FAQ COVID-19 voor zorgprofessionelen

Geen antwoord op je vraag?

Vind je hieronder geen passend antwoord op je vraag? Bezorg ze ons via dit formulier.

RESIDENTIËLE OUDERENZORG
WOONZORGCENTRA

Vindt u geen antwoord op uw vraag? Mail naar ouderenzorg@vlaanderen.be of bel ons op het nummer 02 553 35 79 (op werkdagen van 9u tot 12u en 13u tot 16u). 

Hoe gaan woonzorgcentra om met bewoners met corona?

Oudere mensen en mensen met onderliggende aandoeningen van hart, longen, nieren of met minder weerstand zijn een risicogroep voor het nieuwe coronavirus. Daarom gelden in de zorgvoorzieningen tijdelijk specifieke maatregelen. U vindt deze maatregelen hier.

Mogen bewoners door familie weggehaald worden uit het woonzorgcentrum en welke gevolgen heeft dit?

De familie kan een bewoner uit een woonzorgcentrum halen en hen thuis opnemen. De opnameovereenkomst wordt hierdoor niet verbroken en de dagprijs mag verder worden aangerekend onder de regels die gelden bij afwezigheid van de bewoner. Als de familie een bewoner terug wil laten opnemen in het woonzorgcentrum, dan kan dit, na overleg met de arts, maar de bewoner wordt 14 dagen in quarantaine geplaatst. We raden de familie aan om in dat geval een beroep te doen op thuiszorgdiensten indien nodig.

Kan een bewoner nog naar een begrafenis gaan?

Begrafenissen en crematies in intieme kring zijn toegelaten, met respect voor de sociale afstand. Een bewoner van een woonzorgcentrum kan nog naar een begrafenis gaan. Bewoners die op eigen initiatief of op vraag van verwanten het woonzorgcentrum verlaten blijven bij terugkeer gedurende 14 dagen op de kamer.

Mag een bewoner het woonzorgcentrum nog verlaten voor een wandeling?

Dit wordt sterk ontraden. Het kan immers nooit met zekerheid worden uitgesloten dat de bewoner in contact is gekomen met het virus, maar het kan niet verboden worden door de directie. Bewoners die op eigen initiatief of op vraag van verwanten het woonzorgcentrum verlaten zonder begeleiding van een professional, interne medewerker of geregistreerde vrijwilliger van het woonzorgcentrum die de maatregelen van “social distancing” bewaakt, blijven daarom bij terugkeer 14 dagen op de kamer. Bij begeleiding door een professional, interne medewerker of geregistreerde vrijwilliger van het woonzorgcentrum zijn geen bijkomende maatregelen nodig, maar kan de bewoner enkel in een één-op-één relatie het woonzorgcentrum verlaten en moeten de regels voor “social distancing” streng bewaakt worden.

Wat wordt bedoeld met geregistreerde mantelzorgers en vrijwilligers?

We bedoelen hiermee mensen die instaan voor essentiële zorgtaken. Essentiële zorgtaken zijn hulptaken bij activiteiten van het dagelijks leven die uitgevoerd worden bij meerdere bewoners. De directie kan beslissen hoeveel geregistreerde vrijwilligers en mantelzorgers er nodig zijn voor het uitvoeren van de essentiële zorgtaken. Deze mantelzorgers en vrijwilligers moeten ook de nodige voorzorgsmaatregelen nemen. Beperkte beschikbaarheid van verzorgingsmateriaal is een geldige reden om het aantal mantelzorgers te beperken. Bij voorkeur worden vrijwilligers weerhouden die essentiële zorgtaken uitvoeren voor meerdere personen.

Een bewoner verblijft in een assistentiewoning (GAW) en de partner verblijft in het WZC. Welk bezoek is er mogelijk?

Het is belangrijk om te kijken welke regels de GAW volgt.

  • Als de GAW de regels van een WZC volgt, dan kan de bewoner uit de GAW bezoek brengen aan de partner in het WZC.
  • Als de GAW de algemene regels volgt die van toepassing zijn op alle burgers, dan kan de directeur van het woonzorgcentrum hierover beslissen.

Raadpleeg de concrete regels voor een GAW en een WZC.

Wat zijn de mogelijkheden voor een vertrouwenspersoon?

Een vertrouwenspersoon kan toegang krijgen tot een woonzorgcentrum als de directeur van het woonzorgcentrum beslist dat deze persoon een uitzondering kan krijgen. Het is belangrijk dat de bewoners in het kader van een negatieve wilsbeslissing of euthanasieprocedure toegang behouden tot hun vertrouwenspersonen.

Voor palliatieve bewoners kan bezoek steeds toegestaan worden.

Als een bewoner dementie heeft, kan die dan nog bezoek krijgen?

De directies wordt aangeraden om te kijken om bezoek mogelijk te maken bij bewoners met dementie. Hier spelen de mantelzorgers van deze bewoners een belangrijke rol, zelfs in tijden van pandemieën.

Welke maatregelen moeten genomen worden over dagverzorgingscentra en speciale diensten die gekoppeld zijn aan een WZC?

Voor speciale diensten gelden dezelfde regels rond groepen van assistentiewoningen. U kan deze hier raadplegen.

De maatregelen voor centra voor dagverzorging vindt u hier.

Wat moeten wij doen met een centrum voor autonome dagopvang (= Cado)?
Wat met nieuwe opnames in een woonzorgcentrum in de komende dagen?

Er geldt een opnamestop voor nieuwe bewoners die thuis wonen.

Opname is enkel mogelijk binnen de erkende capaciteit van het woonzorgcentrum voor:

  • gebruikers van de op 14 maart 2020 gesloten centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang waarvoor de hulpverlening door de diensten voor gezinszorg of de palliatieve netwerken en -samenwerkingsverbanden ontoereikend zijn;
  • ouderen die uit het (revalidatie)ziekenhuis ontslagen worden en waarvoor een (directe) terugkeer, tijdelijk of blijvend, naar de thuissituatie niet aangewezen is;
  • nieuwe bewoners die van thuis komen en die al een schriftelijke opnameovereenkomst hadden getekend vóór 13 maart 2020;
  • ouderen die van thuis komen en die geconfronteerd worden met een acute noodsituatie, bijvoorbeeld partnergeweld, het wegvallen van een mantelzorger wegens ziekte, overlijden van een partner én waarvoor geen directe andere oplossing is. Deze gebruikers kunnen, na advies van de huisarts, de CRA én een bijkomende professional (bijvoorbeeld thuisverpleging, thuiszorg, …), in het woonzorgcentrum worden opgenomen met een overeenkomst van bepaalde duur. Indien gekend, wordt aan de voorziening meegedeeld dat deze persoon (vermoedelijk) COVID-19 besmet is. Niet-(mogelijke) COVID-19 gebruikers verblijven, na opname, 14 dagen in de eigen kamer (geen contactdruppelisolatie). Bij opname van een (mogelijke) COVID-19 gebruiker: opname met 14 dagen contactdruppelisolatie te tellen vanaf de start van de symptomen én tot en met het verdwijnen van de symptomen van COVID-19, vastgesteld door de huisarts of CRA. De voorziening raadpleegt de huisarts of CRA voor verdere instructies en werkt tijdens het tijdelijke verblijf, indien nodig, mee aan een permanente oplossing;
  • bewoners die in een ander woonzorgcentrum verblijven;
  • bewoners die in een centrum voor kortverblijf verblijven, al dan niet verbonden aan het woonzorgcentrum;
  • bewoners die in aangemelde en erkende groepen van assistentiewoningen en erkende serviceflatgebouwen verblijven;
  • bewoners die in aangemelde en erkende centra voor herstelverblijf verblijven;
  • bewoners die in een schakelzorgcentrum verblijven;
  • mantelzorgers in de mantelzorgkamers die aangemeld zijn bij Zorg en Gezondheid;
  • ouderen die uit een voorziening geestelijke gezondheidszorg ontslagen worden en waarvoor een (directe) terugkeer, tijdelijk of blijvend, naar de thuissituatie niet aangewezen is;
  • ouderen die uit een centrum voor residentiële revalidatie ontslagen worden en waarvoor een (directe) terugkeer, tijdelijk of blijvend, naar de thuissituatie niet aangewezen is.

Een woonzorgcentrum kan tijdelijk en heel beperkt bovenop/buiten de erkende capaciteit bewoners opnemen. U kan de specifieke regels daarvoor hier terugvinden.

Wat wordt verstaan onder cohort-zorg?

Cohort-zorg houdt in dat (mogelijk) besmette bewoners worden gescheiden van de niet (mogelijk) besmette bewoners door ze apart te verzorgen. Het zorgpersoneel wordt daarbij niet uitgewisseld tussen (mogelijk) besmette en niet-besmette bewoners. Een vaste groep zorgpersoneel verzorgt daarbij de (mogelijk) besmette bewoners.

De maatregelen omtrent cohorte-zorg vindt u hier in punt 9.

Kan een CRA vragen aan huisartsen om niet meer op maandelijkse controle te komen?

Wij raden aan om deze bezoeken te laten plaatsvinden, mits de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen worden genomen. Het is niet de bedoeling dat de CRA de rol van de huisartsen overneemt. De lokale huisartsen en de CRA’s kunnen, in onderlinge overeenstemming en met toestemming van de bewoners, hierover onderlinge afspraken maken die van dit principe kunnen afwijken. De directie of de bezoekende huisartsen of de huisartsenkringen kunnen de CRA nooit verplichten om de rol van plaatsvervanger op te nemen. De CRA zal wel aan de huisartsen vragen om de niet-dringende bezoeken uit te stellen.

Op welke manier kan een woonzorgcentrum extra ondersteuning vragen bij de uitval van personeel?

Bij de uitval van te veel personeelsleden kan de continuïteit van de dienstverlening in het gedrang komen. Een aantal mogelijk maatregelen vindt u hier terug onder punt 16.

Zorgvoorzieningen kunnen vrijwilligers of extra werkkrachten uit een medische en niet-medische reserve contacten via het platform Help de Helpers.

Ook het Rode Kruis-Vlaanderen zet vrijwilligers in woonzorgcentra in via het project crisisvrijwilligers. Contact: socialehulpverlening@rodekruis.be.

Woonzorgcentra die in een precaire situatie zitten kunnen een crisismanager aanstellen en daarvoor een subsidie krijgen. Meer informatie vindt u hier.

Wat moet er gebeuren met de persoonlijke was van de bewoners waarvan de familie de was doet?

De was van de bewoner kan nog steeds door de familie gedaan worden. Hier moeten duidelijke afspraken gemaakt worden met het woonzorgcentrum. Het woonzorgcentrum moet een systeem opzetten waardoor de familieleden de was kunnen ophalen. Dat kan bv. door een ruimte te voorzien waarin de vuile was per bewoner in een tas staat. De familie kan daar dan de vuile was komen ophalen en propere was klaarzetten.

Wanneer het woonzorgcentrum beslist de was tijdelijk niet meer te laten doen door de mantelzorger, mag het woonzorgcentrum hiervoor geen extra kost aanrekenen.

Het ophalen en brengen van was kan beschouwd worden als een 'verplaatsing om mensen in nood te helpen'.

Hoe moeten we omgaan met familie die boodschappen wil voor bewoners, of tekeningen, brieven cadeaus,… willen afgeven?

Er moet een mogelijkheid voorzien worden om boodschappen, tekeningen, brieven, …. voor de bewoners af te geven aan de ingang van het woonzorgcentrum. Handhygiëne is belangrijk bij de manipulatie van die boodschappen. De overhandiging aan de bewoners zelf zal gebeuren door de medewerkers.

Het coronavirus kan soms worden teruggevonden op oppervlakken. Het is niet geweten of dit een rol kan spelen in de overdracht van de ziekte. In elk geval is deze route van transmissie veel minder belangrijk dan de transmissie via droplets (druppels groter dan 5 micrometer). Omdat het niet zeker is dat deze preventieve voorzorgsmaatregel zinvol is, kunnen de door niet-(mogelijke) COVID-19 personen bezorgde goederen (zak met schone was, cadeaus, …), zonder 24 uurs quarantaine overhandigd worden aan de bewoner.

Komen er financiële maatregelen ter compensatie van de afgekondigde maatregelen?

De overheid heeft maatregelen uitgewerkt voor de ouderenvoorzieningen met betrekking tot financiering. U kan deze maatregelen hier terugvinden.

Welke maatregelen zijn van kracht rond het maaltijdgebeuren in een woonzorgcentrum?

Men mag nog steeds gemeenschappelijk eten, met naleving van de algemene beschermende maatregelen en een afstand van minimum 1,5 meter. Ter voorkoming van sociale deprivatie kunnen woonzorgcentra de deelname aan het gemeenschappelijke maaltijdgebeuren stimuleren.

Kunnen de bewoners nog gebruik maken van een afgesloten tuin of terras?

Gebruik van een eigen afgesloten tuin of terras blijft mogelijk met respect voor de basishygiëne en de afstand van minimum 1,5 meter.

Wanneer overtredingen worden vastgesteld, dan moet de directie de gemeenschappelijke tuin of het terras (op bepaalde momenten) afsluiten.

Is een verlengd verblijf in een CVK mogelijk?

Op dit moment is dit al mogelijk. Om over de termijnen te gaan, moet er een multidisciplinair overleg plaatsvinden tussen hoofdverpleger, CRA, behandelende arts, etc. Zij moeten aangeven dat de bewoner nog een zorgvraag heeft waaraan het centrum voor kortverblijf kan tegemoet komen.

Mogen we over de erkenning van onze bedden kortverblijf gaan om aan plaatsingsvraag van ziekenhuizen te voorzien?

Op dit moment mag er niet over de erkende capaciteit worden gegaan.

Hoe kan ik zelf mondmaskers maken?

Je vindt de instructies op https://maakjemondmasker.be.

Zijn in een woonzorgcentrum zelfgemaakte mondmaskers toegelaten?

Zelfgemaakte stoffen maskers zijn geen medische maskers en zijn inferieur aan chirurgische maskers en kunnen niet gedragen worden door zorgpersoneel. In het kader van een tekort aan chirurgische maskers kunnen zij wel gebruikt worden, onder meer in zorginstellingen door het niet zorg-personeel dat geen contact heeft met bewoners (bv. administratief personeel, technisch personeel, personeel van het laboratorium, personeel van de onthaalbalie dat geen rechtstreeks contact heeft met patiënten, enz.).

Wanneer moet men mondmaskers gebruiken in het woonzorgcentrum?

Hieronder vindt u een overzicht van situaties waarbij een chirurgisch mondneusmasker gedragen moet worden:

  • alle interne en externe medewerkers zoals: zorgverleners, kinesisten, kappers en andere contactberoepen (bijvoorbeeld podoloog);
  • bewoners dragen een chirurgisch mondneusmasker bij behandeling door kinesist, kapper of een ander contactberoep;
  • alle geregistreerde vrijwilligers en bezoeker;
  • de (mogelijke) COVID-19 bewoner draagt overdag een chirurgisch mondneusmasker, tenzij dit niet mogelijk of aangewezen is voor de bewoner (bijvoorbeeld bewoner met dementie).
Welk beschermingsmateriaal moet in welke situatie gedragen worden?

Hier op onze website vindt u 2 schema’s die samenvatten welk beschermingsmateriaal in welke situaties gedragen moet worden.

Mag een woonzorgcentrum een algemene opnamestop toepassen?

Wij vragen uitdrukkelijk om tegemoet te komen aan de vraag van ziekenhuizen om mensen op te nemen. Er is voor woonzorgcentra momenteel enkel een algemene opnamestop voor nieuwe bewoners die thuis wonen die niet geconfronteerd worden met een acute noodsituatie, bijvoorbeeld partnergeweld, het wegvallen van een mantelzorger wegens ziekte, overlijden van een partner én waarvoor een andere oplossing is.

Opname van nieuwe niet-(mogelijke) COVID-19 en (mogelijke) COVID-19 ouderen uit het ziekenhuis kan door de directie en de CRA van het woonzorgcentrum en in voorkomend geval door de via Zorg en Gezondheid gesubsidieerde crisismanager enkel in volgende gevallen geweigerd worden:

  • als de oudere niet tot de doelgroep van het woonzorgcentrum behoort;
  • als er geen opnamecapaciteit is: de bezetting binnen de erkende capaciteit, en - indien van toepassing - bovenop de erkende capaciteit, is maximaal;
  • als het woonzorgcentrum een tijdelijke opvangmogelijkheid in een andere gepaste zorgvoorziening vindt (bv. een centrum voor herstelverblijf) voor een nieuwe oudere die uit ziekenhuis ontslagen is, én mits akkoord van de oudere of zijn/haar vertegenwoordiger;
  • als het ziekenhuis in de onmogelijkheid is om de noodzakelijke beschermingsmiddelen voor 14 dagen onmiddellijk en tegelijkertijd met de transfer van de (mogelijke) COVID-19 oudere mee te geven indien het woonzorgcentrum zelf onvoldoende voorraad heeft.
Wat moet er gebeuren met de week van de valpreventie?

De week van de valpreventie werd intussen geannuleerd. Publieke evenementen in woonzorgcentra mogen niet doorgaan. Evenementen die over valpreventie zouden plaatsvinden, vallen hier dus ook onder.

