Desinfectie van flexibele endoscopen in ziekenhuizen heeft nood aan duidelijke kwaliteitseisen

  • 18 juli 2017

Zorginspectie onderzocht hoe ziekenhuizen flexibele endoscopen desinfecteren en bewaren na elk gebruik. Het onderzoek toont aan dat er nog onzorgvuldig wordt omgesprongen met de desinfectie en dat ziekenhuizen nood hebben aan duidelijke richtlijnen om infectierisico’s voor de patiënt zoveel mogelijk te beperken. Op basis van dit onderzoek zal de Vlaamse overheid, samen met de betrokken sector een eisenkader opstellen dat verduidelijkt  hoe de desinfectie van flexibele endoscopen moet gebeuren om kwaliteitsvolle zorg te kunnen bieden. Een eisenkader zijn afspraken die samen met de sector worden gemaakt.

Onderzoek

Zorginspectie heeft onderzocht hoe ziekenhuizen omspringen met de desinfectie en de bewaring van zogeheten “flexibele endoscopen met lumen”. Dat zijn endoscopen die moeilijker te desinfecteren zijn: flexibele endoscopen zijn dikwijls niet bestand tegen desinfectie met hoge temperaturen en de endoscopen met lumen hebben (nauwe) kanalen die moeilijker te reinigen zijn.

Zorginspectie heeft voor haar onderzoek eerst een bevraging gedaan van alle 58 ziekenhuizen met endoscopische activiteiten en deed daarna een plaatsbezoek in 12 ziekenhuizen. Tijdens dat plaatsbezoek onderzocht Zorginspectie hoe de desinfectie gebeurde van drie veelgebruikte types endoscopen (gastro-, broncho- en cystoscopen). De plaatsbezoeken gebeurden in de zomermaanden van 2016.

Resultaten

Het onderzoek van Zorginspectie toont aan dat er nog te vaak onzorgvuldig wordt omgesprongen met de desinfectie. Inadequate desinfectiepraktijken houden risico’s in voor de patiënt, gaande van verkeerde diagnosestelling tot besmettingen met bacteriën en schimmels en overdracht van virussen. Hoe groot dat risico is voor de patiënt, is op basis van dit onderzoek niet te bepalen.

De ziekenhuizen hebben nood aan duidelijke richtlijnen om infectierisico’s voor de patiënt zoveel mogelijk te beperken.

Voorbeelden van vastgestelde risico’s:

  • Voorreiniging direct na onderzoek gebeurt niet systematisch
  • Onvoldoende manuele reiniging, onvoldoende reiniging van de herbruikbare reinigingsborstels en hergebruik  van single-use reinigingsborstels (van halve of hele dag tot een week)
  • Transport in de helft van de gevallen niet conform de richtlijnen (aanduidingen rein / onrein)
  • Desinfectie:
    • op 58 van de 99 campussen gebeurt nog manuele desinfectie
    • bij de helft van de 49 processen onvoldoende scheiding rein / onrein
  • Slechts 39 van de 99 campussen hadden een droogkast voor droging na machinale desinfectie
  • Opnieuw desinfecteren noodzakelijk indien niet gebruikt binnen de 4 uur en indien niet gedroogd in de droogkast, maar dit gebeurde slechts in de helft van de gevallen
  • Tracering (registratie) is nergens volledig en bij transport is er in de helft van de gevallen geen aanduiding rein / onrein
  • Gebrek aan kennis bij artsen en medewerkers

Opstellen van een eisenkader

Het onderzoek past in het ruimere kwaliteitsbeleid voor ziekenhuizen. De overheid legt samen met experten en met de sector afspraken vast over verschillende onderdelen van de zorg- en dienstverlening. Zo wordt duidelijk in een eisenkader welke richtlijnen een ziekenhuis moet volgen om kwaliteitsvolle zorg te kunnen bieden.

Op basis van deze onderzoeksresultaten zal een eisenkader over de desinfectie van endoscopen verder worden ontwikkeld. Zorg en Gezondheid zal hiervoor een expertengroep samenroepen met vertegenwoordigers van de verschillende beroepsgroepen, de hoofdartsen en de koepel van de ziekenhuizen. Deze werkgroep zal in het najaar starten.

Meer info

Beleidsrapport Zorginspectie