FAQ COVID-19 voor zorgprofessionelen

Geen antwoord op je vraag?

Vind je hieronder geen passend antwoord op je vraag? Bezorg ze ons via dit formulier.

RESIDENTIËLE OUDERENZORG
WOONZORGCENTRA

Vindt u geen antwoord op uw vraag? Mail naar ouderenzorg@vlaanderen.be of bel ons op het nummer 02 553 35 79 (op werkdagen van 9u tot 12u en 13u tot 16u). 

Hoe gaan woonzorgcentra om met bewoners met corona?

Oudere mensen en mensen met onderliggende aandoeningen van hart, longen, nieren of met minder weerstand zijn een risicogroep voor het nieuwe coronavirus. Daarom gelden in de zorgvoorzieningen tijdelijk specifieke maatregelen. Bij opname van een COVID-19 bewoner of bij vaststelling van COVID-19 bij één of meerdere bewoners of medewerkers moeten bijkomende voorzorgsmaatregelen getroffen worden.

Raadpleeg het draaiboek COVID-19 voor woonzorgcentra en het draaiboek contactonderzoek COVID-19 in woonzorgcentra en erkende centra voor herstelverblijf.
Bij een uitbraak is het draaiboek cohorteren in woonzorgcentra bij COVID-19 van toepassing.

Mogen bewoners door familie weggehaald worden uit het woonzorgcentrum en welke gevolgen heeft dit?

De familie kan een bewoner uit een woonzorgcentrum halen en hem thuis opnemen. De opnameovereenkomst wordt hierdoor niet verbroken en de dagprijs mag verder worden aangerekend onder de regels die gelden bij afwezigheid van de bewoner. We raden de familie aan om in dat geval, indien nodig, een beroep te doen op thuiszorgdiensten. Als de familie een bewoner terug wil laten verblijven in het woonzorgcentrum, dan kan dit na overleg met de arts. 

Voor de quarantainemaatregelen bij (her)opname verwijzen we naar punt 6.1. van het Draaiboek COVID-19 voor woonzorgcentra en punt 4.2. van de (Tijdelijke) Maatregelen COVID-19 ouderenzorg.

Kan een bewoner naar een begrafenis gaan?

Begrafenissen en crematies in intieme kring zijn toegelaten, met respect voor de sociale afstand. Een bewoner van een woonzorgcentrum kan nog naar een begrafenis gaan. De algemene principes voor het verlaten van de voorziening door de bewoner zijn dan van toepassing.

Kan een woonzorgcentrum overgaan tot het proactief verhuizen van bewoners?

Een woonzorgcentrum zou kunnen overwegen om – met het oog op een toekomstige inrichting van een potentieel noodzakelijke cohortzone – over te gaan tot het proactief verhuizen van bewoners en zo bijvoorbeeld leegstand te groeperen.

Verhuizen van bewoners is in principe steeds een tijdelijke maatregel. Het verhuizen van bewoners is een ingrijpende maatregel en moet grondig worden afgewogen. Door proactief te werken kan een plotse verhuis worden vermeden. De voorbereiding tot een preventieve verhuis gebeurt best in nauw overleg met bewoners, hun families en met de CRA of medisch verantwoordelijke.

Wanneer cohortzorg al preventief voorbereid wordt in de praktijk, zonder dat er al een uitbraak is in het woonzorgcentrum, kan de bewoner een verhuis niet weigeren, maar moet de verhuis goed gemotiveerd en vooraf gecommuniceerd worden aan de bewoner en zijn familie/mantelzorger.

Hoe ver kan een voorziening gaan in het uitwerken van een aangepaste bezoekregeling?

Uitgangspunt is om het bezoek steeds mogelijk te maken en een eventueel bezoekverbod als uitzonderlijk te zien en, indien onvermijdelijk, toch altijd heel beperkt in duur. Het blijft cruciaal dat de kwaliteit van leven voor de bewoners mee ingeschat wordt als de bezoekmodaliteiten worden bepaald in individuele woonzorgcentra. Zelfs bij een uitbraak en in palliatieve situaties moet (beperkt) bezoek mogelijk blijven.

Belangrijk is dat elke voorziening ernaar streeft om een kwaliteitsvolle bezoekmogelijkheid te organiseren; rekening houdend met de mate van besmettingen in de voorziening, de infrastructurele en andere mogelijkheden/beperkingen en aangepast aan de individuele noden en behoeften van de bewoners. 

Elk woonzorgcentrum mag, binnen de actuele maatregelen en richtlijnen, zijn eigen accenten leggen, om het voor het personeel, de bewoners en de bezoekers zo aangenaam mogelijk te maken. Zo kunnen er bijvoorbeeld voorzieningen worden getroffen voor en met bewoners met gehoorproblemen of kan er omwille van de privacy – onder voorwaarden - kamerbezoek worden toegestaan voor bezoek van de partner (thuiswonend of verblijvend in een andere kamer van het WZC) van een bewoner.

Een woonzorgcentrum kan een beroep doen op een subsidie ter compensatie van de kosten gemaakt in het kader van COVID-19 (bv. voor infrastructurele aanpassingen)

Voor goede praktijken en voorbeelden verwijzen we naar de websites van de koepelorganisaties of de website van Hartverwarmers.

Moet een bewoner 14 dagen op de kamer blijven als hij na een dagbehandeling in het ziekenhuis eerst bij familie op bezoek gaat?

Na een dagbehandeling (bv. dialyse) of consultatie in het ziekenhuis van een niet-(mogelijke) COVID-19 bewoner én bij vervoer door professionelen, interne medewerkers of geregistreerde vrijwilligers (bv. ambulanciers, mindermobielencentrale (MMC)) zijn er geen bijkomende maatregelen nodig, op voorwaarde dat enkel niet-(mogelijke) COVID-19 bewoners gelijktijdig worden vervoerd. Ambulanciers moeten de richtlijnen voor ambulanciers toepassen. Niet-(mogelijke) COVID-19 bewoners uit een woonzorgcentrum met een uitbraak, kunnen uit voorzorg een chirurgisch mondneusmasker dragen tijdens het transport, ook al vertonen ze zelf (nog) geen symptomen.

Als er zich incidenten hebben voorgedaan (bijv. als er risicovolle contacten hebben plaatsgevonden), kan de directie of (hoofd)verpleegkundige, op basis van deze melding en na overleg met de CRA of een andere medisch verantwoordelijke, de maatregelen en eventueel de teststrategie voor hoogrisicocontacten volgen (zie in “tijdelijke maatregelen COVID-19 ouderenzorg” onder punt 8.2.4. Teststrategie en maatregelen bij hoogrisicocontacten).

Er is geen verplichting tot het uitsluitend gebruiken van liggend vervoer per ambulance. Het vervoer moet evenwel afgestemd zijn op de noden van de bewoner.

Mag een bewoner het woonzorgcentrum verlaten voor een wandeling?

De bewoner van een woonzorgcentrum, een centrum voor kortverblijf type 1, een centrum voor herstelverblijf en een niet-autonoom werkende groep van assistentiewoningen of serviceflatgebouw kan steeds de voorziening verlaten, mits het respecteren van de beschermingsmaatregelen zoals die gelden buiten de voorziening, conform de nationale bepalingen en de geldende lokale bepalingen. Zie punt 5.6. Verlaten van de voorziening door de bewoner (uitgangsregeling) van het document (Tijdelijke) Maatregelen COVID-19 ouderenzorg

Mogen de (achter)kleinkinderen op bezoek komen in een woonzorgcentrum?

Een woonzorgcentrum houdt bij het uitwerken van een bezoekregeling rekening met de kwetsbaarheid, de noden en behoeften van de bewoner(s) en hun specifieke situatie. Daarnaast wordt bij het uitwerken van een bezoekregeling ook rekening gehouden met de situatie in het woonzorgcentrum (besmettingen, infrastructurele context en personele bezetting) en in de omgeving/regio (al dan niet aanwezigheid van lokale uitbraak). 

Het is mogelijk om – binnen de aangereikte kaders (zie deze link) - een bezoekregeling uit te werken zonder extra beperkingen als er geen besmettingen in het woonzorgcentrum zijn en als er geen alarmsignalen zijn over de situatie in de gemeente/regio. De nationale bepalingen blijven hierbij steeds van kracht.
Ook voor bewoners van een woonzorgcentrum zijn de nationale maatregelen van toepassing.

In het document (Tijdelijke) Maatregelen COVID-19 ouderenzorg en de regelmatig verschijnende updates zijn duidelijke richtlijnen opgenomen.

De richtlijnen en updates laten een woonzorgcentrum de mogelijkheid om, met respect voor de veiligheidsmaatregelen, de basisrichtlijnen hygiëne en veiligheid, en rekening houdende met de infrastructurele context en de personele bezetting, zelf een beleid uit te stippelen in een zo participatief mogelijk traject. Zo zou een voorziening in de bezoekregeling kunnen opnemen dat kleine kinderen, jonger dan 12 jaar, enkel onder begeleiding van een volwassen persoon op bezoek kunnen komen. Voor bewoners zal het bezoek van (achter)kleinkinderen wellicht welkom zijn. Tegelijkertijd zijn de bewoners een risicogroep en moet er op een verantwoorde manier met deze risico’s worden omgegaan. Dit is een collectieve verantwoordelijkheid die samen - bewoners, families en medewerkers van het woonzorgcentrum - moet worden gedragen en vergt van iedereen een constructieve bijdrage.
 

Moet het personeel van een woonzorgcentrum nog twee maal per dag de temperatuur meten?

Temperatuurmeting van personen bij het betreden van de voorziening blijkt weinig zinvol.

Meer info lees je onder punt 2. Het virus en de symptomen van COVID-19 van de (Tijdelijke) Maatregelen COVID-19 ouderenzorg.

Wordt de opname vanuit een ander woonzorgcentrum (WZC) beschouwd als een nieuwe opname in het raam van de COVID-19 maatregelen?

Ja, bij de verhuis van een WZC naar een ander WZC worden dergelijke bewoners beschouwd als 'nieuwe' bewoners in het kader van de COVID-19 maatregelen.

Voor de quarantainemaatregelen bij (her)opname verwijzen we naar punt 6.1. van (Her)opname (mogelijke) COVID-19 bewoners van Draaiboek COVID-19 voor woonzorgcentra en punt 5.4. van de (Tijdelijke) Maatregelen COVID-19 ouderenzorg.

Wat wordt verstaan onder cohortzorg?

We spreken van cohorteren of cohortzorg wanneer de (mogelijke) COVID-19 bewoners strikt gescheiden worden verzorgd van de niet-(mogelijke) COVID-19 bewoners. 

Het personeel tussen beide groepen bewoners wordt niet uitgewisseld en de infrastructuur van beide groepen wordt niet gedeeld.

Raadpleeg het Draaiboek cohorteren in woonzorgcentra bij COVID-19.

Hoe kan ik zelf mondmaskers maken?

Je vindt de instructies op https://maakjemondmasker.be.

Wie moet wanneer mondmaskers gebruiken in het woonzorgcentrum?

In principe draagt iedereen die de voorziening betreedt een chirurgisch mondneusmasker tijdens de volledige aanwezigheidsduur.

Bezoekers dragen steeds een chirurgisch mondneusmasker, bij het betreden van de voorziening en bij verplaatsingen door de voorziening.
Tijdens de bezoekmomenten:

  • zowel bij de nauwe contacten als bij de sociale contacten

OF

  • als de voorziening de versoepelde modaliteiten toepast, hoeft de bezoeker geen mondneusmasker te dragen tijdens het bezoekmoment

In principe voorziet de bezoeker zelf in het chirurgisch mondneusmasker, maar als de bezoeker dit niet bij zich heeft, moet dit kosteloos voorzien worden door de voorziening. Het niet bij zich hebben van een chirurgisch mondneusmasker kan dus geen reden zijn om een bezoeker de toegang te weigeren, 

Meer info: zie punt 4.3. Bewoner en 4.4. Werking van de Tijdelijke maatregelen na de COVID-19 piek voor alle woonzorgcentra, centra voor kortverblijf type 1, centra voor herstelverblijf, groepen van assistentiewoningen en serviceflatgebouwen in Vlaanderen.

Welk beschermingsmateriaal moet in welke situatie gedragen worden?
Mag een contactberoeper (bv. kapper, schoonheidsspecialiste, pedicure, ...) nog langskomen in het woonzorgcentrum?

Bij contactberoepen kan de social distancing per definitie niet worden toegepast, wat een verhoogd risico op de overdracht van het virus inhoudt voor zowel de dienstverlener als voor de klant.

  • Activiteiten van niet-medische contactberoepen
    • kappers/kapsters: kunnen sinds zaterdag 13 februari 2021 hun activiteiten in een WZC, GAW/SFG of een CDV hervatten, mits strikte voorwaarden (voor de voorwaarden zie punt 5.4. Werking van de “Tijdelijke maatregelen COVID-19 Ouderenzorg.”
    • Andere niet-medische contactberoepen: met ingang van 1 maart 2021 mogen ook de andere niet-medische contactberoepen (pedicure, schoonheidsspecialiste, …) hun werkzaamheden hervatten.  Hiervoor gelden dezelfde strikte voorwaarden als voor de kappers/kapsters.

 

  • Lichaamshygiëne van kop tot teen, inclusief het wassen en drogen, dagelijks kammen, borstelen, enz. van de haren (niet het knippen of kleuren van de haren) door het zorgpersoneel, behoort tot de dagelijkse verzorging van een bewoner en moet volledig inbegrepen zijn in de dagprijs. 
  • Kinesitherapeutische behandelingen worden beschouwd als de uitoefening van een medisch contactberoep. 
Via welk kanaal kunnen wij vrijwilligers contacteren?

Zorgvoorzieningen die op zoek zijn naar vrijwilligers of extra werkkrachten in hun strijd tegen COVID-19 kunnen zich gratis registreren op het platform www.helpdehelpers.be. Vervolgens kunnen ze gericht op zoek gaan naar passende en beschikbare (medische of niet-medische) profielen in hun buurt.

Vlamingen die zorgvoorzieningen willen helpen in de strijd tegen het coronavirus kunnen zich registreren via Help de Helpers. Het platform zoekt vervolgens naar de beste passende matchen tussen de zorgvoorzieningen en de kandidaat-vrijwilligers.

De medische reservelijst van Zorg en Gezondheid (waarover de zorgvoorzieningen eerder een communicatie ontvingen) is ondertussen opgenomen in Help de Helpers en is niet meer beschikbaar via onze website.

Lees meer over 'Help de Helpers' en andere ondersteuningsinitiatieven.

