Corona: woonzorgcentra voorbereid op het najaar

  • 24 augustus 2020

Het najaar belooft een volgende belangrijke stap te worden in de strijd tegen het coronavirus. De afgelopen weken is hard gewerkt om woonzorgcentra hierop voor te bereiden. Zo komen er mogelijkheden om personeelsleden preventief te testen, is er intussen een stevige voorraad aan beschermingsmateriaal, en is de functie van coördinerend en raadgevend arts versterkt. Op deze manier kunnen woonzorgcentra de gezondheid van hun bewoners bewaken, zonder hen af te sluiten van persoonlijk contact.

Preventief testen van personeel woonzorgcentra

Op de IMC is afgesproken dat personeel in de woonzorgcentra preventief getest kan worden. Dit is belangrijk, want de mensen die in de woonzorgcentra werken zijn het meest intense kanaal tussen bewoners en de buitenwereld. Uiteraard kunnen we hen dit niet kwalijk nemen, maar het is dan ook via deze weg dat het virus in vele gevallen wordt binnen gebracht.

Maximaal één keer per maand zal er een preventieve screening kunnen gebeuren, wanneer er tijdens een periode van 14 dagen meer dan 50 gevallen per 100 000 inwoners worden vastgesteld in een bepaald gebied. Dat kan dus per gemeente zijn, per meerdere gemeenten, per provincie, …

Zorg en Gezondheid zal i.s.m. de Taskforce permanent evalueren welke woonzorgcentra onder het criterium vallen voor zo’n preventieve test en die woonzorgcentra daar dan telkens individueel toe oproepen. De woonzorgcentra hoeven dus niet zelf te evalueren of ze voor die testing in aanmerking komen. Intussen hebben voorzieningen in 11 steden en gemeenten al de vraag gekregen een preventieve testing van hun medewerkers te organiseren in samenwerking met hun arbeidsgeneeskundige dienst.

Zo willen we maximaal vermijden dat woonzorgcentra moeten grijpen naar strengere maatregelen, die grote impact hebben op het welzijn van de bewoners.

Huidige cijfers

Op dit ogenblik zijn er 116 bewoners van woonzorgcentra met een bevestigde COVID19-besmetting. 27 bewoners verblijven in het ziekenhuis. 105 medewerkers hebben een bevestigde COVID19-besmetting.

Er zijn 4 woonzorgcentra met meer dan 5 bevestigde besmettingen bij inwoners.

Beschikbaarheid persoonlijk beschermingsmateriaal

Tijdens de zomermaanden heeft Zorg en Gezondheid de woonzorgcentra bevraagd over de beschikbaarheid van persoonlijk beschermingsmateriaal. Hieruit blijkt overduidelijk dat in tegenstelling met bij de eerste uitbraak in maart, de meeste voorzieningen hun stocks stelselmatig hebben uitgebouwd. Mede dankzij de gratis leveringen vanuit de Vlaamse overheid. Zo werden de voorbije weken nog eens over 4.961.600 chirurgische maskers en 52.836 liter alcogel verdeeld.

Type materiaal Stock woonzorgcentra Vlaamse stock
Chirurgische maskers 12.290.935  4.711.480
FFP2/FFP3-maskers 853.989   634.859
Brillen en faceshields 39.268  9.054
Handschoenen  26.423.870   4.131.500
Schorten  671.209  143.744
Alcogel   152.175 liter  223 liter

De combinatie van de stock in de voorzieningen en deze van de Vlaamse overheid volstaat voor bijna 100% om 3 maanden te overbruggen.

Extra middelen voor coördinerend en raadgevend arts (CRA)

De Coördinerend en Raadgevend Arts (CRA) heeft een cruciale rol gespeeld in veel woonzorgcentra bij het beheersen van de crisis. Tot voor kort kregen woonzorgcentra enkel voor een woongelegenheid met bijkomende RVT-erkenning een dagbedrag om de CRA te vergoeden Dit betekent dat voor de 33.902 bewoners die opgenomen zijn in een woongelegenheid zonder bijkomende erkenning de CRA niet vergoed wordt. Hoewel in de praktijk het medisch beleid dat de CRA uitstippelt uiteraard van toepassing is voor het hele woonzorgcentrum. Daarom is vanaf 1 juli 2020 deze financiering uitgebreid naar alle bewoners. Zodoende zal ieder woonzorgcentrum een CRA hebben die meer tijd kan investeren in de bewoners van het woonzorgcentrum. De CRA is logischerwijze een zeer belangrijk aanspreekpunt tussen woonzorgcentrum en ziekenhuis. Voor 2020 gaat dit over een extra investering van 3 miljoen euro.

Compensatieregeling

Er blijft een compensatieregeling gelden voor de verminderde bezetting die woonzorgcentra ervaren. Bij een verminderde bezetting in vergelijking met de referentieperiode 2018/2019 zal het woonzorgcentrum een compensatie ontvangen voor zowel de basistegemoetkoming voor zorg als de dagprijs.
Deze compensatie wordt begrensd tot maximaal 10% of 20% van de lagere bezetting in
vergelijking met de bezetting tijdens de referentieperiode 2018/2019.

•    Voor woonzorgcentra die zwaar getroffen zijn door de Covid-19-crisis wordt de te financieren verminderde bezetting begrensd tot maximaal 20% van de lagere bezetting.
•    Voor woonzorgcentra die minder zwaar getroffen zijn, wordt de te financieren verminderde bezetting begrensd tot maximaal 10% van de lagere bezetting.

Zodoende kunnen woonzorgcentra enkele kamers leeg laten staan, zodat zij meteen bewoners kunnen isoleren bij een positieve test en indien nodig tot cohortering kunnen overgaan. Dit biedt ademruimte aan de woonzorgcentra, gezien hun personeel vergoed blijft, ook al zijn er minder bewoners aanwezig.