Erkenning van COVID-19 als beroepsziekte voor het personeel van collectieve woonvormen

  • 21 april 2020

COVID-19 wordt erkend als beroepsziekte in verzorgingstellingen. In de praktijk betekent dit dat mensen die werken (ook als student of stagiair) in woonzorgcentra, collectieve woonvormen voor zieken en personen met een handicap of andere zorginstellingen (bijvoorbeeld psychiatrische centra) en die lijden aan COVID-19, recht kunnen hebben op een vergoeding van Fedris, het Federaal agentschap voor beroepsrisico's.

In deze instellingen komt het medisch als het paramedisch personeel dat patiënten behandelt of verzorgt in aanmerking, maar ook het schoonmaakpersoneel en logistieke medewerkers die verantwoordelijk zijn voor het proper maken of het onderhoud van besmette toestellen of lokalen.

Welke voorwaarden zijn van toepassing?

Besmet zijn met het virus SARS-CoV-2. De infectie moet worden bewezen door middel van een laboratoriumtest. In uitzonderlijke gevallen kunnen andere bewijzen aanvaard worden, bijvoorbeeld een suggestieve klinische presentatie en een compatibele CT-thorax.

Werken in een verzorgingsinstelling waar zich een uitbraak heeft plaatsgevonden. Dit wil zeggen dat er twee of meer bewoners van de verzorgingsinstelling binnen een periode van maximum twee weken besmet zijn met het virus.

Welke vergoedingen kan men krijgen?

Een vergoeding voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid, op voorwaarde dat deze arbeidsongeschiktheid minstens 15 (kalender)dagen duurt. Voor de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid heeft de getroffene recht op een dagelijkse vergoeding van 90 procent van het gemiddelde dagbedrag (berekend op basis van het geplafonneerde loon van betrokkene). Het bedrag van de vergoeding aan de getroffen werknemer wordt verminderd met het gewaarborgd loon (dat aan de werkgever wordt terugbetaald) en met de betalingen die het ziekenfonds heeft uitgekeerd.

Een terugbetaling van het persoonlijk aandeel van de kosten voor geneeskundige verzorging die verband houden met de erkende beroepsziekte (het zogenaamde remgeld), ongeacht de duur van de (tijdelijke) arbeidsongeschiktheid. De gemaakte onkosten vanaf 120 dagen voorafgaand aan het indienen van de vergoedingsaanvraag kunnen door Fedris terugbetaald worden. Let op: geneesmiddelen van categorie D, waarvoor er geen tegemoetkoming van de verplichte ziekteverzekering is (bijvoorbeeld basispijnstillers), kunnen niet worden terugbetaald door Fedris.

Als er sprake is van blijvende schade kan ook een vergoeding voor blijvende arbeidsongeschiktheid toegekend worden.

In geval van een overlijden veroorzaakt door COVID-19 kunnen de rechthebbenden ook aanspraak maken op bepaalde vergoedingen.

Hoe een vergoeding aanvragen?

Fedris staat in voor de verzekering tegen beroepsziekten van werknemers in de privésector, van stagiairs en van personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (provincies, steden, gemeenten, OCMW’s, intercommunales).

Personeelsleden van andere overheden (federale overheid, Gewesten, Gemeenschappen) worden niet door Fedris verzekerd. Zij moeten hun aanvraag bij hun werkgever indienen, volgens de voorgeschreven procedure.

Let op: ook wie een aanvraag tot schadeloosstelling bij Fedris indient, moet nog steeds een aangifte van arbeidsongeschiktheid indienen bij zijn werkgever en zijn ziekenfonds.

Wat met personen die besmet zijn met COVID-19 en die hulp of zorg thuis verlenen?

Ze worden niet geacht in een verzorgingsinstelling te werken. Zij kunnen evenwel toch in aanmerking voor erkenning komen als ze kunnen aantonen dat ze een infectie met het virus SARS-CoV-2 hebben opgelopen en dat de ziekte in verband kan worden gebracht met een gedocumenteerd professioneel contact met één of meer COVID-19-patiënt(en).

Meer informatie?

Raadpleeg de FAQ over COVID-19 op de website van Fedris. Als u daar niet het antwoord vindt op uw vraag, stuur dan uw vraag door naar covid19@fedris.be.