Wat bedoelen we met een “mogelijke” of “vermoedelijke” COVID-19 bewoner?

Als we spreken over een “mogelijke “of “vermoedelijke “COVID-19 bewoner, gaat het over:

  • een bewoner die symptomen van COVID-19 vertoont, maar nog niet getest is;
  • een bewoner die géén symptomen van COVID-19 vertoont, maar een hoogrisicocontact had (binnen of buiten de voorziening).
Is een medewerker met chirurgisch mondneusmasker na contact met een met COVID-19 besmette bewoner een hoog-risicocontact?

Beschouwen we een medewerker die nauw contact had met een bewoner maar wel een chirurgisch mondneusmasker droeg als een hoogrisicocontact, als na testing die bewoner een bevestigde COVID-19 bewoner blijkt te zijn?

Een persoon die meer dan 15 minuten contact heeft gehad met een bevestigde COVID-19 bewoner op een afstand van minder dan 1,5 m (“face to face”), maar waarbij beiden adequaat een mondneusmasker hebben gebruikt, beschouwen we als een laagrisicocontact.  Thuisisolatie is niet nodig voor asymptomatische laagrisicocontacten, ook niet indien het laagrisicocontact een zorgverlener is. Zie: Draaiboek Contactonderzoek WZC.

Als er sprake is van een hoogrisicocontact, bijv. als de bewoner géén mondneusmasker droeg (zie ook de definitie van hoogrisicocontact in het document “Draaiboek contactonderzoek WZC”) dan gaat de medewerker in quarantaine vanaf het moment van het laatste hoogrisicocontact met de indexpersoon.. Zie ook “Draaiboek contactonderzoek WZC” onder punt 5.2. Hoogrisicocontacten (= nauwe contacten). in het document “Draaiboek contactonderzoek WZC”.

Mag een bewoner bezoek ontvangen van een priester, een predikant/zielzorger/geestelijke of een moreel consulent?

Mag een bewoner bezoek ontvangen van een priester, een predikant/zielzorger/geestelijke of een moreel consulent?

Voor heel wat bewoners in een WZC is religieuze en/of morele bijstand erg belangrijk.

Voor bewoners in de palliatieve fase is bezoek altijd onbeperkt mogelijk qua aantal en frequentie (Zie: tijdelijke maatregelen COVID-19 ouderenzorg). Mits respect voor de hygiënemaatregelen in de voorziening is in dergelijke situaties “bezoek” van een priester, een predikant/zielzorger/geestelijke of een moreel consulent zeker mogelijk.

Voor bewoners die niet in de palliatieve fase zijn, kan de directie of verantwoordelijke van het WZC dergelijk “bezoek” toestaan en de voorwaarden daartoe bepalen. De directie maakt hierbij, rekening houdend met het grotere risico op een externe bron van besmetting, een afweging tussen de veiligheid van de bewoners, families en medewerkers, en het psychosociaal welzijn van de individuele bewoner.

Als een COVID-19 bewoner in het kader van cohortering van kamer verhuist, moet de opnameovereenkomst dan worden aangepast?

Gelet op de tijdelijkheid van de situatie in het kader van cohortzorg is een wijziging van de schriftelijke opnameovereenkomst niet verplicht. Als de bewoner (of familie) hier toch op aandringt, kan eventueel met een kort addendum bij de overeenkomst gewerkt worden.

Kunnen kinesitherapeutische behandelingen en specialistische voetbehandelingen plaatsvinden bij (mogelijke) COVID-19 bewoners?

Bij (mogelijke) COVID-19 bewoners mag voetverzorging - met name de specialistische behandelingen zoals de behandeling van een risicovoet, waarbij ten gevolge van een ziekte (onder meer diabetes, reuma, spasticiteit, kanker) of andere oorzaken (onder meer ouderdom, verwaarlozing) een verhoogd risico aanwezig is op complicaties - enkel uitgevoerd worden door een podoloog. Alleen die voetverzorgingen die noodzakelijk zijn, mogen bij deze bewoners uitgevoerd worden, dus geen cosmetische behandelingen of andere behandelingen van de voet die niet noodzakelijk zijn.

Kinesitherapeutische behandelingen worden beperkt tot de noodzakelijke behandelingen. De bewoner draagt tijdens de behandeling een chirurgisch mondneusmasker, tenzij dit niet mogelijk of aangewezen is voor de bewoner (bv. bewoner met dementie). Die bewoners worden als laatste ingepland.

Andere (niet-medische) contactberoepen kunnen geen behandelingen uitvoeren bij (mogelijke) COVID-19 bewoners.

Mag men de opname van een nieuwe bewoner uit het ziekenhuis laten afhangen van een negatieve COVID-19 screening?

Opname van nieuwe niet-(mogelijke) COVID-19 en (mogelijke) COVID-19 ouderen uit het ziekenhuis kan door de directie en de CRA van het woonzorgcentrum en in voorkomend geval door de via Zorg en Gezondheid gesubsidieerde crisismanager, enkel in volgende gevallen geweigerd worden:

  • als de oudere niet tot de doelgroep van het woonzorgcentrum behoort;
  • als er geen opnamecapaciteit is: de bezetting binnen de erkende capaciteit, en - indien van toepassing - bovenop de erkende capaciteit, is maximaal;
  • als het woonzorgcentrum een tijdelijke opvangmogelijkheid in een andere gepaste zorgvoorziening vindt (bv. een centrum voor herstelverblijf) voor een nieuwe oudere die uit ziekenhuis ontslagen is, én mits akkoord van de oudere of zijn/haar vertegenwoordiger;
  • als het ziekenhuis in de onmogelijkheid is om de noodzakelijke beschermingsmiddelen voor 14 dagen onmiddellijk en tegelijkertijd met de transfer van de (mogelijke) COVID-19 oudere mee te geven indien het woonzorgcentrum zelf onvoldoende voorraad heeft.
Wat met de was van een (mogelijke) COVID-19 bewoner? Moet die eerst in “quarantaine” worden gehouden?

Er bestaat weinig/geen wetenschappelijke evidentie over de verspreiding van het virus via textiel en het al dan niet noodzakelijk zijn van een quarantaine-periode voor de was van (mogelijke) COVID-19 bewoners.
Daarover zijn geen richtlijnen.

Als algemene regel geldt dat de was van een (mogelijke) COVID-19 bewoner steeds wordt gewassen met een wasmiddel op een zo hoog mogelijk programma (bij voorkeur 60°C) en bij voorkeur in de droogkast gedroogd.

Indien de persoonlijke was wordt gedaan door familieleden: zorg voor een duidelijke markering dat het gaat om besmette was. Steek de was in een dichte en stevige zak om lekken te vermijden, en zorg ervoor dat de zak nadien wordt weggegooid.
Geef duidelijke instructies mee:

  • duw de lucht niet uit de zak;
  • zorg dat kledij/linnen wordt gewassen met wasmiddel bij voorkeur op minstens 60°C. Als de was op 60°C wordt gewassen, mag de was van de COVID-19 bewoner mee gewassen worden met de ‘gewone’ was. Na het wassen, wordt het wasgoed bij voorkeur gedroogd in de droogkast.
  • na het manipuleren van vuile was, steeds grondig de handen wassen.
Wie moet de kamer leegmaken na het overlijden van een bewoner?

Bij het overlijden van een niet-COVID-19 bewoner mag de familie, of wie voor de bewoner instaat, de kamer leegmaken. De familie moet hierbij de hygiënemaatregelen in de voorziening respecteren: dragen van een mondneusmaker, geen onnodige verplaatsingen, enz.  
Bij het overlijden van een (vermoedelijke) COVID-19 bewoner wordt de bewonerskamer ontruimd door het woonzorgcentrum en niet door de familie: 

 

  • na het overlijden wordt de kamer twee dagen op slot gedaan en verlucht (ramen); 
  • ontruimen gebeurt door het woonzorgcentrum, mits het dragen van aangepaste PBM’s (niet-steriele handschoenen, schort met lange mouwen, chirurgisch mondneusmasker en spatbril of gezichtsscherm als er een risico op spatten bestaat); 
  • bij het ontruimen van de kamer moet contaminatie van schone ruimten worden vermeden:
    • vóór de kamer te ontruimen, wordt alles grondig gereinigd met detergent en gedesinfecteerd met een chlooroplossing van 1.000 ppm:
      • medisch materiaal: thermometer, stethoscoop, bloeddrukmeter, …
      • bewonersgebonden materiaal: bedpannen, urinalen, wasbekkens, toiletstoelen, … 
      • alle meubilair: matrassen, bedden, stoelen, tafels, nachtkastjes, zetels, …
      • sanitair
      • tilliften, rolstoelen, loophulp, … 
      • high touch oppervlakken zoals lichtschakelaars, deurklinken, liftknoppen, …
      • enz. 
    • kledij wordt verpakt in luchtdichte zakken. Deze kledij moet achteraf worden gewassen op een zo hoog mogelijk programma (bij voorkeur 60°C) en bij voorkeur in de droogkast gedroogd. Ook bedlinnen wordt verpakt in luchtdichte zakken voor de wasserij (cf. wassen kleding); 
    • alle wegwerpmateriaal dat in de kamer aanwezig was, wordt als besmet beschouwd en moet dus weggegooid worden, zoals niet-steriele handschoenen, toiletpapier, verbandmateriaal, alsook de toiletborstel;
  • als het nodig is, voorziet het woonzorgcentrum in een korte stockage in de voorziening. Het woonzorgcentrum maakt afspraken met de familie/nabestaanden over het ophalen van de spullen van de overledene;
  • het ophalen door de familie gebeurt binnen vijf dagen na het overlijden. Voor die periode van vijf dagen worden geen opslagkosten aangerekend; 
  • voordat een nieuwe bewoner zijn intrek neemt, krijgt de kamer nogmaals een grondige poetsbeurt en eventueel een desinfectie. 
Wat met afval van (mogelijke) COVID-19 bewoner?

De volgende afvalstoffen van de behandeling van (mogelijke) COVID-19 bewoners mogen - zonder een periode van 72 uren in afzondering - ingezameld, afgevoerd en verwerkt worden als niet-risicohoudende afvalstoffen (NRMA):

  • niet-besmeurde PBM’s zoals handschoenen, maskers, schorten, spatbrillen;
  • voedselresten;
  • wegwerpgordijnen;
  • papier en karton, incl. kranten en tijdschriften van de bewoner;
  • allerlei verpakkingsmaterialen;
  • incontinentiemateriaal;
  • lege urinezakken, inhoud ledigen en afvoeren via de riolering.

De volgende afvalstoffen van de behandeling van (mogelijke) COVID-19 bewoners moeten - na een periode van 72 uren in afzondering - in de recipiënten voor afvoer, ingezameld, afgevoerd en verwerkt worden als niet-risicohoudende afvalstoffen (NRMA):

  • verzorgingsmateriaal zoals verbanden, tissues, onderleggers, … indien deze met kleine hoeveelheden geabsorbeerde lichaamsvochten, bloed of derivaten vervuild zouden zijn; 
  • wegwerplinnen, ook indien deze met kleine hoeveelheden geabsorbeerde lichaamsvochten, bloed of derivaten vervuild zouden zijn.

Zie ook:

Waar kan ik informatie vinden over het verloop van de testen COVID-19 in de woonzorgcentra?
Klopt het dat van 1/08/20 t.e.m. 31/03/21 geen dagprijs mag worden aangerekend na overlijden of beëindigen van de overeenkomst?

Het klopt inderdaad dat er van 1 augustus 2020 tot en met 31 maart 2021 nooit een dagprijs mag worden aangerekend voor dagen na overlijden of beëindigen van de opnameovereenkomst.

Er wordt door de Vlaamse Regering in het besluit van 17 juli 2020 en 11 december 2020 voorzien in een aanzienlijk aantal financieel ondersteunende maatregelen voor de voorzieningen. 

Daarbij zit onder meer de compensatie voor de leegstand tot op het niveau van de bezettingsgraad in de referentieperiode 2018/2019. Hiermee maakt de Vlaamse Regering het mogelijk dat voorzieningen een verantwoorde leegstand kunnen aanhouden, om bij eventuele besmettingen snel en gemakkelijk mensen apart te kunnen opvangen zodat besmettingen ingedijkt kunnen worden, zonder dat de voorzieningen daardoor minder inkomsten genereren.

Voor de meeste gevallen waarin voorzieningen geconfronteerd worden met een overlijden of een einde van de opnameovereenkomst, zal het niet kunnen aanrekenen van de dagprijs voor de dagen na overlijden of opzeg, gedekt worden door de overheid. De voorziening ontvangt immers voor die leegstand een compensatie voor de dagprijs en de basistegemoetkoming voor zorg. Dubbele financiering is uitgesloten, dus de voorziening kan de dagprijs niet nog eens aanrekenen aan de gebruiker. 

Een beperkt aantal situaties zal niet gedekt zijn, met name:

  • na overlijden of beëindigen van de opnameovereenkomst van een bewoner boven de bezettingsgraad van de referentieperiode 2018/2019. Gezien elke voorziening geadviseerd wordt een verantwoorde leegstand aan te houden, zijn we ervan overtuigd dat het overgrote deel van de voorzieningen geen hogere bezettingsgraad zal hebben dan in de referentieperiode 2018/2019.
  • na overlijden of beëindigen van de opnameovereenkomst van een bewoner bij een verminderde bezetting die groter is dan 20% van de erkende capaciteit, wordt dit vanaf 1 oktober 2020 niet gecompenseerd door de dagprijscompensatie vanuit de overheid. 
  • Tegenover deze beperkingen staat echter wel een pallet van andere compensaties. 

In de besluitvorming is ook rekening gehouden met het bewonersperspectief waarbij moet voorkomen worden dat enerzijds de ene bewoner/familielid toevallig wel en anderzijds de meeste andere bewoners/familieleden geen dagprijs na overlijden of beëindigen van de opnameovereenkomst betalen. Bijgevolg heeft de Vlaamse Regering besloten dat de situatie voor alle bewoners/familieleden gelijk zal zijn, namelijk geen aanrekening van de dagprijs voor de dagen na overlijden of beëindigen van de opname-overeenkomst. 

Vervoer van bewoners van en naar het ziekenhuis: steeds met het ziekenvervoer ?

We maken een onderscheid tussen het vervoer van (mogelijke) COVID-19 bewoners en niet COVID-19 bewoners.

