De Week van de Lentekriebels

  • 12 maart 2018

De Week van de Lentekriebels start maandag 12 maart: relationele en seksuele vorming is meer dan seksuele voorlichting.

Negen personen tussen 11 en 70 jaar, waaronder minister Jo Vandeurzen, getuigen over relationele en seksuele vorming in een unieke video. Hoe kregen zij vorming, hoe ervaarden ze dat, wat was er goed, wat kon er beter? De video past in het kader van de Week van de Lentekriebels van Sensoa en zijn partners en verschijnt maandag 12 maart op de facebookpagina van Sensoa (en is al beschikbaar via de downloadmap).

Relationele en seksuele vorming raakt meer en meer ingeburgerd op school. Toch vindt een grote meerderheid van de jongeren dat er meer aandacht voor relaties en seksualiteit mag zijn op school, en liefst op een positieve manier. De biologische aspecten en risicovermijding komen volgens hen al genoeg aan bod. Met de Week van de Lentekriebels roepen we de Vlaamse leraren op om ook op hun school relationele en seksuele vorming te geven, zodat ook de jongeren die thuis moeilijk hun vragen durven stellen, de juiste informatie krijgen. We zetten leraren op weg met www.weekvandelentekriebels.be.

“Toen ik naar school ging, was er nog geen les seksuele opvoeding” (Jos)

Relationele en seksuele vorming geraakt meer en meer ingeburgerd. Uit de Seksenquête 2017 van Telefacts blijkt dat meer mensen dan vroeger ooit seksuele voorlichting op school hebben gekregen (96% bij 18-35 jarigen vs 46% bij 55+’ers). Maar in het Sexpert-onderzoek (Buysse et al., 2013) zei 31.1% van de respondenten die toen nog naar de middelbare school gingen, dat ze het voorbije jaar geen informatie hadden gekregen over biologische thema’s, veilig vrijen, relaties of seks/seksualiteit. 
Jongeren krijgen dus relationele en seksuele vorming, maar niet elk jaar.

83% van de 18- tot 35-jarigen vindt dan ook dat er meer aandacht aan seksuele voorlichting moet worden besteed op school (Telefacts, 2017).

“Kuslieven noemden we dat dan” (Kitty)

De Vlaamse Scholierenkoepel meldt een wens naar meer relationele en seksuele vorming in hun Scholierenrapport uit 2016: “Het mag niet uitsluitend een negatief verhaal zijn, gericht op ongeplande zwangerschappen of soa’s. Experimenteren met seks kan, onder de juiste omstandigheden, ook gewoon leuk zijn.”

Het biologische aspect komt het vaakst aan bod op school, terwijl relaties, seksualiteit en veilig vrijen vaker links blijven liggen (Symons, Van Houtte & Vermeersch, 2013). Uiteraard is het belangrijk dat jongeren weten hoe de voortplanting in elkaar zit, hoe de menstruatiecyclus verloopt en hoe je jezelf kan beschermen tegen een soa. Maar jongeren vragen ook naar ‘belevingsaspecten’. Zaken als verliefdheid, (online) flirten, duurzame relaties, leren praten over elkaars wensen, grenzen en gevoelens, omgaan met afwijzing, daar worstelen ze mee. Zo staat ‘verliefdheid’ op twee in de top-tien van thema’s waarover kinderen en jongeren contact opnemen met Awel (de vroegere Kinder- en jongerentelefoon).

“Toen twee leerkrachten op school het daarover hadden was het minder gênant en stelde ik zelf ook vragen" (Salima)

Leerkrachten kunnen een essentiële rol spelen. Ouders, familie en andere informele bronnen zijn vooral voor kinderen en jonge tieners belangrijk om te leren over relaties en seksualiteit. Maar in het Sexpert-onderzoek (Elaut, Caen, Dewaele, & Van Houdenhove, 2013) zei bijna een vijfde van de 14-25-jarigen dat ze bij niemand in het gezin terecht konden met vragen over seks. Veelgenoemde redenen waren ‘uit angst voor hun reactie’, ‘omdat het niet hoort’, ‘uit respect voor mijn ouders’ en ‘omdat voorhuwelijkse seksuele contacten niet zijn toegelaten’. De Seksenquête 2017 van Telefacts gaf aan dat slechts 1 op 10 van de 18- tot 35-jarigen thuis seksuele voorlichting kreeg. Leerkrachten blijven dus een belangrijke rol spelen in de relationele en seksuele opvoeding van kinderen en jongeren. Ze kunnen een veilige klasomgeving creëren waarin alle leerlingen hun vragen durven stellen, ook als ze dat thuis niet durven.