De bijkomende erkenning van woongelegenheden voor woonzorgcentra

Zorg en Gezondheid is bevoegd voor de erkenning van woonzorgcentra met een bijkomende erkenning in Vlaanderen.

De procedures zoals kwaliteitszorg en inspectie zijn dezelfde als die van de basiserkenning als woonzorgcentrum.

Hoe aanvragen?

Om de erkenning van woongelegenheden woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning aan te vragen, stuurt u dit formulier naar Zorg en Gezondheid.

Voorwaarden

Erkenningsvoorwaarden woonzorgcentrum

Een woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning moet altijd een basiserkenning als woonzorgcentrum hebben en moet dus ook aan de erkenningsvoorwaarden voor een woonzorgcentrum voldoen.

Bijkomende erkenningsvoorwaarden

De erkenningsvoorwaarden voor de bijkomende erkenning  worden, net als de erkenningsvoorwaarden voor het woonzorgcentrum, opgesomd in bijlage XII gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers.

Een woonzorgcentrum met bijkomende erkenning moet aan bijkomende erkenningsvoorwaarden voldoen, onder meer op het vlak van personeel en infrastructuur.

Norminterpretaties

Op basis van die regelgeving en de toepassing ervan, zijn er norminterpretaties voor woonzorgcentra, woonzorgcentra met een bijkomende erkenning en centra voor kortverblijf opgesteld.

Minimaal 25 woongelegenheden

Ieder woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning moet beschikken over minstens 25 woongelegenheden. Het minimum van 25 woongelegenheden met een bijkomend erkenning geldt per vestiging.

Erkenningsbesluit

Het erkenningsbesluit vermeldt per vestiging het aantal woongelegenheden waarvoor de voorziening erkend is als woonzorgcentrum, alsook het aantal woongelegenheden met een bijkomende erkenning. Indien de initiatiefnemer van een woonzorgcentrum een wijziging in het aantal woongelegenheden met een bijkomende erkenning per vestiging wenst, moet hij dit aanvragen.

Toekenning en de erkenning van bijkomende en vrijgekomen woongelegenheden woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning

Ook in 2020 worden middelen ingezet om aan 1.800 woongelegenheden, bovenop de basiserkenning als woonzorgcentrum, een bijkomende erkenning te verlenen.

> Meer over de verdeling van de RVT-erkenningen 2016, 2017 en 2018.

> Meer over de verdeling woongelegenheden bijkomende erkenning 2019.

> Meer over de verdeling woongelegenheden bijkomende erkenning 2020.

 

Coördinerend en raadgevend arts (CRA)

In elk woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning moet de initiatiefnemer een coördinerend en raadgevend arts (CRA) aanwijzen. Dat is een huisarts die uiterlijk vier jaar na zijn aanwijzing het attest van coördinerend en raadgevend arts behaalt. De opleidingscyclus bestaat uit minstens 24 uur en is erkend door Zorg en Gezondheid.