  • (Mogelijke) COVID-19 bewoners kunnen enkel door ziekenvervoer worden vervoerd, en enkel één op één (dus: vervoer van 1 bewoner per traject).
    Bij de transfer naar een andere zorgvoorziening wordt het personeel van de ziekenwagen en de andere zorgvoorziening op voorhand telefonisch verwittigd over de (mogelijke) COVID-19 bewoner, zodat zij de nodige voorzorgsmaatregelen kunnen nemen. We verwijzen hierbij naar https://www.zorg-en-gezondheid.be/ziekenvervoer onder de hoofding “Vervoer van patiënten met het coronavirus COVID-19”.
  • Voor het vervoer van niet (mogelijke) COVID-bewoners naar bijvoorbeeld dagbehandeling of consultatie in het ziekenhuis, kan beroep worden gedaan op professionelen, interne medewerkers of geregistreerde vrijwilligers (bijv. ambulanciers, mindermobielencentrale). 
    Voor dergelijk vervoer zijn geen bijkomende maatregelen nodig op voorwaarde dat enkel niet (mogelijke) COVID-19 bewoners tegelijkertijd worden vervoerd.  Ambulanciers moeten de richtlijnen voor ambulanciers toepassen.  Niet (mogelijke) COVID-19 bewoners uit een woonzorgcentrum waar een uitbraak heerst, kunnen uit voorzorg een chirurgisch mondmasker dragen tijdens het transport, ook al vertonen ze zelf (nog) geen symptomen.
Mogen online vormingen gevolgd of gegeven worden in het raam van de te volgen opleidingen ?

Het verdient aanbeveling om bij de inschatting voor het al dan niet volgen van online trainingen volgende criteria te hanteren:

  • trainingen bij voorkeur georganiseerd in kleine groepen (bijv. 20 personen per sessie);
  • voor de vorming/opleiding wordt een geschikt instrument gebruikt (Skype, Zoom, Teams, ….) en is bij voorkeur interactief (mogelijkheid tot vragen stellen);
  • de training wordt georganiseerd in korte modules (max. 2u/module).
Zijn er specifieke richtlijnen in het kader van COVID-19 betreffende het hitteplan?

In de richtlijnen COVID-19: Tijdelijke maatregelen ouderenzorg (23 juli 2020) (400 kB) kan u specifieke adviezen hieromtrent terugvinden onder de punten ‘4.10. Ventileren en verluchten’ en ‘4.11. Vlaams warmte-actieplan’.

We verwijzen eveneens naar het federale ‘Ozon en hitteplan in België’, waarin 3 fasen onderscheiden worden:

  1. Een waakzaamheidsfase
  2. Een waarschuwingsfase
  3. Een alarmfase

Inhoudelijke informatie over deze verschillende fasen en mededelingen aangaande het afkondigen ervan kan u volgen via https://www.irceline.be/nl en de voorspellingen van het KMI.

Vragen over de inzet van extra personeel
Hoe kan een woonzorgcentrum extra ondersteuning vragen bij de uitval van personeel?

Omdat veel personeel in de zorg momenteel tijdelijk uitvalt door quarantaine, ziekte of te hoge werkdruk, is de nood aan helpende handen in de sector groot. Zorgvoorzieningen kunnen vrijwilligers of extra werkkrachten uit een medische en niet-medische reserve contacten via het platform Help de Helpers. Werkzoekenden maar ook tijdelijk werklozen, freelancers of jobstudenten die op dit moment geen werk hebben in bv. de eventsector of horeca, kunnen een oplossing bieden. Het gaat dan vooral om ondersteunende jobs waarvoor geen specifieke zorgkwalificaties nodig zijn, maar die het zorgpersoneel kunnen ontlasten.

Via het platform www.helpindezorg.be kunnen zorgvoorzieningen hun noden kenbaar maken én kandidaten zich melden om te helpen. De VDAB zorgt samen met de private sectoren zoals de interimsector voor de matching tussen beschikbare jobs en profielen.

De Vlaamse Regering voorziet in een vergoeding voor extra personele inzet omwille van Covid 19. De vergoeding van de extra personeelsinzet is zowel mogelijk voor zorgpersoneel als ondersteuningspersoneel.  
De totale vergoeding die een woonzorgcentrum voor de extra personeelsinzet kan ontvangen, is begrensd per kwartaal. Deze begrenzing is verschillend naargelang het een woonzorgcentrum zonder zware uitbraak, met een zware uitbraak of een zeer zware uitbraak betreft.  
Meer informatie vindt u onder punt '6. Vergoeding inzet extra personeel” in de gedetailleerde toelichting bij de brief “COVID-19 financiële maatregelen van 1 oktober 2020 – 31 maart 2021 voor woonzorgcentra, centrum voor kortverblijf, centrum voor dagverzorging en centrum voor dagopvang” van 21 december 2020 met referentie TFO/2020/25. U kan deze brief terugvinden via: https://www.zorg-en-gezondheid.be/brieven-over-financiering-ouderenzorg. 

Mogen bij personeelstekort andere personeelsgroepen (bv. kinderverzorgers) ingeroepen worden voor de werking van het WZC?

De wet op de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen blijft van toepassing. Bijgevolg blijft de zorg voorbehouden aan zorgkundigen en verpleegkundigen (diploma + visum als voorwaarde voor het uitoefenen van verzorgende taken).

Op 5 november 2020 keurde de Kamer een tijdelijke wet goed die het mogelijk maakt dat ook andere beroepsprofielen verpleegkundige taken kunnen uitvoeren onder bepaalde voorwaarden. Deze wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen bepaalt welke handelingen enkel door verpleegkundigen mogen worden uitgevoerd. Die verpleegkundige taken – met uitsluiting van een aantal technische en risicovolle handelingen – mogen nu ook door andere beroepsprofielen worden gedaan. In de eerste plaats wordt gedacht aan studenten uit zorgopleidingen en aan beroepen die affiniteit hebben met verpleegkunde zoals zorgkundigen, kinesisten, vroedvrouwen, logopedisten, ergotherapeuten… Er zijn wel een aantal voorwaarden in de wet ingeschreven: de inzet van andere profielen is alleen mogelijk als laatste redmiddel; de delegatie van de taken kan alleen binnen een gestructureerd zorgteam onder leiding van een coördinerend verpleegkundige; er is een voorafgaande opleiding door een arts of een verpleegkundige nodig en een aantal gevoelige handelingen moeten nog altijd door een verpleegkundige worden uitgevoerd. 
De maatregel geldt tot 1 april 2021 en kan maximaal met zes maanden verlengd worden.
 

Zullen er sancties zijn bij een eventueel tekort aan zorgpersoneel?

Het is mogelijk dat door de moeilijkheden om personeel aan te werven en de uitval van personeel, er een tekort ontstaat op de personeelsnorm in het kader van de financiering. Als gevolg van dit tekort wordt in normale omstandigheden een sanctie toegepast op de toekomstige basistegemoetkoming. Door de prestaties van interim-zorgkundigen en reactiveringspersoneel mee op te nemen bij de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg, zal in een aantal voorzieningen een sanctie vermeden worden. In een aantal andere voorzieningen zal er echter nog steeds een personeelstekort zijn. Daarom zal er voor het facturatiejaar 2021 en 2022 geen sanctie worden toegepast omwille van personeelstekort op de financieringsnorm. Dit geldt voor alle groepen van zorgpersoneel.  

Ook de voorwaarde van ”geen personeelstekort” om voor een gedeelte van de norm verpleegkundigen een financiering als A1-verpleegkundige te ontvangen, valt weg voor het facturatiejaar 2021 en 2022. 

Tenslotte wordt het voldoen aan de financieringsnorm, als voorwaarde om in aanmerking te komen voor deel A2, geschrapt voor het facturatiejaar 2021 en 2022. Er moet wel nog voldaan worden aan de voorwaarde van een minimale resterende loonkost om in aanmerking te komen voor deel A2. 

Er wordt geen sanctie toegepast bij een tekort op de financieringsnorm. Geldt dit ook voor de continuïteitsnorm?

Neen, de regelgeving betreffende de continuïteitsnorm blijft van toepassing.  

De continuïteitsnorm die bepaalt dat er minstens 5 VTE zorgpersoneel moet zijn waarvan minstens twee verpleegkundigen is immers een minimale personeelsnorm in kader van de continuïteit van zorg en dienstverlening voor bewoners met een zwaar zorgprofiel. 

Hoe is de vergoeding geregeld voor de inzet van thuisverpleegkundigen in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf type 1?

U mag/kan tijdens de COVID-19-periode thuisverpleegkundigen inschakelen in het woonzorgcentrum. 

De uren die thuisverpleegkundigen presteren in het woonzorgcentrum kunnen niet tellen voor de RIZIV-nomenclatuur. De Vlaamse overheid voorziet echter een specifieke vergoeding van 47,25 euro per uur voor het inzetten van thuisverpleegkundigen tijdens de COVID-19-periode. 

Meer informatie vindt u onder punt '3.2. Personeelsinzet – Interim-, thuis- en ziekenhuisverpleegkundigen' in de bijlage bij de brief 'COVID-19 maatregelen woonzorgcentra, centra voor kortverblijf, centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang met effect op bezetting en financiering' van 30 april 2020 en onder punt '6. Vergoeding inzet extra personeel” in de gedetailleerde toelichting bij de brief “COVID-19 financiële maatregelen van 1 oktober 2020 – 31 maart 2021 voor woonzorgcentra, centrum voor kortverblijf, centrum voor dagverzorging en centrum voor dagopvang” van 21 december 2020.

Is er voor interimverpleegkundige tijdens de COVID-19-periode de keuze tussen een vergoeding of registratie in Raas?

Tijdens de COVID-19-periode heeft u voor interim-verpleegkundigen de keuze: 

  1. ofwel registreert u de gegevens en prestaties in de RaaS-webtoepassing en tellen deze mee voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg 2021; 
  2. ofwel registreert u de gegevens en prestaties in het e-loket van Zorg en Gezondheid en ontvangt u een vergoeding van 47,25 euro/uur. 

Dubbele financiering is uiteraard uitgesloten. Een interim-verpleegkundige waarvoor u de prestaties registreert via het e-loket kunt u uiteraard niet nog eens in de RaaS-webtoepassing registreren. 

Omgekeerd, kunt u voor een interim-verpleegkundige waarvoor u de prestaties registreert in RaaS, deze prestaties niet opgeven in kader van de vergoeding van 47,25 euro/uur. 

Mogen interim-zorgkundigen en interim-reactiveringspersoneel tijdelijk in RaaS geregistreerd worden?

U kunt tijdens de COVID-19-periode uitzonderlijk interim-zorgkundigen en interim-reactiveringspersoneel inzetten en doorgeven in de RaaS-webtoepassing voor financiering. Het gaat hier over interim-personeel dat wordt ingezet naar aanleiding van COVID-19. Het gaat dus niet om de interim-zorgkundigen of interim-reactiveringspersoneel die al voor 13 maart 2020 aan de slag waren in uw voorziening. Een registratie naar aanleiding van COVID-19 is ten vroegste mogelijk vanaf 13 maart 2020. 

Opdat deze prestaties meegenomen worden bij de berekening, moet u het interim-contract van de zorgkundige of het reactiveringspersoneel uitzonderlijk als een contracttype “student – arbeidsovereenkomst” te registreren in de RaaS-webtoepassing. 

Tijdens de periode van 13 maart 2020 tot en met 31 maart 2021 kunt u uitzonderlijk ook kiezen voor een vergoeding per uur van deze prestaties. Voor interim-zorgkundigen is de vergoeding 32,56 euro per uur; voor interim-reactiveringspersoneel is dit 37,85 euro per uur. Indien u een vergoeding per uur wenst, registreert u de gegevens en prestaties in het e-loket. 

Dubbele financiering is uiteraard uitgesloten. Prestaties van interim-zorgkundigen en interim-reactiveringspersoneel waarvoor u een vergoeding per uur vraagt, kunt u uiteraard niet ook nog eens uitzonderlijk in de RaaS-webtoepassing registreren. Omgekeerd, kunt u voor interim-zorgkundigen en interim-reactiveringspersoneel waarvoor u de prestaties uitzonderlijk in RaaS registreert, deze prestaties niet opgeven in kader van de vergoeding per uur. 

Let wel, het gaat hier over interim-personeel dat wordt ingezet naar aanleiding van COVID-19. Het gaat dus niet om de interim-personeel dat al vóór 13 maart 2020 aan het werk was in uw voorziening. Een registratie naar aanleiding van COVID-19 is dus ten vroegste mogelijk vanaf 13 maart 2020 

Kan ik een student die een zorgopleiding volgt als zorgpersoneel tewerkstellen?

Om een gezondheidszorgberoep te mogen uitoefenen, moet een personeelslid altijd over een visum beschikken. Voor sommige zorgberoepen is bovendien een erkenning of registratie vereist. Alleen taken die niet tot de uitoefening van een gezondheidszorgberoep behoren, mogen dus door andere personeelsleden worden uitgevoerd, indien dat arbeidsrechtelijk mogelijk is.

Studenten verpleegkunde kunnen na het succesvol afronden van hun eerste jaar een aanvraag doen om geregistreerd te worden als zorgkundige. Zij moeten deze aanvraag doen via het Vlaams e-loket zorgberoepen. Door een samenwerking met de FOD Volksgezondheid krijgen zij samen met het bewijs dat zij geregistreerd zijn als zorgkundige ook automatisch hun visum als zorgkundige toegestuurd. Voor meer informatie over de mogelijkheden om geregistreerd te worden als zorgkundige kan je op www.zorg-en-gezondheid.be/zorgkundigen nog meer informatie vinden.

Let wel, een zorgkundige moet altijd onder toezicht van een verpleegkundige werken. Bovendien zijn de zorgkundige handelingen die men mag stellen wettelijk veel beperkter dan wat men eventueel als student verpleegkunde al geleerd heeft.

Mogen stagiairs worden toegelaten tot de voorziening ? Wat met stagebegeleiding op de werkvloer?

Stagiairs kunnen worden toegelaten tot de voorziening voor die leerlingen en studenten waarvoor er kan worden uitgegaan dat:

  • zij zelfstandig kunnen functioneren,
  • op de werkvloer een waardevolle meerwaarde kunnen betekenen en
  • in staat zijn om op autonome wijze de preventie- en hygiënemaatregelen te respecteren.

Voor stagiairs gelden dezelfde maatregelen als voor medewerkers. Het is aan de verantwoordelijke van de voorziening om hen goed te informeren over de hygiënemaatregelen, werkvoorschriften, procedures, … in de voorziening en hen  - zoals aan de eigen medewerkers - de nodige PBM’s ter beschikking te stellen opdat zij in veilige omstandigheden hun taken kunnen uitvoeren.

