Diensten voor gezinszorg: wijzigingen door nieuw Woonzorgdecreet van 15 februari 2019

Stand van zaken nieuwe regelgeving

Sinds 1 januari 2020 zijn een nieuw Woonzorgdecreet en bijhorend stambesluit in werking getreden:

De andere uitvoeringsbesluiten van het vorige Woonzorgdecreet werden echter nog niet vervangen door nieuwe besluiten. Het gaat om de volgende besluiten:

Aangezien er dus nog geen nieuwe procedurebesluiten (met de regels voor het aanvragen, wijzigen of overdragen van een voorafgaande vergunning of een erkenning) zijn, blijven de hierboven vermelde 3 besluiten voorlopig verder van toepassing, voor zo ver die niet in strijd zijn met het nieuwe Woonzorgdecreet en stambesluit. Waarschijnlijk zullen er op 1 juli 2020 nieuwe procedurebesluiten in werking treden, ter uitvoering van het nieuwe Woonzorgdecreet. Zodra er meer duidelijkheid is over die nieuwe procedures, wordt die informatie hier gepubliceerd.

We zijn nu volop bezig om alle formulieren aan te passen aan de nieuwe regelgeving. Zodra een formulier aangepast is, wordt dat gepubliceerd op de website, en vindt u onderaan deze pagina (in de rubriek 'Formulieren') de link naar dat nieuwe formulier. Gelieve te wachten met een aanvraag tot het nieuwe formulier voor die aanvraag beschikbaar is. De oude formulieren mogen niet meer gebruikt worden.

Nieuwe bepalingen die van toepassing zijn op alle voorzieningen

Erkenning

Het besluit met de regels voor het verlenen, wijzigen en overdragen van een erkenning werd nog niet geactualiseerd. Dat betekent dat het ‘oude’ besluit nog verder van kracht blijft, voor zo ver het niet in strijd is met het nieuwe Woonzorgdecreet en stambesluit.

Alle formulieren voor het aanvragen van een erkenning worden geactualiseerd. Zodra een formulier beschikbaar is, wordt dat gepubliceerd op de website, en vindt u onderaan deze pagina (in de rubriek 'Formulieren') de link naar dat nieuwe formulier.

Een erkenning overdragen naar een andere initiatiefnemer kan op dit ogenblik ten vroegste met ingang van 1 januari 2021. Een aanvraag tot overdracht moet daartoe voor 1 september 2020 ingediend zijn bij Zorg en Gezondheid. Voor een vlotte behandeling van een aanvraag tot overdracht is het aangewezen dat u wacht om die in te dienen tot het nieuwe procedurebesluit in werking getreden is (vermoedelijk 1 juli 2020).

Voorzieningen die erkend waren op 31 december 2019, blijven erkend en hebben 3 jaar de tijd om aan de nieuwe erkenningsvoorwaarden te voldoen (dus tot 31 december 2022). Zolang zij niet voldoen aan de nieuwe erkenningsnormen, moeten zij blijven voldoen aan de oude erkenningsnormen.

Initiatiefnemers die in 2019 een ontvankelijke erkenningsaanvraag ingediend hebben waarover nog geen beslissing genomen werd in 2019, en die erkend worden in 2020, moeten uiterlijk drie jaar na de datum van die erkenningsbeslissing voldoen aan de nieuwe erkenningsnormen. Zolang zij niet voldoen aan de nieuwe erkenningsnormen, moeten zij blijven voldoen aan de oude erkenningsnormen.

Voor voorzieningen die na 1 januari 2020 een erkenningsaanvraag indienen, gelden onmiddellijk de nieuwe erkenningsvoorwaarden.

Financiële en bestuurlijke weerbaarheid en transparantie

Elke initiatiefnemer moet bij een aanvraag voor een voorafgaande vergunning (als die aanvraag betrekking heeft op het bekomen van een eerste erkenning na realisatie van de woonzorgvoorziening), of - als er geen voorafgaande vergunning aangevraagd moet worden - bij een aanvraag voor een eerste erkenning een administratief basisdossier indienen. Ook alle reeds erkende woonzorgvoorzieningen moeten binnen de 18 maanden na de inwerkingtreding van het Woonzorgdecreet een administratief basisdossier indienen (dus voor 1 juli 2021).