Mag de kapper nog langskomen in het woonzorgcentrum?

Een kapper zal conform de corona-richtlijnen die gelden voor de privésfeer vanaf 18 mei 2020 opnieuw mogen langskomen.

  • De kapper werkt enkel op afspraak en werkt enkel één op één.
  • De nodige beschermingsmaatregelen volgens de richtlijnen van de Nationale Veiligheidsraad worden in acht genomen.
  • De kapper past steeds handhygiëne toe en draagt, zoals voor alle medewerkers van toepassing, steeds een chirurgisch mondneusmasker
  • De bewoner draagt een mondneusmasker, tenzij dit niet mogelijk of aangewezen is voor de bewoner (bijvoorbeeld bewoner met dementie).
  • Vóór en na de kappersbeurt wordt het materiaal ontsmet.
  • Na de kappersbeurt wordt de ruimte grondig verlucht.
  • Kappersbehandelingen van (mogelijke) COVID-19 bewoners kunnen niet plaatsvinden.
Mag een bewoner contact hebben met familie vanop een afgesloten terras of tuin?

Wanneer er een afgesloten tuin of terras is, kan de bewoner daar gebruik van maken. Contact met de familie mag maar de regels rond social distancing moeten worden toegepast.

Moet een bewoner 14 dagen op zijn kamer blijven wanneer deze na een dagbehandeling in het ziekenhuis eerst familie bezoekt?

Na dagbehandeling (bijvoorbeeld dialyse) of consultatie in het ziekenhuis van een niet-(mogelijke) COVID-19 bewoner én bij vervoer door professionelen, interne medewerkers of geregistreerde vrijwilligers (bv. ambulanciers, mindermobielencentrale (MMC)) zijn er geen bijkomende maatregelen nodig, op voorwaarde dat enkel niet-(mogelijke) COVID-19 bewoners tegelijkertijd worden vervoerd. Ambulanciers moeten de richtlijnen voor ambulanciers toepassen. Niet-(mogelijke) COVID-19 bewoners uit een woonzorgcentrum waar een uitbraak heerst, kunnen uit voorzorg een chirurgisch mondneusmasker dragen tijdens het transport, ook al vertonen ze zelf (nog) geen symptomen.

Als na een dagbehandeling eerst op familiebezoek gegaan wordt, dan moet de bewoner bij terugkeer gedurende 14 dagen op de kamer blijven (geen contactdruppelisolatie) omdat er geen zekerheid is dat de maatregelen correct zijn toegepast en omdat niet kan worden uitgesloten dat de bewoner niet in contact is gekomen met het virus.

Mogen bij personeelstekort andere personeelsgroepen (bv. kinderverzorgers) ingeroepen worden voor de werking van het WZC?

De wet op de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen blijft van toepassing. Bijgevolg blijft de zorg voorbehouden aan zorgkundigen en verpleegkundigen (diploma + visum als voorwaarde voor het uitoefenen van verzorgende taken).

Mogen bewoners in het woonzorgcentrum nog gebruik maken van gemeenschappelijke ruimtes?

Bewoner die niet-(mogelijks) besmet zijn, mogen gebruik maken van de gemeenschappelijke ruimtes voor bijvoorbeeld het maaltijdgebeuren of een activiteit. Hierbij moeten de beschermende maatregelen wel worden nageleefd (zoals minstens 1.5 meter afstand tussen twee bewoners). 

Via welk kanaal kunnen wij vrijwilligers contacteren?

Zorgvoorzieningen die op zoek naar vrijwilligers of extra werkkrachten in hun strijd tegen COVID-19 kunnen zich gratis registreren op het platform www.helpdehelpers.be. Vervolgens kunnen ze gericht op zoek gaan naar passende en beschikbare (medische of niet-medische) profielen in hun buurt.

Vlamingen die zorgvoorzieningen willen helpen in de strijd tegen het coronavirus kunnen zich eveneens registreren via Help de Helpers. Het platform zoekt vervolgens naar de beste passende matchen tussen de zorgvoorzieningen en de kandidaat-vrijwilligers.

De medische reservelijst van Zorg en Gezondheid (waarover de zorgvoorzieningen eerder een communicatie ontvingen) is ondertussen opgenomen in Help de Helpers en is niet meer beschikbaar via onze website.

Meer info over Help de Helpers en andere ondersteuningsinitiatieven vindt u hier op onze website.

Als een COVID-19 bewoner in het kader van cohortering van kamer verhuist, moet de opnameovereenkomst dan worden aangepast?

Gelet op de tijdelijkheid van de situatie in het kader van cohortzorg is een wijziging van de schriftelijke opnameovereenkomst niet verplicht. Als de bewoner (of familie) hier toch op aandringt, kan eventueel met een kort addendum bij de overeenkomst gewerkt worden.

Kan een externe medewerker nog langskomen voor een specialistische behandeling van de voeten?

Een medische pedicure bij een bewoner van WZC is enkel nog toelaten door een podoloog, alleen voor noodzakelijke behandelingen (niet cosmetisch), enkel op afspraak en één op één. Dat geldt voor alle bewoners.

Mag men de opname van een nieuwe bewoner uit het ziekenhuis laten afhangen van een negatieve COVID-19 screening?

Opname van nieuwe niet-(mogelijke) COVID-19 en (mogelijke) COVID-19 ouderen uit het ziekenhuis kan door de directie en de CRA van het woonzorgcentrum en in voorkomend geval door de via Zorg en Gezondheid gesubsidieerde crisismanager, enkel in volgende gevallen geweigerd worden:

  • als de oudere niet tot de doelgroep van het woonzorgcentrum behoort;
  • als er geen opnamecapaciteit is: de bezetting binnen de erkende capaciteit, en - indien van toepassing - bovenop de erkende capaciteit, is maximaal;
  • als het woonzorgcentrum een tijdelijke opvangmogelijkheid in een andere gepaste zorgvoorziening vindt (bv. een centrum voor herstelverblijf) voor een nieuwe oudere die uit ziekenhuis ontslagen is, én mits akkoord van de oudere of zijn/haar vertegenwoordiger;
  • als het ziekenhuis in de onmogelijkheid is om de noodzakelijke beschermingsmiddelen voor 14 dagen onmiddellijk en tegelijkertijd met de transfer van de (mogelijke) COVID-19 oudere mee te geven indien het woonzorgcentrum zelf onvoldoende voorraad heeft.
Wat met afval van (mogelijke) COVID-19 bewoner?

De volgende afvalstoffen van de behandeling van (mogelijke) COVID-19 bewoners mogen - zonder een periode van 72 uren in afzondering - ingezameld, afgevoerd en verwerkt worden als niet-risicohoudende afvalstoffen (NRMA):

  •  niet-besmeurde PBM’s zoals handschoenen, maskers, schorten, spatbrillen;
  • voedselresten;
  • wegwerpgordijnen;
  • papier en karton, incl. kranten en tijdschriften van de bewoner;
  • allerlei verpakkingsmaterialen;
  • incontinentiemateriaal;
  • lege urinezakken, inhoud ledigen en afvoeren via de riolering.

De volgende afvalstoffen van de behandeling van (mogelijke) COVID-19 bewoners moeten - na een periode van 72 uren in afzondering - in de recipiënten voor afvoer, ingezameld, afgevoerd en verwerkt worden als niet-risicohoudende afvalstoffen (NRMA):

  • verzorgingsmateriaal zoals verbanden, tissues, onderleggers, … indien deze met kleine hoeveelheden geabsorbeerde lichaamsvochten, bloed of derivaten vervuild zouden zijn; 
  • wegwerplinnen, ook indien deze met kleine hoeveelheden geabsorbeerde lichaamsvochten, bloed of derivaten vervuild zouden zijn.

Zie ook:

Waar kan ik informatie vinden over het verloop van de testen COVID-19 in de woonzorgcentra?

Raadpleeg hier alle informatie betreffende de verdeling van de testen, de afname ervan en wat te doen wanneer de testresultaten zijn ontvangen.

Welke maatregelen gelden voor een (her)opname na een ziekenhuisverblijf?

Volgende maatregelen zijn van toepassing in geval van een (her)opname na een ziekenhuisverblijf:

  • altijd telefonisch contact tussen de behandelende arts van het ziekenhuis én de huisarts of CRA;
  • niet-(mogelijke) COVID-19 bewoner: opname zonder bijkomende maatregelen;
  • (mogelijke) COVID-19 bewoner: opname met 14 dagen druppel-contact isolatie te tellen vanaf de start van de symptomen én tot het verdwijnen van de symptomen van COVID-19, vastgesteld door de huisarts of CRA;
  • in geval van tweepersoonskamer: bij (her)opname op een tweepersoonskamer worden (mogelijke) COVID-19 bewoners die nog in isolatie zijn en niet-COVID-19 bewoners, niet samen op één kamer ondergebracht.
Zullen er sancties zijn bij een eventueel tekort aan zorgpersoneel?

Het is mogelijk dat wegens de moeilijkheden om personeel aan te werven en de uitval van personeel er een tekort ontstaat op de personeelsnorm in het kader van de financiering. Als gevolg van dit tekort wordt in normale omstandigheden een sanctie toegepast op de toekomstige basistegemoetkoming. Door de prestaties van interimzorgkundigen en reactiveringspersoneel mee op te nemen bij de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg, zal in een aantal voorzieningen een sanctie vermeden kunnen worden. In een aantal andere voorzieningen zal er echter nog steeds een personeelstekort zijn. Daarom zal er voor het facturatiejaar 2021 geen sanctie worden toegepast omwille van personeelstekort op de financieringsnorm. Dit geldt voor alle groepen van zorgpersoneel.

Hoe is de vergoeding geregeld voor de inzet van thuisverpleegkundigen in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf?

U mag/kan tijdens de COVID-19-periode thuisverpleegkundigen inschakelen in het woonzorgcentrum.

De uren die thuisverpleegkundigen presteren in het woonzorgcentrum kunnen niet tellen voor de RIZIV-nomenclatuur. De Vlaamse overheid voorziet echter een specifieke vergoeding van 47,25 euro per uur voor het inzetten van thuisverpleegkundigen tijdens de COVID-19-periode.

Meer informatie kan u hier terugvinden onder punt “3.2. Personeelsinzet – Interim-, thuis- en ziekenhuisverpleegkundigen in de bijlage bij de brief “COVID-19 maatregelen woonzorgcentra, centra voor kortverblijf, centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang met effect op bezetting en financiering“ van 30 april 2020.

Is er voor interimverpleegkundige tijdens de COVID-19-periode de keuze tussen een vergoeding of registratie in Raas?

Tijdens de COVID-19-periode heeft u voor interimverpleegkundige de keuze:

  1. Ofwel registreert u de gegevens en prestaties in de Raas-webtoepassing en tellen deze mee voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg 2021.
  2. Ofwel registreert u de gegevens en prestaties in het e-loket en ontvangt u een vergoeding van 47,25 euro/uur.

Dubbele financiering is uiteraard uitgesloten. Een interimverpleegkundige waarvoor u de prestaties registreert via het e-loket kan u uiteraard niet ook nog eens in de Raas-webtoepassing registreren.

Omgekeerd, kan u voor een interimverpleegkundige waarvoor u de prestaties registreert in Raas, deze prestaties niet opgeven in kader van de vergoeding van 47,25 euro/uur.

Mogen interim-werkkrachten tijdelijk in RaaS geregistreerd worden via student-overeenkomst i.p.v. interim?

U kan tijdens de COVID-19-periode uitzonderlijk interimzorgkundigen en interimreactiveringspersoneel inzetten en doorgeven in de Raas-webtoepassing voor financiering. Het gaat hier over interimpersoneel dat wordt ingezet naar aanleiding van COVID-19. Het gaat dus niet om de interimzorgkundigen of interimreactiveringspersoneel die al voor 13 maart 2020 aan de slag waren in uw voorziening. Een registratie naar aanleiding van COVID-19 is dus ten vroegste mogelijk vanaf 13 maart 2020.

Merk op dat opdat deze prestaties zouden meegenomen worden bij de berekening, u het interimcontract van de zorgkundige of reactiveringspersoneel uitzonderlijk als een contracttype “student – arbeidsovereenkomst” dient te registreren in de RaaS-webtoepassing.

U kan deze informatie ook hier terugvinden onder punten “3.3 Interimreactiveringspersoneel” & “3.4. Personeelsinzet – Interimzorgkundigen” van de bijlage bij de brief “COVID-19 maatregelen woonzorgcentra, centra voor kortverblijf, centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang met effect op bezetting en financiering“ van 30 april 2020.

Kan ik een student die een zorgopleiding volgt als zorgpersoneel tewerkstellen?

Om een gezondheidszorgberoep te mogen uitoefenen, moet een personeelslid altijd over een visum beschikken. Voor sommige zorgberoepen is bovendien een erkenning of registratie vereist. Alleen taken die niet tot de uitoefening van een gezondheidszorgberoep behoren, mogen dus door andere personeelsleden worden uitgevoerd, indien dat arbeidsrechtelijk mogelijk is.

Studenten verpleegkunde kunnen na het succesvol afronden van hun eerste jaar een aanvraag doen om geregistreerd te worden als zorgkundige. Zij moeten deze aanvraag doen via het Vlaams e-loket zorgberoepen. Door een samenwerking met de FOD Volksgezondheid krijgen zij samen met het bewijs dat zij geregistreerd zijn als zorgkundige ook automatisch hun visum als zorgkundige toegestuurd. Voor meer informatie over de mogelijkheden om geregistreerd te worden als zorgkundige kan je op www.zorg-en-gezondheid.be/zorgkundigen nog meer informatie vinden.

Let wel, een zorgkundige moet altijd onder toezicht van een verpleegkundige werken. Bovendien zijn de zorgkundige handelingen die men mag stellen wettelijk veel beperkter dan wat men eventueel als student verpleegkunde al geleerd heeft.

Wat houdt financiële compensatie voor leegstand in woonzorgcentra/centra voor kortverblijf in en welke types zijn er?

Er wordt een financiële compensatie voorzien voor leegstand ten gevolge van COVID-19 of de daarbij behorende maatregelen in de woonzorgcentra en centra voor kortverblijf. Het betreft hier leegstand die ontstaan is sinds 13 maart 2020.

Tijdens de COVID-19-periode wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  • leegstandsdagen omwille van overlijden of beëindiging van de schriftelijke opnameovereenkomst;
  • en leegstandsdagen omwille van tijdelijke afwezigheid.

In beide gevallen is er een compensatie voor het niet kunnen factureren van de basistegemoetkoming voor zorg aan de zorgkassen.

Voor leegstandsdagen omwille van overlijden of beëindiging van de schriftelijke opnameovereenkomst ontvangt de voorziening ook een compensatie voor de dagprijs.

Een leegstandsdag kan worden geteld vanaf de dag na/volgend op de tijdelijke afwezigheid /het overlijden/einde overeenkomt. Bovendien kan deze maar worden geteld tot de dag voorafgaand aan de dag van opname van een nieuwe bewoner. Zie ook “Hoe moeten de leegstandsdagen in woonzorgcentrum en centrum voor kortverblijf worden berekend.

Voor verdere informatie verwijzen we naar hier met punt “1. Compenserende financiering omwille van leegstand ten gevolge van COVID-19” van de bijlage bij de brief “COVID-19 maatregelen woonzorgcentra, centra voor kortverblijf, centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang met effect op bezetting en financiering“ van 30 april 2020.

Leegstand: Vanaf wanneer telt een leegstandsdag en tot wanneer kan ik deze in rekening brengen?

U kan volgende leegstanden meetellen:

  • Leegstand ten gevolge van overlijden of einde opnameovereenkomst
    • alle leegstand ten gevolge van overlijdens vanaf 13 maart 2020;
    • alle leegstand ten gevolge van het einde van een opnameovereenkomst waarvan het einde valt na 12 maart 2020.
  • Leegstand ten gevolge van tijdelijke afwezigheid:
    • alle nieuwe tijdelijke afwezigheden vanaf 13 maart 2020;
    • alle bewoners die op 13 maart 2020 al tijdelijk afwezig waren maar men kan de dagen van leegstand pas beginnen tellen vanaf 13 maart 2020.


Overlijden & beëindiging schriftelijke opnameovereenkomst
Een leegstandsdag kan worden geteld vanaf de dag na/volgend op overlijden/beëindiging schriftelijke opnameovereenkomst tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop een nieuwe bewoner wordt opgenomen in het woonzorgcentrum ongeacht in welke kamer dit gebeurt.

Tijdelijke afwezigheid
Een leegstandsdag kan worden geteld vanaf de dag na/volgend op de tijdelijke afwezigheid tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de bewoner terugkeert uit tijdelijke afwezigheid.

Voorbeeld
U kan hier een voorbeeld consulteren.

Voor verdere informatie verwijzen we naar punt “1. Compenserende financiering omwille van leegstand ten gevolge van COVID-19” van de bijlage bij de brief “COVID-19 maatregelen woonzorgcentra, centra voor kortverblijf, centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang met effect op bezetting en financiering“ van 30 april 2020.