Voor wat betreft de stagebegeleiding op de werkvloer door de stagebegeleider, volgt de voorziening best de vuistregel om het risico op besmetting zo minimaal mogelijk te houden. De directie van de voorziening kan evenwel de stagebegeleider beschouwen als een externe medewerker die bijdraagt tot de zorg (cf. de richtlijnen voor de pedicure, kiné, geregistreerde mantelzorgers, …) en de stagebegeleiding op de werkvloer toestaan, op voorwaarde dat de nodige zorgvuldigheid aan de dag wordt gelegd. Het verdient evenwel aanbeveling om de stagebegeleiding op de werkvloer tot het strikt noodzakelijke te beperken.

Evaluaties en stagebesprekingen gebeuren dan weer best op afstand (digitaal, telefonisch, …) of in een aparte ruimte.

Mogen autonome werkstraffen verder in de voorziening worden uitgevoerd? Wat met begeleiding van uitvoerders van werkstraffen?

Autonome werkstraffen kunnen worden uitgevoerd in de voorziening als ervan kan worden uitgegaan dat:

  • de uitvoerder zelfstandig kan functioneren,
  • op de werkvloer een waardevolle meerwaarde kan betekenen en
  • in staat is om op autonome wijze de preventie- en hygiënemaatregelen te respecteren.

Het is aan de voorziening om zelf een inschatting te maken in welke mate de begeleiding van of het toezicht op de uitvoering van de werkstraf al dan niet de draagkracht van de voorziening overstijgt, en op basis daarvan een beslissing te nemen.

Voor de uitvoerders van autonome werkstraffen gelden dezelfde maatregelen als voor medewerkers. Het is aan de verantwoordelijke van de voorziening om hen goed te informeren over de hygiënemaatregelen, werkvoorschriften, procedures, … in de voorziening en hen - zoals aan de eigen medewerkers - de nodige PBM’s ter beschikking te stellen opdat zij in veilige omstandigheden hun taken kunnen uitvoeren.

Besprekingen met de justitie-assistent over het verloop van de uitvoering van de werkstraf, gebeuren best op afstand of in een aparte ruimte.

Komen verpleegkundigen aangeworven in kader van project-sourcing in aanmerking voor de vergoeding van 47,25 euro/uur?

Verpleegkundigen aangeworven in het kader van project-sourcing komen in aanmerking voor een vergoeding van 47,25 euro/uur voor de prestaties tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021.  

Komen de prestaties van zorgkundigen aangeworven in kader van project-sourcing in aanmerking voor compensaties?

Neen, er is geen specifieke uurvergoeding voorzien voor de prestaties van zorgkundigen aangeworven in kader van project-sourcing. 

Medewerker heeft meerdere contracten. Moeten deze contracten in het e-loket telkens apart geregistreerd worden met begindatum?

Wanneer een medewerker verschillende contracten heeft voor een bepaalde maand die elkaar niet opvolgen, dan mag u de prestaties per medewerker groeperen op één lijn en vermeldt u de eerste begindatum.  

Kan ik de prestaties van een jobstudent-verpleegkundige opgeven in het e-loket?

Er is geen specifieke uurvergoeding voorzien voor het inzetten van jobstudenten-verpleegkundigen. Verpleegkundigen beschikken in principe evenwel over een visum als zorgkundige. Daarom kunt u, mits de betrokkene over het visum beschikt, prestaties van een jobstudent verpleegkundige in het e-loket opgeven als prestaties zorgkundige.  

Kan ik de prestaties van de loontrekkende kapster die i.k.v. Covid-19 helpt met ondersteunende taken opgeven in het e-loket?

Neen, enkel de prestaties van extra medewerkers die bovenop de basisequipe worden ingezet komen in aanmerking. Het doel van de vergoeding van extra personeelsinzet is immers te voorzien in een tegemoetkoming in de extra loonkosten van personeel dat extra ingezet wordt.

Een onthaalbediende en een stafmedewerker nemen door Covid een aantal andere taken op. Kan ik hun prestaties opgeven in e-loket?

Neen, enkel de prestaties van extra medewerkers die bovenop de basisequipe worden ingezet komen in aanmerking. Het doel van de vergoeding van extra personeelsinzet is immers te voorzien in een tegemoetkoming in de extra loonkosten van personeel dat extra ingezet wordt.

Prestaties van medewerkers die al voor 13 maart 2020 tewerkgesteld zijn, komen niet in aanmerking (met uitzondering van de prestaties vanwege een contract uitbreiding omwille van Covid-19 na 13 maart 2020).

Vragen over financiële compensatie
Komen er financiële maatregelen ter compensatie van de afgekondigde maatregelen?

De Vlaamse Regering heeft een aanzienlijk aantal financieel ondersteunende maatregelen uitgewerkt voor de woonzorgcentra al dan niet met bijhorend centrum voor kortverblijf. 

Hieronder worden de belangrijkste maatregelen beknopt toegelicht, telkens met de verwijzing naar het document/de webpagina waar u een meer gedetailleerde toelichting kunt terugvinden. 

Continuïteitsborg voor verminderde bezetting 
Er is een financiële compensatie voor de verminderde bezetting ten gevolge van COVID-19 of de daarbij behorende maatregelen. Met deze compensatie beoogt de Vlaamse Regering de continuïteit te borgen in de voorzieningen die geconfronteerd worden met een verminderde bezetting ten gevolge van COVID-19. 

De tegemoetkoming voor de verminderde bezetting bestaat uit enerzijds een compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg en anderzijds een compensatie van de dagprijs.  
De basistegemoetkoming voor zorg is een tegemoetkoming van de Vlaamse overheid voor de zorg en dienstverlening aan bewoners die in een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf type 1 verblijven.  
De dagprijs is de prijs die de bewoner betaalt aan de uitbater van de voorziening. 

Meer informatie kunt u vinden in de uitgebreide toelichting bij de brief TFO/2020/06 van 30 april 2020 (p. 4 tem 8) , TFO/2020/13 van 23 juli 2020 (p. 3 tem 7) en TFO/2020/25 van 21 december 2020 (p. 3 tem 10).  

Vergoeding voor extra personeelsinzet 
Woonzorgcentra en centra voor kortverblijf type 1 hebben enerzijds te kampen met personeelsuitval en anderzijds zijn er extra taken ten gevolge van de COVID-19-crisis. Om de continuïteit van de zorg en dienstverlening te garanderen, wordt voorzien in een vergoeding voor zowel medewerkers die ter vervanging worden ingezet als medewerkers die extra ingezet worden. 

De vergoeding van de extra personeelsinzet is zowel mogelijk voor zorgpersoneel als voor ondersteuningspersoneel. 

De extra personeelsinzet kan door diverse types van tewerkstelling gerealiseerd worden: extra aanwerving, contractuitbreiding, interimwerk, project-sourcing van verpleegkundigen, inschakelen van zelfstandigen en detachering. 

De totale vergoeding die een woonzorgcentrum voor de extra personeelsinzet vanwege COVID-19 kan ontvangen, is begrensd per kwartaal. Deze begrenzing is verschillend naargelang het een woonzorgcentrum zonder zware uitbraak, met een zware uitbraak of een heel zware uitbraak betreft. 

Meer informatie kunt u terugvinden in de uitgebreide toelichting bij de brief TFO/2020/06 van 30 april 2020 (p. 8 tem 12) , TFO/2020/13 van 23 juli 2020 (p. 7 tem 11) en TFO/2020/25 van 21 december 2020 (p. 11 tem 17).   

Versterking van de rol van de coördinerend en raadgevend arts (CRA) 
Tijdens de coronacrisis vervult een coördinerend en raadgevend arts (CRA) een belangrijke taak in de ondersteuning van de zorgteams en huisartsen wat betreft medische en hygiënische expertise. 

Tot en met 30 juni 2020 was er voor zwaar zorgbehoevende bewoners die in een woongelegenheid woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning verblijven een vergoeding voorzien voor de CRA.  

In de praktijk is het medisch beleid dat de CRA uitstippelt echter van toepassing voor het hele woonzorgcentrum en centrum voor kortverblijf type 1. Sinds 1 juli 2020 is er een aanpassing van de financiering en wordt de vergoeding voor de CRA toegekend voor alle bewoners die verblijven in een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf type 1.  

Meer informatie vindt u terug van p. 12 t.e.m. 14 in de uitgebreide toelichting bij de brief TFO/2020/13 van 23 juli 2020.  

Crisismanager 
Woonzorgcentra die in een precaire situatie zitten wegens een uitbraak van COVID-19 kunnen een subsidie krijgen om een crisismanager aan te stellen die de voorziening bijstaat bij het beheer. 

Meer informatie over managementondersteuning 

Vergoeding van specifieke kosten omwille van COVID-19 
Woonzorgcentra ontvangen een subsidie voor de kosten die verband houden met: 

  • de investeringen in roerende en onroerende infrastructuur die noodzakelijk zijn om de opvangcapaciteit te verhogen, aan te passen of in zijn oorspronkelijke staat te herstellen; 
  • de financiering van beschermingsmateriaal en desinfecteringsproducten, het testmateriaal, de wasserij en de speciale afvalverwerking. 

Meer informatie over deze subsidie 

Wat houdt de financiële compensatie voor de verminderde bezetting in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf type 1 in?

Er wordt een financiële compensatie voorzien voor de verminderde bezetting ten gevolge van COVID-19 of de daarbij behorende maatregelen in de woonzorgcentra en centra voor kortverblijf type 1.  

De tegemoetkoming voor de verminderde bezetting bestaat uit enerzijds een compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg en anderzijds een compensatie van de dagprijs.  
De basistegemoetkoming voor zorg is een tegemoetkoming van de Vlaamse overheid voor de zorg en dienstverlening aan bewoners die in een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf type 1 verblijven.  
De dagprijs is de prijs die de bewoner betaalt. 

Hoe wordt de continuïteitsborg vanaf 1 oktober 2020 precies berekend?

De continuïteitsborg is een verderzetting en versterking van de compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg en van de dagprijs die woonzorgcentra, al dan niet met bijbehorend centrum voor kortverblijf, voorheen al ontvingen. 

Met deze compensatie beoogt de Vlaamse Regering de continuïteit te borgen in deze voorzieningen op een moment waarbij ze geconfronteerd worden met een verminderde bezetting door de COVID-19-crisis. 

De tegemoetkoming voor de verminderde bezetting bestaat uit enerzijds een compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg en anderzijds een compensatie van de dagprijs.  
De basistegemoetkoming voor zorg is een tegemoetkoming van de Vlaamse overheid voor de zorg en dienstverlening aan bewoners die in een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf verblijven.  
De dagprijs is de prijs die de bewoner betaalt aan de uitbater van de voorziening. 

Voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 is een compensatie voorzien tot aan het niveau van de bezetting in de referentieperiode 2018/2019. Deze compensatie wordt gelimiteerd tot 20% van de erkende capaciteit. 

Het bedrag van de continuïteitsborg bestaat uit:

  • een recht, ten belope van 80% van het bedrag, dat u als voorziening zonder verdere voorwaarden krijgt uitbetaald;  
  • een voorschot, ten belope van 20% van het bedrag, dat aan bijkomende voorwaarden verbonden is. U kunt het voorschot enkel behouden indien de personeelsinzet niet afneemt. Voor de maanden januari, februari en maart 2021 mag er bovendien geen tijdelijke werkloosheid toegestaan zijn (uitzondering: tijdelijke werkloosheid in geval van een quarantaine-attest en tijdelijke werkloosheid buiten de wil van de voorziening mits dit tijdig aangetoond wordt). 

Met onderstaande voorbeelden wordt de berekeningswijze toegelicht van de verminderde bezetting waarvoor een compensatie wordt toegekend. 
Voorbeeld A 
We gebruiken in dit voorbeeld de volgende cijfergegevens: 

  1. Bezetting 18/19: dit berekenen we door het aantal gefactureerde ligdagen in de referentieperiode 2018/2019 te delen door (het gemiddeld gewogen erkend aantal woongelegenheden in de referentieperiode x 365). 
    Stel dat er in de referentieperiode 26.619 gefactureerde ligdagen zijn en het gemiddeld gewogen erkend aantal woongelegenheden gelijk is aan 78, dan bedraagt dit: 93,5% (26.619/(78*365))
  2. Het gemiddeld gewogen erkend aantal woongelegenheden bewoners in de te compenseren periode: 80
  3. Actuele bezetting of aantal bewoners in de te compenseren periode (periode van 1/10–31/12/2020 of van 01/01 - 31/03/2021): 69 bewoners in het WZC en één bewoner in het ziekenhuis = 70 bewoners

De verminderde bezetting ten opzichte van de bezetting in de referentieperiode 2018/2019 bedraagt:  
(80 x 93,5%) = 74,8 – 70 = 4,8.  Deze compensatie wordt gelimiteerd tot 20% van de erkende capaciteit: 80 * 20% = 16. 

>Het woonzorgcentrum ontvangt een compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg en van de dagprijs voor 4,8 woongelegenheden.. 

Voorbeeld B 
We gebruiken bij wijze van voorbeeld volgende cijfergegevens: 

  1. Bezetting 18/19: dit berekenen we door het aantal gefactureerde ligdagen in de referentieperiode 2018/2019 te delen door (het gemiddeld gewogen erkend aantal woongelegenheden in de referentieperiode x 365). 
    Stel dat er in de referentieperiode 26.619 gefactureerde ligdagen zijn en het gemiddeld gewogen erkend aantal woongelegenheden gelijk is aan 78, dan bedraagt dit: 93,5% (26.619/(78*365)). 
  2. Het in de te compenseren periode gemiddeld gewogen erkend aantal woongelegenheden: 80
  3. Actuele bezetting of aantal bewoners in de te compenseren periode (periode van 01/10 – 31/12/2020 of van 01/01 - 31/03/2021): 50 bewoners in het WZC en 5 bewoners in het ziekenhuis = 55 bewoners

De verminderde bezetting ten opzichte van de bezetting in de referentieperiode 2018/2019 bedraagt:  
(80 x 93,5%) = 74,8 – 55 = 19,8.  
De compensatie wordt gelimiteerd tot 20% van de erkende capaciteit: 80 * 20% = 16

>Het woonzorgcentrum ontvangt een compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg en van de dagprijs voor 16 woongelegenheden. 

Welke is de compensatie voor de basistegemoetkoming voor zorg bij een verminderde bezetting?

Voor de periode vanaf 13 maart 2020 tot en met 31 juli 2020 ontvangt de voorziening een compensatie voor de basistegemoetkoming voor zorg die gebaseerd is op de basistegemoetkoming voor zorg op 1 maart 2020. 

