Doelgroepenbevraging gezondheidsimpact van luchtverontreiniging en geluidshinder

Eind 2016 heeft Zorg en Gezondheid een doelgroepenbevraging laten uitvoeren bij lokale overheden en een aantal studiebureaus. Het doel was om knelpunten en succesfactoren met betrekking tot de integratie van luchtverontreiniging en geluidshinder in lokale mobiliteitsplannen en lokale ruimtelijke-ordeningsplannen te bepalen. Daartoe is een enquête gebeurd, een studiedag georganiseerd om de lokale besturen te enthousiasmeren, twee focusgroepsgesprekken gevoerd en een twaalftal face-to-facegesprekken met lokale ambtenaren, schepenen en studiebureaus.

Conclusies

Drempels voor lokaal beleid rond luchtverontreiniging en geluidshinder

  • Gebrek aan kennis

    • De kennis over de verschillende beschikbare informatiebronnen en methodieken om de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging en geluidshinder mee te nemen in het lokale mobiliteits- en ruimtelijkeordeningsbeleid is zeer laag, zeker bij de kleinere gemeenten. Geluidsbelastingskaarten worden soms ter hand genomen maar dit is geen algemene regel. Het gebrek aan kennis wil echter niet zeggen dat de milieuambtenaar of mobiliteitsambtenaar niet begaan is met luchtverontreiniging en geluidshinder. De overgrote meerderheid weet dat geluidshinder en luchtverontreiniging een impact hebben op de gezondheid van de burgers. Het is op dit ogenblik echter heel moeilijk om daar als lokale ambtenaar naar te handelen om deze redenen.

      • Ofwel is er geen ambtenaar hiervoor aangesteld – of heeft die niet de tijd om zich hierin te verdiepen.
      • Vaak ontbreekt het draagvlak bij de beleidsmakers.
      • De techniciteit van de beschikbare info en tools is te hoog.
  • Gebrek aan impact

    • In kleinere gemeenten heerst een gevoel van machteloosheid of gelatenheid. Ambtenaren en schepenen hebben niet het gevoel dat ze veel aan de luchtkwaliteit of geluidshinder kunnen verbeteren.
    • De gewestweg, die alomtegenwoordig is in kleinere gemeenten en die vaak als grootste oorzaak van hinder wordt aangeduid, ligt nu eenmaal waar die ligt en de oplossingen zijn niet evident.
    • Veelal zijn de drukke verkeersaders wel de plaats waar nieuwe ontwikkelingen kunnen gebeuren doordat de middenstand uit de kleinere centra wegtrekt en er zo net daar plaats wordt gemaakt voor nieuwe woonfuncties.
  • Vertrouwen in projectontwikkelaars
    • In kleinere gemeenten krijgen projectontwikkelaars veel vertrouwen.
    • De problematiek wordt bij de ontwikkelaars gelegd.  Een opleiding binnen de richting architectuur dringt zich op.
    • Er is heel weinig visie binnen de gemeenten hoe nieuwe ontwikkelingen dienen te gebeuren.
  • Onderschatting van het probleem
    • Het probleem wordt geminimaliseerd, zeker wat betreft luchtverontreiniging. Dat kan te wijten zijn aan luchtverontreinigingskaarten of geluidsbelastingskaarten die in de media opduiken en een vertekend beeld geven van de problematiek (bv. enkel een probleem in Antwerpen).
    • Luchtverontreiniging is niet zichtbaar waardoor de burger en de gemeente er niet van wakker ligt.
    • Deze onderschatting leeft bij ambtenaren maar ook bij het beleid.
  • Weinig inzicht in de materie

    • Door het grote gebrek aan kennis over de problematiek en het gebrek aan draagvlak bij de burgers en het beleid is er weinig inzicht in de materie.
    • Soms worden er wel maatregelen getroffen die een gunstige impact kunnen hebben op geluidshinder of luchtkwaliteit. Die maatregelen komen meestal eerder uit een mobiliteitsproblematiek voort dan uit een gezondheidsinzicht.
  • Geen draagvlak
    • Schepenen hebben de indruk dat er geen draagvlak is. De onderzoekers zijn er niet van overtuigd dat dat ook effectief zo is. Uit burgerbevragingen komen leefbaar wonen en mobiliteit immers naar boven als zaken die bij de mensen leven.
  • Intentie