De regelgeving bepaalt dat het administratief basisdossier moet bestaan uit:

  • de voorgenomen activiteiten;
  • de organisatiestructuur;
  • de feitelijke leiding;
  • de verwantschappen en nauwe banden met andere personen;
  • een code voor goed bestuur voor de initiatiefnemer, die afgestemd is op de aard, grootte en eigenheid van de initiatiefnemer en de woonzorgvoorziening, en minstens de volgende elementen bevat:
    • missie en visie;
    • duidelijke bepalingen rond bevoegdheden, taakafbakening, rechten en plichten, voorwaarden, samenstelling van de algemene vergadering, raad van bestuur, adviserende comités, directie en andere organen;
    • maatregelen rond transparantie van de structuur, de kwaliteit en het prijsbeleid;
    • het betrekken van stakeholders.

Het is noodzakelijk om die bepalingen over het administratief basisdossier verder uit te klaren en te verduidelijken. Het is ook de bedoeling om een uniforme procedure uit te werken voor het indienen van dat basisdossier via het e-loket van Zorg en Gezondheid. Daarom wordt aan de reeds erkende voorzieningen gevraagd om voorlopig nog geen administratief basisdossier in te dienen.

Voorzieningen die een voorafgaande vergunning met het oog op eerste erkenning (of als dat niet van toepassing is: een eerste erkenning) aanvragen, moeten de hierboven vermelde elementen van een administratief basisdossier bundelen en toevoegen aan het dossier waarmee ze hun voorafgaande vergunning of hun eerste erkenning aanvragen. Dat wordt ook op die manier verduidelijkt in het formulier dat gebruikt moet worden om een voorafgaande vergunning of een erkenning aan te vragen.

Zodra het administratief basisdossier beschikbaar is, moet het ook actueel gehouden worden en raadpleegbaar zijn op de website van de voorziening.

Elke initiatiefnemer moet belangrijke strategische beslissingen binnen een maand na de dag van de goedkeuring door het bevoegde orgaan melden aan Zorg en Gezondheid. Het gaat om beslissingen die een impact hebben op de structuur, werking en bestuur van de woonzorgvoorziening. Ook hiervoor is het de bedoeling om een uniforme procedure uit te werken via het e-loket van Zorg en Gezondheid. In afwachting daarvan moeten strategische beslissingen gemeld worden op thuiszorg@vlaanderen.be.

Elke initiatiefnemer moet voortaan bij de aanvraag van een eerste erkenning een financieel plan voor minstens 3 jaar indienen. Dat wordt ook op die manier verduidelijkt in het formulier dat gebruikt moet worden om een erkenning aan te vragen.

Subsidiëring

Alle voorzieningen die een subsidie ontvangen in het kader van het Woonzorgdecreet, moeten een voor de aard en de omvang van hun activiteiten passende algemene en analytische boekhouding voeren, gebaseerd op de techniek van het dubbel boekhouden.

Een voorziening waarvan de initiatiefnemer voldoet aan een van de volgende criteria, moet een of meer commissarissen belasten met de controle van de financiële toestand, de audit van de analytische boekhouding, de controle van de jaarrekening en de regelmatigheid in het licht van de wet en van de statuten en de controle van de verrichtingen die in de jaarrekening moeten worden vastgesteld:

  • vennootschappen naar Belgisch of buitenlands recht, vzw's, stichtingen of verenigingen naar buitenlands recht met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mogen uitkeren of bezorgen behalve voor het in de statuten bepaalde belangeloze doel, met een jaargemiddelde van minstens 100 werknemers, bepaald overeenkomstig artikel 15, §5, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Vennootschappen;
  • vennootschappen die behoren tot een consortium of een met andere rechtspersonen gemengd consortium;
  • vennootschappen die een verbonden of een geassocieerde vennootschap zijn als vermeld in artikel 11 en 12 van het Wetboek van Vennootschappen;
  • vzw's, stichtingen of verenigingen naar buitenlands recht met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mogen uitkeren of bezorgen behalve voor het in de statuten bepaalde belangeloze doel, die tot een consortium behoren;
  • vzw's of stichtingen of verenigingen naar buitenlands recht met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mogen uitkeren of bezorgen behalve voor het in de statuten bepaalde belangeloze doel, waarover een controlebevoegdheid wordt uitgeoefend of die zelf een controlebevoegdheid uitoefenen.