Voor de periode vanaf 1 augustus 2020 tot en met 31 september 2020 ontvangt de voorziening een compensatie voor de basistegemoetkoming voor zorg die gebaseerd is op de basistegemoetkoming voor zorg op 1 augustus 2020. 

Voor de periode vanaf 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 ontvangt de voorziening een compensatie ontvangen voor de basistegemoetkoming voor zorg die gebaseerd is op de basistegemoetkoming voor zorg op 1 oktober 2020. 

Voor de periode vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 ontvangt de voorziening een compensatie ontvangen voor de basistegemoetkoming voor zorg die gebaseerd is op de basistegemoetkoming voor zorg op 1 januari 2021. 

Welke compensatie is er voorzien voor de dagprijs bij een verminderde bezetting?

Voor de periode van 13 maart 2020 tot en met 30 september 2020 bedraagt de compensatie van de dagprijs 90% van de gemiddeld gewogen dagprijs op 1 mei 2019. Deze wordt weliswaar beperkt tot maximaal 90% van 70,86 euro. 

Vanaf 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 bedraagt de compensatie van de dagprijs 80% van de gemiddeld gewogen dagprijs op 1 mei 2020. Deze wordt weliswaar beperkt tot maximaal 80% van 72,07 euro. 

Maandelijks ingeven van 'aantal opgenomen bewoners' in het WZC/ centrum voor kortverblijf via e-Loket. Hoe?

In het e-loket deelt u maandelijks, uiterlijk op de 15e van de maand, het totaal aantal opgenomen bewoners voor de afgelopen maand mee. U deelt de cijfers voor zowel het woonzorgcentrum als het centrum voor kortverblijf mee in het e-loketdossier van het woonzorgcentrum.  

U moet de volgende cijfers meedelen: 

  • de som van aantal effectief aanwezige bewoners in de betreffende maand; 
  • de som van het aantal tijdelijk afwezige bewoners in de betreffende maand (bvb. ziekenhuisopname). 

U telt dus voor elke dag in de betreffende maand enerzijds het aantal effectief aanwezige bewoners en anderzijds het aantal tijdelijk afwezige bewoners in het woonzorgcentrum en centrum voor kortverblijf. 

De gegevens van alle dagen in deze maand telt u samen. Vervolgens dient u de gegevens in. 

Aantal opgenomen bewoners in de maand: 

Datum Aanwezig Tijdelijk afwezig
1/8 81 4
2/8 82 3
... ... ...
31/8 80 3
TOTAAL Som aanwezigen Som tijdelijk afwezigen
Welke gefactureerde dagen dienen we door te geven in RaaS?

Welke gefactureerde dagen dienen we door te geven in RaaS? De werkelijk gefactureerde dagen in referentieperiode ? Of moet er ook rekening gehouden worden met de verminderde bezetting ? 
Enkel de effectief gefactureerde ligdagen dient u in RaaS door te geven. 

Klopt het dat financiering voor de CRA vanaf 1 juli 2020 gewijzigd is?

Dat is correct. 

Tot 30 juni 2020 was er voor de coördinerend en raadgevend arts (CRA) een vergoeding voor zwaar zorgbehoevenden bewoners die in een woongelegenheid woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning verblijven.  
Vanaf 1 juli 2020 wordt de vergoeding voor de CRA uitgebreid naar alle bewoners in het woonzorgcentrum én in het centrum voor kortverblijf.  

Hoe is de vergoeding voor de CRA geregeld vanaf 1 juli 2020?

Tot 30 juni 2020 was er voor zwaar zorgbehoevende bewoners die in een woongelegenheid woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning verblijven een vergoeding voor de coördinerend en raadgevend arts (CRA). Vanaf 1 juli 2020 wordt de vergoeding voor de CRA uitgebreid naar alle bewoners in het woonzorgcentrum én in het centrum voor kortverblijf.  

Voor de zwaar zorgbehoevende bewoners in een woongelegenheid woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning ontvangt het woonzorgcentrum voor de financiering van de CRA een vergoeding van 0,63 euro per dag per bewoner via de basistegemoetkoming voor zorg. De basistegemoetkoming voor zorg is een tegemoetkoming van de Vlaamse overheid voor de zorg en dienstverlening aan bewoners die in een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf verblijven. 

Voor bewoners die verblijven in woongelegenheden woonzorgcentrum zonder bijkomende erkenning of in het centrum voor kortverblijf wordt de financiering van de CRA, in afwachting van de integratie in de basistegemoetkoming voor zorg door het agentschap betaald via een aparte financieringsstroom. Het bedrag van deze financiering is gebaseerd op het aantal erkende woongelegenheden en de bezetting tijdens de referentieperiode 218/2019.  
Voorbeeld 

  • aantal erkende woongelegenheden woonzorgcentrum zonder bijkomende erkenning en centrum voor kortverblijf op 30 september 2020: 36 
  • individuele gemiddelde bezettingsgraad tijdens de referentieperiode 2018/2019:  94,93%
    >Voor de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 september 2020 ontvangt het woonzorgcentrum een bedrag van 1.980,77 euro (= 0,63 euro x 36 woongelegenheden * 97,93% bezetting * 92 dagen). 
Vanaf wanneer wordt de vergoeding voor de CRA voor alle bewoners geïntegreerd in de basistegemoetkoming voor zorg?

Met het besluit van 17 juli 2020* werd de vergoeding voor de CRA voor bewoners in woongelegenheden woonzorgcentrum zonder bijkomende erkenning en centrum voor kortverblijf geregeld voor de periode vanaf 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020.  

Het agentschap is in samenwerking met het kabinet van minister Beke volop aan bezig met de opmaak van een besluit om de uitbreiding van de financiering naar alle woongelegenheden woonzorgcentrum en centrum voor kortverblijf structureel te verankeren in de regelgeving vanaf 1 januari 2021.  

Gedurende een (beperkte) overgangsperiode zal de tegemoetkoming voor bewoners die verblijven in een woongelegenheid woonzorgcentrum zonder bijkomende erkenning of centrum voor kortverblijf via een afzonderlijke financieringsstroom worden betaald volgens dezelfde principes als voor de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020. In een latere fase zal de tegemoetkoming voor alle bewoners opgenomen worden in de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg.  

GROEPEN VAN ASSISTENTIEWONINGEN (GAW)
Mogen (eventuele) toekomstige bewoners een assistentiewoning/serviceflat bezichtigen?

Aangezien er geen opnamestop is voor GAW/SFG, kunnen (eventuele) toekomstige bewoners een assistentiewoning/serviceflat bezichtigen. Bij een fysieke bezichtiging ter plaatse, moeten de hygiënemaatregelen strikt worden gevolgd: geen groepsbezichtigingen of rondleidingen aan families (beperk het aantal bezoekers !), handhygiëne, dragen van een mondneusmasker, vermijden van “kruising” met andere bewoners, enz.  Het verdient aanbeveling om ook de gegevens van de bezoekers te registreren met het oog op eventuele contactopsporing.

Wat zijn de maatregelen met betrekking tot assistentiewoningen en serviceflats

Met ingang van 29 juni 2020 zijn de specifieke maatregelen voor groepen van assistentiewoningen en serviceflats vervangen door algemene tijdelijke maatregelen.

Waar kan ik de meest recente richtlijnen vinden in verband met GAW?

De actuele richtlijnen voor een GAW kunt u raadplegen via onze overzichtspagina met coronarichtlijnen voor professionelen.

Mogen bewoners van een GAW nog samen eten?

Het restaurant, de brasserie of de cafetaria van een GAW/SFG volgt de nationale maatregelen: externen (niet-bewoners van de GAW/SFG) hebben geen toegang.

Het restaurant, de brasserie of de cafetaria van een GAW/SFG blijft – in toepassing van de continuïteit van de zorg- en dienstverlening en de bestrijding van sociale deprivatie – wel beschikbaar voor de bewoners van de GAW/SFG. De maaltijdbedeling wordt zo georganiseerd dat alle hoog-risicocontacten worden vermeden. 

Zie: (Tijdelijke)maatregelen COVID-19 ouderenzorg

Mogen er activiteiten worden georganiseerd in het restaurant, de brasserie of de cafetaria van een GAW/SFG ?

Het restaurant, de brasserie of de cafetaria van een GAW/SFG volgt de nationale richtlijnen/maatregelen van de horeca: externen (niet-bewoners van de GAW/SFG) hebben geen toegang.

Het restaurant, de brasserie of de cafetaria van een GAW/SFG blijft – in toepassing van de continuïteit van de zorg- en dienstverlening en de bestrijding van sociale deprivatie – uitzonderlijk wel beschikbaar voor de bewoners van de GAW/SFG, waarbij de maaltijdbedeling zo wordt georganiseerd dat alle hoog-risicocontacten worden vermeden. 

Andere activiteiten, verkoop van snacks en dranken (uitzondering: niet-alcoholische dranken als begeleiding bij de maaltijden), enz. zijn niet toegelaten. Groepsactiviteiten – zelfs met social distancing, enz. -  zijn uitgesloten.

Mag de kapper nog langskomen in de GAW?

Bij contactberoepen kan de ‘social distancing’ (afstand van min. 1,5m) per definitie niet worden toegepast, wat een verhoogd risico op de overdracht van het virus inhoudt voor zowel de dienstverlener als voor de klant.
Activiteiten van niet-medische contactberoepen

  • kappers/kapsters: kunnen sinds zaterdag 13 februari 2021 hun activiteiten in een WZC, GAW/SFG of een CDV hervatten, mits strikte voorwaarden (voor de voorwaarden zie punt 5.7. Werking van de “Tijdelijke maatregelen COVID-19 Ouderenzorg”. Zo is bijv. dienstverlening aan huis verboden: kap(p)(st)ers mogen bijgevolg niet werken in de bewonerskamer in een WZC noch in de wooneenheid of individuele flat van een GAW/SFG of in de gemeenschappelijke ruimtes van een CDV;
  • andere niet-medische contactberoepen: met ingang van 1 maart 2021 mogen ook de andere niet-medische contactberoepen (pedicure, schoonheidsspecialiste, …) hun werkzaamheden hervatten.  Hiervoor gelden dezelfde strikte voorwaarden als voor de kappers/kapsters.
Kan de thuisverpleging, medische pedicure, de huishoudhulp of de poetshulp nog langskomen in de GAW?

Bij contactberoepen kan de ‘social distancing’ (afstand van min. 1,5m) per definitie niet worden toegepast, wat een verhoogd risico op de overdracht van het virus inhoudt voor zowel de dienstverlener als voor de klant.
Activiteiten van niet-medische contactberoepen

  • kappers/kapsters: kunnen sinds zaterdag 13 februari 2021 hun activiteiten in een WZC, GAW/SFG of een CDV hervatten, mits strikte voorwaarden (voor de voorwaarden zie punt 5.7. Werking van de “Tijdelijke maatregelen COVID-19 Ouderenzorg”. Zo is bijv. dienstverlening aan huis verboden: kap(p)(st)ers mogen bijgevolg niet werken in de bewonerskamer in een WZC noch in de wooneenheid of individuele flat van een GAW/SFG of in de gemeenschappelijke ruimtes van een CDV;
  • andere niet-medische contactberoepen: met ingang van 1 maart 2021 mogen ook de andere niet-medische contactberoepen (pedicure, schoonheidsspecialiste, …) hun werkzaamheden hervatten.  Hiervoor gelden dezelfde strikte voorwaarden als voor de kappers/kapsters.

Thuisverpleging, poetshulp en/of huishoudhulp kunnen verder werken, mits het respecteren van de nodige veiligheids- en hygiënemaatregelen.

Mogen bewoners van een GAW nog samenkomen in de gemeenschappelijke ruimte?

Gemeenschappelijke activiteiten met externen, zelfs met naleving van afstandsregels en hygiënemaatregelen, dragen van een mondneusmasker, zijn niet toegelaten.

Mogen de bewoners van een GAW nog gebruikmaken van een gemeenschappelijke tuin of terras ?

De bewoners mogen gebruik van een gemeenschappelijke tuin of terras op voorwaarde dat zij daarbij de nationale richtlijnen opvolgen (max. vier personen). Zelfs bij activiteiten in open lucht moeten de afstandsregels, handhygiëne en het dragen van een mondneusmasker worden gerespecteerd.

Wat met nieuwe opnames in een GAW/SFG?

Er kunnen opnieuw en nog steeds nieuwe bewoners worden opgenomen in een GAW/SFG.

Via welk kanaal kunnen wij vrijwilligers contacteren?

Zorgvoorzieningen kunnen vrijwilligers of extra werkkrachten uit een medische en niet-medische reserve contacten via het platform Help de Helpers.

Zijn er ook dagprijscompensaties voor de groepen van assistentiewoningen?

Er zijn voor de groepen van assistentiewoningen geen compensaties voorzien.

Centra voor kortverblijf type 1 (CVK)
Wat moet er gebeuren met CVK type 1?
Wat met nieuwe opnames in een CVK type 1 in de komende dagen?

Sinds 8 juni 2020 kunnen opnieuw ouderen - na advies van de huisarts, de CRA en de directie - in het woonzorgcentrum worden opgenomen. De richtlijnen over de opname in een woonzorgcentrum gelden ook voor de opnames in een CVK type 1. Zie hiervoor punt 5. Opname van het document “Maatregelen COVID-19 voor alle woonzorgcentra, centra voor kortverblijf type 1, centra voor herstelverblijf, groepen van assistentiewoningen en serviceflatgebouwen in Vlaanderen
 

Kan de rustkamer van een centrum voor dagverzorging of dagopvang als kortverblijf gebruikt worden?

Neen. Een opname in een CVK type 1 kan enkel en alleen binnen de erkende capaciteit van een CVK.

Centra voor herstelverblijf (CVH)
Wat moet er gebeuren met centra voor herstelverblijf?
Wat met nieuwe opnames in een CVH?

Sinds 8 juni 2020 kunnen opnieuw ouderen - na advies van de huisarts, de CRA en de directie - in het CVH worden opgenomen.

Voor quarantaineregels en testing bij opname in een CVH verwijzen we naar punt 6.1. van Draaiboek COVID-19 voor woonzorgcentra en punt 4.2. van de (Tijdelijke) Maatregelen COVID-19 ouderenzorg.
 

Moet men voor de zorg in het herstelverblijf een mondmasker dragen?

In principe draagt iedereen die de voorziening betreedt een chirurgisch mondneusmasker tijdens de volledige aanwezigheidsduur.

