Evolutie sterftecijfers (2001-2016)

Op deze pagina:

Evolutie absolute en bruto sterftecijfers

Jaarlijks sterven er in Vlaanderen gemiddeld 58.023 personen (2001-2016), of 9,3 op 1.000 inwoners.

  • In 2016 telden we 60.356 sterfgevallen. Net als in 2015 was het aantal sterfgevallen bij vrouwen hoger dan bij mannen.
  • Ook in 2015, 2013 en 2012 stierven nog meer Vlaamse inwoners nl. respectievelijk 61.688, 61.063 en 60.385.
  • In de meeste jaren stierven in Vlaanderen iets meer mannen dan vrouwen (50,3% mannen), hoewel er toch iets meer vrouwen wonen (50,6% vrouwelijke bevolking). Uitzonderingen hierop waren 2003, 2010 en dus 2015 en 2016 met tussen 50,05% en 50,73% vrouwen in het totaal aantal sterfgevallen.

In de absolute aantallen en bruto sterftecijfers, lijkt er weinig evolutie te bespeuren in de laatste 15 jaar. Ook lijkt er geen groot verschil tussen mannen en vrouwen. Dat komt omdat we geen rekening houden met de veranderende leeftijdsverdeling in de bevolking..

  • Door voor leeftijd te standaardiseren, kunnen we het effect van een verouderende bevolking controleren: de direct gestandaardiseerde sterftecijfers (ASR-E) daalden wél duidelijk in de periode 2001-2016 en er was een opmerkelijk verschil tussen mannen en vrouwen.
Absoluut aantal overlijdens, bruto sterftecijfer en direct gestandaardiseerd sterftecijfer (ASR-E) (per 1.000 inwoners), Vlaams Gewest, 2001, 2006, 2011, 2016
geslacht Soort cijfer 2001 2005 2010 2015
Totaal Absoluut 56.047 55.722 57.666 60.356
Bruto 9,4 9,1 9,1 9,3
ASR-E 11,9 10,8 9,8 9,0
Mannen Absoluut 28.416 28.086 29.079 30.092
Bruto 9,7 9,3 9,3 9,4
ASR-E 15,4 13,7 12,3 11,1
Vrouwen Absoluut 27.631 27.636 28.587 30.264
Bruto 9,2 8,9 8,9 9,2
ASR-E 9,5 8,8 8,0 7,4

Bekijk:xlsx bestandEvolutie algemene sterftecijfers (…-2016) (213 kB)
Bron: Sterftecertificaten, alle overlijdens, Vlaams Gewest, 2001-2016
Noot: We tellen hier enkel inwoners van het Vlaams Gewest die overleden in het Vlaams Gewest of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

  • Absolute sterftecijfers zijn de totale sterfte-aantallen, ongeacht leeftijd of andere factoren.
  • Bruto sterftecijfers: verhouding van sterfte-aantallen tot het aantal inwoners, vaak uitgedrukt als aantal overlijdens per 1.000 of 100.000 inwoners.
  • Gestandaardiseerde sterftecijfers houden rekening met de leeftijdssamenstelling van de bevolking. De vergrijzing van de bevolking kan de brutosterftecijfers immers sterk beïnvloeden. Door de sterftecijfers te standaardiseren voor leeftijd (dat is de sterfte berekenen zoals die zou zijn als de leeftijdsverdeling van de bevolking jaar na jaar dezelfde zou blijven) verkrijgen we een direct gestandaardiseerd cijfer of ASR-E (Age Standardized Rate op Europese Standaardbevolking). Verklaring: Directe standaardisatie. Ook dit cijfer wordt uitgedrukt als (gestandaardiseerd) aantal overlijdens per 1.000, per 10.000 of per 100.000 inwoners.

Evolutie gestandaardiseerde sterftecijfers

Door de toenemende vergrijzing verwachten we met de jaren steeds meer overlijdens. Door voor leeftijd te standaardiseren, houden we rekening met de veroudering van de bevolking. Die is bij vrouwen meer uitgesproken dan bij mannen.

  • Er is een bijna continue, geleidelijke daling van de gestandaardiseerde sterftecijfers over de laatste 15 jaar, zowel bij mannen (-28%) als bij vrouwen (-22%). Uitzonderingen hierop zijn:

    • de discrete stijging bij vrouwen in 2002 en 2003. Die lichte stijging werd echter gecompenseerd in 2004;

    • de lichte stijging bij mannen en vrouwen in 2012 en 2013. In 2014 daalde de gestandaardiseerde sterfte opnieuw sterk, zodat het sterfterisico voor 2014 zelfs onder de trendlijn ligt voor 2001-2016;

    • de lichte stijging in 2015 ten opzichte van 2014 (voor vrouwen zelfs statistisch significant: de betrouwbaarheidsintervallen voor 2014 en 2015 overlappen elkaar niet). Ook deze stijging werd gecompenseerd, in 2016.