Een nieuwe voorziening moet samen met een erkenningsaanvraag ook een aanvraag voor subsidiëring indienen. Zodra het nieuwe formulier daarvoor beschikbaar is, wordt dat gepubliceerd op de website, en vindt u onderaan deze pagina (in de rubriek 'Formulieren') de link naar dat nieuwe formulier.

Wijzigingen voor diensten voor gezinszorg

Erkenning

De diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg die erkend waren op 31 december 2019, werden van rechtswege erkend als dienst voor gezinszorg vanaf 1 januari 2020. Zij moeten uiterlijk op 31 december 2022 voldoen aan de nieuwe erkenningsnormen. Zolang zij niet voldoen aan de nieuwe erkenningsnormen, moeten zij blijven voldoen aan de oude erkenningsnormen.

Initiatiefnemers die in 2019 een ontvankelijke erkenningsaanvraag voor een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg ingediend hebben waarover nog geen beslissing genomen werd in 2019, en die erkend worden in 2020, worden van rechtswege erkend als dienst voor gezinszorg. Zij moeten uiterlijk drie jaar na de datum van die erkenningsbeslissing voldoen aan de nieuwe erkenningsnormen. Zolang zij niet voldoen aan de nieuwe erkenningsnormen, moeten zij blijven voldoen aan de oude erkenningsnormen.

Initiatiefnemers die vanaf 2020 een erkenningsaanvraag indienen, moeten voldoen aan de nieuwe erkenningsnormen, uiterlijk één jaar na de datum van de erkenningsbeslissing. Zodra het nieuwe formulier daarvoor beschikbaar is, wordt dat gepubliceerd op de website, en vindt u onderaan deze pagina (in de rubriek 'Formulieren') de link naar dat nieuwe formulier.

Het blijft ook mogelijk om een aanvraag in te dienen om een bestaande erkenning als dienst voor gezinszorg te wijzigen, of om een erkenning over te dragen. Een aanvraag tot overdracht moet ingediend worden voor 1 september, de erkenning wordt dan overgedragen op 1 januari van het volgende jaar.

Diensten voor gezinszorg kunnen een bijkomende erkenning als centrum voor dagopvang hebben. De informatie voor centra voor dagopvang is terug te vinden op een aparte pagina.

Wijzigingen kwalificatievereisten personeel

Begeleidend personeel

Voortaan komt iedereen met de graad van bachelor in aanmerking voor de functie van begeleidend personeelslid. De beperking tot de bachelors uit de studiegebieden gezondheidszorg en sociaalagogisch werk werd opgeheven. Zoals voorheen komt ook iedereen met de graad van master in aanmerking voor de functie van begeleidend personeelslid.

Anderzijds komt iemand met het diploma van gegradueerde, behaald in het hoger beroepsonderwijs (hbo5), vanaf nu niet meer in aanmerking. Wie in het verleden een inschrijvingsnummer gekregen heeft op basis van zo’n diploma, behoudt dat nummer wel, en kan dus verder tewerkgesteld blijven als begeleidend personeelslid.

Voor de indicatiestellingen blijven echter wel de bestaande regels van toepassing uit het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming. Dat betekent dat alleen een begeleidend personeelslid dat voldoet aan een van de volgende voorwaarden, sociale onderzoeken mag verrichten:

  • bij indicatiestellingen met de BEL-profielschaal moet men beschikken over een van de volgende diploma's:
    • bachelor in het studiegebied gezondheidszorg;
    • bachelor in het studiegebied sociaalagogisch werk;
    • bachelor in de gezinswetenschappen;
    • een diploma dat zowel naar inhoud als naar niveau door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming gelijkgesteld is met een van die drie diploma's;
  • bij indicatiestellingen met de BelRAI-screener moet men een van de volgende opleidingen over het uitvoeren van evaluaties met de BelRAI-screener gevolgd hebben:
    • een opleiding bij een instantie die aantoonbaar over die expertise beschikt;
    • een opleiding bij een persoon die zelf een opleiding gevolgd heeft bij een instantie die aantoonbaar over die expertise beschikt.

