Een woongelegenheid voor zelfredzame personen in een woonzorgcentrum melden

Op 1 januari 2020 is het nieuwe Woonzorgdecreet in voege getreden. Nog niet alle bestaande uitvoeringsbesluiten werden geactualiseerd. In afwachting van een actualisatie blijven zij ook na 1 januari 2020 van toepassing. Dat is ook het geval voor het besluit van 10 november 2017 over de woongelegenheden voor zelfredzame personen, ook wel mantelzorgwoongelegenheden genoemd.
Tijdens de COVID-19-pandemie kunnen mantelzorgers verblijven in het woonzorgcentrum. Dat kan binnen de erkende capaciteit aan de hand van een opname als bewoner maar ook bovenop de erkende capaciteit in een aangemelde woongelegenheid voor zelfredzame ouderen. Voor deze aanmelding zijn tijdelijk 2 flexibele richtlijnen van toepassing: 
  • Eenzelfde kamer kan tijdelijk een dubbel statuut krijgen. Een erkende woongelegenheid woonzorgcentrum kan dus tijdelijk ook worden ingevuld als aangemelde woongelegenheid voor zelfredzame ouderen. Geef dit echter duidelijk aan in uw aanvraagdossier bij de beschrijving van de infrastructuur. 
  • De verplichting om aangepaste brandveiligheidsdocumenten in te sturen wordt tijdelijk opgeschort.

Woonzorgcentra mogen buiten hun erkende capaciteit nog andere woongelegenheden aanbieden voor zelfredzame (niet-hulpbehoevende) mensen. Zo kunnen bijvoorbeeld de partner of mantelzorger van een bewoner ook in het woonzorgcentrum verblijven. Die woongelegenheden voor zelfredzame personen moet het woonzorgcentrum aanmelden bij Zorg en Gezondheid. De woongelegenheden moeten aan bepaalde infrastructuurnormen voldoen. 

Wie mag verhuizen naar de aangemelde woongelegheden voor zelfredzame personen?

  • wie gehuwd of wettelijk samenwonend was met de bewoner van een woonzorgcentrum bij opname van deze bewoner
  • wie gedurende 6 maanden voorafgaand aan de opname van de bewoner feitelijk samenwonend was met de bewoner.

Deze personen moeten zelfredzaam zijn: dat moet worden aangetoond met een attest (bv. een inschaling op de Katz-schaal) of met een verklaring op erewoord van de huisarts of een verpleegkundige.

Als de zelfredzame persoon tijdens zijn verblijf hulpbehoevend wordt, moet hij/zij met voorrang worden opgenomen binnen de erkende capaciteit van het woonzorgcentrum.

Bij overlijden van de bewoner mag de zelfredzame persoon minstens nog zes maanden in de woongelegenheid verblijven.

Dienstverlening en prijs

Het woonzorgcentrum biedt de zelfredzame persoon de gebruikelijke huishoudelijke, logistieke en administratieve ondersteuning, zoals maaltijden, onderhoud en activiteiten.

Het uitgangspunt is dat het woonzorgcentrum aan de zelfredzame persoon een hotelkost mag aanrekenen: gebruik van de infrastructuur, de maaltijden, onderhoud, wassen van kledij en linnen.

Infrastructuur- en brandveiligheidsnormen

De woongelegenheden voor zelfredzame inwonende personen moeten aan dezelfde infrastructuur- en brandveiligheidsnormen voldoen als de woongelegenheden voor de gewone bewoners. Zo kan de persoon als hij zorgbehoevend wordt, er blijven wonen, maar dan binnen de erkende capaciteit.

De woongelegenheid mag ook een tweepersoonskamer zijn. Een tweepersoonskamer waarvan één woongelegenheid wordt aangemeld voor het verblijf van zelfredzame personen telt niet mee voor het aandeel tweepersoonskamers in een woonzorgcentrum. Een woonzorgcentrum mag niet meer dan 20% van het totale aantal bewoners in tweepersoonskamers huisvesten.

Hoe aanmelden?

Meld de woongelegenheden voor het verblijf van de zelfredzame personen met dit formulier.

Meer info

Besluit van 10 november 2017 over de woongelegenheden voor zelfredzame personen en brief met toelichting bij het besluit.

Met dit formulier moeten woonzorgcentra woongelegenheden aanmelden waar zelfredzame personen mogen verblijven.