Voor een uitgebreid voorbeeld met toelichting verwijzen we u graag naar de vraag “Leegstand: Hoe moeten de leegstandsdagen in woonzorgcentrum en centrum voor kortverblijf worden berekend?

 

Hoe moeten de leegstandsdagen in woonzorgcentrum en centrum voor kortverblijf worden berekend?

Vuistregels

  • U moet de leegstandsdagen opdelen in:
    • leegstandsdagen omwille van overlijden of beëindiging van de schriftelijke opnameovereenkomst;
    • en leegstandsdagen omwille van tijdelijke afwezigheid.
  • U kan volgende leegstanden meetellen:
    • Leegstand ten gevolge van overlijden of einde opnameovereenkomst
      • alle leegstand ten gevolge van overlijdens vanaf 13 maart 2020;
      • alle leegstand ten gevolge het einde van een opnameovereenkomst waarvan het einde aanvang nam op 13 maart 2020.
    • Leegstand ten gevolge van tijdelijke afwezigheid:
      • alle nieuwe tijdelijke afwezige personen met ingang vanaf 13 maart 2020;
      • alle bewoners die op 13 maart 2020 al tijdelijk afwezig waren maar men kan de dagen van leegstand pas beginnen tellen vanaf 13 maart 2020.
  • U kan een leegstandsdag pas tellen vanaf:
    • de dag volgend op de dag van overlijden of beëindiging van de schriftelijke opnameovereenkomst;
    • de dag volgend op de tijdelijke afwezigheid.
  • U kan een leegstandsdag maar tellen tot en met:
    • de dag voorafgaandelijk aan de dag dat een nieuwe bewoner in de voorziening wordt opgenomen (zie verder voor een voorbeeld);
    • de dag voorafgaandelijk aan de dag dat de tijdelijk afwezige bewoner terug in de voorziening aanwezig is.

Aanpak

We kunnen u twee methodieken suggereren om de leegstandsdagen te berekenen. U bent uiteraard vrij nog een andere methodiek toe te passen, mits het in acht nemen van bovenstaande vuistregels.

In dit document lichten we deze twee methodieken toe. We beperken ons in het voorbeeld over de periode van 13/3 tot 31/3. Het principe is echter hetzelfde als u dit wil toepassen tot 30 april.

Wat met leegstandsdagen m.b.t. nieuwe opnames met schriftelijke overeenkomst van vóór 13 maart met opnamedatum na 13 maart 2020?

Opnames van nieuwe bewoners waarvoor de schriftelijke overeenkomst voor 13 maart 2020 werd afgesloten met een opnamedatum na 13 maart 2020 moeten niet in mindering worden gebracht om het aantal leegstandsdagen te bepalen.

Leegstand: wat bij verbreking van de schriftelijke overeenkomst afgesloten vóór 13 maart met een opnamedatum ná 13 maart?

Let op: de “beëindiging van de schriftelijke opnameovereenkomst” waarbij de gebruiker al effectief werd opgenomen in de voorziening valt te onderscheiden van de “verbreking van de schriftelijke opnameovereenkomst” vóór de voorziene opname- of verblijfsdatum.

In het geval een schriftelijke opnameovereenkomst vóór 13 maart 2020 (vóór de opnamestop) werd afgesloten met een voorziene opname vanaf 13 maart 2020 maar de gebruiker ziet alsnog – voorafgaandelijk aan de opname - af van de opname spreken we van het verbreken van de schriftelijke opnameovereenkomst.

De dagen tussen de ingangsdatum van de overeenkomst en de datum van de voorziene opname kunnen niet worden geteld als leegstandsdagen omwille van “einde schriftelijke overeenkomst” (in dit geval “de verbreking van de schriftelijke overeenkomst voor effectieve opname”). U kan, indien dit zo is opgenomen in de overeenkomst, een verbrekingsvergoeding van maximaal zeven keer de verminderde dagprijs aan de bewoner aanrekenen, tenzij de kandidaat bewoner voorafgaand aan de effectieve opname in het woonzorgcentrum overleden is of er een medisch attest voorgelegd wordt waaruit blijkt dat de bewoner opgenomen is in het ziekenhuis voorafgaand aan de effectieve opname in het woonzorgcentrum. In die gevallen kan er geen verbrekingsvergoeding gevraagd worden.

Pas vanaf de datum van de voorziene opname (die uiteindelijk niet plaatsvindt) kunnen de leegstandsdagen worden geteld als leegstandsdagen omwille van einde schriftelijke overeenkomst en ontvangt u de compensatie voor de basistegemoetkoming voor zorg en dagprijs. Aan de bewoner kan vanaf dat moment geen dagprijs meer worden aangerekend.

Vanaf de dag dat een nieuwe bewoner wordt opgenomen in de voorziening (ook als die opname gebeurt in een andere woongelegenheid), komt een einde aan de betreffende leegstand en telt u deze niet meer mee.

Voorbeeld: opname-overeenkomst afgesloten op 10 maart voor opname op 20 maart 2020. Op 15 maart laat de bewoner weten dat hij niet wenst opgenomen te worden. Op 31 maart wordt er een andere bewoner opgenomen.

Enkel de dagen van 20 maart tot en met 30 maart zijn leegstandsdagen omwille van einde schriftelijke overeenkomst waarvoor uw voorzienig een compensatie voor zowel de basistegemoetkoming voor zorg als de dagprijs ontvangt. U kan voor deze periode geen dagprijs aan de bewoner aanrekenen.

Leegstand: Wij hebben vanaf 1 januari 2020 5 bijkomende RVT-bedden. Zal hiermee rekening worden gehouden bij de compensatie?

De compensatie voor de basistegemoetkoming voor zorg is gebaseerd op de geïndexeerde basistegemoetkoming voor zorg in uw woonzorgcentrum of een centrum voor kortverblijf, van toepassing op 1 maart 2020. Deze berekening houdt rekening met de 5 bijkomende erkenningen met ingang vanaf 1/1/2020.

In het geval u nog niet over een definitieve basistegemoetkoming voor zorg voor 2020 beschikt ten gevolge van de vertraging in het opname- en facturatieproces, dan zal een pro forma basistegemoetkoming voor zorg worden berekend o.b.v. de gegevens die zoals die in de Raas-webtoepassing zijn ingebracht op moment van de berekening.

Leegstand: geldt de compenserende financiering bij overlijden enkel voor overlijden door COVID-19 of voor alle overlijdens?

Dit geldt voor alle overlijdens tijdens de Covid-19periode, vanaf 13 maart 2020. De oorzaak van het overlijden zelf hoeft niet COVID-19-gerelateerd te zijn.

Leegstand ten gevolge van overlijdens voor 13 maart 2020 kunnen niet geteld worden als leegstandsdagen.

Leegstand: Een bewoner overleed kort voor 13 maart. Mag ik de leegstand ten gevolge van dit overlijden tellen als leegstandsdag?

Neen, de regelgeving voorziet in een compensatie voor leegstand ten gevolge van overlijdens vanaf 13 maart 2020. Overlijdens daterend voor 13 maart 2020 tellen bijgevolg niet mee voor de leegstandsdagen.

Een bewoner verbleef elders op 12 maart en overleed ook elders. Kan ik deze leegstandsdag overlijden meetellen?

Als een bewoner nog beschikte over een lopende schriftelijke opnameovereenkomst maar tijdelijk afwezig was en dus elders verbleef op 12 maart 2020 (bv. ziekenhuisopname) en deze bewoner komt gedurende de COVID-19-periode (elders, bv. ziekenhuis) te overlijden dan kan u hiervoor vanaf de dag volgend op de dag van het overlijden een “leegstandsdag voor overlijden/einde opnameovereenkomst” tellen.

Als de gebruiker tijdelijk afwezig was op 12 maart 2020 kan u de dagen van 13 maart 2020 tot en met de dag van het overlijden tellen als leegstandsdagen tijdelijke afwezigheid. U mag in dat geval voor deze dagen een verminderde dagprijs aanrekenen aan de gebruiker.

Voorbeeld

Een bewoner is sinds 10/3 in het ziekenhuis (vóór 13/3) en overlijdt op 18/3:

  • Vanaf de dag volgend op de tijdelijke afwezigheid of het overlijden/einde overeenkomst kan een leegstandsdag geteld worden en dit ten vroegste vanaf 13/3.
  • U kan van 13 tot en met 18/3 leegstand door tijdelijke afwezigheid tellen en vanaf 19/3 leegstand door overlijden
    • 13/3: Tijdelijk afwezig
    • 14/3: Tijdelijk afwezig
    • 15/3: Tijdelijk afwezig
    • 16/3: Tijdelijk afwezig
    • 17/3: Tijdelijk afwezig
    • 18/3: Tijdelijk afwezig
    • 19/3: Afwezig door overlijden

NB. Voor de periode van 13 maart tot en met 18 maart mag u voor deze dagen een verminderde dagprijs aanrekenen aan de bewoner. Vanaf 19 maart mag u geen dagprijs meer aanrekenen aan de familie of nabestaanden. Indien er toch een dagprijs werd aangerekend, moeten de betaalde bedragen terugbetaald worden.

Een bewoner lag op 12/3 in het ziekenhuis en was pas terug op 25/3. Tellen die dagen als leegstandsdagen tijdelijke afwezigheid?

U kan deze dagen als leegstandsdagen tijdelijke afwezigheid meetellen vanaf 13 maart 2020 tot en met 24 maart 2020. U ontvangt dan voor deze periode een tegemoetkoming voor het niet kunnen factureren van de basistegemoetkoming voor zorg.

Voor deze periode van tijdelijke afwezigheid kan u een verminderde dagprijs aanrekenen aan de bewoner.

Leegstand: Een bewoner verbleef sinds 20 maart in het ziekenhuis en overleed daar op 25 maart. Hoe tel ik deze leegstandsdagen?

Vanaf de dag volgend op de start van de tijdelijke afwezigheid of het overlijden/einde overeenkomst kan een leegstandsdag geteld worden.

  • U kan van 21 tot en met 25/3 leegstand door tijdelijke afwezigheid tellen en vanaf 26/3 leegstand door overlijden
    • 21/3: Tijdelijk afwezig
    • 22/3: Tijdelijk afwezig
    • 23/3: Tijdelijk afwezig
    • 24/3: Tijdelijk afwezig
    • 25/3: Tijdelijk afwezig
    • 26/3: Afwezig door overlijden

NB. Voor de periode van 21 maart tot en met 25 maart mag u voor deze dagen een verminderde dagprijs aanrekenen aan de bewoner. Vanaf 26 maart mag u geen dagprijs meer aanrekenen aan de familie of nabestaanden. Indien er toch een dagprijs werd aangerekend, moeten de betaalde bedragen terugbetaald worden.

Mag er tijdens de COVID-19 periode na overlijden nog een dagprijs aangerekend worden?

Neen, tijdens de COVID-19-periode mag u vanaf de dag na overlijden van een bewoner geen dagprijs aanrekenen aan de familie of de nabestaanden.

U ontvangt immers vanaf de dag na overlijden een compensatie voor de gederfde dagprijsinkomsten. Anders dan in normale tijden mag er dus na overlijden geen verminderde dagprijs worden aangerekend gedurende de termijn waarover de nabestaande beschikken om de kamer te ontruimen. Indien er sinds 13 maart 2020 na overlijden van een bewoner een dagprijs aan de familie of nabestaanden werd aangerekend, moeten de betaalde bedragen terugbetaald worden.

Mag er tijdens COVID-19 n.a.v. beëindiging van de schriftelijke opnameovereenkomst een opzegvergoeding aangerekend worden?

Bij het beëindigen van de schriftelijke opnameovereenkomst, bedraagt de opzegtermijn 30 dagen vanaf de dag die volgt op de dag van de opzegging.

Als de bewoner tijdens de opzegtermijn nog in de woongelegenheid verblijft, is er uiteraard geen leegstand en wordt de dagprijs door de bewoner betaald en factureert u de tegemoetkoming voor zorg.

Vanaf de dag volgend op de dag waarop de bewoner tijdens de opzegtermijn definitief de bewoning stopzet, tellen de leegstandsdagen als leegstand ten gevolge van beëindiging schriftelijke opnameovereenkomst. Vanaf die dag kan u geen dagprijs noch opzegvergoeding meer aanrekenen aan de bewoner. Indien er sinds 13 maart 2020 toch een aanrekening gebeurde aan de familie of nabestaanden werd aangerekend, moeten de betaalde bedragen terugbetaald worden.

GROEPEN VAN ASSISTENTIEWONINGEN
Waar kan ik de meest recente richtlijnen vinden ivm GAW?

De concrete richtlijnen voor een GAW kan u hier raadplegen.

Mogen bewoners van een GAW nog samen eten?

Nee, dit valt onder het ‘samenscholingsverbod’.

Binnen de erkende GAW’s zijn er 2 mogelijkheden:

  1. ls de groep van assistentiewoningen of het serviceflatgebouw binnen het gebouw van een andere voorziening, waaronder een woonzorgcentrum, is gelegen en over een gezamenlijke ingang beschikt, gelden dezelfde maatregelen als voor de woonzorgcentra.

    Als de groep assistentiewoningen of het serviceflatgebouw binnen het gebouw van een andere voorziening is gelegen én beschikt over een aparte ingang, maar niet volledig fysiek kan worden afgesloten van de andere voorziening, door deuren die op slot kunnen, dan gelden dezelfde maatregelen als voor de woonzorgcentra.

    Deze assistentiewoning volgen dezelfde maatregelen als de woonzorgcentra. Dit wil zeggen dat niet- (mogelijk) Covid-19 bewoners samen kunnen eten. Bij (mogelijke) Covid-19 bewoners of medewerkers gelden dezelfde maatregelen als binnen de woonzorgcentra.
     
  2. In alle andere situaties, gelden voor de bewoners van groepen van assistentiewoningen en serviceflatgebouwen de maatregelen die van toepassing zijn voor alle burgers. Deze bewoners volgen dezelfde Corona-maatregelen als in de privésfeer. Bewoners moeten dus in hun flat (thuis) blijven en mogen niet samen eten, dit valt onder het samenscholingsverbod.
Mag de kapper nog langskomen in de GAW?

Een kapper zal conform de corona-richtlijnen die gelden voor de privésfeer vanaf 18 mei 2020 opnieuw mogen langskomen.

Indien nodig kan de thuisverpleegkundige, de verzorgende van de dienst voor gezinszorg of de mantelzorger de bewoner bijstaan bij de verzorging van de haren/het kapsel.

Zal de overheid de bewoners en woonassistenten van een GAW mondmaskers bezorgen?

De verschillende overheden in dit land hebben de voorbije weken bestellingen geplaatst voor mondmaskers. Alle landen ter wereld zijn echter op zoek naar mondmaskers en andere medische beschermingsmaterialen. Er is een algehele schaarste. Hierdoor moeten er prioriteiten gesteld worden.

In overleg met de federale overheid wordt er vanuit Vlaanderen in eerste instantie ingezet op de prioritaire doelgroepen WZC, DGZ, Thuisverpleging, VAPH, Revalidatie en herstelverblijf om hen in eerste instantie te voorzien van mondmaskers.

Volgende prioriteiten zullen ook in overleg met de andere overheden worden bepaald.

Kan de thuisverpleging, medische pedicure, de huishoudhulp of de poetshulp nog langskomen in de GAW?

Toegang tot de groep van assistentiewoningen of het serviceflatgebouw is enkel mogelijk voor:

  • interne en externe medewerkers (waaronder de woonassistent en medische en paramedische hulpverleners zoals thuisverpleging, thuiszorgdiensten, kinesitherapeut, podoloog, poetshulp, …);
  • de bezoekers, waaronder de mantelzorger(s), in het kader van de bezoekregeling uitgewerkt door de voorziening. Meer informatie over de maatregelen voor mantelzorgers vindt u hier.
  • contactberoepen, zoals bijvoorbeeld kapper, pedicure en schoonheidsspecialist, die conform de corona-richtlijnen gelden voor de privésfeer vanaf 18 mei 2020, hun activiteiten opnieuw mogen uitoefenen.
Mogen bewoners van een GAW nog samenkomen in de gemeenschappelijke ruimte?

Bewoners van een GAW moeten in hun flat blijven en contact met anderen zoveel mogelijk vermijden. Het is dan ook niet toegestaan om samen met andere bewoners te eten of samen te zitten in de gemeenschappelijke ruimte.

Mogen de bewoners van een GAW nog gebruikmaken van een gemeenschappelijke tuin of terras ?

De bewoners mogen daar gebruik blijven maken op voorwaarde dat zij zich houden aan de beschermende maatregelen over het verplicht afstand houden van elkaar.

Bij inbreuken moet de beheersinstantie het gemeenschappelijke terras en tuin onmiddellijk afsluiten.

Wat met nieuwe opnames in een GAW in de komende dagen?

Er geldt een opnamestop.