THUISZORG, CENTRA VOOR DAGOPVANG EN LDC/RDC

Voor meer informatie over COVID-19 en thuiszorg kunt u de richtlijnen voor thuiszorg raadplegen.

CENTRA VOOR DAGOPVANG EN CENTRA VOOR DAGVERZORGING
Wat met de zorg voor onze gebruikers van de centra voor dagopvang en centra voor dagverzorging?

De centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang krijgen de mogelijkheid om gefaseerd opnieuw op te starten vanaf 25 mei 2020. Om de opstart mogelijk te maken, moet het centrum een intern plan van aanpak opmaken, rekening houdend met de geldende richtlijnen. Meer informatie vindt u in de nota met betrekking tot de doorstart en de bijhorende maatregelen.

De gebruikers met COVID-19 of door een arts beoordeeld als waarschijnlijk besmet, of gebruikers met symptomen (gevalsdefinitie COVID-19 Sciensano), kunnen niet worden opgevangen in het centrum. De huisarts/ CRA speelt hierbij een cruciale rol, bij twijfel dient deze gecontacteerd te worden.

Gebruikers met symptomen die ontstaan tijdens aanwezigheid in het centrum worden meteen geïsoleerd in een aparte ruimte en indien mogelijk meteen terug in de thuiscontext opgevangen. Verder is het ook de huisarts/CRA die bepaalt wanneer iemand terug kan opgevangen worden in het centrum na (vermoedelijke) besmetting.

Centra voor dagverzorging (CVD) kunnen terug opstarten vanaf 25/5/20. Ontvangen centra die terug open gaan nog een compensatie?

Compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg 

Voor de compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg voor dagverzorgingscentra met een bijkomende erkenning zal het agentschap de normale bezetting voor de basistegemoetkoming voor zorg berekenen op basis van de individuele bezettingsgraad in de referentieperiode 2018/2019 en het aantal openingsdagen per week. 

Het agentschap zal dit gegeven vergelijken met het effectief aantal aanwezigheidsdagen van de gebruikers met een afhankelijkheidsscore F, Fd, D of Fp in de betreffende maand bezorgd via het e-loket.  In het geval het effectief aantal aanwezige gebruikers met een afhankelijkheidsscore F, Fd, D of Fp lager ligt dan de individuele bezettingsgraad in de referentieperiode 2018/2019, zal het verschil door het agentschap worden vergoed. 

De compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg voor de periode 25/5/2021-30/9/2020 is gebaseerd op de basistegemoetkoming voor zorg op 25 mei 2020. De compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg voor de periode 1/10/2020-31/12/2020 is gebaseerd op de basistegemoetkoming voor zorg op 1 oktober 2020. De compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg voor de periode 1/1/2021 – 30/3/2021 is gebaseerd op de basistegemoetkoming voor zorg op 1 januari 2021.  

Als voorwaarde voor deze compensatie vanaf 1 oktober 2020 geldt dat minstens 40% van de bezetting van de referentieperiode 2018/2019 moet gehaald worden 

Vanaf 1 januari 2021 geldt als bijkomende voorwaarde voor deze compensatie dat de medewerkers van het centrum voor dagverzorging niet tijdelijk werkloos mogen geweest zijn, met uitzondering van: 

  • tijdelijke werkloosheid in geval van een quarantaineattest; 
  • als de voorziening om aantoonbare redenen buiten haar wil om tijdelijke werkloosheid heeft moeten toestaan, kan ze aan het agentschap een uitzondering vragen vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. Het agentschap kan de uitzondering toestaan of gemotiveerd weigeren. 

Meer informatie hierover vindt u op p. 19 tot en met p. 24 in de uitgebreide toelichting van bij de brief TFO/2020/25 van 21 december 2020.

Compensatie van de dagprijs

Voor de compensatie van de dagprijs zal het agentschap de normale bezetting voor het centrum voor dagverzorging berekenen op basis van de bezettingsgegevens en het aantal openingsdagen per week, ingediend in het kader van de werkingsmiddelen voor het werkingsjaar 2019. 

Het agentschap zal dit gegeven vergelijken met het effectief aantal aanwezige gebruikers in de betreffende maand bezorgd via het e-loket. In het geval het effectief aantal aanwezige gebruikers lager ligt dan de normale bezetting, zal het verschil door het agentschap worden vergoed. 

De compensatie van de dagprijs bedraagt 18 euro tot en met 31 december 2021. Voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2021 bedraagt de compensatie van de dagprijs 18,36 euro. Als voorwaarde voor deze compensatie vanaf 1 oktober 2020 geldt dat minstens 40% van de bezetting van 2019 (berekend op basis van de bezettingsgegevens 2019 doorgegeven in het kader van de werkingssubsidies) moet gehaald worden 

Meer informatie hierover vindt u op p. 19 tot en met p. 24 in de uitgebreide toelichting van bij de brief TFO/2020/25 van 21 december 2020.

Centra voor dagverzorging kunnen terug opstarten vanaf 25/5/20. Ontvangen de centra die gesloten blijven nog een compensatie?

Voor de periode van 25 mei 2020 tot en met 31 augustus 2020 werd verder voorzien in een compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg en van de dagprijs van alle centra voor dagverzorging die in deze periode gesloten zijn. 

Vanaf 1 september 2020 is er geen compensatie meer voor centra voor dagverzorging die gesloten blijven. 

Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor de centra voor dagverzorging die niet openen of verplicht zijn opnieuw te sluiten omdat het centrum voor dagverzorging dienst moet doen als cohort-afdeling en onder de voorwaarde dat de in het centrum voor dagverzorging tewerkgestelde medewerkers hun voorziene arbeidstijd verder inzetten hetzij in de cohort-afdeling, hetzij in een door hun werkgever te bepalen alternatieve arbeid in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd wordt in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid. 

Vanaf 1 oktober 2020 geldt hierop een bijkomende uitzondering voor centra voor dagverzorging die genoodzaakt zijn volledig te sluiten vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld is in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek is. 

Vanaf 1 januari 2021 geldt in alle gevallen als voorwaarde voor deze compensatie dat de medewerkers van het centrum voor dagverzorging niet tijdelijk werkloos mogen geweest zijn, met uitzondering van: 

  • tijdelijke werkloosheid in geval van een quarantaineattest; 
  • als de voorziening om aantoonbare redenen buiten haar wil om tijdelijke werkloosheid heeft moeten toestaan, kan ze aan het agentschap een uitzondering vragen vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. Het agentschap kan de uitzondering toestaan of gemotiveerd weigeren. 

Meer informatie hierover vindt u op p. 19 tot en met p. 24 in de uitgebreide toelichting van bij de brief TFO/2020/25 van 21 december 2020.

Kunnen groepsactiviteiten in de centra nog doorgaan?

Bij de organisatie van zinvolle dagbesteding en ontspanning in groep moet er steeds aandacht zijn voor de algemene hygiënische maatregelen en onderhoudsinstructies. 

Wat met maaltijden die normaal worden aangeboden in het centrum?

Maaltijden kunnen worden voorzien als de social distancing op elk moment (bereiding, consumptie, afruimen, …) gerespecteerd kan worden. Bijzondere aandacht voor goede handhygiëne is absoluut noodzakelijk. 

Kunnen personeel en vrijwilligers blijven werken?

Personeel en vrijwilligers kunnen hun taken blijven opnemen, mits naleving van de algemene hygiënische maatregelen. 
Zoals iedereen moeten zij extra waakzaam te zijn voor een mogelijke besmetting met COVID-19. U vindt de gevalsdefinitie op de website van Sciensano
Contacteer de huisarts van de gebruiker van zodra er vermoeden is van een besmetting. 

Hoe gebeurt registratie in RaaS voor medewerkers die bij gecompenseerde sluiting in een alternatieve WVG-sector werken?

Centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning die hun medewerkers tewerkstellen in een alternatieve arbeid in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd wordt in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns-en gezinsbeleid, krijgen de basistegemoetkoming voor zorg gecompenseerd die ze vandaag ten gevolge van de sluiting van de centra voor dagverzorging niet kunnen factureren. 

Aangezien het normpersoneel van de centra voor dagverzorging met bijkomende erkenning blijvend gefinancierd wordt via deze compensatie, moeten hun prestaties in de RaaS-webtoepassing verder bij het centrum van dagverzorging worden ingevoerd opdat er geen dubbele subsidiëring zou plaatsvinden. 

De prestaties van zorgpersoneel boven de norm kan u in de RaaS-webtoepassing wel opgeven als prestaties van het woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf indien de alternatieve tewerkstelling plaatsvindt in het woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf. 

Om te bepalen welke prestaties van zorgpersoneel binnen dan wel boven de norm vallen baseert u zich op de personeelsnorm voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg voor het facturatiejaar 2020. Voor de meeste voorzieningen is dat de personeelsnorm op basis van de gegevens voor de referentieperiode 2018/2019. 

Indien er aan uw voorziening na afloop van de referentieperiode 2018/2019 extra bijkomende erkenningen zijn toegekend, zal de minimale personeelsnorm intussen zijn toegenomen. Het is dan ook logisch dat u hiermee rekening houdt. U kan het normpersoneel van de referentieperiode 2018/2019 nog steeds als vertrekpunt hanteren, maar u dient dit uiteraard pro rata te verhogen in functie van het extra aantal bijkomende erkenningen. 

Welke gegevens moet ik bezorgen om in aanmerking te kunnen komen voor compenserende financiering?

Maandelijks bezorgt u voor de afgelopen maand via het e-loket van Zorg en Gezondheid volgende gegevens: 

  • het aantal openingsdagen,  
  • het aantal aanwezigheidsdagen van alle gebruikers per afhankelijkheidsscore,  
  • het aantal sluitingsdagen om dienst te doen als cohortafdeling 
  • het aantal dagen dat het centrum voor dagverzorging genoodzaakt was volledig te sluiten vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld was in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek was 

Waar nodig doet u ook de nodige verklaringen inzake tewerkstelling van het personeel. 

Het formulier voor de afgelopen maand is telkens beschikbaar in het e-loket van de 1e tot en met de 15e van de maand volgend op de maand in kwestie. Afwijkend hierop bezorgt u de gegevens voor de maand november 2020 en het aantal sluitingsdagen omwille van een gebrek aan personeel voor de maand oktober 2020 doorgeven vanaf 21 december 2020 tot en met 15 januari 2021. 

Meer informatie hierover vindt u op:  

Hoe berekenen we de compensatie van de tegemoetkoming voor zorg voor centra voor dagverzorging met bijkomende erkenning?

Periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021

De compensatie voor het niet kunnen factureren van de basistegemoetkoming voor zorg en de tegemoetkoming in de reiskosten door de verminderde bezetting naar aanleiding van COVID-19 wordt berekend door het verschil te maken tussen het totaal tegemoetkomingen voor zorg die men in een normale situatie had kunnen factureren aan de zorgkassen en de tegemoetkomingen die men effectief kan factureren aan de zorgkassen. 

De tegemoetkomingen die men in een normale situatie had kunnen factureren aan de zorgkassen worden berekend door de vermenigvuldiging van: 

  • de basistegemoetkoming voor zorg; 
  • de tegemoetkoming in de reiskosten x 30 km 
  • het via het e-loket doorgegeven aantal openingsdagen; 
  • de individuele bezettingsgraad van de bijkomende erkenning tijdens de referentieperiode 1 juli 2018 – 30 juni 2019; 
  • het gemiddeld aantal erkende verblijfseenheden met een bijkomende erkenning. 

De tegemoetkomingen die men effectief kan factureren aan de zorgkassen worden berekend door de vermenigvuldiging van: 

  • de basistegemoetkoming voor zorg; 
  • de tegemoetkoming in de reiskosten x 30 km 
  • het via het e-loket doorgegeven aantal aanwezigheidsdagen van gebruikers, ingedeeld in de afhankelijkheidscategorieën F, Fd, D of Fp  

Daarbij houden we als basistegemoetkoming voor zorg voor de compensaties voor de periode 1/10/2020-31/12/2020 rekening met de basistegemoetkoming voor zorg op 1 oktober 2020. De compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg voor de periode 1/1/2021 – 30/3/2021 is gebaseerd op de basistegemoetkoming voor zorg op 1 januari 2021.

De individuele bezettingsgraad van de bijkomende erkenning wordt als volgt berekend: 
het aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode / (maximale aantal openingsdagen tijdens de referentieperiode * het gemiddelde individuele aantal erkende verblijfseenheden tijdens de referentieperiode), waarbij: 

  • het aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode: het aantal gefactureerde dagen voor de referentieperiode van 1/7/2018 tot en met 30/6/2019 die u doorgaf via de RaaS-webapplicatie in het kader van de bepaling van de basistegemoetkoming voor zorg. Het gaat dus enkel over de mensen met afhankelijkheidsscores F, Fd en D. Voor centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor personen met een ernstige ziekte gaat het enkel om mensen met de afhankelijkheidsscore Fp; 
  • het maximale aantal openingsdagen tijdens de referentieperiode: het aantal openingsdagen in de periode van 1/7/2018 tot en met 30/6/2019 rekening houdend met het openingsregime (aantal openingsdagen per week) dat u doorgaf via het e-loket van het agentschap in het kader van de bezettingsgegevens 2018 voor de werkingssubsidies 2018. Bij 5 openingsdagen per week wordt rekening gehouden met 250 dagen voor de referentieperiode, bij 6 met 300 dagen en bij 7 met 350 dagen; 
  • het gemiddelde individuele aantal erkende verblijfseenheden tijdens de referentieperiode: het aantal verblijfseenheden met een bijkomende erkenning van uw centrum voor dagverzorging tijdens de periode van 1/7/2018 tot en met 30/6/2019. We houden rekening met het gemiddeld aantal erkende verblijfseenheden, wat betekent dat een eventuele toename of vermindering van de bijkomende erkenning tijdens deze periode proportioneel wordt meegerekend op basis van het aantal dagen waarvoor deze capaciteitswijziging van toepassing was. 

Bij het ontbreken van bezettingsgegevens over de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019 wordt de individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning bepaald op 0,8281. De individuele 

bezettingsgraad bedraagt maximaal 1. 

Als voorwaarde voor deze compensatie geldt dat het via e-loket doorgegeven aantal aanwezigheidsdagen van gebruikers, ingedeeld in de afhankelijkheidscategorieën F, Fd, D of Fp minstens dan 40% bedraagt van de vermenigvuldiging van  

  • het via het e-loket doorgegeven aantal openingsdagen; 
  • de individuele bezettingsgraad van de bijkomende erkenning tijdens de referentieperiode 1 juli 2018 – 30 juni 2019; 
  • het gemiddeld aantal erkende verblijfseenheden met een bijkomende erkenning. 

