De programmatie van woonzorgcentra en centra voor kortverblijf

Programmatie stopgezet

De programmatie van woonzorgcentra (en centra voor kortverblijf) is tot eind 2025 opgeschort. Dat betekent dat we geen bijkomende woongelegenheden via voorafgaande vergunning kunnen toekennen voor nieuwe initiatieven noch voor de uitbreiding van bestaande woonzorgcentra.

In de erkenningskalender is vastgelegd hoeveel woongelegenheden er per jaar tot en met 2018 bijkomen. Alle beschikbare voorafgaande vergunningen voor die woongelegenheden, zijn al verdeeld en toegekend. U kunt dus tot en met 2025 geen voorafgaande vergunning meer verkrijgen.

Op 15 september 2017 (met wijzigingingen nadien) keurde de Vlaamse Regering definitief de verlenging goed van de tijdelijke opschorting voor het verlenen van voorafgaande vergunningen voor bijkomende capaciteit in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf tot en met 31 december 2025.

Op vrijdag 20 december 2013 besliste de Vlaamse Regering de regels betreffende de voorafgaande vergunning en de erkenning van centra voor kortverblijf en woonzorgcentra te wijzigen. De wijzigingen zijn van toepassing op voorafgaande vergunningen en erkenningsaanvragen die een verdere invulling van de nog beschikbare programmatieruimte impliceren.

Een voorafgaande vergunning die geen impact heeft op de programmatie, bijvoorbeeld bij een vervangingsnieuwbouw, wordt verleend volgens de vroegere regels.

Wat was de programmatie?

Programmatie-invulling: aantal plaatsen in woonzorgcentra per gemeente en het programmacijfer per gemeente
In dit overzicht ziet u hoeveel plaatsen er in woonzorgcentra erkend of gepland zijn in uw gemeente, en hoeveel plaatsen er maximaal kunnen zijn (het programmatiecijfer).

Hoe berekenen we deze cijfers?

Het aanbod en programmacijfer van woonzorgcentra wordt uitgedrukt in het aantal woongelegenheden. Per woongelegenheid kan één persoon in het woonzorgcentrum verblijven.

Jaarlijks berekent Zorg en Gezondheid de programmacijfers:

  • 1 woongelegenheid per 100 ouderen in de leeftijdsgroep 65 tot 74 jaar;
  • 4 woongelegenheden per 100 ouderen in de leeftijdsgroep 75 tot 79 jaar;
  • 12 woongelegenheden per 100 ouderen in de leeftijdsgroep 80 tot 84 jaar;
  • 23 woongelegenheden per 100 ouderen in de leeftijdsgroep 85 tot 89 jaar;
  • 32 woongelegenheden per 100 ouderen in de leeftijdsgroep 90 jaar en ouder.

Het resultaat wordt vermenigvuldigd met 1,047. We nemen voor de berekening de bevolkingsprognose over 5 jaar.

 De berekening gebeurt per gemeente of regio:

  • voor een gemeente met minder dan 10.000 ouderen: de gemeente en de aangrenzende gemeenten, met uitzondering van die aangrenzende gemeenten met meer dan 10.000 ouderen waarvan het programmacijfer overschreden is;
  • voor een gemeente met 10.000 ouderen of meer: de gemeente zelf.  

 

Overzicht van het aanbod ouderenzorg voor Vlaams Gewest en Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2019