  • Opname is enkel mogelijk binnen de erkende of aangemelde capaciteit voor:
    • gebruikers van de gesloten centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang waarvoor de hulpverlening door de diensten voor gezinszorg of de palliatieve netwerken en -samenwerkingsverbanden ontoereikend zijn;
    • ouderen die uit het ziekenhuis ontslagen worden en waarvoor een (directe) terugkeer, tijdelijk of blijvend, naar de thuissituatie niet aangewezen is;
    • nieuwe bewoners die van thuis komen en die al een schriftelijke opnameovereenkomst hadden getekend vóór 1 april 2020;
    • bewoners die in een andere groep van assistentiewoningen of serviceflatgebouw verblijven;
    • bewoners die in een centrum voor kortverblijf type 1 verblijven, al dan niet verbonden aan een woonzorgcentrum;
    • gebruikers die in een centrum voor herstelverblijf verblijven;
    • bewoners die in een woonzorgcentrum verblijven;
    • ouderen die in een schakelzorgcentrum verblijven;
    • ouderen die van thuis komen en die geconfronteerd worden met een acute noodsituatie (bijvoorbeeld partnergeweld, het wegvallen van een mantelzorger wegens ziekte, overlijden van een partner) waarvoor geen directe oplossing is, kunnen, na advies van de huisarts, de woonassistent én een derde professional (bijvoorbeeld thuisverpleging, thuiszorg ,…), in een assistentiewoning of serviceflat worden opgenomen met een overeenkomst van bepaalde duur of onbepaalde duur. Indien gekend, wordt aan de woonassistent meegedeeld of deze persoon (mogelijke) COVID-19 besmet is. Niet-(mogelijke) COVID-19 ouderen verblijven na opname gedurende 14 dagen in de woning of flat (geen druppel-contact isolatie). Bij opname van een (mogelijke) COVID-19 bewoner: opname met 14 dagen druppel-contact isolatie te tellen vanaf de start van de symptomen én tot het verdwijnen van de symptomen van COVID-19, vastgesteld door de huisarts. De woonassistent raadpleegt de huisarts voor verdere instructies. De woonassistent ondersteunt deze bewoners door het opzetten van de nodige zorg- en dienstverlening om de zelfisolatie te bestendigen.
    • ouderen die uit een voorziening geestelijke gezondheidszorg ontslagen worden en waarvoor een (directe) terugkeer, tijdelijk of blijvend, naar de thuissituatie niet aangewezen is;
    • ouderen die uit een centrum voor residentiële revalidatie ontslagen worden en waarvoor een (directe) terugkeer, tijdelijk of blijvend, naar de thuissituatie niet aangewezen is.

Voor alle opnames geldt dat er geen zwaar zorgprofiel kan zijn, het zorgprofiel moet dus passen binnen de doelgroep van een groep van assistentiewoningen of serviceflatgebouw. De opnamecriteria die in normale omstandigheden worden toegepast, bv. domicilievereiste, zijn tijdelijk niet van toepassing.

Via welk kanaal kunnen wij vrijwilligers contacteren?

Zorgvoorzieningen die op zoek naar vrijwilligers of extra werkkrachten in hun strijd tegen COVID-19 kunnen zich gratis registreren op het platform www.helpdehelpers.be. Vervolgens kunnen ze gericht op zoek gaan naar passende en beschikbare (medische of niet-medische) profielen in hun buurt.

Vlamingen die zorgvoorzieningen willen helpen in de strijd tegen het coronavirus kunnen zich eveneens registreren via Help de Helpers. Het platform zoekt vervolgens naar de beste passende matchen tussen de zorgvoorzieningen en de kandidaat-vrijwilligers.

De medische reservelijst van Zorg en Gezondheid (waarover de zorgvoorzieningen eerder een communicatie ontvingen) is ondertussen opgenomen in Help de Helpers en is niet meer beschikbaar via onze website.

Meer info over Help de Helpers en andere ondersteuningsinitiatieven vindt u hier op onze website.

Kan een assistentiewoning nog ontruimd worden na afloop van de opnameovereenkomst (bij verhuis of overlijden van de bewoner)?

Ja. Het wordt aangeraden om niet-noodzakelijke verhuizen uit te stellen. Een dringende verhuis is nog toegelaten met respect voor de sociale afstand.

De beheersinstantie van de groep van assistentiewoningen of het serviceflatgebouw organiseert de ontruiming van de wooneenheid.

Bij de ontruiming van de wooneenheid moeten steeds de noodzakelijke maatregelen getroffen worden. De directie maakt voor het ophalen van het meubilair en de persoonlijke goederen de nodige afspraken met de familieleden en/of nabestaanden

Zijn er ook dagprijscompensaties voor de groepen van assistentiewoningen?

Er zijn voor de groepen van assistentiewoningen geen compensaties voorzien.

Centra voor kortverblijf type 1
Wat moet er gebeuren met CVH?

Deze moeten gelijkaardige regels volgen van een woonzorgcentrum. U kan deze regels hier raadplegen.

Er zijn ook specifieke maatregelen die gelden voor zowel een centrum voor kortverblijf type 1 dat uitgebaat wordt binnen de lokalen van een woonzorgcentrum, als voor een centrum voor kortverblijf type 1 dat uitgebaat wordt binnen de lokalen van een centrum voor herstelverblijf. U kan deze maatregelen hier raadplegen.

Wat met nieuwe opnames in een CVK type 1 in de komende dagen?

Er geldt een opnamestop in de centra voor kortverblijf type 1 voor nieuwe gebruikers die thuis wonen.

Opname is enkel mogelijk binnen de erkende capaciteit van het centrum voor kortverblijf type 1 voor:

  • gebruikers van de verplicht gesloten centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang waarvoor de hulpverlening door de diensten voor gezinszorg of de palliatieve netwerken en palliatieve samenwerkingsverbanden ontoereikend zijn;
  • personen die uit het (revalidatie)ziekenhuis ontslagen worden en waarvoor een directe terugkeer, tijdelijk of blijvend, naar de thuissituatie niet aangewezen is;
  • nieuwe gebruikers die van thuis komen die al een schriftelijke opnameovereenkomst hadden getekend vóór 13 maart 2020;
  • bewoners die in een ander centrum voor kortverblijf type 1 verblijven, al dan niet verbonden aan een woonzorgcentrum;
  • bewoners die in een woonzorgcentrum verblijven;
  • bewoners die in een groep van assistentiewoningen of serviceflatgebouw verblijven;
  • gebruikers die in een centrum voor herstelverblijf verblijven;
  • personen die van thuis komen en die geconfronteerd worden met een acute noodsituatie, bijvoorbeeld partnergeweld, het wegvallen van een mantelzorger wegens ziekte, overlijden van een partner én waarvoor geen directe oplossing is. Deze personen kunnen, na advies van de huisarts, de CRA én een bijkomende professional (bijvoorbeeld thuisverpleging, thuiszorg, …), in een centrum voor kortverblijf type 1 worden opgenomen met een overeenkomst van bepaalde duur. Indien gekend, wordt aan de voorziening meegedeeld dat deze persoon (vermoedelijk) COVID-19 besmet is;
  • personen die uit een voorziening geestelijke gezondheidszorg ontslagen worden en waarvoor een (directe) terugkeer, tijdelijk of blijvend, naar de thuissituatie niet aangewezen is;
  • personen die uit een centrum voor residentiële revalidatie ontslagen worden en waarvoor een (directe) terugkeer, tijdelijk of blijvend, naar de thuissituatie niet aangewezen is;
  • ouderen die in een schakelzorgcentrum verblijven.

Opname van nieuwe niet-(mogelijke) COVID-19 en (mogelijke) COVID-19 personen uit het ziekenhuis kan door de directie van het centrum voor kortverblijf type 1 enkel geweigerd worden indien er geen opnamecapaciteit is: de bezetting binnen de erkende capaciteit van het centrum voor kortverblijf type 1 is maximaal.

Centra voor herstelverblijf
Wat moet er gebeuren met centra voor herstelverblijf?

Deze moeten gelijkaardige regels volgen van een woonzorgcentrum. U kan deze regels hier raadplegen.

Daarnaast worden er ook specifieke maatregelen opgelegd aan de centra voor herstelverblijf. Deze specifieke maatregelen vindt u hier terug.

Wat met nieuwe opnames in een CVH in de komende dagen?

Er geldt een opnamestop voor nieuwe bewoners die thuis wonen.

Opname is enkel mogelijk binnen de erkende of aangemelde capaciteit voor:

  • gebruikers van de gesloten centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang waarvoor de hulpverlening door de diensten voor gezinszorg of de palliatieve netwerken en palliatieve samenwerkingsverbanden ontoereikend zijn;
  • personen die uit het (revalidatie)ziekenhuis ontslagen worden en waarvoor een (directe) terugkeer, tijdelijk of blijvend, naar de thuissituatie niet aangewezen is;
  • nieuwe gebruikers die van thuis komen en die al een schriftelijke opnameovereenkomst hadden getekend vóór 13 maart 2020;
  • gebruikers die in een ander centrum voor herstelverblijf verblijven;
  • gebruikers die in een groep van assistentiewoningen of een serviceflatgebouw verblijven;
  • gebruikers die in een woonzorgcentrum verblijven;
  • gebruikers die in een centrum voor kortverblijf type 1 verblijven, al dan niet verbonden aan een woonzorgcentrum;
  • personen die van thuis komen en die geconfronteerd worden met een acute noodsituatie (bijvoorbeeld partnergeweld, het wegvallen van een mantelzorger wegens ziekte, overlijden van een partner) én waarvoor geen directe oplossing is, kunnen, na advies van de huisarts, de CRA én een bijkomende professional (bijvoorbeeld thuisverpleging, thuiszorg,…), in een centrum voor herstelverblijf worden opgenomen. Indien gekend, wordt aan de dagelijks verantwoordelijke meegedeeld of deze persoon (mogelijk) COVID-19 besmet is. Niet-(mogelijke) COVID-19 personen verblijven na opname gedurende 14 dagen in de woongelegenheid (geen druppel-contact isolatie). Bij opname van een persoon met (mogelijke) COVID-19: opname met 14 dagen druppel-contact isolatie te tellen vanaf de start van de symptomen én tot het verdwijnen van de symptomen van COVID-19 (vastgesteld door de huisarts of CRA);
  • personen die uit een voorziening geestelijke gezondheidszorg ontslagen worden en waarvoor een (directe) terugkeer, tijdelijk of blijvend, naar de thuissituatie niet aangewezen is;
  • personen die uit een centrum voor residentiële revalidatie ontslagen worden en waarvoor een (directe) terugkeer, tijdelijk of blijvend, naar de thuissituatie niet aangewezen is.
  • personen die in een schakelzorgcentrum verblijven.

Opname bovenop de erkende of aangemelde capaciteit van het centrum voor herstelverblijf is niet mogelijk.

Moet men voor de zorg in het herstelverblijf een mondmasker dragen?

Om overdracht van COVID-19 door druppels te vermijden, dragen alle interne en externe medewerkers van het centrum voor herstelverblijf, alle geregistreerde vrijwilligers en alle geregistreerde bezoekers, uit voorzorg, steeds een chirurgisch mondneusmasker. De Taskforce COVID-19 Zorg heeft dit beslist op 24 april 2020. Als er een tijdelijk tekort is aan chirurgische mondneusmaskers, kan het niet-zorgpersoneel dat geen contact heeft met bewoners, in afwachting van de beschikbaarheid van de chirurgische mondneusmaskers, tijdelijk een mondneusmasker van textiel dragen.

THUISZORG EN CENTRA VOOR DAGOPVANG

Vindt u geen antwoord op uw vraag? Mail naar thuiszorg@vlaanderen.be of bel ons op het nummer 02 553 35 79 (op werkdagen van 9u to 12u en 13u tot 6u). 

CENTRA VOOR DAGOPVANG EN CENTRA VOOR DAGVERZORGING
Wat met de zorg voor onze gebruikers van de centra voor dagopvang en centra voor dagverzorging?

De collectieve zorg wordt stopgezet. De verantwoordelijke van het centrum zoekt naar een geschikte oplossing voor de verschillende individuele gebruikers. De gebruikers worden bij voorkeur verzorgd aan huis door de diensten voor gezinszorg. Zij starten de hulpverlening bij deze gebruikers met voorrang en de hoogste prioriteit op.  

Wanneer deze vorm van hulpverlening ontoereikend is voor de gebruiker of mantelzorger, kan er een uitzondering gemaakt worden ten aanzien van de opnamestop in centra voor herstelverblijf, woonzorgcentra en centra voor kortverblijf binnen de erkende capaciteit. Deze opname moet niet gemeld worden aan Zorg en Gezondheid. 

Kunnen groepsactiviteiten in de centra nog doorgaan?

Alle groepsactiviteiten van het centrum dienen afgelast te worden, ook groepsactiviteiten op verplaatsing of in open lucht. De groepsactiviteiten die door derden in de lokalen van het centrum worden georganiseerd moeten ook tijdelijk stopgezet worden. 

De deuren moeten dus gesloten blijven. 

Wat met maaltijden die normaal worden aangeboden in het centrum?

Het centrum kan geen maaltijden aan groepen aanbieden in zijn lokalen.  

De alternatieve oplossing die er gezocht wordt per gebruiker zal een antwoord bieden op de maaltijden. 

Kunnen het personeel en vrijwilligers blijven werken?

Personeel en vrijwilligers kunnen hun taken blijven opnemen, mits een aantal restricties. Groepsactiviteiten of collectieve zorg met gebruikers kunnen niet meer doorgaan.  

Zoals iedereen, moeten zij extra waakzaam zijn voor een mogelijke besmetting met COVID-19. U vindt de gevalsdefinitie op de website van Sciensano.   

Contacteer de huisarts van de gebruiker/patiënt van zodra er vermoeden is van een besmetting.  

Voor personeelsleden moet u bekijken wat een nuttige invulling is van hun werkdagen. Of zij inzetbaar zijn voor andere taken moet u bekijken in de arbeidsovereenkomst. 

Hoe gebeurt registratie in RaaS voor medewerkers die tijdens de sluitingsperiode in een alternatieve WVG-sector werken?

Centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning die hun medewerkers tewerkstellen in een alternatieve arbeid in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd wordt in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns-en gezinsbeleid, krijgen de basistegemoetkoming voor zorg gecompenseerd die ze vandaag ten gevolge van de sluiting van de centra voor dagverzorging niet kunnen factureren.

Aangezien het normpersoneel van de centra voor dagverzorging met bijkomende erkenning blijvend gefinancierd wordt via deze compensatie, moeten hun prestaties in de RaaS-webtoepassing verder bij het centrum van dagverzorging worden ingevoerd opdat er geen dubbele subsidiëring zou plaatsvinden.

De prestaties van zorgpersoneel boven de norm kan u in de RaaS-webtoepassing wel opgeven als prestaties van het woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf indien de alternatieve tewerkstelling plaatsvindt in het woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf.

Om te bepalen welke prestaties van zorgpersoneel binnen dan wel boven de norm vallen baseert u zich op de personeelsnorm voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg voor het facturatiejaar 2020. Voor de meeste voorzieningen is dat de personeelsnorm op basis van de gegevens voor de referentieperiode 2018/2019.

Welk attest moet ik invullen om in aanmerking te kunnen komen voor compenserende financiering?

Alle centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning moeten in het e-loket van Zorg en Gezondheid attesteren of het personeel wel of niet verder werd tewerkgesteld in een alternatieve arbeid in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd wordt in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns-en gezinsbeleid.

Zorg en Gezondheid voorziet hiervoor het formulier “Verklaring tewerkstelling COVID-19” onder het luik “subsidies” van het e-loket van Zorg en Gezondheid.

Hoe vul ik het attest in m.b.t. de compenserende financiering voor het centrum voor dagverzorging met bijkomende erkenning?

We verwijzen graag naar bijlage bij de brief “COVID-19 maatregelen woonzorgcentra, centra voor kortverblijf, centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang met effect op bezetting en financiering“ van 30 april 2020 waar op pagina 15 en volgend de berekening en attestering wordt uitgelegd. Ook op www.zorg-en-gezondheid.be/verklaring-tewerkstelling-covid-19 vindt u meer info.

De voorziening verklaart in dit formulier op eer dat de medewerkers die tewerkgesteld worden door het centrum voor dagverzorging, gedurende de periode van sluiting ten gevolge van de COVID-19-crisis, ingezet worden binnen een alternatieve arbeid in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd wordt in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid.

Als de voorziening personeel binnen de vermelde alternatieve arbeid heeft tewerkgesteld, klikt ze Ja. Als ze geen personeelsleden binnen de vermelde alternatieve arbeid heeft tewerkgesteld, klikt ze neen.

Als ze ja klikt, vragen we naast de verklaring met betrekking tot de tewerkstelling van het personeel van het centrum voor dagverzorging ook via het e-loket ook aan te geven waar het personeel tijdens de sluitingsperiode tewerkgesteld is.

De voorziening moet geen gegevens van individuele medewerkers meedelen. Ze verklaart enkel hoe de voorziening algemeen omgaat met het al dan niet tewerkstellen van personeelsleden in de vermelde alternatieve arbeid.

Hoe gebeurt de berekening van de tegemoetkoming voor de centra voor dagverzorging met een met bijkomende erkenning?

