Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

De sterftecertificaten opgemaakt in Vlaamse (en Brusselse) gemeenten vormen de basis van al onze analyses over sterfte en doodsoorzaken. Bij elk overlijden moet een arts de dood vaststellen, en op een overlijdenscertificaat invullen wat de oorzaak was van het overlijden. Daarbij kunnen verschillende aandoeningen of trauma's worden ingevuld. Alle doodsoorzaken worden dan volgens internationale regels (deels automatisch) omgezet in codes. In de figuren en tabellen op deze site wordt enkel de onderliggende (eigenlijke, oorspronkelijke) doodsoorzaak geanalyseerd, tenzij anders vermeld. Die onderliggende doodsoorzaken worden opgedeeld in 2 grote groepen: natuurlijke doodsoorzaken (ziekten) en uitwendige doodsoorzaken (ongevallen, suïcide, homicide).

  • Hieronder beschrijven we de weg die gegevens van een overlijden afleggen voor ze in de databank van Zorg en Gezondheid terecht komen.
  • Hiernaast vindt u een schematisch overzicht van deze datastroom.
  • Hiernaast vindt u ook een uitgebreider document over het proces en de regels van het coderen van doodsoorzaken.

Het sterftecertificaat

De meeste overlijdens van personen ouder dan 1 jaar vinden plaats in ziekenhuizen en woonzorgcentra. Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt het officiële certificaat in.

Een overlijdenscertificaat bestaat uit 4 stroken: een A, B, C en D-strook. De arts vult de A, B en C-strook in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in.

  • De A-strook is de eigenlijke aangifte en bevat identificatiegegevens:

    • de naam van de overledene
    • de naam van de partner
    • het thuisadres
    • het adres van overlijden
    • de datum en het uur van overlijden
    • het nummer van de overlijdensakte
    • het geslacht van de overledene
    Deze strook blijft op de gemeente.
  • De B-strook is anoniem en bevat:
    • de datum en het uur van overlijden
    • de plaats van overlijden
    • het geslacht van de overledene
    De gemeente verifieert of de B-strook correct werd ingevuld.
  • De C-strook bevat de medische gegevens met o.a. de doodsoorzaken. Deze strook wordt door de arts in een gesloten omslag gestoken en mag noch door de persoon die de aangifte doet, noch door het gemeentepersoneel geopend worden. Over hoe u als arts de ziekten, trauma's of complicaties die geleid hebben tot het overlijden het best certificeert, vindt u meer info in het bijgevoegde rapport.
  • De D-strook bevat demografische gegevens o.a.
    • de gemeente van overlijden
    • de gemeente van verblijf
    • het nummer van de overlijdensakte
    • de geboortedatum van de overledene
    • het opleidingsniveau
    • de beroepstoestand
    • de sociale staat in het laatst uitgeoefend beroep
    • de nationaliteit
    • de burgerlijke staat
    • de huwelijksdatum van het laatste huwelijk

De gemeente waar het overlijden is gebeurd, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid. Een vijftigtal gemeenten vullen B- en D-strook elektronisch in.

Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.

Terug naar boven

Codering van de doodsoorzaken

Zorg en Gezondheid verzamelt de formulieren per gemeente, controleert ze op volledigheid, scant ze en voert ze automatisch in in het programma. Hierna volgt controle en aanvulling van elk formulier door het team data-entry.

Op de C-strook van het sterftecertificaat heeft de arts de doodsoorzaken vermeld. Die doodsoorzaken voert het team data-entry manueel in. Daarna worden ze automatisch (40%) of door codeurs vertaald naar ICD-10-codes. Dat zijn internationale codes die toelaten de gegevens internationaal te situeren. Er zijn dan ook internationale richtlijnen om beschrijvingen van aandoeningen en gebeurtenissen die leiden tot de dood, om te zetten in de juiste codes (meer details over ICD-10 en het (semi-) automatische codeersysteem IRIS).

Nadat de gegevens zijn ingevoerd en van een onderliggende of oorspronkelijke doodsoorzaak zijn voorzien, worden ze uitvoerig gecontroleerd. Het gaat hier zowel om medische als om demografische checks. Voor alle opgespoorde (eventueel schijnbare) inconsistenties wordt het certificaat opgezocht om de gegevens te verifiëren. We rapporteren op deze website meestal de 'onderliggende doodsoorzaak', tenzij anders vermeld.

Meer informatie over ICD-10 en de overgang van manueel naar semi-automatisch coderen vindt u in het bijgevoegde rapport.

Terug naar boven

Analyse van de doodsoorzaken

De databank die we zo opbouwen, wordt statistisch verwerkt tot grafieken en tabellen. Tenzij anders vermeld, houden we in de analyses geen rekening met wie niet in Vlaanderen woont maar er wel overlijdt. Jaarlijks registreert Zorg en Gezondheid zo rond de 58.000 inwoners van het Vlaams Gewest die overlijden in het Vlaams of Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Terug naar boven