  • De sterfte bij mannen is significant hoger dan bij vrouwen over de hele periode 2001-2016, maar het gestandaardiseerde sterftecijfer voor mannen daalt wel dubbel zo snel als dat voor vrouwen.
    • voor mannen daalde het sterfterisico in de periode 2001-2016 gemiddeld met 29 per jaar per 100.000 inwoners;
    • voor vrouwen daalde het sterfterisico in de periode 2001-2016 gemiddeld met 15 per jaar per 100.000 inwoners.

Direct gestandaardiseerd sterftecijfer (ASR-E per 1.000 inwoners) en betrouwbaarheidsintervallen (OG en BG), Vlaams Gewest, 2001-2016

Evolutie direct gestandaardiseerd sterftecijfer (per 1.000 inwoners) met betrouwbaarheidsintervallen (OG en BG), 2001-2016
Bekijk:xlsx bestandEvolutie algemene sterftecijfers (…-2016) (213 kB)
Bron: sterftecertificaten alle overlijdens, Vlaams Gewest, 2001-2016

Invloed van verschillende doodsoorzaken in totale evolutie (mannen & vrouwen)

Bijdrage verschillende doodsoorzaken in daling direct gestandaardiseerde sterfte, Vlaams Gewest, 2001-2016
Evolutie bijdrage 7 grote doodsoorzakengroepen in daling toale sterfte, mannen en vrouwen (2001-2016)

De daling van de sterftecijfers tussen 2001 en 2016 is zowel bij mannen als bij vrouwen vooral het gevolg van de daling van de sterfte door hart- en vaatziekten.

  • 58% van de totale daling bij mannen is toe te schrijven aan de daling in de sterfte door hart- en vaatziekten, die daalde van 56 per 10.000 mannen naar 31 per 10.000 (-45%).

  • 81% van de totale daling bij vrouwen is toe te schrijven aan de daling in de sterfte door hart- en vaatziekten, die daalde van 39 per 10.000 vrouwen naar 22 per 10.000 (-43%).

De sterfte door kanker en andere nieuwvormingen daalde bij mannen veel sterker dan bij vrouwen.

  • 24% van de totale daling bij mannen is toe te schrijven aan de sterfte door kanker, die daalde van 43 per 10.000 mannen naar 33 per 10.000 (-24%).

  • Slechts 13% van de totale daling bij vrouwen is toe te schrijven aan de sterfte door kanker, die daalde van 22 per 10.000 vrouwen naar 19 per 10.000 (-12%).

Ook sterfte door ziekten van het ademhalingsstelsel daalde bij mannen sterker dan bij vrouwen

  • 21% van de totale daling bij mannen is toe te schrijven aan de sterfte door ziekten van het ademhalingsstelsel, die bijna halveerde van 23 per 10.000 mannen naar 13 per 10.000 (-41%).

  • 14% van de totale daling bij vrouwen is toe te schrijven aan de sterfte door ziekten van het ademhalingsstelsel, die daalde van 10 per 10.000 vrouwen naar 7 per 10.000 (-31%).

De totale daling van het gestandaardiseerde sterftecijfer wordt deels teniet gedaan door de stijging van overlijdens door psychische en neurologische aandoeningen (waaronder dementie).

  • Bij mannen steeg de sterfte door psychische en neurologische aandoeningen van 7 per 10.000 mannen naar 10 per 10.000 (+51%).
  • Bij vrouwen steeg de sterfte door psychische en neurologische aandoeningen van 7 per 10.000 vrouwen naar 9 per 10.000 (+41%).

Bekijk de hele evolutie 2001-2016 voor mannen en vrouwen apart: xlsx bestandEvolutie algemene sterftecijfers (…-2016) (213 kB)
Bron: sterftecertificaten alle overlijdens, Vlaams Gewest, 2001-2016

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden is gebeurd, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.

Voor wie zelf aan de slag wil met de sterftecijfers, stellen we hier ook de ruwe gegevens i.v.m. de onderliggende (oorspronkelijke) doodsoorzaken ter beschikking.

Het aantal overlijdens wordt weergegeven per geslacht, per onderliggende doodsoorzaak en per leeftijd. Ook de bevolkingsopbouw van het betreffende jaar staat in hetzelfde rekenbladformaat (Excel). Zo is het eenvoudig zelf de gewenste cijfers te berekenen.

Als u nog oudere cijfers wenst kan u ons altijd contacteren.