De tegemoetkoming voor het niet kunnen factureren van de basistegemoetkoming voor zorg is het resultaat van de vermenigvuldiging van:

  • de basistegemoetkoming voor zorg van toepassing op 1 maart 2020;
  • het aantal gesloten dagen;
  • de individuele bezettingsgraad van de bijkomende erkenning;
  • het aantal erkende verblijfseenheden met een bijkomende erkenning op 14 maart 2020.

Daarbij wordt de individuele bezettingsgraad van de bijkomende erkenning als volgt berekend:

het aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode / (maximale aantal openingsdagen tijdens de referentieperiode * het gemiddelde individuele aantal erkende verblijfseenheden tijdens de referentieperiode), waarbij:

  • het aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode: het aantal gefactureerde dagen voor de referentieperiode van 1/7/2018 tot en met 30/6/2019 die u doorgaf via de RaaS-webapplicatie in het kader van de bepaling van de basistegemoetkoming voor zorg. Het gaat dus enkel over de mensen met afhankelijkheidsscores F, Fd en D. Voor centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor personen met een ernstige ziekte gaat het enkel om mensen met de afhankelijkheidsscore Fp;
  • het maximale aantal openingsdagen tijdens de referentieperiode: het aantal openingsdagen in de periode van 1/7/2018 tot en met 30/6/2019 rekening houdend met het openingsregime (aantal openingsdagen per week) dat u doorgaf via het e-loket van het agentschap in het kader van de bezettingsgegevens 2018 voor de werkingssubsidies 2018. Bij 5 openingsdagen per week wordt rekening gehouden met 250 dagen voor de referentieperiode, bij 6 met 300 dagen en bij 7 met 350 dagen;
  • het gemiddelde individuele aantal erkende verblijfseenheden tijdens de referentieperiode: het aantal verblijfseenheden met een bijkomende erkenning van uw centrum voor dagverzorging tijdens de periode van 1/7/2018 tot en met 30/6/2019. We houden rekening met het gemiddeld aantal erkende verblijfseenheden, wat betekent dat een eventuele toename of vermindering van de bijkomende erkenning tijdens deze periode proportioneel wordt meegerekend op basis van het aantal dagen waarvoor deze capaciteitswijziging van toepassing was.

Voorbeeld

Berekening de individuele bezettingsgraad van de bijkomende erkenning:

Factoren:

  • aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode: 1.403
  • maximale aantal openingsdagen tijdens de referentieperiode: 250
  • gemiddelde individuele aantal erkende verblijfseenheden tijdens de referentieperiode: 6

=> 1.403 / (250 * 6) = 0,94

Berekening compensatie:

  • de basistegemoetkoming voor zorg: 51,59
  • het voorlopig aantal gesloten dagen: 45
  • de individuele bezettingsgraad van de bijkomende erkenning: 0,94
  • het aantal erkende verblijfseenheden met een bijkomende erkenning op 14 maart 2020: 6

=> 51,59 * 45 * 0,94 * 6 = 13.093,54 euro

Hoe gebeurt de berekening van tegemoetkoming voor gederfde dagprijsinkomsten voor centra voor dagverzorging ingevolge sluiting?

De tegemoetkoming voor gederfde dagprijsinkomsten ingevolge de sluiting is het resultaat van de vermenigvuldiging van:

  • gemiddelde dagbezetting 2018;
  • het aantal gesloten dagen;
  • 18 euro.

De gemiddelde dagbezetting 2018 is de gemiddelde dagbezetting van het centrum voor dagverzorging berekend op basis van de bezettingsgegevens 2018, ingediend via het e-loket in het kader van de werkingssubsidies 2018. Indien het agentschap geen bezettingsgegevens 2018 beschikbaar heeft omdat het centrum voor dagverzorging pas later werd erkend, wordt dit bepaald op 10 gebruikers.

Voorbeeld berekening compensatie:

  • gemiddelde dagbezetting 2018: 9 gebruikers
  • het voorlopig aantal gesloten dagen: 45
  • 18 euro.

=> 9 * 45 * 18 = 7.290 euro

Hoe gebeurt de berekening van tegemoetkoming voor gederfde dagprijsinkomsten voor centra voor dagopvang ingevolge sluiting?

De tegemoetkoming voor gederfde dagprijsinkomsten ingevolge de sluiting is het resultaat van de vermenigvuldiging van:

  • gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag 2018;
  • het aantal gesloten dagen;
  • 3,5 euro.

Het gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag 2018 is het gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag berekend op basis van de bezettingsgegevens 2018, ingediend via het e-loket in het kader van de werkingssubsidies 2018. Hierbij wordt het totaal aantal gefactureerde uren per centrum voor dagopvang voor het jaar 2018 gedeeld door 250. Indien het agentschap geen bezettingsgegevens 2018 beschikbaar heeft omdat het centrum voor dagopvang pas later werd erkend, wordt dit bepaald op 18 uren.

Voorbeeld berekening compensatie:

  • gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag 2018: 23 uren
  • het voorlopig aantal gesloten dagen: 45
  • 3,5 euro

=> 23 * 45 * 3,5 = 3.622,5 euro

DIENSTEN GEZINSZORG – DIENSTEN LOGISTIEKE HULP – DIENSTEN OPPASHULP - DMW - VERENIGINGEN VOOR MANTELZORGERS EN GEBRUIKERS - MBE
Moeten alle huisbezoeken doorgaan tijdens deze crisisperiode?

Niet-essentiële huisbezoeken, zoals sociale onderzoeken en indicatiestellingen, worden tijdelijk opgeschort. Deze opschorting mag geen impact hebben op de rechten en bijdrage van de gebruiker. Van zodra de huisbezoeken terug kunnen worden afgenomen, kunnen de rechten en bijdrage met terugwerkende kracht worden toegekend. De termijnen voor afhandeling van een dossier en het jaarlijkse of tweejaarlijkse huisbezoek voor de diensten gezinszorg, zijn niet van toepassing gedurende deze periode. 

Essentiële huisbezoeken die toch moeten uitgevoerd worden omwille van continuïteit van zorg, (her)opstart thuiszorg of sociale noodzaak kunnen doorgaan mits het naleven van de hygiënevoorschriften en indien nodig het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Hoe start de dienst gezinszorg een nieuw dossier op bij een gebruiker als het niet lukt om voorafgaand op huisbezoek te gaan?

Het begeleidend personeelslid neemt telefonisch contact op met de persoon die de zorgvraag stelt (of iemand uit zijn omgeving) om te bevragen welke zorg precies nodig is, en wanneer.  Tijdens dat gesprek worden afspraken gemaakt over welke zorg op welke tijdstippen verleend zal worden door de dienst voor gezinszorg, en wanneer de zorg precies opgestart zal worden.  Het is belangrijk dat het begeleidend personeelslid tijdens dat telefoongesprek een inschatting maakt of een huisbezoek toch niet vereist is, bijvoorbeeld om een grondig sociaal onderzoek te kunnen voeren.  Essentiële huisbezoeken zijn namelijk niet opgeschort. 

Het begeleidend personeelslid gaat in dat telefoongesprek ook na of het mogelijk is om de inkomensbewijzen, die nodig zijn voor de berekening van gebruikersbijdrage, via post of e-mail te bezorgen aan de dienst voor gezinszorg.  In dat geval zal de dienst de gebruikersbijdrage op basis van die documenten berekenen en ter goedkeuring aan de gebruiker bezorgen, waarna die gebruikersbijdrage vanaf het eerste uur zorg toegepast kan worden.  Wanneer op een later tijdstip (eventueel zelfs pas nadat de maatregel over de opschorting van de niet-essentiële huisbezoeken opgeheven is) op huisbezoek gegaan wordt bij die gebruiker, en uit het sociaal onderzoek blijkt dat die persoon een BEL-profielscore van 35 of meer heeft, moet(en) de verplichte korting(en) voor zwaar zorgbehoevenden retroactief toegepast worden op de gebruikersbijdrage voor gezinszorg.  De richtlijnen bepalen immers dat de opschorting van de huisbezoeken geen impact mag hebben op de rechten en bijdrage van de gebruiker. 

Wanneer het voor de gebruiker niet mogelijk is om de inkomensbewijzen via post of e-mail te bezorgen aan de dienst voor gezinszorg, past de dienst voor de berekening van de gebruikersbijdrage de werkwijze toe die vandaag al bestaat voor acute gezinszorg, met de forfaitaire bijdrage.  De gebruikersbijdrage bedraagt in dat geval (voor gezinszorg, maar ook voor alle andere zorg die verleend wordt door de dienst) 7,58 euro per gepresteerd uur.  Als de gebruiker recht heeft op de verhoogde tegemoetkoming, wordt de forfaitaire bijdrage verlaagd naar 4,55 euro per gepresteerd uur.  Die forfaitaire bijdrage mag in principe maximaal 14 dagen gehanteerd worden, te rekenen vanaf de eerste dag van de zorgverlening.  Als het na afloop van die 14 dagen nog altijd niet gelukt is om de inkomensbewijzen via post of e-mail te bezorgen, en het begeleidend personeelslid blijft van mening dat een huisbezoek nog altijd niet vereist is, mag de dienst het forfaitaire tarief als voorlopige gebruikersbijdrage verder blijven toepassen.  Later, wanneer er wel een huisbezoek plaatsgevonden heeft, moet de dienst die gebruikersbijdrage dan wel met terugwerkende kracht vanaf de vijftiende dag van de zorgverlening verbeteren, en de gebruikersbijdrage toepassen die berekend werd op basis van de inkomensbewijzen, met – indien van toepassing – de verplichte korting(en) voor zwaar zorgbehoevenden voor de gebruikersbijdrage voor gezinszorg. 

Wat met het sociaal onderzoek en huisbezoek nodig bij bestaande gebruikers?

De jaarlijkse en tweejaarlijkse herzieningen kunnen niet vervangen worden door enkel een telefonisch contact. Zij moeten ingehaald worden na de opschorting van de coronamaatregelen. Hiervoor zal een redelijke termijn gegeven worden. Deze termijn zal in overleg met de sector bepaald worden. 

Andere niet-essentiële huisbezoeken worden uitgesteld tot na de opschortingsperiode.  

Moeten de poetshulp en karweihulp gegarandeerd blijven?

Het is belangrijk om in deze tijden van crisis prioriteiten te stellen. Ook voor de poets- en karweihulp. Noodzakelijke hulp moet gegarandeerd blijven. Hygiëne speelt een zeer belangrijke rol in de strijd tegen dit virus. Ook hier gelden de voorzorgmaatregelen die iedereen heeft ontvangen. 

Hoe kan ik weten of iemand besmet is met COVID-19?

Het is aangewezen om de gebruiker hier naar te vragen (bv. bij voorafgaand telefonisch contact). Zorg en Gezondheid stelt ook een document ter beschikking dat een besmette persoon zichtbaar ter plaatse moet leggen.  

Mag er voor boodschappen tijdelijk een uitzondering gemaakt worden rond de betaling?

Op zich kan men blijven betalen met cash geld, maar heel wat grootwarenhuizen aanvaarden momenteel alleen betaling via kaart. Tijdens deze crisissituatie kan hiervan afgeweken worden, tot nader bericht van Zorg en Gezondheid. De diensten moeten in overleg met de gebruiker en de verzorgende bekijken wat in de specifieke situatie de beste oplossing is en hierover concrete afspraken maken. Het is van groot belang dat de drie partijen (dienst, gebruiker, verzorgende) tot een gezamenlijk akkoord komen. 

Kiest men er toch voor om met cash geld te betalen, dan is het belangrijk de handhygiëne hierbij goed toe te passen: wassen met water en zeep en indien beschikbaar en bij een (vermoedelijk) besmette patiënt, handontsmetting toepassen. Raak ook uw gezicht niet zonder dat uw handen correct gereinigd zijn.  

Wachtrijen aan de supermarkten. Hoe kan de verzorgende aantonen dat hij in de wachtrij staat voor de uitoefening van zijn job?

Er kan een afschrijft van de inschrijving van de verzorgende door de diensten uit Vesta gehaald worden.  

In elke dienst voor gezinszorg zijn er medewerkers die toegang hebben tot de webtoepassing ‘Vesta’. Op de pagina ‘Inschrijvingen’ van Vesta kunt u het inschrijvingsnummer opzoeken van een verzorgende: vul het INSZ-nummer in (of het inschrijvingsnummer), en klik op ‘Zoek’.  U krijgt dan een pagina te zien, met de persoonsgegevens en het inschrijvingsnummer (inclusief de functie).  U kunt een afdruk maken van die pagina, om aan te tonen dat de persoon in kwestie een inschrijvingsnummer heeft van Zorg en Gezondheid voor de functie van verzorgend personeelslid. Het logo van Zorg en Gezondheid staat vermeld op deze afdruk. 

U kunt de webpagina ook afdrukken als pdf en zo opslaan op uw computer, en dat pdf-document vervolgens mailen naar de verzorgende, zodat die dat document kan afdrukken of tonen op de smartphone. 

Hoe kan een dienst voor gezinszorg ervoor zorgen dat de meest essentiële zorgverlening gewaarborgd blijft?

De coronapandemie en de noodzakelijke maatregelen, zorgen voor uitzonderlijke tijden.

Uitgangspunt is dat de gezinszorg verder wordt verzekerd overeenkomstig de zorg- en ondersteuningsdoelstellingen. De huidige crisis houdt echter het risico van schaarste aan zorgaanbod in.

Uitval van teveel personeelsleden kan de continuïteit van de dienstverlening in het gedrang brengen. Om essentiële zorg in dat geval zoveel als mogelijk te kunnen waarborgen, moeten medewerkers worden ingeschakeld in cliëntsituaties waar de noden het hoogst zijn.  

Een goede prioritering van zorg en gebruikers is hierbij van groot belang. Essentiële zorgtaken moeten voorrang krijgen, alsook de hulpverlening bij risicogroepen. Bv: maaltijden voorzien bij risicogroepen zal een hogere prioriteit krijgen dan kraamzorg.  
Door de vermindering van kraamgezinnen tijdens de epidemie, zouden de diensten voor gezinszorg kraamverzorgenden in de reguliere gezinszorg kunnen inschakelen. Zo kan de uitval van personeelsleden en de toename van gezinnen gedeeltelijk opgevangen worden. Eenzelfde redenering kan men maken voor verzorgenden die tewerkgesteld worden in de centra voor dagopvang.   

Cohort-zorg kan een oplossing bieden wanneer de epidemie niet meer kan ingedijkt worden. 

Wat houdt cohort-zorg juist in?

Zodra een epidemie/pandemie niet meer kan ingedijkt worden en de ziekenhuizen verzadigd zijn (of dreigen verzadigd te worden), worden patiënten waarbij de ziekte is vastgesteld thuis verzorgd in isolatie. 

Concreet houdt cohort-zorg in dat zieke patiënten/gebruikers worden gescheiden van de niet-zieken, door ze apart te verzorgen. Het zorgpersoneel wordt niet uitgewisseld tussen zieke en gezonde patiënten/gebruikers. Een vaste groep zorgpersoneel (aparte equipe) verzorgt de zieke patiënten/gebruikers. 

Cohorten hebben als doel:  

  • de continuïteit van de essentiële zorg aan (besmette) patiënten/gebruikers te waarborgen indien er een niet controleerbare uitbraak is van een virale of bacteriële infectie waardoor de normale zorgverlening niet kan uitgevoerd worden.

  • de infectie onder controle te houden 

  • het infectierisico te beheersen voor het personeel 

  • de schaarse beschermingsmiddelen zorgvuldig in te zetten 

De diensten die zorg verlenen organiseren deze cohorten zelf, indien mogelijk in samenwerking met andere betrokken zorgverleningsdiensten. 

Welke zorg is essentieel bij de gebruiker?

Lichamelijke ADL

  • Hulp bij eten (en drinken)
  • Hulp bij toiletbezoek / incontinentiemateriaal verversen
  • Lichaamsverzorging en hygiëne (bvb: haren wassen)
  • Aan- en uitkleden
  • Zich veilig verplaatsen in huis
  • Bijstand verlenen bij medicatiegebruik
  • Preventie doorligwonden
  • Stomazakje verversen bij een genezen stoma
  • Bijstand verlenen bij verzorgen van huidirritaties
  • Observeren en rapporteren over temperatuur/mictie en stoelgang/symptomen bij disfuncties/nevenwerkingen bij behandelingen
  • Persoonlijke verzorging na bevalling

Huishoudelijke ADL

  • Onderhoud ikv hygiënische leefomstandigheden: Denk goed na wat essentieel is, ramen lappen kan bijvoorbeeld even wachten (hou hygiënevoorschriften in gedachten!). Beperk dit tot het uiterste minimum: focus je op keuken en sanitair + verzorging huisdieren (gezelschapsdier is vaak essentieel voor de gebruiker die nu al weinig mensen ziet)
  • Was ikv hygiënische leefomstandigheden (strijken kan tijdelijk uitgesteld worden)
  • Maaltijdbereiding
  • Boodschappen
  • Organisatie van het huishouden

Sociale ADL

  • Veiligheid in en om huis
  • Budgetbeheer
  • Financiële verrichtingen
  • Verzorging/opvang/opvoeding van kinderen
  • Therapietrouw
  • Noodzakelijke corona-preventiemaatregelen toepassen

Geestelijke gezondheid

  • Organisatie van het dagelijkse leven
  • Psychosociale ondersteuning
  • (Preventieve) ondersteuning op vlak van stemming, gedrag, desoriëntatie
Hoe bepaalt een dienst voor gezinszorg welke zorg er bij wie blijft aangeboden en welke niet?