Vanaf 1 januari 2021 geldt als bijkomende voorwaarde voor deze compensatie dat de medewerkers van het centrum voor dagverzorging niet tijdelijk werkloos mogen geweest zijn, met uitzondering van: 

  • tijdelijke werkloosheid in geval van een quarantaineattest; 
  • als de voorziening om aantoonbare redenen buiten haar wil om tijdelijke werkloosheid heeft moeten toestaan, kan ze aan het agentschap een uitzondering vragen vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. Het agentschap kan de uitzondering toestaan of gemotiveerd weigeren. 

Voorbeeld 

Berekening de individuele bezettingsgraad van de bijkomende erkenning: 

Factoren: 

  • aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode: 1.403 
  • maximale aantal openingsdagen tijdens de referentieperiode: 250 
  • gemiddelde individuele aantal erkende verblijfseenheden tijdens de referentieperiode: 6 
    => 1.403 / (250 * 6) = 0,94 

Berekening compensatie voor de maand november 2020: 

  • de basistegemoetkoming voor zorg: 51,59 
  • de tegemoetkoming in de reiskosten x 30 km: 0,35 x 30 = 10,5 
  • het aantal doorgegeven openingsdagen: 19 
  • de individuele bezettingsgraad van de bijkomende erkenning: 0,94 
  • het gemiddeld aantal erkende verblijfseenheden met een bijkomende: 6 
  • het doorgegeven aantal aanwezigheidsdagen van gebruikers, ingedeeld in de afhankelijkheidscategorieën F, Fd, D of Fp: 82 
    => (51,59 + 10,5) * ((19 * 0,94 * 6) – 82) = 1.562,18 euro 

Voor dagen dat een centrum voor dagverzorging gesloten was om dienst te doen als cohortafdeling of vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld is in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek is, wordt de compensatie van de tegemoetkoming voor zorg berekend door de vermenigvuldiging van: 

  • basistegemoetkoming voor zorg CDV 
  • het via het e-loket doorgegeven aantal gesloten dagen personeelsuitval in de maand in kwestie  
  • individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning  
  • gemiddeld aantal verblijfseenheden bijkomende erkenning tijdens de maand in kwestie. 

Voorbeeld 

  • de basistegemoetkoming voor zorg: 51,59 
  • doorgegeven aantal gesloten dagen: 3 
  • de individuele bezettingsgraad van de bijkomende erkenning: 0,94 
  • het gemiddeld aantal erkende verblijfseenheden met een bijkomende erkenning op 14 maart 2020: 6 
    => 51,59 * 3 * 0,94 * 6 = 872,9 euro 
Hoe berekenen we de compensatie voor de gederfde dagprijsinkomsten van CVD tijdens de periode van verplichte sluiting?

Periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021

De compensatie voor de gederfde dagprijsinkomsten door de verminderde bezetting naar aanleiding van COVID-19 wordt berekend door het verschil te maken tussen de bezetting in een normale situatie en de effectieve bezetting voor de maanden oktober tot en met december 2020 te vermenigvuldigen met 18 euro en voor de maanden januari tot en met maart 2021 te vermenigvuldigen met 18,36 euro. 

De bezetting in een normale situatie wordt bepaald door de vermenigvuldiging van: 

  • gemiddelde dagbezetting 2019; 
  • het via het e-loket doorgegeven aantal openingsdagen; 

De gemiddelde dagbezetting 2019 is de gemiddelde dagbezetting van het centrum voor dagverzorging berekend op basis van de bezettingsgegevens 2019, ingediend via het e-loket in het kader van de werkingssubsidies 2019. Indien het agentschap geen bezettingsgegevens 2019 beschikbaar heeft omdat het centrum voor dagverzorging pas later werd erkend, wordt dit bepaald op 10 gebruikers. 

Voor de dagprijscompensatie wordt rekening gehouden de volledige effectieve bezetting van het centrum voor dagverzorging, dus met de gebruikers met afhankelijkheidscategorie O, A, F, Fd, D of Fp. 

Als voorwaarde voor deze compensatie geldt dat het via e-loket doorgegeven aantal aanwezigheidsdagen van gebruikers, ingedeeld in de afhankelijkheidscategorieën O, A, F, Fd, D of Fp minstens dan 40% bedraagt van de vermenigvuldiging van  

  • gemiddelde dagbezetting 2019; 
  • het via het e-loket doorgegeven aantal openingsdagen. 

Voorbeeld berekening dagprijscompensatie voor de maand november 2020: 

  • gemiddelde dagbezetting 2019: 9 gebruikers 
  • het doorgegeven aantal openingsdagen november 2020: 17 
  • het doorgegeven aantal aanwezigheidsdagen van gebruikers, ingedeeld in de afhankelijkheidscategorieën O, A, F, Fd, D of Fp: 92 
  • 18 euro. 

=>((9 * 17) – 92) * 18 = 1.098 euro 

Voor dagen dat een centrum voor dagverzorging gesloten was om dienst te doen als cohortafdeling of vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld is in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek is, wordt de dagprijscompensatie berekend door de vermenigvuldiging van: 

  • gemiddelde dagbezetting 2019; 
  • het via het e-loket doorgegeven aantal gesloten dagen; 
  • 18 euro voor de maanden oktober tot en met december 2020, 18,36 euro voor de maanden januari tot en met maart 2021. 

Voorbeeld berekening compensatie voor de maand november 2020: 

  • gemiddelde dagbezetting 2019: 9 gebruikers 
  • het doorgeven aantal gesloten dagen: 5 
  • 18 euro. 

=> 9 * 5 * 18 = 810 euro 

Hoe berekenen we de compensatie voor de gederfde dagprijsinkomsten van CDO tijdens de periode van verplichte sluiting?

Tijdens de periode van 14 maart 2020 tot en met 24 mei 2020 waren de centra voor dagopvang verplicht gesloten. De centra voor dagopvang ontvangen hiervoor een compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg ontvangen op 2 juni 2020.

De tegemoetkoming voor gederfde dagprijsinkomsten ingevolge de sluiting is het resultaat van de vermenigvuldiging van:

  • gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag 2018;
  • het aantal gesloten dagen;
  • 3,5 euro.

Het gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag 2018 is het gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag berekend op basis van de bezettingsgegevens 2018, ingediend via het e-loket in het kader van de werkingssubsidies 2018. Hierbij wordt het totaal aantal gefactureerde uren per centrum voor dagopvang voor het jaar 2018 gedeeld door 250. Indien het agentschap geen bezettingsgegevens 2018 beschikbaar heeft omdat het centrum voor dagopvang pas later werd erkend, wordt dit bepaald op 18 uren.

Voorbeeld berekening compensatie:

  • gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag 2018: 23 uren
  • het voorlopig aantal gesloten dagen: 45
  • 3,5 euro

=> 23 * 45 * 3,5 = 3.622,5 euro

U vraagt om maandelijks het 'aantal aanwezigheidsdagen' in het centrum voor dagverzorging in het e-Loket in te geven. Hoe?

U wordt verzocht in het e-Loket de som van het aantal aanwezigheidsdagen van alle gebruikers door te geven, ingedeeld per afhankelijkheidscategorie voor de afgelopen periode. 
 
U telt dus voor elke dag van opening het aantal aanwezige gebruikers per afhankelijkheidscategorie O, A, F, Fd, D of Fp. U telt vervolgens per afhankelijkheidscategorie de gegevens van alle dagen in de betreffende maand op en geeft dit cijfer per afhankelijkheidscategorie door in het e- Loket. 

Gebruikers die een bepaalde dag minder dan 6 uur aanwezig waren in het CVD ook meerekenen in het 'aantal aanwezigheidsdagen'?

U dient gebruikers die een bepaalde dag minder dan 6 uur aanwezig waren in het centrum voor dagverzorging mee te tellen voor het aantal aanwezigheidsdagen. In normale omstandigheden kan voor een gebruiker die een bepaalde dag minder dan 6 uur aanwezig is geen basistegemoetkoming voor zorg worden gefactureerd. Voor deze gebruiker is er dus ook geen compensatie van de basistegemoetkoming voorzien.  Er is ook geen compensatie van de dagprijs voor deze gebruiker aangezien de dagprijs door het centrum voor dagverzorging wordt aangerekend aan de gebruiker zelf. 

Welke gefactureerde dagen dienen we door te geven in RaaS?

Welke gefactureerde dagen dienen we door te geven in RaaS? De werkelijk gefactureerde dagen in referentieperiode? Of moet er ook rekening gehouden worden met de verminderde bezetting of dagen van sluiting? 

Enkel de effectief gefactureerde ligdagen dient u in RaaS door te geven. 

Welke gefactureerde dagen dienen we door te geven in RaaS voor een periode van sluiting?

Enkel de effectief gefactureerde ligdagen dient u in Raas door te geven. Tijdens de periode van sluiting waren er geen gebruikers en dus ook geen facturatie, bijgevolg brengt u voor deze periode niets in wat betreft de gefactureerde dagen. 

Let wel: de prestaties van het normpersoneel CDV dient u tijdens de sluitingsperiode in Raas wél te blijven opgeven bij het CVD ook al zijn de medewerkers tewerkgesteld in een ander zorgcircuit. 

REVALIDATIE/GGZ

De richtlijnen voor COVID-19 binnen de revalidatievoorzieningen en residentiële/ambulante GGZ- voorzieningen vind je terug op de webpagina Richtlijnen voor zorgprofessionals.  

Hoe verhoudt de maatregel van 17 juli zich tot de eerdere richtlijnen en adviezen rond de social distance van 1,5 meter?

De Taskforce COVID-19 besliste op 17 juli dat het personeel dat in contact komt met zorggebruikers steeds een chirurgisch mondneusmasker moet dragen tijdens de volledige aanwezigheidsduur. Het personeel draagt in alle gevallen een mondneusmasker bij de begeleiding van +12-jarigen. Bij -12-jarigen wordt een mondneusmasker gedragen indien het kind, omwille van medische redenen, als kwetsbaar voor COVID-19 kan beschouwd worden.  

Medewerkers die geen contact hebben met zorggebruikers moeten een mondneusmasker (textiel of ander) dragen bij verplaatsingen binnen de voorziening of contacten met andere medewerkers, zorggebruikers en/of begeleiders.  

Deze maatregel komt bovenop de basisregels over social distance. 

Is het dragen van een mondneusmasker ook verplicht als de contacten met zorggebruikers plaatsvinden achter een plexiglasscherm?

Wanneer er gesprekken zijn met zorggebruikers achter plexiglasschermen is het niet nodig om een mondneusmasker te dragen. Van zodra men zich door de voorziening beweegt, moet dit uiteraard wel en men kan de mondneusmaskers pas afzetten wanneer iedereen al zit op de plaats waar men gescheiden is door plexiglas. De ruimte zelf moet ook nog steeds goed geventileerd worden.  

Is het, gezien de tweede golf, mogelijk om al onze zorggebruikers en personeelsleden (opnieuw) te testen?

Een collectieve (her)testing van personeel en zorggebruikers gebeurt momenteel niet. Er dient een concrete aanleiding te zijn (bv. een positieve zorggebruiker/personeelslid). Elke persoon die mogelijke symptomen vertoont, wordt wel best zo snel mogelijk getest. De draaiboeken contactonderzoek COVID-19 in de verschillende voorzieningen vind je terug op onze website

Wat doet men met personeelsleden die uit steden/gemeenten komen met een hoge graad van besmetting? Verplicht laten telewerken?

In principe kan elke vorm van individuele begeleiding en groepsactiviteiten doorgaan mits inachtname van de algemene hygiënemaatregelen. Face-to-face contacten blijven de standaard. Alternatieve begeleidingsmethodieken zijn een waardevol alternatief in situaties waarbij dit door de zorggebruiker expliciet als meerwaarde ervaren wordt. 

In overleg met de lokale autoriteiten kan besloten worden om over te gaan naar enkel alternatieve begeleidingsmethodieken (zodat de dienstverlening aan de zorggebruikers gegarandeerd blijft). Maar indien medisch of therapeutisch aangewezen is, kunnen face-to-face contacten en groepsactiviteiten blijven doorgaan. De behandelend arts oordeelt hierover. 

BESCHERMINGSMATERIAAL

Vindt u geen antwoord op uw vraag? Mail naar beschermingsmiddelen@vlaanderen.be.

Hoe zit het met de voorraad beschermingsmateriaal?

Door de wereldwijde uitbraak van het coronavirus zijn persoonlijk beschermingsmaterialen zoals mondmaskers, schorten, handschoenen en handontsmettingsmiddelen schaars. De Vlaamse en federale overheid plaatsten bijkomende bestellingen om de extra noden op te vangen. Die dienen ter aanvulling op de voorraden die de voorzieningen normaal zelf aankopen bij hun reguliere leveranciers. 

De Vlaamse overheid zal tijdelijk nog de bevoorrading van persoonlijke beschermingsmaterialen garanderen. De komende weken zullen er chirurgische mondmaskers en handalcoholgel geleverd worden aan alle zorgvoorzieningen die onder Vlaamse bevoegdheid vallen en door de Vlaamse overheid erkend en gefinancierd worden. Beschouw dit als een noodoplossing en maak er alleen gebruik van als u via de normale kanalen onvoldoende materialen tegen een redelijke prijs kan aankopen.

Wie krijgt wel een mondmasker?

De chirurgische en de respiratoire (FFP2) mondmaskers worden voorbehouden voor zorgverleners

Elke zorgaanbieder is belangrijk in de bestrijding van COVID-19. Gezien de schaarste aan mondmaskers worden er prioriteiten gesteld in de verdeling ervan. Vraag dit bij je voorziening of beroepsorganisatie.  

Voor de verdeling van persoonlijk beschermingsmateriaal is – ook door de schaarste - een lijst met prioritaire groepen (zie hieronder) in de zorg uitgewerkt. Deze lijst is door de overheden in dit land opgesteld op basis van de input van wetenschappers en experten. De prioriteit wordt bepaald door te kijken of het zorgpersoneel procedures uitvoert of bijwoont waarbij er mogelijke overdracht van druppels is of nauw contact is met mogelijke of bevestigde COVID-19 patiënten. 

