatie rechtstreeks verwijzen naar het schakelzorgcentrum bij gebrek aan andere opties (dit is immers altijd een tijdelijke oplossing). Voordat deze beslissing effectief wordt genomen, moet alle formele en informele zorg zo maximaal mogelijk worden ingezet. Hiervoor is steeds een klinische evaluatie via de spoedgevallen noodzakelijk, om een mogelijke COVID-19 of onderliggend lijden te diagnosticeren. 

Waar komen de schakelzorgcentra?

In deze fase streven we naar één schakelzorgcentrum per (ongeveer) twee of drie eerstelijnszones. De gouverneurs coördineren de initiatieven binnen hun provincie. 
 
BruZEL, de Brusselse eerstelijnszone die de 19 gemeenten van het Brusselse Gewest omvat, valt hierbuiten. 
 
De schakelzorgcentra worden als volgt verdeeld over de provincies: 
•    provincie Antwerpen: 8 schakelzorgcentra; 
•    provincie Limburg: 4 schakelzorgcentra; 
•    provincie Oost-Vlaanderen: 6 schakelzorgcentra; 
•    provincie Vlaams-Brabant: 6 schakelzorgcentra; 
•    provincie West-Vlaanderen: 6 schakelzorgcentra. 
 
Op https://www.eerstelijnszone.be is alle informatie terug te vinden over de indeling van de eerstelijnszones. 
 

Moet een schakelzorgcentrum op één locatie worden gevestigd?

Indien nodig kan het schakelzorgcentrum op verschillende locaties worden geïnstalleerd.  Hierbij moet er rekening gehouden worden met de een flinke toename van de personeels- en logistieke capaciteit.  

Wie heeft de operationele leiding van een schakelzorgcentrum?

De algemene coördinator heeft de organisatorische en operationele leiding, trekt het volledige project en leidt het in goede banen. Hij/zij is het eerste aanspreekpunt voor Zorg en Gezondheid en de gouverneur van het schakelzorgcentrum.   Onder operationele leiding verstaan we: mensen aansturen, agenda’s opmaken, to-dolijsten opstellen en zorgen voor een dagelijkse informatiedoorstroming naar de stuurgroep en naar de clusterverantwoordelijken. 

Wat is de rol van de gouverneur?

De gouverneur zorgt ervoor dat er binnen zijn provincie per combinatie van (ongeveer) twee of drie eerstelijnszones een structuur opgezet wordt, die start met het oprichten van een schakelzorgcentrum. Hij geeft daartoe de opdracht aan de lokale besturen, die het initiatief moeten nemen om een stuurgroep samen te stellen, en de verdere stappen uit het draaiboek met die stuurgroep uit te voeren. 
 
Tijdens het ganse traject, zowel bij de opstart, als daarna bij de ingebruikname van het schakelzorgcentrum, ondersteunt de gouverneur in elke structuur de verschillende belanghebbenden (lokale besturen, eerstelijnszones, ziekenhuizen, zorgactoren uit de eerstelijnsgezondheidszorg, …) zodat die evenwaardig betrokken worden. Hij zorgt voor een uitwisseling van informatie tussen de verschillende schakelzorgcentra in zijn provincie, en neemt samen met zijn provinciale diensten de taken op die één schakelzorgcentrum overstijgen (bijvoorbeeld: het uitwisselen en delen van materiaal, de coördinatie van het vervoer als het bestaande aanbod verzadigd is, …). In het bijzonder worden een aantal sleutelindicatoren voor de schakelzorgcentra (capaciteitsproblematiek, inzet personeel, vervoerscapaciteit, …) gemonitord en indien nodig bijgestuurd op het provinciale niveau. 
 
Schakelzorgcentra die op problemen stoten, melden die aan de provinciale diensten van de gouverneur. Die diensten proberen een oplossing te zoeken binnen hun mogelijkheden, waar mogelijk in samenwerking met andere schakelzorgcentra. Problemen in verband met de schakelzorgcentra die niet op provinciaal niveau opgelost kunnen worden, meldt de gouverneur aan Zorg en Gezondheid. Alle communicatie gebeurt alleen via de coördinator van het schakelzorgcentrum. 
 

Wie stelt de algemene coördinator aan?

De gouverneur duidt voor elk schakelzorgcentrum in samenspraak met de lokale besturen een coördinator aan uit de beschikbare provinciale of gemeentelijke noodplanningscoördinatoren.
Deze coördinator maakt deel uit van de stuurgroep. Samen vormen zij een overkoepelend orgaan.