Welke zorg noodzakelijk of tijdelijk minder noodzakelijk is, hangt af van de zorgtaak in kwestie, van wat de klant en zijn gezinsleden zelf kunnen, van de beschikbaarheid en draagkracht van mantelzorgers en de beschikbaarheid van eventuele professionele zorg- en hulpverleners.

Onderstaand afwegingsschema kan een hulp zijn:
 

FAQ COVID-19 - schema gezinszorg
Mag je als dienst gezinszorg bepaalde zorg weigeren?

De regelgeving (Art.23, bijlage 2, BVR 28/06/2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruiker) stelt dat een dienst voor gezinszorg de zorg en ondersteuning continu moet verlenen en de werking van de dienst continu moet organiseren. De gebruiker moet op de hoogte worden gebracht van eventuele hiaten in de zorg en ondersteuning.

Motiveer daarom best waarom je kiest voor het tijdelijk stopzetten/verminderen van de zorg en ondersteuning.

Wat als er in deze crisissituatie extra kilometers gereden worden?

Het uitgangspunt moet zijn dat de essentiële zorg gewaarborgd wordt. Ook een logische organisatie van de zorg (cfr. onze richtlijnen en de hierboven vermelde cohort-zorg) zijn uitermate belangrijk. Zorg en Gezondheid vindt het aantal te rijden kilometers door de verzorgenden daaraan ondergeschikt. 

Moet binnen gezinszorg het prestatieblad F53 nog ondertekend worden door de gebruiker?

Sinds 1 januari 2018 werd een nieuwe werkwijze ter ondertekening van de F53 gemeld aan de diensten gezinszorg via Vesta. De gebruiker bij wie het verzorgend personeelslid een prestatie geleverd heeft, moet deze prestatie niet langer bevestigen door zijn handtekening te zetten op het formulier F53, op voorwaarde dat op de factuur voor de gebruiker elke geleverde prestatie apart vermeld wordt, met minimaal de volgende gegevens: datum, begin- en einduur of duur, type zorg (gezinszorg, poetshulp, karweihulp of professionele oppashulp) en de gebruikersbijdrage. Een factuur die betaald werd door de gebruiker, is het bewijs dat hij akkoord gegaan is met elk van de prestaties die vermeld worden op de factuur. 

Deze nieuwe werkwijze moest niet verplicht worden toegepast, maar wordt op dit moment ten zeerste aangeraden. 

Mag ik een gebruiker vervoeren met de wagen?

In principe zijn enkel essentiële verplaatsingen toegelaten. Wanneer een gebruiker bijvoorbeeld nood heeft aan een doktersbezoek (en de dokter kan niet aan huis komen), dan kan er sprake zijn van een essentiële verplaatsing, zoals naar een triagecentrum. Er moet dan strikt rekening gehouden worden met de hygiënische voorzorgsmaatregelen (1,5m afstand bewaren, dragen van een stoffen mondmasker, auto voldoende verluchten/reinigen, ...).

Verplaatsingen met de auto voor recreatieve activiteiten zijn wel toegestaan voor begeleiders van personen met een fysieke of mentale beperking.

Mag een dienst voor gezinszorg verzorgenden inschakelen om gebruikers telefonisch te contacteren?

Als een dienst voor gezinszorg zijn verzorgenden inschakelt om de gebruikers (zowel van gezinszorg als van poetshulp) van zijn dienst telefonisch te contacteren (om bijvoorbeeld eenzaamheid op te sporen, hen te bevragen hoe het met hen gaat en of ze ergens mee geholpen kunnen worden, …), komen die prestaties in aanmerking voor subsidiëring. De dienst stuurt die prestaties door naar Vesta als prestaties gezinszorg, die gekoppeld worden aan het dossier van de gebruiker die telefonisch gecontacteerd werd. Het verzorgend personeelslid vermeldt die telefonische contacten ook als prestaties gezinszorg op het formulier F53, met het dossiernummer van de gebruiker die opgebeld werd. De dienst mag voor die telefonische contacten echter geen gebruikersbijdrage aanrekenen aan de gebruiker (voor het verlies aan inkomsten uit gebruikersbijdragen tijdens de coronacrisis wordt een algemene compensatieregeling uitgewerkt).

Moeten mantelzorgers ook een mondmasker dragen bij het contact met de hulpbehoevende?

Wanneer de hulpbehoevende besmet is met COVID-19 of wanneer hij/zij tekenen vertoont, is het aangewezen om een mondmasker te dragen, ook door de mantelzorgers. Gezien de schaarste is het niet altijd mogelijk dat dit een chirurgisch mondmasker is. Daarom is een stoffen mondmasker ook een goed alternatief.

Hoe loopt de subsidiëring als een verzorgende tijdelijk tewerkgesteld wordt in een andere voorziening?

Het uitgangspunt is dat de zorg die verleend wordt binnen andere voorzieningen (schakelzorgcentra, woonzorgcentra,…) tijdens de coronacrisis, zoveel als mogelijk verder gesubsidieerd wordt via de bestaande – en voor de organisaties gekende – reguliere manier.

Voor de diensten voor gezinszorg betekent dit dat ze de geleverde prestaties moeten kunnen doorsturen naar Vesta zodat die in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring.

Een prestatie die doorgestuurd wordt naar Vesta moet gekoppeld worden aan (het dossier van) de gebruiker. Voor die situaties tijdens de coronacrisis, waarbij de zorg niet gekoppeld kan worden aan een dossier van de dienst, is de volgende oplossing uitgewerkt: de dienst geeft bij de prestaties die doorgestuurd worden naar Vesta als gebruiker diezelfde medewerker op. Het dossier wordt dus opgemaakt als zou de medewerker de gebruiker zijn.

  • de dienst voor gezinszorg maakt een dossier met een actieve periode aan op naam van de medewerker (verzorgend of logistiek personeelslid), waardoor het dossiernummer gekoppeld wordt aan het INSZ van de medewerker;
  • de dienst stuurt voor die actieve periode een hulpperiode (gezinszorg / poetshulp) door;
  • de dienst stuurt voor die hulpperiode een gebruikersbijdrageperiode door, met een gebruikersbijdrage van 0 euro;
  • er wordt geen zorgprofiel doorgestuurd;
  • nu kan de dienst prestaties (gezinszorg / poetshulp) van die medewerker doorsturen, die gekoppeld kunnen worden aan het dossier dat op naam van diezelfde medewerker staat.
Moet ik als mantelzorger een attest kunnen voorleggen wanneer de politie mij onderweg naar de hulpbehoevende tegenhoudt?

Neen, verplaatsingen zijn enkel toegelaten in het geval van noodzakelijkheid en omwille van dringende redenen. Bijstand aan hulpbehoevenden valt hieronder. Er is geen attestatiesysteem.

Mag een dienst voor oppashulp vrijwilligers inschakelen om gebruikers telefonisch te contacteren?

Als een vrijwilliger van een dienst voor oppashulp gebruikers telefonisch contacteert tijdens de coronacrisis (om bijvoorbeeld eenzaamheid op te sporen, hen te bevragen hoe het met hen gaat en of ze ergens mee geholpen kunnen worden, …), mag de dienst die prestaties doorsturen naar Vrijwillige Oppashulp (dat is dus dezelfde regeling als voor de diensten voor gezinszorg).

Ook wie nog niet eerder geholpen werd door de dienst voor oppashulp, kan telefonisch gecontacteerd worden door een vrijwilliger van de dienst (bij Vrijwillige Oppashulp moet er voor een gebruiker geen dossier doorgestuurd worden, per prestatie moet gewoon het INSZ van de vrijwilliger en de gebruiker meegestuurd worden).

De dienst voor oppashulp mag voor die telefonische contacten geen gebruikersbijdrage of kostenvergoeding aanrekenen aan de gebruiker.

Hoe loopt de subsidiëring als een vrijwilliger van een dienst voor oppashulp tijdelijk in een andere voorziening werkt?

Het uitgangspunt is dat de zorg die verleend wordt binnen andere voorzieningen (schakelzorgcentra, woonzorgcentra, ...) tijdens de coronacrisis, zoveel als mogelijk verder gesubsidieerd wordt via de bestaande – en voor de organisaties gekende – reguliere manier.

Voor de diensten voor oppashulp betekent dit dat ze de geleverde prestaties moeten kunnen doorsturen naar VO, zodat die in aanmerking kunnen komen voor subsidiëring.

Een prestatie die doorgestuurd wordt naar VO, moet gekoppeld worden aan (het dossier van) de gebruiker. Voor die situaties tijdens de coronacrisis, waarbij de zorg niet gekoppeld kan worden aan een dossier van de dienst, is de volgende oplossing uitgewerkt: de dienst geeft bij de prestaties die doorgestuurd worden naar VO, als gebruiker diezelfde medewerker op. Het dossier wordt dus opgemaakt als zou de medewerker de gebruiker zijn.

Werkwijze binnen VO: de dienst stuurt prestaties door, waarbij het INSZ van de vrijwilliger en de gebruiker hetzelfde zijn (als bijdrage wordt 0 euro meegegeven, en als plaats van de hulpverlening de NIS-code van de gemeente waar de prestatie uitgevoerd werd).

LOKALE EN REGIONALE DIENSTENCENTRA (LDC/RDC) - tijdelijke sluiting

Vindt u geen antwoord op uw vraag? Mail naar thuiszorg@vlaanderen.be of bel ons op het nummer 02 553 35 79 (op werkdagen van 9u to 12u en 13u tot 6u). 

Hoe lang worden de LDC/RDC’s gesloten?

Tot en met 7 juni 2020.

Welke centra worden gesloten?

Zowel de erkende-, de niet erkende lokale dienstencentra als de regionale dienstencentra worden gesloten.

Waarom worden de LDC/RDC’s tijdelijk gesloten?

Omwille van het reële risico op besmetting met COVID-19 virus.

De gebruikers zijn kwetsbare ouderen zijn bij wie de gevolgen van een besmetting ernstig kunnen zijn. We beseffen dat deze maatregelen de lokale dienstencentra voor een bijzondere uitdaging stellen, maar rekenen op uw begrip gezien de uitzonderlijke situatie van de epidemie met COVID19 virus.

Kunnen onze groepsactiviteiten nog doorgaan? Wat met groepsactiviteiten van derden in onze lokalen?

Alle groepsactiviteiten van het LDC/RDC dienen afgelast te worden, ook groepsactiviteiten op verplaatsing of in open lucht.
De groepsactiviteiten die door derden in de lokalen van het LDC/RDC worden georganiseerd dienen ook tijdelijk stopgezet te worden.

Indien een LDC/RDC andere diensten in haar gebouw aanbiedt (wassalon, douche,…) dan moeten deze ook tijdelijke stopgezet worden.
De deuren moeten dus gesloten blijven.

Kunnen activiteiten gericht naar een enkel individu nog doorgaan?

De minder mobiele centrale kan blijven plaatsvinden, op voorwaarde dat dit één op één vervoer is. Een medische pedicure aan huis is enkel nog toegelaten door een podoloog, enkel voor noodzakelijke behandelingen (niet cosmetisch) en enkel op afspraak één op één.

Wat met onze maaltijdbedeling?

Het organiseren van maaltijden in groep dient tijdelijk stopgezet te worden. Maaltijdbedeling aan huis kan wel nog of kan opgestart worden.
Er dient met de gemeente bekeken te worden hoe dit het beste kan opgevangen worden, zodat mensen wel een warme maaltijd krijgen in de mate van het mogelijke. Elke situatie is specifiek en vergt een specifieke aanpak.
We kunnen niet tussenkomen in gemaakte verliezen.
Alle vormen van eetgelegenheden met een sociaal karakter die dezelfde doelgroep bereikt als een LDC/RDC, vormen eenzelfde risico voor de gebruikers, en dienen eveneens gesloten te worden.

Kunnen het personeel en vrijwilligers blijven werken?

Personeel en vrijwilligers kunnen hun taken blijven opnemen, mits een aantal restricties. Groepsactiviteiten met gebruikers kunnen niet meer doorgaan, 1 op 1 activiteiten met gebruikers wel. 
Zoals iedereen, dienen zij extra waakzaam te zijn voor de symptomen van COVID-19: koorts, hoest, ademhalingsproblemen, keelpijn, hoofdpijn, spierpijn, …  
Contacteer de huisarts van de gebruiker/patiënt van zodra er vermoeden is van een besmetting. 
Voor personeelsleden dient bekeken te worden wat een nuttige invulling is van hun werkdagen. Zo zou kunnen overwogen worden dat zij administratieve taken uitvoeren (buurtanalyse maken, teamvergaderingen, verslaggeving,…). Of zij inzetbaar zijn voor andere taken dan die in dienst van het LDC/RDC dient bekeken te worden in de arbeidsovereenkomst.

Hoe kan ik weten of iemand besmet is met het COVID-19 virus?

Het is aangewezen om de gebruiker hier naar te vragen (bv. bij voorafgaand telefonisch contact). Zorg en Gezondheid stelt ook een document ter beschikking dat een besmette persoon zichtbaar ter plaatse moet leggen.  

Waar kan ik de officiële beslissing terugvinden?

De beslissing kan u hier te raadplegen.

BESCHERMINGSMATERIAAL

Vindt u geen antwoord op uw vraag? Mail naar beschermingsmiddelen@vlaanderen.be.

Hoe zit het met de voorraad beschermingsmateriaal?

Door de wereldwijde uitbraak van het coronavirus zijn persoonlijk beschermingsmaterialen zoals mondmaskers, schorten, handschoenen en handontsmettingsmiddelen schaars. De Vlaamse en federale overheid plaatsten daarom bijkomende bestellingen om de extra noden op te vangen. Die dienen ter aanvulling op de voorraden die de voorzieningen normaal zelf aankopen bij hun reguliere leveranciers. 

De Vlaamse overheid voorziet nog in voorraden tot eind juni. Daarna worden de voorzieningen verondersteld opnieuw zelf in te staan voor hun materialen.

Wie krijgt wel een mondmasker?

De chirurgische en de respiratoire (FFP2) mondmaskers worden voorbehouden voor zorgverleners

Elke zorgaanbieder is belangrijk in de bestrijding van COVID-19. Gezien de schaarste aan mondmaskers worden er prioriteiten gesteld in de verdeling ervan. Vraag dit bij je voorziening of beroepsorganisatie.  

Voor de verdeling van persoonlijk beschermingsmateriaal is – ook door de schaarste - een lijst met prioritaire groepen (zie hieronder) in de zorg uitgewerkt. Deze lijst is door de overheden in dit land opgesteld op basis van de input van wetenschappers en experten. De prioriteit wordt bepaald door te kijken of het zorgpersoneel procedures uitvoert of bijwoont waarbij er mogelijke overdracht van druppels is of nauw contact is met mogelijke of bevestigde COVID-19 patiënten. 

De prioritaire groepen zijn: 

  • De zorgverleners van COVID19-eenheden, zorgverleners van triagecentra, personeel dat verantwoordelijk is voor de zorg van mogelijke besmette of besmette personen in woongemeenschappen (woonzorgcentra, enz.). 
  • Eerstelijnszorgverleners die besmette of mogelijk besmette personen verzorgen: 
    • Huisartsen 
    • Thuisverpleegkundigen 
    • Alle andere zorgverleners 
  • Begrafenisondernemers en personeel van een mortuarium. 
  • Laboratoriumpersoneel dat met ademhalings- en spijsverteringsstalen werkt. 

Daarna: 

  • Ambulancepersoneel van niet-COVID-19-ambulances. 
  • Alle gemeenschappen. 

De Vlaamse overheid staat in voor de levering van mondmaskers voor personeel dat verantwoordelijk is voor de zorg van mogelijke besmette of besmette personen in woongemeenschappen (woonzorgcentra, psychiatrische verzorgingstehuizen), thuiszorg en thuisverpleging, revalidatievoorzieningen. Voor vragen hierover kunt u mailen naar beschermingsmiddelen@vlaanderen.be. Voor vragen over beschermingsmaterialen voor VAPH-voorzieningen kunt u terecht op avf@vaph.be of 02 249 36 66.   

We vragen ook dat iedereen de aanbevelingen van Sciensano volgt. Deze instructies hebben als doel het rationeel gebruik van medische maskers en andere beschermingsmiddelen te bevorderen. 

Wie heeft al mondmaskers ontvangen?

De Vlaamse overheid heeft sinds maart ongeveer 10 miljoen chirurgische maskers verdeeld over alle sectoren waarvoor ze bevoegd is (bijna 3000 voorzieningen en organisaties).

De maskers werden prioritair bezorgd aan de residentiële voorzieningen waar kwetsbare mensen worden opgevangen:

  • de woonzorgcentra, 
  • centra voor kortverblijf en herstelverblijf
  • revalidatieziekenhuizen en andere residentiële revalidatievoorzieningen
  • psychiatrische verzorgingstehuizen en initiatieven beschut wonen
  • erkende voorzieningen voor personen met een handicap
  • gemeenschapsinstellingen in de jeugdzorgjeugdhulpvoorzieningen met een ziekenboeg
  • instellingen voor bijzonder onderwijs
  • de CAW’s voor daklozenopvang.  