De prioritaire groepen zijn: 

  • De zorgverleners van COVID19-eenheden, zorgverleners van triagecentra, personeel dat verantwoordelijk is voor de zorg van mogelijke besmette of besmette personen in woongemeenschappen (woonzorgcentra, enz.). 
  • Eerstelijnszorgverleners die besmette of mogelijk besmette personen verzorgen: 
    • Huisartsen 
    • Thuisverpleegkundigen 
    • Alle andere zorgverleners 
  • Begrafenisondernemers en personeel van een mortuarium. 
  • Laboratoriumpersoneel dat met ademhalings- en spijsverteringsstalen werkt. 

Daarna: 

  • Ambulancepersoneel van niet-COVID-19-ambulances. 
  • Alle gemeenschappen. 

De Vlaamse overheid staat in voor de levering van mondmaskers voor personeel dat verantwoordelijk is voor de zorg van mogelijke besmette of besmette personen in woongemeenschappen (woonzorgcentra, psychiatrische verzorgingstehuizen), thuiszorg en thuisverpleging, revalidatievoorzieningen. Voor vragen hierover kunt u mailen naar beschermingsmiddelen@vlaanderen.be. Voor vragen over beschermingsmaterialen voor VAPH-voorzieningen kunt u terecht op avf@vaph.be of 02 249 36 66.   

We vragen ook dat iedereen de aanbevelingen van Sciensano volgt. Deze instructies hebben als doel het rationeel gebruik van medische maskers en andere beschermingsmiddelen te bevorderen. 

Wie heeft al mondmaskers ontvangen?

De Vlaamse overheid heeft sinds maart ongeveer 10 miljoen chirurgische maskers verdeeld over alle sectoren waarvoor ze bevoegd is (bijna 3000 voorzieningen en organisaties).

De maskers werden prioritair bezorgd aan de residentiële voorzieningen waar kwetsbare mensen worden opgevangen:

  • de woonzorgcentra, 
  • centra voor kortverblijf en herstelverblijf
  • revalidatieziekenhuizen en andere residentiële revalidatievoorzieningen
  • psychiatrische verzorgingstehuizen en initiatieven beschut wonen
  • erkende voorzieningen voor personen met een handicap
  • gemeenschapsinstellingen in de jeugdzorgjeugdhulpvoorzieningen met een ziekenboeg
  • instellingen voor bijzonder onderwijs
  • de CAW’s voor daklozenopvang.  

Ook de ambulante zorg werd voor dringende behandelingen (diensten gezinszorg, ambulante verslavingszorg, multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve zorg) en in het kader van de heropstart van de werking (CGG, ambulante revalidatie, diensten maatschappelijk werk,…) door ons bevoorraad met materialen.

We voorzien ook materialen voor nieuwe initiatieven in het kader van de coronacrisis zoals de cohortzorg in de thuiszorg en de opvang van kinderen van zieke ouders.

Zal de Vlaamse overheid materialen blijven voorzien?

Intussen heeft de markt zich grotendeels hersteld en zijn mondmaskers en handalcoholgel weer vlot verkrijgbaar. De eerste helft van juni gebeurt er nog een laatste levering van mondmaskers zodat alle voorzieningen tot eind juni ’20 voldoende voorraad hebben. Vanaf juli worden de zorgvoorzieningen verondersteld zelf in te staan voor de aankoop van de materialen. 

De Vlaamse overheid zal tijdelijk nog de bevoorrading van persoonlijke beschermingsmaterialen garanderen. De komende weken zullen er chirurgische mondmaskers en handalcoholgel geleverd worden aan alle zorgvoorzieningen die onder Vlaamse bevoegdheid vallen en door de Vlaamse overheid erkend en gefinancierd worden. Beschouw dit als een noodoplossing en maak er alleen gebruik van als u via de normale kanalen onvoldoende materialen tegen een redelijke prijs kan aankopen.

Leg een voldoende grote eigen voorraad aan van alle materialen om een eventuele nieuwe uitbraak aan te kunnen. Hou bij het plaatsen van bestellingen rekening met de levertermijnen. Hebt u geen vaste leverancier voor deze materialen, sluit u dan aan bij de initiatieven van de verschillende koepels om via een aankoopcentrale materialen te kopen.

Hoe wordt het materiaal in Vlaanderen verdeeld?

Voor de distributie van mondmaskers en andere PBM aan de erkende voorzieningen en organisaties werkt de Vlaamse overheid samen met externe partners. Grote leveringen gebeuren door een transportfirma, kleinere hoeveelheden worden door Bpost of een koerier geleverd. De voorzieningen krijgen van ons rechtstreeks een bericht hierover.

Waar kan ik met vragen over beschermingsmateriaal terecht?

Bij vragen over voorraad, tekorten, verdeling, levering...van beschermingsmaterialen kunt u contact opnemen met de volgende organisaties: 

Voorzieningen of organisaties die onder de bevoegdheid vallen van Zorg en Gezondheid Mail naar beschermingsmiddelen@vlaanderen.be
Voorzieningen voor personen met een handicap Mail naar avf@vaph.be of bel naar 02 249 36 66.
Gemeenschapsinstellingen voor jeugdzorg Mail naar corona@opgroeien.be.
Onderwijsinstellingen Raadpleeg de contactgegeven op Onderwijs Vlaanderen
Ziekenhuizen, triagecentra en zorgverstrekkers in de eerste lijn (artsen, tandartsen, apothekers, vroedvrouwen,…)  Meld online tekorten aan materiaal
Andere vragen: mail naar coronashortages@fagg-afmps.be
Vragen bij de levering van mondmaskers aan verpleegkundigen en zorgkundigen Mail naar gbbu-covidrequests@health.fgov.be
Zorgt de overheid voor een strategische stock?

De Vlaamse overheid legt een strategische stock aan van materialen om een eventuele nieuwe opflakkering met mogelijke tekorten op de markt te kunnen opvangen. Het is wel de bedoeling dat elke voorziening en organisatie zelf voldoende voorraden aanlegt. De strategische stock van de overheid dient als noodvoorraad in geval van ernstige verstoring van de markt.

Kan ik bij schaarste een mond(neus)masker langer/meerdere malen gebruiken?

De Hoge Gezondheidsraad laat toe dat mondmaskers, hoewel ze normaal gezien voor eenmalig gebruik zijn, omwille van de schaarste, langer gebruikt worden. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:  

  • Voor een periode van 8 uren, ongeacht de opeenvolging van interventies, zonder naar buiten te gaan.
  • Mag dus met dat doel bijgehouden worden (rond de hals) maar nooit in de zak.
  • Mag voorlopig bewaard worden op een plaats zonder besmettingsgevaar (bv. in een geïndividualiseerde papieren omslag of in een uitwasbare gepersonaliseerde bak).  
  • Mag nooit aan de voorzijde aangeraakt worden.
  • Moet onmiddellijk verwijderd worden zodra zichtbaar vuil. 
  • Gezien deze uitzonderlijke situatie is de strikte toepassing van de officiële aanbevelingen inzake handhygiëne daarbij onontbeerlijk. 

Meer info

Wanneer draag ik een mond(neus)masker?

Het dragen van (stoffen) mondmaskers speelt een belangrijke rol bij de versoepeling van de maatregelen. Lees meer over het dragen van mondmaskers op www.info-coronavirus.be/nl/mondmasker.

Hoe kan ik mij beschermen tijdens de verzorging van een patiënt besmet met COVID-19?

Het personeel dat een patiënt verzorgt die (vermoedelijk) besmet is met COVID-19  draagt volgende persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM): 

  • een chirurgisch mondneusmasker
  • niet-steriele handschoenen 
  • wegwerpschort met lange mouwen en
  • een spatbril of gezichtsscherm. 

De zorgverlener moet het aanraken van zijn gezicht, ogen of mond met (gehandschoende) handen vermijden. Indien mogelijk draagt de cliënt of bewoner tijdens de verzorging ook een chirurgisch mondneusmasker.

Meer info

Hoe gebruik ik persoonlijke beschermingsmiddelen?
Hoe kan ik me beschermen tegen het coronavirus COVID-19?
  • Was je handen regelmatig en grondig (40 à 60 sec.) met water en zeep. Hoe je best je handen wast, zie je in deze afbeelding

  • Moet je hoesten? Doe dat in een papieren zakdoekje of in de binnenkant van je elleboog. 

  • Gebruik papieren zakdoekjes bij het niezen of snuiten en gooi ze weg in een afsluitbare vuilbak. 

  • Vermijd om handen te geven. Begroet elkaar met een zwaai of met de elleboog. 

  • Blijf zeker thuis als je ziek bent. Ga niet naar het werk! 

  • Vermijd zelf nauw contact met zieke personen. 

  • Raak je gezicht zo weinig mogelijk aan met je handen. 

  • Hou minstens 1,5 meter afstand 

Je vindt dit ook terug op de affiches en in het filmpje van Zorg en Gezondheid. 

Hoe zit het met zelfgemaakte maskers?

Zelfgemaakte stoffen maskers zijn geen medische maskers en zijn inferieur aan chirurgische maskers. In het kader van een tekort aan medische maskers kunnen zij wel gebruikt worden, onder meer in zorginstellingen door het personeel dat niet betrokken is bij de verzorging van patiënten (bv. administratief personeel, technisch personeel, personeel van het laboratorium, personeel van de onthaalbalie dat geen rechtstreeks contact heeft met patiënten, enz.).  

Als er geen chirurgische maskers beschikbaar zijn, kunnen patiënten met een mogelijke of bevestigde COVID-19 en geïsoleerd in hun woning, ook zelfgemaakte maskers - gemaakt uit stof of linnen - gebruiken. Hierdoor beschermen ze hun directe omgeving. Desnoods kan de patiënt gebruik maken van een sjaal of een andere doek. Die voorwerpen moeten wel dagelijks worden gewassen op 60°C. Lees de instructies voor het maken van 'home made' mondmaskers.

Meer info over mondmaskers: www.info-coronavirus.be/nl/mondmasker/

Waar vind ik informatie over de conformiteitseisen voor mondmaskers (leveranciers)?

U vindt de conformiteitseisen voor FFP2 en FFP3-mondmaskers op de website van de Federale Overheidsdienst Economie

Enkele aandachtspunten: 

Voor de chirurgische maskers neemt u best contact met het Federaal Geneesmiddelenagentschap via coronashortages@fagg-afmps.be

Waar vind ik informatie over de conformiteitseisen voor desinfecterende handgels (leveranciers)?

We krijgen af en toe vragen van bedrijven die hun productie wensen om te schakelen. 

Wegens de coronacrisis is het mogelijk om voor alcoholische handgels een afwijking te vragen volgens artikel 55 van de BPR (Biocidenverordening), indien aan alle voorwaarden van dat artikel is voldaan, d.i. “indien die maatregel noodzakelijk is wegens een niet op andere wijze te bestrijden gevaar voor de volksgezondheid, de gezondheid van dieren of het milieu”. 

Stuur dit verzoek naar de dienst biociden van de federale overheidsdienst leefmilieu via covid19.gestautor@health.fgov.be. Verwijs daarbij naar artikel 55 van de BPR en voeg de volgende documenten toe: 

  • de volledige samenstelling van het product;
  • een voorstel van etiket; 
  • een veiligheidsinformatieblad (VIB); 
  • een schatting van de voorraden beschikbaar voor de Belgische markt. 

De WHO adviseert het gebruik van een hydro-alcoholische oplossing met een alcoholconcentratie van meer dan 70% om het COVID-19-coronavirus te bestrijden. Een tijdelijke toelating voor een product dat minder dan 70% alcohol bevat, kan niettemin alleen bij de autoriteiten worden aangevraagd voor zover de onderneming de doeltreffendheid van de eindsamenstelling tegen virussen kan aantonen door middel van werkzaamheidstests (EN 14476). 

Na onderzoek van het dossier en indien het ontvankelijk wordt verklaard, verlenen de overheden een tijdelijke toelating voor het in de handel brengen en het gebruik van dit product voor een periode van maximaal 180 dagen. 

Tegelijkertijd wordt aan de persoon, verantwoordelijk voor het op de markt brengen van dit product, gevraagd om zo snel mogelijk een aanvraag voor registratie in te dienen de FOD Volksgezondheid

Wie kan me helpen wanneer ik geen materiaal meer heb?

De productie en levering van chirurgische mondmaskers en handalcohol is weer op peil. De voorraden van sommige andere materialen zijn nog beperkt, daar moet u dus nog spaarzaam mee omgaan.   

De Vlaamse overheid plaatste bestellingen voor mondneusmaskers en andere persoonlijke beschermingsmaterialen. Chirurgische mondmaskers werden aan alle voorzieningen erkend door de Vlaamse overheid geleverd. Andere materialen kunnen tijdens een uitbraak en bij acute tekorten worden aangevraagd bij beschermingsmiddelen@vlaanderen.be (voor voorzieningen erkend door Zorg en Gezondheid).  

SCHAKELZORGCENTRA

Meer informatie over schakelzorgcentra vindt u in het pdf bestandDraaiboek schakelzorgcentrum - versie 1.6 (883 kB).

Met vragen kan u terecht op eerstelijn@vlaanderen.be.  

NUTTIGE INFO VOOR ALLE SECTOREN
Wat moet men doen als een zorggebruiker/personeelslid/bezoeker terugkomt uit een rode of oranje zone in het buitenland?

Voor een groene zone stelt zich geen probleem.

Als iemand (personeel, zorggebruiker of bezoeker) uit een rode zone terugkomt, dan geldt de verplichte quarantaine en testing. Men kan dan dus niet naar het werk of op bezoek.  

Alle andere terugkeerders (uit een oranje of groene zone) die in de 14 dagen voorafgaand aan het bezoekmoment of aan de dag van werkhervatting géén symptomen vertoonden, kunnen aan het werk of op bezoek. Uiteraard mits respect voor alle geldende hygiënemaatregelen.

Voor de opname van nieuwe bewoners in een woonzorgcentrum (ook bij heropname na lange afwezigheid) gaan we altijd uit van een testing voorafgaand aan de opname, tenzij uit overleg tussen de collectiviteit en het ziekenhuis blijkt dat een test niet noodzakelijk is. 

Moeten wij als voorziening zelf voortdurend de graad van besmettingen in onze regio volgen of licht de lokale overheid ons in?

Zoals staat opgenomen in de lokale draaiboeken is hierin een sleutelrol weggelegd voor de lokale besturen. Indien er een alarmerende situatie is, wordt er vanuit het team Infectieziekten binnen het agentschap Zorg en Gezondheid contact opgenomen met het lokale bestuur. Afhankelijk van de grootte van het aantal besmettingen zullen er aangepaste maatregelen komen vanuit de eigen regio. Als voorziening kan je, indien je dit wenst, zelf contact opnemen met de noodplanning van het lokale bestuur.