Een stevig fundament voor de Vlaamse revalidatiesector

  • 3 april 2019

Door de overdracht van bevoegdheden na de zesde staatshervorming was ook de revalidatiesector aan een Vlaamse vertaling toe. De conceptnota daartoe is klaar en werd vrijdag 29 maart 2019 goedgekeurd. De Vlaamse Regering wil de lat meteen hoog leggen. Een revalidatieproces in Vlaanderen zal vertrekken vanuit de Vlaamse sociale bescherming op basis van één unieke inschaling van de zorgnood en van een revalidatieplan waarin de patiënt centraal staat. Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “Revalideren in Vlaanderen zal gebeuren op een excellente manier, nabij en financieel toegankelijk en met de maximale betrokkenheid van de persoon met een zorgnood.”

Revalidatieplan met betrokkenheid van de revalidant

Iedereen die zich door de Vlaamse sociale bescherming verzekerd weet, heeft recht op een excellente revalidatie als hij daar een geobjectiveerde behoefte aan heeft. Zo staat het in de conceptnota die door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd. De vereisten zijn dat zorggebruiker kan rekenen op een revalidatie

  • op maat
  • in de redelijke nabijheid
  • laagdrempelig
  • op het juiste moment
  • in voldoende mate
  • met garantie op financiële toegankelijkheid
  • met het meeste kans op een maximaal resultaat

Bovendien is het revalidatieplan geïntegreerd in het geheel van de behandelingen waarbij de revalidant centraal staat en maximaal betrokken is. De Vlaamse revalidatie moet zoveel mogelijk gebaseerd zijn op wetenschappelijk inzicht of op best practice-studies. Ze zal performant en van een kwalitatief hoog niveau zijn binnen een correct budgettair kader en naadloos aansluiten bij andere vormen van zorgaanbod.

Belrai inschalingsmodel

Het onderzoek loopt om ook BelRAI in te voeren in de revalidatiesector. De Belrai zal gebruikt worden als uniek inschalingsmodel over de sectoren van welzijn en gezondheid heen. Het heeft als ambitie dat een zorgvrager niet telkens, door het gebruik van verschillende meetinstrumenten, zijn rechten op zorg in de verschillende sectoren moet halen. Zo zal in alle sectoren en voor elke zorgvrager met gelijke maten en gewichten gewogen worden. 

Getrapte zorg

Er zal gewerkt worden met een getrapt zorgaanbod dat afgestemd is op de zorgvraag. Dit komt erop neer dat door een evenwichtige spreiding, een doorgedreven specialisatie en een outreachwerking de zorgvrager zijn specifieke zorg krijgt op een aanvaardbare afstand. De minder gespecialiseerde zorg zal dicht bij huis georganiseerd zijn. Voor meer gespecialiseerde zorg zijn er minder centra nodig die meer over het grondgebied gespreid zullen liggen. Deze basisregistratie is de eerste trap. De meer gespecialiseerde de volgende trap. De bovenste trap ondersteunt de lagere niveaus.

Heroplevende sector

De Vlaamse revalidatiesector kent sinds de overheveling naar Vlaanderen een boost met talrijke initiatieven die reeds helemaal passen in het kader van haar hernieuwde missie. De ongelijke spreiding van revalidatiecentra werd aangepakt. Blinde vlekken in het aanbod van de bestaande centra voor ambulante revalidatie (CAR) werden gedeeltelijk opgelost: zij kregen bijkomende capaciteit, goed voor een investering van 2,2 miljoen euro. Een nieuwe residentieel drugsopvangcentrum (1,5 miljoen euro) start in de Kempen. Er komen onder meer ook antennepunten voor de medico-sociale opvangcentra (msoc) en nieuwe dagcentra voor drugverslaafden (600 000 euro). Tevens wordt voorzien in twee antennepunten voor de referentiecentra voor Autisme in Limburg en West-Vlaanderen, die een dergelijk centrum nog niet hadden (300.000 euro). 

Ook de outreach-werking en de re-integratie van onder andere de moeder-kindeenheden van de psychiatrische ziekenhuizen krijgen extra capaciteit (200.000 euro), alsook de arbeidscoaches van de psychosociale revalidatiecentra krijgen  bijkomend 2 miljoen euro.

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “Deze maatregelen zullen al op korte termijn voelbaar zijn, maar de conceptnota zet de toon voor de toekomst. De langere termijnplanning zorgt voor de efficiënte inzet van middelen en krachten en maakt een gestroomlijnd geïntegreerd beleid, in samenspraak met de federale overheid, mogelijk.”