Ook de ambulante zorg werd voor dringende behandelingen (diensten gezinszorg, ambulante verslavingszorg, multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve zorg) en in het kader van de heropstart van de werking (CGG, ambulante revalidatie, diensten maatschappelijk werk,…) door ons bevoorraad met materialen.

We voorzien ook materialen voor nieuwe initiatieven in het kader van de coronacrisis zoals de cohortzorg in de thuiszorg en de opvang van kinderen van zieke ouders.

Zal de Vlaamse overheid materialen blijven voorzien?

Intussen heeft de markt zich grotendeels hersteld en zijn mondmaskers en handalcoholgel weer vlot verkrijgbaar. De eerste helft van juni gebeurt er nog een laatste levering van mondmaskers zodat alle voorzieningen tot eind juni ’20 voldoende voorraad hebben. Vanaf juli worden de zorgvoorzieningen verondersteld zelf in te staan voor de aankoop van de materialen. 

Leg een voldoende grote eigen voorraad aan van alle materialen om een eventuele nieuwe uitbraak aan te kunnen. Hou bij het plaatsen van bestellingen rekening met de levertermijnen. Hebt u geen vaste leverancier voor deze materialen, sluit u dan aan bij de initiatieven van de verschillende koepels om via een aankoopcentrale materialen te kopen.

Hoe wordt het materiaal in Vlaanderen verdeeld?

Voor de distributie van mondmaskers en andere PBM aan de erkende voorzieningen en organisaties werkt de Vlaamse overheid samen met externe partners. Grote leveringen gebeuren door een transportfirma, kleinere hoeveelheden worden door Bpost of een koerier geleverd. De voorzieningen krijgen van ons rechtstreeks een bericht hierover.

Waar kan ik met vragen over beschermingsmateriaal terecht?

Bij vragen over voorraad, tekorten, verdeling, levering...van beschermingsmaterialen kunt u contact opnemen met de volgende organisaties: 

Voorzieningen of organisaties die onder de bevoegdheid vallen van Zorg en Gezondheid Mail naar beschermingsmiddelen@vlaanderen.be
Thuisverpleging: het Nederlandstalig Platform van Thuisverpleegkundigen (NPTV) Mail naar info@nptv.be 
Voorzieningen voor personen met een handicap Mail naar avf@vaph.be of bel naar 02 249 36 66.
Gemeenschapsinstellingen voor jeugdzorg Mail naar corona@opgroeien.be.
Onderwijsinstellingen Raadpleeg de contactgegeven op Onderwijs Vlaanderen
Ziekenhuizen, triagecentra en zorgverstrekkers in de eerste lijn (artsen, tandartsen, apothekers, vroedvrouwen,…)  Meld online tekorten aan materiaal
Andere vragen: mail naar coronashortages@fagg-afmps.be
Zorgt de overheid voor een strategische stock?

De Vlaamse overheid legt een strategische stock aan van materialen om een eventuele nieuwe opflakkering met mogelijke tekorten op de markt te kunnen opvangen. Het is wel de bedoeling dat elke voorziening en organisatie zelf voldoende voorraden aanlegt. De strategische stock van de overheid dient als noodvoorraad in geval van ernstige verstoring van de markt.

Kan ik bij schaarste een mond(neus)masker langer/meerdere malen gebruiken?

De Hoge Gezondheidsraad laat toe dat mondmaskers, hoewel ze normaal gezien voor eenmalig gebruik zijn, omwille van de schaarste, langer gebruikt worden. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:  

  • Voor een periode van 8 uren, ongeacht de opeenvolging van interventies, zonder naar buiten te gaan.
  • Mag dus met dat doel bijgehouden worden (rond de hals) maar nooit in de zak.
  • Mag voorlopig bewaard worden op een plaats zonder besmettingsgevaar (bv. in een geïndividualiseerde papieren omslag of in een uitwasbare gepersonaliseerde bak).  
  • Mag nooit aan de voorzijde aangeraakt worden.
  • Moet onmiddellijk verwijderd worden zodra zichtbaar vuil. 
  • Gezien deze uitzonderlijke situatie is de strikte toepassing van de officiële aanbevelingen inzake handhygiëne daarbij onontbeerlijk. 

Meer info

Wanneer draag ik een mond(neus)masker?

Het dragen van (stoffen) mondmaskers speelt een belangrijke rol bij de versoepeling van de maatregelen. Lees meer over het dragen van mondmaskers op www.info-coronavirus.be/nl/mondmasker.

Hoe kan ik mij beschermen tijdens de verzorging van een patiënt besmet met COVID-19?

Het personeel dat een patiënt verzorgt die (vermoedelijk) besmet is met COVID-19  draagt volgende persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM): 

  • een chirurgisch mondneusmasker
  • niet-steriele handschoenen 
  • wegwerpschort met lange mouwen en
  • een spatbril of gezichtsscherm. 

De zorgverlener moet het aanraken van zijn gezicht, ogen of mond met (gehandschoende) handen vermijden. Indien mogelijk draagt de cliënt of bewoner tijdens de verzorging ook een chirurgisch mondneusmasker.

Meer info

Hoe gebruik ik persoonlijke beschermingsmiddelen?
Hoe kan ik me beschermen tegen het coronavirus COVID-19?
  • Was je handen regelmatig en grondig (40 à 60 sec.) met water en zeep. Hoe je best je handen wast, zie je in deze afbeelding

  • Moet je hoesten? Doe dat in een papieren zakdoekje of in de binnenkant van je elleboog. 

  • Gebruik papieren zakdoekjes bij het niezen of snuiten en gooi ze weg in een afsluitbare vuilbak. 

  • Vermijd om handen te geven. Begroet elkaar met een zwaai of met de elleboog. 

  • Blijf zeker thuis als je ziek bent. Ga niet naar het werk! 

  • Vermijd zelf nauw contact met zieke personen. 

  • Raak je gezicht zo weinig mogelijk aan met je handen. 

  • Hou minstens 1,5 meter afstand 

Je vindt dit ook terug op de affiches en in het filmpje van Zorg en Gezondheid. 

Hoe zit het met zelfgemaakte maskers?

Zelfgemaakte stoffen maskers zijn geen medische maskers en zijn inferieur aan chirurgische maskers. In het kader van een tekort aan medische maskers kunnen zij wel gebruikt worden, onder meer in zorginstellingen door het personeel dat niet betrokken is bij de verzorging van patiënten (bv. administratief personeel, technisch personeel, personeel van het laboratorium, personeel van de onthaalbalie dat geen rechtstreeks contact heeft met patiënten, enz.).  

Als er geen chirurgische maskers beschikbaar zijn, kunnen patiënten met een mogelijke of bevestigde COVID-19 en geïsoleerd in hun woning, ook zelfgemaakte maskers - gemaakt uit stof of linnen - gebruiken. Hierdoor beschermen ze hun directe omgeving. Desnoods kan de patiënt gebruik maken van een sjaal of een andere doek. Die voorwerpen moeten wel dagelijks worden gewassen op 60°C. Hier vind je de instructies voor het maken van 'home made' mondmaskers.

Meer info over mondmaskers: www.info-coronavirus.be/nl/mondmasker/

Waar vind ik informatie over de conformiteitseisen voor mondmaskers (leveranciers)?

U vindt de conformatiteitseisen voor FFP2 en FFP3-mondmaskers op de website van de Federale Overheidsdienst Economie

Enkele aandachtspunten: 

Voor de chirurgische maskers neemt u best contact met het Federaal Geneesmiddelenagentschap via coronashortages@fagg-afmps.be

Waar vind ik informatie over de conformiteitseisen voor desinfecterende handgels (leveranciers)?

We krijgen af en toe vragen van bedrijven die hun productie wensen om te schakelen. 

Wegens de coronacrisis is het mogelijk om voor alcoholische handgels een afwijking te vragen volgens artikel 55 van de BPR (Biocidenverordening), indien aan alle voorwaarden van dat artikel is voldaan, d.i. “indien die maatregel noodzakelijk is wegens een niet op andere wijze te bestrijden gevaar voor de volksgezondheid, de gezondheid van dieren of het milieu”. 

Stuur dit verzoek naar de dienst biociden van de federale overheidsdienst leefmilieu via covid19.gestautor@health.fgov.be. Verwijs daarbij naar artikel 55 van de BPR en voeg de volgende documenten toe: 

  • de volledige samenstelling van het product;
  • een voorstel van etiket; 
  • een veiligheidsinformatieblad (VIB); 
  • een schatting van de voorraden beschikbaar voor de Belgische markt. 

De WHO adviseert het gebruik van een hydro-alcoholische oplossing met een alcoholconcentratie van meer dan 70% om het COVID-19-coronavirus te bestrijden. Een tijdelijke toelating voor een product dat minder dan 70% alcohol bevat, kan niettemin alleen bij de autoriteiten worden aangevraagd voor zover de onderneming de doeltreffendheid van de eindsamenstelling tegen virussen kan aantonen door middel van werkzaamheidstests (EN 14476). 

Na onderzoek van het dossier en indien het ontvankelijk wordt verklaard, verlenen de overheden een tijdelijke toelating voor het in de handel brengen en het gebruik van dit product voor een periode van maximaal 180 dagen. 

Tegelijkertijd wordt aan de persoon, verantwoordelijk voor het op de markt brengen van dit product, gevraagd om zo snel mogelijk een aanvraag voor registratie in te dienen de FOD Volksgezondheid

Wie kan me helpen wanneer ik geen materiaal meer heb?

De overheden zijn zich bewust van de schaarste aan materiaal en de ernstige problemen die dit veroorzaakt in het werkveld. Door de wereldwijde uitbraak van het nieuwe coronavirus is er op de markt schaarste aan sommige materialen. 

De productie en levering van chirurgische mondmaskers en handalcohol is weer op peil. De voorraden van sommige andere materialen zijn nog beperkt, daar moet u dus nog spaarzaam mee omgaan.   

De Vlaamse overheid plaatsten bestellingen voor mondneusmaskers en andere persoonlijke beschermingsmaterialen. Chirurgische mondmaskers werden aan alle voorzieningen erkend door de Vlaamse overheid geleverd. Andere materialen kunnen tijdens een uitbraak en bij acute tekorten worden aangevraagd bij beschermingsmiddelen@vlaanderen.be (voor voorzieningen erkend door Zorg en Gezondheid).  

SCHAKELZORGCENTRA

Vindt u geen antwoord op uw vraag? Mail naar eerstelijn@vlaanderen.be.  

Download hier het draaiboek voor schakelzorgcentra.

Wat is een schakelzorgcentrum?

De ziekenhuizen zullen de komende weken veel COVID-19-patiënten moeten opvangen. Het is belangrijk dat zij over voldoende bedden kunnen blijven beschikken. Daarom moeten er schakelzorgcentra opgericht worden.

Een schakelzorgcentrum heeft twee grote doelstellingen: 
•    een vlotte doorstroming van patiënten vanuit het ziekenhuis naar de thuissituatie mogelijk maken, met de nodige flexibiliteit; 
•    de ziekenhuiscapaciteit maximaal voorbehouden voor complexe zorg, en vrijwaren van niet-essentiële opnames. 

Een schakelzorgcentrum is geen veldhospitaal of noodhospitaal.

Welk zorgprofiel wordt opgevangen in het schakelzorgcentrum?

Patiënten met een eerder laag zorgprofiel die permanent toezicht nodig hebben maar nog niet in de thuissituatie kunnen worden opgevangen.   Patiënten met een zwaarder zorgprofiel moeten in het hospitaal of elders worden opgevangen.  Zorg en gezondheid kan, indien nodig, dit zorgprofiel aanpassen. 

Welke patiënten worden opgenomen in een schakelcentrum?

In een eerste fase richt het schakelzorgcentrum zich op de volgende 2 doelgroepen:  

  1. Mensen die medisch gezien het ziekenhuis mogen verlaten, maar die (dikwijls om sociale redenen) nog niet naar huis kunnen (bijvoorbeeld: voor wie de continuïteit van zorg of een aangepaste woonomgeving nog niet geregeld is). Dit zijn personen die wachten op plaatsing (WOP) met lage zorgprofielen (Katz O, A, B) die niet langer gehospitaliseerd moeten zijn, en dus zo snel mogelijk uit het hospitaalmilieu moeten gehaald worden, maar waarvoor toezicht noodzakelijk is. 
    Deze doelgroep wordt verder onderverdeeld in 2 verschillende cohorten: 
    - mensen die besmet zijn met een bewezen of vermoedelijke COVID-19  
    - bewezen COVID-19-negatieve patiënten (met een negatieve test) 
  2. De bewezen COVID-19-positieve patiënten (inclusief de patiënten met een vermoedelijke COVID-19-besmetting), met een lage zorgnood in reconvalescentie, waarvoor een zeer zorgvuldige klinische opvolging noodzakelijk is. 

De Vlaamse overheid zal na het openstellen van het schakelzorgcentrum de capaciteit van het ziekenhuisnetwerk zorgvuldig monitoren. Indien nodig kan het zorgprofiel worden aangepast en kunnen personen met een hoger zorgprofiel (bijvoorbeeld personen die extra revalidatienood nodig hebben waarvoor revalidatie in de ziekenhuissetting niet meer haalbaar is) in het schakelzorgcentrum worden opgenomen.  

Op dit moment zijn de criteria om iemand op te nemen in een schakelzorgcentrum (onder voorbehoud):

1. Medisch:

  • De persoon is niet afhankelijk van zuurstof. Omwille van de problemen bij de bevoorrading van zuurstof moeten zuurstof-dependente patiënten opgenomen blijven in het ziekenhuis. Schakelzorgcentra behandelen in principe geen patiënten met zuurstofnoden. In geval van nood volgen deze patiënten de gebruikelijke bevoorradingsweg namelijk via de apotheek open voor het publiek of de ziekenhuisapotheek.
  • Er is geen telemonitoring nodig.
  • Geen thuisdialyse. Ambulante hemodialyse in het ziekenhuis kan mits goede afspraken met het niercentrum over de planning (in de namiddag), maaltijden, transport, …
  • De persoon vertoont geen storend gedrag naar andere patiënten.
  • Medicatie kan per os worden toegediend.

2. Zorgprofiel:

  • Katz O, A en B.

Opgelet: bovenstaande criteria kunnen nog wijzigen.

Op welke manier kan een schakelzorgcentrum extra hulp betekenen voor verschillende woonzorgcentra in de regio?

Een schakelzorgcentrum kan op bijvoorbeelde volgende manier extra hulp of ondersteuning bieden aan de woonzorgcentra in de regio:

Samen met de expertise van verschillende partners:

  • de ondersteuningsmogelijkheden voor WZC’s in kaart brengen;
  • intervisie organiseren tussen de verschillende WZC’s ;
  • een cohortafdeling in je woonzorgcentrum opstarten: al gestart? Wat nodig?
  • opleiding rond handhygiëne, druppelcontactisolatie en cohortering indien nodig organiseren;
  • plaatsing bekijken van verpleegkundige en medische ondersteuning ter plekke;
  • bekijken welke hulp nodig is voor verbouwing accommodatie door technische dienst?
  • bekijken of en welke palliatieve ondersteuning voor bewoners nodig is (spuitdrijver, midazolam, ..);
  • overkoepelende ethische commissie;
  • communicatie met het thuisfront organiseren door de installatie van een belteam.

Door tijd en ruimte te maken voor het installeren van een cohortafdeling.

Hoe worden patiënten doorverwezen naar een schakelzorgcentrum?

Er zijn twee patiëntenstromen mogelijk naar het schakelzorgcentrum:
1.    ontslag vanuit het hospitaal;
2.    er kan rechtstreeks worden doorverwezen vanuit de triageplaats, nadat er een diagnostische oppuntstelling is uitgevoerd op de spoedgevallen om niet-COVID-19 uit te sluiten. 

Hoe gebeurt de overdracht van het ziekenhuis naar een schakelzorgcentrum?

Bij opname in het schakelzorgcentrum wordt steeds telefonisch contact opgenomen vanuit het ziekenhuis met de maatschappelijk werker in het schakelzorgcentrum om een zorgvuldige dossieroverdracht af te spreken. Waar nodig wordt ook de arts in het schakelzorgcentrum op de hoogte gebracht. Deze dossieroverdracht heeft minstens aandacht voor: 
1.    de noodzakelijke mobiliteitshulpmiddelen; 
2.    de psychosociale context en thuissituatie; 
3.    het regelen van de overdracht van het medisch dossier; 
4.    het medicatieschema; 
5.    vervoer naar het schakelzorgcentrum. 
 

Hoe lang kan men in een schakelzorgcentrum blijven?

Vanuit het schakelzorgcentrum is het de bedoeling om zo snel mogelijk de zorg in de thuiscontext verder te zetten.  Het schakelzorgcentrum stemt hiervoor af met de thuiszorgactoren. De maatschappelijk werker van het schakelzorgcentrum regelt via het ziekenfonds van de patiënt ook de persoonsgebonden hulpmiddelen (bijvoorbeeld: oproepsysteem, krukken, …), zodat die ook mee kunnen genomen worden bij ontslag uit het schakelzorgcentrum naar huis.