    • Gezien de grote mate van machteloosheid en gelatenheid die er heerst bij de ambtenaren over wat ze aan de problematiek van geluidshinder en luchtkwaliteit kunnen doen, is de intentie om effectief de handen uit de mouwen te steken laag.
    • Er is zeker interesse bij de ambtenaren maar zij zien de huidige situatie niet vlug veranderen in de toekomst. Wel is er een aanvoelen dat er meer en meer aandacht voor luchtkwaliteit en geluidshinder is op dit ogenblik (vergelijkbaar met de jaren 90).
    • Het momentum is er wel binnen het kader klimaatverandering.
    • Win-winvoorbeelden zijn heel belangrijk.
  • Vast gedrag

    • Uit al het voorgaande dient duidelijk te worden dat een gedragsverandering bewerkstelligen bij alle gemeenten een werk van lange adem zal worden.
    • Sommige gemeenten zetten stappen in de juiste richting maar het grootste struikelblok lijkt een spook uit het verleden namelijk de ruimtelijke wanorde die jammer genoeg op lokaal vlak nog niet helemaal uit het zicht is verdwenen.
    • We hebben op basis van de kwantitatieve enquête per gemeentegrootte berekend hoe groot de groep is die aangeeft dat mobiliteits- of ruimtelijke ordeningsplannen minstens gewijzigd kunnen worden op basis van luchtkwaliteit en geluidsniveaus en die dit ook bewust gaan meten. In totaal kan men ervan uitgaan dat 8% van de gemeentes bewust omgaat met de problematiek. Dit percentage is kleiner bij kleine gemeentes (3%) en stijgt naar 16% bij de grotere gemeentes/steden.

Aanbevelingen

Uit dit onderzoek kwamen de volgende aanbevelingen naar boven voor de Vlaamse overheid:

  1. Benadruk de noodzaak van de aanstelling van een gemeentelijke mobiliteitsambtenaar/milieuambtenaar.
  2. Creëer draagvlak bij lokale beleidsmakers en burgers. Dat doe je niet van bovenaf.
  3. Communiceer over praktijkvoorbeelden.
  4. Vermijd technische documenten.
  5. Zorg voor een degelijke opleiding voor ambtenaren.
  6. Voer druk uit om deze thema’s binnen opleidingen architectuur te krijgen.
  7. Ontwikkel regelgeving waar gemeentes zich dienen aan te houden.
  8. Maar werk vooral samen met andere agentschappen die bevoegd zijn binnen deze thema’s.

Verwachtingen van gemeentelijke ambtenaren

In het onderzoek is ook gevraagd hoe de Vlaamse overheid zou kunnen helpen. Volgende verwachtingen/tips kwamen naar boven:

  1. Een raamcontract met een geaccrediteerd labo om metingen te kunnen uitvoeren
  2. Aanleveren van een bestek-sjabloon om naar studiebureaus te sturen, die milieugezondheid omvat
  3. Team van experten die een lokaal probleem kunnen bestuderen en een oplossing bieden
  4. Ontwikkel stedenbouwkundige voorschriften
  5. Maak lokale data beschikbaar via Geopunt.

Hoe gaat het nu verder?

Zorg en Gezondheid neemt deze conclusies mee in haar verdere werking, maar ook in de werking van de departementen Omgeving (Ruimte Vlaanderen en departement Leefmilieu, Natuur en Energie) en Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid. Zij hebben deze opdracht mee opgevolgd vanuit de stuurgroep van deze studie. We zullen hiervoor nauw samenwerken met onder meer de Partnerorganisatie Milieugezondheidszorg, de medisch milieukundigen van de LOGO’s en de andere departementen binnen de Vlaamse overheid.