Leidinggevend personeel

De kwalificatievereisten voor het leidinggevend personeel worden verruimd. Voortaan voldoet iemand die niet beschikt over de graad van master, maar wel over minstens 5 jaar ervaring als leidinggevende in een andere woonzorg- of welzijnsvoorziening, ook aan de kwalificatievereisten. Voorbeelden van andere woonzorgvoorzieningen zijn o.a. een woonzorgcentrum, een centrum voor dagverzorging, een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds, … Andere welzijnsvoorzieningen zijn bijvoorbeeld voorzieningen voor personen met een handicap, kinderdagverblijven, instellingen uit de integrale jeugdhulp, …

In dat geval moet u bij de aanvraag voor het inschrijvingsnummer dezelfde documenten bezorgen als bij iemand met minstens 5 jaar ervaring als begeleidend personeelslid in een dienst voor gezinszorg of een dienst voor logistieke hulp. Dat betekent dus dat u zowel het studiebewijs als een verklaring van de werkgever waaruit die 5 jaar ervaring blijkt, via het e-loket moet bezorgen.

Raadpleeg het volledige overzicht van de kwalificatievereisten voor alle functies als u meer informatie wenst.

Ruimere invulling takenpakket logistiek personeel en doelgroepwerknemers

Voortaan kunnen de logistieke personeelsleden en de doelgroepwerknemers van de diensten voor gezinszorg samen met de poetshulp (schoonmaakhulp) ook enkele huishoudelijke activiteiten verrichten, die voorheen voorbehouden waren voor de verzorgende personeelsleden. Het gaat meer bepaald om de volgende huishoudelijke hulp:

  • de zorg voor kleding en linnen, met als activiteiten: wassen, strijken en verstellen;
  • de zorg voor woon- en leefklimaat, met als activiteiten: leefruimten hygiënisch onderhouden, bedden opmaken en verschonen, zorgen voor planten in de woning en zorgen voor huisdieren;
  • boodschappen doen.

De diensten moeten daarbij rekening houden met de volgende randvoorwaarden:

  • de huishoudelijke activiteiten mogen alleen occasioneel verricht worden bij de gebruiker;
  • de ondersteuning bij de gebruiker door het logistiek personeelslid of de doelgroepwerknemer moet voor meer dan 80% uit poetshulp blijven bestaan;
  • het uitvoeren van de huishoudelijke activiteiten door een logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer moet verantwoord zijn door het zorg- en ondersteuningsplan (of er een verzorgend personeelslid, dan wel een logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer ingezet moet worden bij de gebruiker, wordt bepaald door de zorg-, ondersteunings- en ontwikkelingsdoelen die geformuleerd werden in dat plan);
  • de gebruiker moet ermee akkoord gaan dat de hierboven vermelde huishoudelijke activiteiten niet door een verzorgend personeelslid uitgevoerd worden, maar door een logistiek personeelslid of een doelgroepwerknemer, en dat akkoord wordt bij zijn administratief dossier gevoegd;
  • de gebruiker wordt door de dienst geïnformeerd dat hij voor die huishoudelijke activiteiten de gebruikersbijdrage voor poetshulp moet betalen, en niet de (meestal lagere) gebruikersbijdrage voor gezinszorg.

Voor Vesta moeten de diensten voor gezinszorg geen opsplitsing maken tussen de uren poetshulp en de uren huishoudelijke hulp van de logistieke personeelsleden en de doelgroepwerknemers. De diensten duiden dus, zoals voorheen, voor deze medewerkers aan dat het type van de prestatie “poetshulp” is, ook als gedurende een gedeelte van de prestatie huishoudelijke hulp verleend werd.

Formulieren

De volgende formulieren werden aangepast (de term 'dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg' werd telkens vervangen door 'dienst voor gezinszorg'):

Contact over thuiszorg