Zijn de schakelzorgcentra toegankelijk voor bezoek?

Neen.

Wat is een triageplaats?

In de triageplaats zal de huisartsenkring in samenwerking met een ziekenhuis en het lokaal bestuur een triagefunctie organiseren en bemannen.
Doel van de triageplaats: 
1.    Vermoedelijk besmette COVID-19-personen onderwerpen aan een klinisch onderzoek 
2.    Nagaan of de persoon al dan niet moet worden gehospitaliseerd 
 

Moet het schakelzorgcentrum altijd gecombineerd worden met een triageplaats?

Neen, die mogen worden gescheiden.
Er zullen ook meer triageplaatsen zijn dan schakelzorgcentra.

Wanneer wordt een schakelzorgcentrum geopend?

Enkel een schakelzorgcentrum dat is aangemeld na goedkeuring van de gouverneur kan worden geopend na een beslissing van Vlaamse Regering. Zorg en Gezondheid geeft advies m.b.t. de ziekenhuiscapaciteit. 

Kan een huisarts een patiënt rechtstreeks doorverwijzen naar een schakelzorgcentrum?

In bepaalde situaties kan de huisarts een kwetsbare persoon vanuit de thuissituatie rechtstreeks verwijzen naar het schakelzorgcentrum bij gebrek aan andere opties (dit is immers altijd een tijdelijke oplossing). Voordat deze beslissing effectief wordt genomen, moet alle formele en informele zorg zo maximaal mogelijk worden ingezet. Hiervoor is steeds een klinische evaluatie via de spoedgevallen noodzakelijk, om een mogelijke COVID-19 of onderliggend lijden te diagnosticeren. 

Waar komen de schakelzorgcentra?

In deze fase streven we naar één schakelzorgcentrum per (ongeveer) twee of drie eerstelijnszones. De gouverneurs coördineren de initiatieven binnen hun provincie. 
 
BruZEL, de Brusselse eerstelijnszone die de 19 gemeenten van het Brusselse Gewest omvat, valt hierbuiten. 
 
De schakelzorgcentra worden als volgt verdeeld over de provincies: 
•    provincie Antwerpen: 8 schakelzorgcentra; 
•    provincie Limburg: 4 schakelzorgcentra; 
•    provincie Oost-Vlaanderen: 6 schakelzorgcentra; 
•    provincie Vlaams-Brabant: 6 schakelzorgcentra; 
•    provincie West-Vlaanderen: 6 schakelzorgcentra. 
 
Op https://www.eerstelijnszone.be is alle informatie terug te vinden over de indeling van de eerstelijnszones. 
 

Moet een schakelzorgcentrum op één locatie worden gevestigd?

Indien nodig kan het schakelzorgcentrum op verschillende locaties worden geïnstalleerd.  Hierbij moet er rekening gehouden worden met de een flinke toename van de personeels- en logistieke capaciteit.  

Wie heeft de operationele leiding van een schakelzorgcentrum?

De algemene coördinator heeft de organisatorische en operationele leiding, trekt het volledige project en leidt het in goede banen. Hij/zij is het eerste aanspreekpunt voor Zorg en Gezondheid en de gouverneur van het schakelzorgcentrum.   Onder operationele leiding verstaan we: mensen aansturen, agenda’s opmaken, to-dolijsten opstellen en zorgen voor een dagelijkse informatiedoorstroming naar de stuurgroep en naar de clusterverantwoordelijken. 

Wat is de rol van de gouverneur?

De gouverneur zorgt ervoor dat er binnen zijn provincie per combinatie van (ongeveer) twee of drie eerstelijnszones een structuur opgezet wordt, die start met het oprichten van een schakelzorgcentrum. Hij geeft daartoe de opdracht aan de lokale besturen, die het initiatief moeten nemen om een stuurgroep samen te stellen, en de verdere stappen uit het draaiboek met die stuurgroep uit te voeren. 
 
Tijdens het ganse traject, zowel bij de opstart, als daarna bij de ingebruikname van het schakelzorgcentrum, ondersteunt de gouverneur in elke structuur de verschillende belanghebbenden (lokale besturen, eerstelijnszones, ziekenhuizen, zorgactoren uit de eerstelijnsgezondheidszorg, …) zodat die evenwaardig betrokken worden. Hij zorgt voor een uitwisseling van informatie tussen de verschillende schakelzorgcentra in zijn provincie, en neemt samen met zijn provinciale diensten de taken op die één schakelzorgcentrum overstijgen (bijvoorbeeld: het uitwisselen en delen van materiaal, de coördinatie van het vervoer als het bestaande aanbod verzadigd is, …). In het bijzonder worden een aantal sleutelindicatoren voor de schakelzorgcentra (capaciteitsproblematiek, inzet personeel, vervoerscapaciteit, …) gemonitord en indien nodig bijgestuurd op het provinciale niveau. 
 
Schakelzorgcentra die op problemen stoten, melden die aan de provinciale diensten van de gouverneur. Die diensten proberen een oplossing te zoeken binnen hun mogelijkheden, waar mogelijk in samenwerking met andere schakelzorgcentra. Problemen in verband met de schakelzorgcentra die niet op provinciaal niveau opgelost kunnen worden, meldt de gouverneur aan Zorg en Gezondheid. Alle communicatie gebeurt alleen via de coördinator van het schakelzorgcentrum. 
 

Wie stelt de algemene coördinator aan?

De gouverneur duidt voor elk schakelzorgcentrum in samenspraak met de lokale besturen een coördinator aan uit de beschikbare provinciale of gemeentelijke noodplanningscoördinatoren.
Deze coördinator maakt deel uit van de stuurgroep. Samen vormen zij een overkoepelend orgaan.

Om de uitvoering te verzekeren, richt de stuurgroep vier clusters op: een medische cluster, een welzijnscluster, een logistieke cluster en een administratieve cluster.
Per cluster zetelt één vertegenwoordiger in de stuurgroep. Hij/zij is expert in zijn vakgebied en wordt gedragen door de deelnemers uit zijn/haar werkveld.
Als trekker binnen hun cluster (en werkveld) zijn zij de vertegenwoordiger ervan.

Wat is de rol van de zorgcoördinator?

De zorgcoördinator zorgt voor de leiding van de cluster welzijnszorg en medische zorg in het schakelzorgcentrum.  Hij/zij stelt zorg voor de werkroosters van het medische en welzijnspersoneel, zorgt voor het multidisciplinair overleg, stuurt de welszijnsequipe en medische equipe aan, enz. 

Hoeveel bedden moeten beschikbaar zijn in een schakelzorgcentrum?

Bij de start is er een minimumcapaciteit van 25 à 30 bedden nodig. 
Dit aantal moet, indien nodig, kunnen worden uitgebreid naar maximum 50 bedden. 
 
•    Het is aangewezen om één derde van de infrastructuur (10 bedden) beschikbaar te stellen voor de eerste doelgroep (de bewezen COVID-19-negatieve patiënten die wachten op plaatsing (WOP) met lage zorgprofielen (Katz O, A, B) die niet langer gehospitaliseerd moeten zijn, en dus zo snel mogelijk uit het hospitaalmilieu gehaald moeten worden.  
•    Het is aangewezen om twee derde (20 bedden) te voorzien voor de bewezen COVID-19-positieve patiënten (inclusief de patiënten met een vermoedelijke COVID-19-besmetting), met een lage zorgnood in reconvalescentie, waarvoor een zeer zorgvuldige klinische opvolging noodzakelijk is. 

Wanneer kan het schakelzorgcentrum opschalen naar 50 bedden?

Het schakelzorgcentrum kan enkel na toestemming van Zorg en Gezondheid de bijkomende bedden in gebruik nemen. 

Hoeveel personeel hebben we nodig?

Personeel schakelzorgcentraVoor de samenstelling van de equipe kan het schakelzorgcentrum ook beroep doen op de artsen, paramedici en verpleegkundigen die zich hebben aangeboden bij Zorg en Gezondheid. Via het platform Help de Helpers (www.helpdehelpers.be) krijgt men toegang tot deze lijst. Het is aan te bevelen om gepensioneerde helpers niet in te zetten in de COVID-afdeling van het schakelzorgcentrum om dat zij extra gevoelig zijn voor complicaties bij een eventuele besmetting.

Zie hier op onze website voor meer info over de medische reserve en inschakeling van vrijwilligers/extra werkkrachten.

Welke bestaffing moeten we voorzien?

Dagbezetting (7u tot 21u30) 
Een minimumbezetting van 3 verpleegkundigen en 2 zorgkundigen/verzorgenden per 30 patiënten.  
Een shiftensysteem (vroege-late) wordt voorzien. (7u-15u30 en 15u-21u30) 
 
Een huisarts doet de permanentie en gaat minstens tweemaal per dag langs bij de patiënten. Hij hoeft niet permanent aanwezig te zijn, maar moet wel oproepbaar zijn. 
 
Minstens 1 verpleegkundige is vast toegewezen aan het schakelzorgcentrum en blijft aanwezig gedurende de hele shift.  
 
Nachtbezetting (21u tot 7u30) 
Een minimumbezetting van 1 verpleegkundige en 1 zorgkundige/verzorgende per 30 patiënten.  
De huisarts is van wacht en oproepbaar. 
 
Deze minimumbezetting gaat uit van patiënten met een eerder lichter profiel. Hou er rekening mee dat naarmate er meer COVID-19-patiënten zullen worden opgenomen in de ziekenhuizen, ook het profiel van de patiënten in de schakelzorgcentra zal stijgen/verzwaren. In dat geval kan het aangewezen zijn om de bestaffing aan passen naar de veilige bestaffing volgens de KCE-studie, namelijk 1 verpleegkundige per 8 patiënten. 
 
Om de planning van het verpleegkundig en verzorgend personeel haalbaar te maken, kan de helft van het verpleegkundig en verzorgend personeel vast toegewezen worden aan het schakelzorgcentrum (bijvoorbeeld vanuit de COVID-19-reserve). De andere helft kan aangevuld worden onder de vorm van een ‘vliegende equipe’ vanuit de thuiszorgdiensten. 
 
Extra bestaffing tijdens de drukste momenten van de shift kan besproken worden met de thuiszorgdiensten. Denk ook aan de gespecialiseerde verpleegkundigen van de thuiszorgdiensten. Zij kunnen helpen bij bv. complexe wondzorg. 

Om efficiënt en rationeel met personeel en (beschermings)middelen te kunnen omspringen, is het noodzakelijk om te werken volgens de principes van dienst- en discipline-overschrijdende cohortzorg. Meer informatie hierover vindt u in een aparte bijlage.

Vanwaar komt dit personeel?

Het schakelzorgcentrum moet afspraken maken met de zorgactoren uit de eerstelijnsgezondheidszorg die actief zijn in de eerstelijnszones (huisartsen, thuisverpleegkundigen, verzorgenden van de diensten voor gezinszorg, maatschappelijk werkers van de diensten maatschappelijk werk van het ziekenfonds, vrijwilligers van de diensten voor oppashulp, lokale apothekers, …).

Het schakelzorgcentrum kan ook beroep doen op de artsen, paramedici en verpleegkundigen die zich vrijwillig hebben aangeboden bij Zorg en Gezondheid. Om toegang te krijgen tot de lijst met de contactgegevens van deze medische reserve voor COVID-19, moet het schakelzorgcentrum contact opnemen met zorgengezondheid@vlaanderen.be  
 
Men moet er zich van bewust zijn dat het vinden van de juiste profielen voor de bestaffing van het zorgcentrum in deze crisis een grote uitdaging is. Bovendien is het belangrijk dat al de medewerkers goed op de hoogte zijn van de (isolatie)maatregelen die noodzakelijk zijn bij de zorg aan besmette patiënten. Opleiding is hiervoor essentieel.  Bijvoorbeeld samen met het lokale ziekenhuis kan een opleiding worden opgezet.
 

Waar moet een schakelzorgcentrum zich vestigingen?

De locatie van het schakelzorgcentrum moet centraal gesitueerd zijn. Er is nood aan een goede logistieke verbinding (centraal en van en naar het ziekenhuis en andere diensten). De voorlopige zorgraad kan de betrokken worden om suggesties te formuleren aan de lokale besturen over de inplantingsplaats van het schakelzorgcentrum.

In welk schakelzorgcentrum moet de patiënt worden opgenomen?

Omwille van de continuïteit van zorg moet de patiënt worden opgenomen in het schakelzorgcenrum dat zich zo dicht mogelijk bij de woonplaats ligt.  

Aan welke criteria moeten de gebouwen voldoen?

Minimale criteria

Het gebouw moet minimaal aan de volgende criteria beantwoorden: 

  • aparte kamers;
  • douchemogelijkheid;
  • sanitaire voorzieningen;
  • afzondering met het oog op privacy van de patiënten (onder andere aparte consultatieruimte voor de maatschappelijk werker);
  • brandveiligheid;
  • voldoende verwarming;
  • oproepsysteem voor elke patiënt, bijvoorbeeld een intern oproepsysteem; 
  • keuken; 
  • infrastructuur voor maaltijdbedeling; 
  • gescheiden afvalverwerking: medisch (besmettelijk) vs. niet-medisch ;
  • voldoende ruime gangen en lift groot genoeg indien meerdere verdiepingen;
  • preventie van legionella: in een gebouw dat al een hele tijd niet of maar gedeeltelijk gebruikt werd, is de kans groot dat ook het water in deze gebouwen langere tijd heeft stilgestaan. Bij stilstand loopt de kwaliteit van het water in de leidingen terug, zowel op vlak van chemie (bv. metalen) als op vlak van microbiologie (bv. legionella). Vooraleer een sanitaire installatie terug in gebruik wordt genomen, dient men:
    • de koud waterleidingen grondig door te spoelen tot een stabiele koud watertemperatuur bereikt wordt;
    • de sanitaire warm water (SWW-)productie en -circulatie correct op te starten;
    • de SWW-uittapleidingen grondig te spoelen gedurende minimum 3 minuten.
    • Meer gedetailleerde informatie over deze opstartprocedure kan u terugvinden op www.zorg-en-gezondheid.be/legionella

Wenselijke criteria

De volgende criteria zijn wenselijk voor het gebouw: 

  • ziekenhuisbedden (*) – een hotelbed is niet altijd geschikt voor medische zorgen;4
  • zuurstof voor in geval van nood. Hiervoor wordt de gebruikelijke bevoorradingsweg gevolgd namelijk via de apotheek open voor het publiek of de ziekenhuisapotheek;
  • spoelruimte:
    • voor opslagruimte voor afvalmateriaal (kan uiteraard ook in apart lokaal);
    • met voldoende grote spoelbak;
    • voor opslag vuil linnen.
  • lokaal voor teamoverleg;
  • rolstoeltoegankelijkheid;
  • parkeermogelijkheid;
  • leveringen materiaal;
  • relatief korte reistijd naar een ziekenhuis en triageplaats;
  • onthaal;
  • afsluitbare toegang;
  • internetaansluiting en telefonie. 


(*) Dit criterium voor infrastructuur kan besproken worden met de thuiszorgwinkels. 
De voorraad ziekenhuisbedden die kunnen ingezet worden in de schakelzorgcentra, is echter beperkt. Hier moet op lokaal niveau de afweging gemaakt worden waar deze essentieel ingezet moeten worden. 

De schakelzorgcentra zijn niet toegankelijk voor bezoek.  

Hoe worden de schakelzorgcentra gefinancierd?

Voor elk schakelzorgcentrum wordt een penvoerende organisatie aangeduid.  Deze organisatie is verantwoordelijk voor het financieel beheer van het schakelzorgcentrum. 

De Vlaamse en federale Regering zullen samen een financieringsmodel uitwerken voor de schakelzorgcentra en dit voorleggen aan de bevoegde diensten. De concrete modaliteiten zullen zo snel als mogelijk gecommuniceerd worden. Er wordt onderzocht of het mogelijk is om de schakelzorgcentra een dagvergoeding te betalen per bed, voor de hotelkost, de coördinatie en de administratie. De zorgactoren die ingeschakeld worden, zullen zoveel als mogelijk vanuit de bestaande regelingen gefinancierd worden (bijvoorbeeld: huisartsen en thuisverpleegkundigen door het RIZIV, verzorgenden van de diensten voor gezinszorg en maatschappelijk werkers van de diensten maatschappelijk werk van het ziekenfonds door Zorg en Gezondheid). 
 
Voor de patiënten wordt onderzocht of de derdebetalersregeling van toepassing kan zijn, zodat ze zelf geen eigen bijdrage (remgeld) moeten betalen voor de opname in een schakelzorgcentrum. Dat is hetzelfde principe als wat nu bijvoorbeeld al toegepast wordt bij de triagepunten die opgericht werden in het kader van COVID-19. 
 
Slechts één correct aangemeld schakelzorgcentrum per 2 à 3 eerstelijnszones komt in aanmerking voor financiering.  Als er meerdere initiatieven zijn, bepaalt de gouverneur welk schakelzorgcentrum aangemeld wordt.