De rol van de huisarts in contactonderzoek

  • 19 mei 2020

Deze week is het contactonderzoek in Vlaanderen op grote schaal gestart. Dit contactonderzoek is essentieel om de verspreiding van SARS-CoV-2 verder te vertragen en een heropflakkering van het virus zo veel mogelijk tegen te houden. Met uitgebreid testen en contactonderzoek proberen we immers zo snel en zo veel mogelijk besmettelijke personen (patiënten) en personen met een hoog risico om besmet te zijn (hoogrisico-contacten), te isoleren. Uw rol daarin als huisarts en dus vertrouwenspersoon van patiënten is cruciaal, u staat aan het begin van elk contactonderzoek.

We willen daarom nog even voor u de basisprincipes helder maken en oplijsten hoe u er toe kan bijdragen dat het contactonderzoek succesvol kan zijn. 

De basisprincipes van contactonderzoek:

  1. Elke persoon met symptomen van COVID-19 moet zo snel mogelijk zijn huisarts contacteren om getest te worden. De patiënt (en zijn huisgenoten) moet(en) meteen in thuisisolatie.
  2. De patiënt wordt door de contactonderzoekers bevraagd over met welke personen hij/zij contact heeft gehad en hoe risicovol dat contact was (hoe dichtbij, hoe lang…)
  3. Al die personen die contact hebben gehad met een patiënt, worden op hun beurt opgebeld door de contactonderzoekers. De personen met een hoogrisico-contact moeten 14 dagen in thuisisolatie gaan.

Uw rol als huisarts in het contactonderzoek in 5 actiepunten

1. Test patiënten die voldoen aan de gevalsdefinitie en plaats de patiënt én huisgenoten in thuisisolatie

Om te bepalen wie van uw patiënten u laat testen op COVID-19, hanteert u de gevalsdefinitie op de website van Sciensano. U kan de patiënt doorverwijzen naar de triageposten voor de test, of die zelf afnemen.

Plaats de patiënt meteen in thuisisolatie (of uiteraard ziekenhuisopname bij een ernstig ziektebeeld). Bij een positief testresultaat blijft de thuisisolatie aangehouden zolang er symptomen zijn, met een minimum van 7 dagen als de symptomen sneller verdwenen zijn. De patiënt krijgt een ziekteattest.

Plaats ook de huisgenoten van de patiënt meteen in thuisisolatie. Zij zijn immers sowieso hoogrisico-contacten met dus een hogere kans besmet te zijn en (mogelijk asymptomatisch) besmettelijk te zijn. Voor de huisgenoten geldt een thuisisolatie van 14 dagen (indien de huisgenoot positief bleek te zijn).

Vraag aan de patiënt of andere gezinsleden ook symptomen vertonen. Indien dit het geval is, worden ze ook getest.

Voor de huisgenoten schrijft u een “Getuigschrift van quarantaine”: als zij niet van thuis uit aan het werk kunnen blijven, vallen zij terug op technische werkloosheid (te vinden op de website van het RIZIV).

2. Meld uw patiënt aan het contactonderzoek via e-formulier 1 in het EMD – denk aan het telefoonnummer!

U meldt uw patiënt aan het contactonderzoek via het e-formulier 1 in uw EMD-softwarepakket waarmee u de labo-aanvraag doet (formulier “Melding Sciensano - Labo-aanvraag bij vermoeden van besmetting SARS-CoV-2besmetting").

Met deze melding wordt het contactonderzoek gestart zodra het laboresultaat bekend is en positief blijkt te zijn.

Voor het contactonderzoek is het enorm belangrijk dat u minstens het telefoonnummer van de patiënt vermeldt in het e-formulier!

3. Beslis of u het contactonderzoek al wil starten zonder testresultaat of het testresultaat wil overrulen – e-formulier 2 en 3

U kan na een negatief testresultaat toch het contactonderzoek starten, omdat u denkt dat het resultaat vals negatief is. Ook dat doet u via een 2de e-formulier in uw EMD (formulier COVID-19-OVERRULE-LAB-RESULT - COVID-19: Melding vermoeden van besmetting bij negatief labo-onderzoek). 

Of u kan beslissen om niet te wachten op het laboresultaat om het contactonderzoek al op te starten (of om het te starten zonder testaanvraag). Dat doet u met het 3de e-formulier in uw EMD.

Het contactonderzoek starten zonder testafname (weigering of onmogelijkheid te testen) of zonder het testresultaat te kennen doet u enkel bij patiënten waarbij u als huisarts een zodanig vermoeden van COVID-19 hebt, dat een test en het resultaat ervan uw oordeel over de diagnose niet zou wijzigen. 

Infomeer uw patiënt zeer goed dat u het contactonderzoek opstart nog voor het testresultaat bekend is en de patiënt dus een telefoon mag verwachten, zelfs bij een negatief testresultaat.

4. Informeer en overtuig uw patiënt over het contactonderzoek

Om het contactonderzoek te laten slagen, moet de overheid kunnen rekenen op de medewerking van de patiënten om te antwoorden op de vragen naar hun contacten. Vanuit uw vertrouwensrelatie met uw patiënt kunt u een doorslaggevende rol spelen om de patiënt te overtuigen van het belang van het contactonderzoek en zijn medewerking vragen.

  • Informeer uw patiënt dat hij het contactonderzoek mag verwachten indien het testresultaat positief is (of mogelijks zelfs bij een negatieve test als u contactonderzoek zelf hebt opgestart, zie hierboven)
  • Overtuig uw patiënt van het belang van dit contactonderzoek en vraag zijn medewerking. U kan daarvoor gebruik maken van deze folder van het Agentschap Zorg en Gezondheid. De folder is in verschillende talen beschikbaar
  • Vraag uw patiënt om zich al voor te bereiden op de vragen van het contactonderzoek. Vraag uw patiënt om al een lijst te maken met zijn contactpersonen, de aard van het contact en de telefoonnummers en/of adressen van de contacten. U kan de patiënt daarvoor deze lijst laten invullen.

5. Deel het testresultaat mee aan uw patiënt

Het blijft absoluut uw rol als huisarts om het testresultaat mee te delen aan uw patiënt en uw patiënt te adviseren wat dit voor hem betekent. Dit is niet de taak van het contactonderzoek.

Testen van hoogrisico-contacten - code van het contactonderzoek

Contactpersonen van positief bevestigde covid-19 gevallen die in quarantaine gezet worden moeten enkel in bepaalde gevallen een test laten nemen.

  • als een persoon in quarantaine symptomen vertoont neemt hij/zij contact op met de huisarts die beslist over testname.
  • Als een contactpersoon iemand is die in de zorg werkt of beroepshalve met kwetsbare personen  in contact komt krijgt hij/zij een code van het callcenter om zich tussen dag 11 en dag 13 van de isolatieperiode te laten testen. 

Al deze personen krijgen van het callcenter een code mee die ze aan de huisarts moeten overhandigen en die de huisarts moet verifiëren om te zien of de persoon geen code verzonnen heeft of dat de code al niet gebruikt is. Voor huisartsen die zelf testen moeten ze dat zelf verifiëren, voor huisartsen die verwijzen naar het triagecentrum wordt dit best in het triagecentrum geverifieerd. De persoon laat dan de code zien in het triagecentrum. 

Hoe u deze code in uw praktijk of in het triagecentrum kan verifiëren leest u in deze handleiding.

In de softwarepakketten van de huisartsen is een knop ingebouwd bij het consult waar men rechtstreeks naar de website gaat waar men dat kan verifiëren. 

In de triagecentra moet men naar deze website gaan.

Meer info

FAQ voor artsen