Om de uitvoering te verzekeren, richt de stuurgroep vier clusters op: een medische cluster, een welzijnscluster, een logistieke cluster en een administratieve cluster.
Per cluster zetelt één vertegenwoordiger in de stuurgroep. Hij/zij is expert in zijn vakgebied en wordt gedragen door de deelnemers uit zijn/haar werkveld.
Als trekker binnen hun cluster (en werkveld) zijn zij de vertegenwoordiger ervan.

Wat is de rol van de zorgcoördinator?

De zorgcoördinator zorgt voor de leiding van de cluster welzijnszorg en medische zorg in het schakelzorgcentrum.  Hij/zij stelt zorg voor de werkroosters van het medische en welzijnspersoneel, zorgt voor het multidisciplinair overleg, stuurt de welszijnsequipe en medische equipe aan, enz. 

Hoeveel bedden moeten beschikbaar zijn in een schakelzorgcentrum?

Bij de start is er een minimumcapaciteit van 25 à 30 bedden nodig. 
Dit aantal moet, indien nodig, kunnen worden uitgebreid naar maximum 50 bedden. 
 
•    Het is aangewezen om één derde van de infrastructuur (10 bedden) beschikbaar te stellen voor de eerste doelgroep (de bewezen COVID-19-negatieve patiënten die wachten op plaatsing (WOP) met lage zorgprofielen (Katz O, A, B) die niet langer gehospitaliseerd moeten zijn, en dus zo snel mogelijk uit het hospitaalmilieu gehaald moeten worden.  
•    Het is aangewezen om twee derde (20 bedden) te voorzien voor de bewezen COVID-19-positieve patiënten (inclusief de patiënten met een vermoedelijke COVID-19-besmetting), met een lage zorgnood in reconvalescentie, waarvoor een zeer zorgvuldige klinische opvolging noodzakelijk is. 

Wanneer kan het schakelzorgcentrum opschalen naar 50 bedden?

Het schakelzorgcentrum kan enkel na toestemming van Zorg en Gezondheid de bijkomende bedden in gebruik nemen. 

Hoeveel personeel hebben we nodig?
personeel
Welke bestaffing moeten we voorzien?

Dagbezetting (7u tot 21u30) 
Een minimumbezetting van 3 verpleegkundigen en 2 zorgkundigen/verzorgenden per 30 patiënten.  
Een shiftensysteem (vroege-late) wordt voorzien. (7u-15u30 en 15u-21u30) 
 
Een huisarts doet de permanentie en gaat minstens tweemaal per dag langs bij de patiënten. Hij hoeft niet permanent aanwezig te zijn, maar moet wel oproepbaar zijn. 
 
Minstens 1 verpleegkundige is vast toegewezen aan het schakelzorgcentrum en blijft aanwezig gedurende de hele shift.  
 
Nachtbezetting (21u tot 7u30) 
Een minimumbezetting van 2 verpleegkundigen per 30 patiënten.  
De huisarts is van wacht en oproepbaar. 
 
Deze minimumbezetting gaat uit van patiënten met een eerder lichter profiel. Hou er rekening mee dat naarmate er meer COVID-19-patiënten zullen worden opgenomen in de ziekenhuizen, ook het profiel van de patiënten in de schakelzorgcentra zal stijgen/verzwaren. In dat geval kan het aangewezen zijn om de bestaffing aan passen naar de veilige bestaffing volgens de KCE-studie, namelijk 1 verpleegkundige per 8 patiënten. 
 
Om de planning van het verpleegkundig en verzorgend personeel haalbaar te maken, kan de helft van het verpleegkundig en verzorgend personeel vast toegewezen worden aan het schakelzorgcentrum (bijvoorbeeld vanuit de COVID-19-reserve). De andere helft kan aangevuld worden onder de vorm van een ‘vliegende equipe’ vanuit de thuiszorgdiensten. 
 
Extra bestaffing tijdens de drukste momenten van de shift kan besproken worden met de thuiszorgdiensten. Denk ook aan de gespecialiseerde verpleegkundigen van de thuiszorgdiensten. Zij kunnen helpen bij bv. complexe wondzorg. 

Om efficiënt en rationeel met personeel en (beschermings)middelen te kunnen omspringen, is het noodzakelijk om te werken volgens de principes van dienst- en discipline-overschrijdende cohortzorg. Meer informatie hierover vindt u in een aparte bijlage. 
 

Vanwaar komt dit personeel?

Het schakelzorgcentrum moet afspraken maken met de zorgactoren uit de eerstelijnsgezondheidszorg die actief zijn in de eerstelijnszones (huisartsen, thuisverpleegkundigen, verzorgenden van de diensten voor gezinszorg, maatschappelijk werkers van de diensten maatschappelijk werk van het ziekenfonds, vrijwilligers van de diensten voor oppashulp, lokale apothekers, …).

