Evolutie foeto-infantiele sterftecijfers (2013-2014)

Het aantal foeto-infantiele (FI) overlijdens in het Vlaamse Gewest schommelt de laatste 15 jaar rond 8,2 per 1.000 geborenen. In 2013 stierven er 547 kinderen voor hun geboorte of tijdens hun eerste levensjaar. In 2014 waren dat er 545.

  • De evolutie van het mortinataliteitscijfer (doodgeboorte - DG) is moeilijk in te schatten. De laatste 10 jaar steeg het aantal geregistreerde doodgeboren kinderen. Dit komt minstens gedeeltelijk door een meer volledige registratie van de doodgeborenen waarvoor de gemeente geen akte opmaakt. Sinds 2010 steeg het aantal doodgeboorten per 1.000 geboorten/doodgeboorten niet veel meer.
  • De zuigelingensterfte (infantiele sterfte - IS) daalde globaal in de periode 1999-2014, maar schommelt redelijk sterk van jaar tot jaar. Voor 2013 en 2014 samen noteren we een totale zuigelingensterfte van 3,4 per 1.000 levendgeborenen: voor jongens 3,7 en voor meisjes 3,2 per 1.000 levendgeborenen.

Evolutie infantiele sterfte, jongens en meisjes, gemiddeld sterfterisico per 2 jaar, Vlaams Gewest, 1999-2014

Evolutie infantiele sterfte, jongens en meisjes, gemiddeld sterfterisico per 2 jaar, Vlaams Gewest, 1999-2014
Bron: sterftecertificaten zuigelingen, Vlaams Gewest, 1999-2014
Download meer cijfers: xlsx bestandEvolutie foeto-infantiele sterfte (...-2014) (165 kB)

Verschil tussen jongens en meisjes

In 2013-2014 stierven er meer jongens dan meisjes in het eerste levensjaar: een verschil van 45 overlijdens. In 2007-2008, 2009-2010 en 2011-2012 was dit verschil zelfs nog groter. Dit verschil tussen jongens en meisjes is het grootst in de eerste week. Na de eerste maand lopen de sterftecijfers bijna gelijk. Kijken we ook naar de doodgeborenen dan is het verschil tussen jongens en meisjes nog groter.

Dit vertaalt zich in de volgende gemiddelde sterfterisico’s voor 2013 en 2014:

doodgeboorte cijfers
  • bij jongens 5,1 per 1.000 geborenen
  • bij meisjes 4,3 per 1.000 geborenen
vroeg-neonatale sterftecijfers (1e week)
  • bij jongens 1,9 per 1.000 levendgeborenen
  • bij meisjes 1,6 per 1.000 levendgeborenen
infantiele sterftecijfers (1e levensjaar)
  • bij jongens 3,7 per 1.000 levendgeborenen
  • bij meisjes 3,2 per 1.000 levendgeborenen
foeto-infantiele sterftecijfers
  • bij jongens 8,7 per 1.000 geborenen
  • bij meisjes 7,4 per 1.000 geborenen

 

Databestand: Sterftecertificaten zuigelingen (en geboortecertificaten)

Cijfers over kindersterfte en doodgeboorte zijn gebaseerd op de gegevens van de geboortecertificaten enerzijds en van de sterftecertificaten voor zuigelingen anderzijds.