Het schakelzorgcentrum kan ook beroep doen op de artsen, paramedici en verpleegkundigen die zich vrijwillig hebben aangeboden bij Zorg en Gezondheid. Om toegang te krijgen tot de lijst met de contactgegevens van deze medische reserve voor COVID-19, moet het schakelzorgcentrum contact opnemen met zorgengezondheid@vlaanderen.be  
 
Men moet er zich van bewust zijn dat het vinden van de juiste profielen voor de bestaffing van het zorgcentrum in deze crisis een grote uitdaging is. Bovendien is het belangrijk dat al de medewerkers goed op de hoogte zijn van de (isolatie)maatregelen die noodzakelijk zijn bij de zorg aan besmette patiënten. Opleiding is hiervoor essentieel.  Bijvoorbeeld samen met het lokale ziekenhuis kan een opleiding worden opgezet.
 

Waar moet een schakelzorgcentrum zich vestigingen?

De locatie van het schakelzorgcentrum moet centraal gesitueerd zijn. Er is nood aan een goede logistieke verbinding (centraal en van en naar het ziekenhuis en andere diensten). De voorlopige zorgraad kan de betrokken worden om suggesties te formuleren aan de lokale besturen over de inplantingsplaats van het schakelzorgcentrum.

In welk schakelzorgcentrum moet de patiënt worden opgenomen?

Omwille van de continuïteit van zorg moet de patiënt worden opgenomen in het schakelzorgcenrum dat zich zo dicht mogelijk bij de woonplaats ligt.  

Aan welke criteria moeten de gebouwen voldoen?

Het gebouw moet minimaal aan de volgende criteria beantwoorden: 
•    aparte kamers; 
•    douchemogelijkheid; 
•    sanitaire voorzieningen; 
•    afzondering met het oog op privacy van de patiënten (bijvoorbeeld consultatieruimte); 
•    brandveiligheid; 
•    voldoende verwarming; 
•    oproepsysteem voor elke patiënt, bijvoorbeeld een intern oproepsysteem;  
•    keuken; 
•    infrastructuur voor maaltijdbedeling; 
•    gescheiden afvalverwerking: medisch (besmettelijk) vs. niet-medisch ;
•    voldoende ruime gangen en lift groot genoeg indien meerdere verdiepingen. 
 
 
De volgende criteria zijn wenselijk voor het gebouw: 
•    ziekenhuisbedden (*) – een hotelbed is niet altijd geschikt voor medische zorgen; 
•    zuurstofvoorziening 
•    lokaal voor teamoverleg; 
•    rolstoeltoegankelijkheid; 
•    parkeermogelijkheid; 
•    leveringen materiaal; 
•    relatief korte reistijd naar een ziekenhuis en triageplaats; 
•    onthaal; 
•    afsluitbare toegang; 
•    internetaansluiting en telefonie. 
 
(*) Dit criterium voor infrastructuur kan besproken worden met de thuiszorgwinkels. 
De voorraad ziekenhuisbedden die kunnen ingezet worden in de schakelzorgcentra, is echter beperkt. Hier moet op lokaal niveau de afweging gemaakt worden waar deze essentieel ingezet moeten worden. 
 

Hoe worden de schakelzorgcentra gefinancierd?

Voor elk schakelzorgcentrum wordt een penvoerende organisatie aangeduid.  Deze organisatie is verantwoordelijk voor het financieel beheer van het schakelzorgcentrum. 

De Vlaamse en federale Regering zullen samen een financieringsmodel uitwerken voor de schakelzorgcentra en dit voorleggen aan de bevoegde diensten. De concrete modaliteiten zullen zo snel als mogelijk gecommuniceerd worden. Er wordt onderzocht of het mogelijk is om de schakelzorgcentra een dagvergoeding te betalen per bed, voor de hotelkost, de coördinatie en de administratie. De zorgactoren die ingeschakeld worden, zullen zoveel als mogelijk vanuit de bestaande regelingen gefinancierd worden (bijvoorbeeld: huisartsen en thuisverpleegkundigen door het RIZIV, verzorgenden van de diensten voor gezinszorg en maatschappelijk werkers van de diensten maatschappelijk werk van het ziekenfonds door Zorg en Gezondheid). 
 
Voor de patiënten wordt onderzocht of de derdebetalersregeling van toepassing kan zijn, zodat ze zelf geen eigen bijdrage (remgeld) moeten betalen voor de opname in een schakelzorgcentrum. Dat is hetzelfde principe als wat nu bijvoorbeeld al toegepast wordt bij de triagepunten die opgericht werden in het kader van COVID-19. 
 
Slechts één correct aangemeld schakelzorgcentrum per 2 à 3 eerstelijnszones komt in aanmerking voor financiering.  Als er meerdere initiatieven zijn, bepaalt de gouverneur welk schakelzorgcentrum aangemeld wordt.