Contactopsporing: extra steun voor lokale besturen

  • 14 september 2020

De cijfers van de voorbije dagen tonen aan dat het coronavirus nog niet meteen weg is. Een goede contactopsporing blijft dus heel belangrijk. In het bestrijden van heropflakkeringen van COVID-19 spelen de zorgraden met hun netwerk en de lokale besturen een belangrijke rol. Zij krijgen daarom extra steun: elke zorgraad van een eerstelijnszone krijgt ruim 93 000 euro en de inzet van een field agent uit de centrale contactopsporing. Intussen blijkt ook dat de efficiëntie van de centrale contactopsporing sterk is toegenomen.

Bij een aantal lokale besturen leefde de vraag om beter te kunnen inzetten op lokale contact- en bronopsporing, met als doel het tegenhouden van COVID-19-opflakkeringen. Naar aanleiding van deze vraag heeft het agentschap Zorg en Gezondheid initieel drie scenario’s voorgesteld. Uit het vele overleg dat inmiddels met deze besturen heeft plaatsgevonden, is gebleken dat het vasthouden aan drie prototypische scenario’s weinig meerwaarde biedt. Het inzicht groeide dat zorgraden – in nauwe samenwerking met de lokale besturen –de centrale contact- en bronopsporing kunnen versterken door tegelijkertijd van nabij lokale situaties te  volgen en aan te pakken.

A. Complementair en ondersteunend werken

Het lokaal bestuur focust zich op het sensibiliseren van haar burgers en ziet toe op en handhaaft de al bestaande maatregelen (zoals dragen van mondmaskers, regels voor veilige afstand in de horeca). Lokaal kan een enorme meerwaarde geboden worden in het sensibiliseren van met traditionele media moeilijk te bereiken doelgroepen, zoals anderstaligen, jongeren, mensen met een lager inkomen, mensen met een multiculturele achtergrond.

Daarnaast gaat een gemeente in deze piste actief lokale uitbraken beheren en complementair werken met het centrale contact- en opsporingswerk. Het centrale contactonderzoek blijft hierbij het leeuwendeel van de patiënten en hun contactpersonen contacteren. Zorgraden en lokale besturen vullen dit systeem aan door kwetsbare patiënten voor te bereiden op dit contactonderzoek en door hen te helpen bij het begrijpen van wat ze moeten doen (ook qua isolatie). In de moeilijkste gevallen geven ze zelf de contactpersonen door aan het centrale contactonderzoek.

Daarbovenop onderzoeken zorgraden en lokale besturen verbanden tussen patiënten en mogelijke risicolocaties (bronnen) om daar gerichte beleidsmaatregelen te nemen.

B. Semi-autonoom contactonderzoek

Lokale besturen die nog meer willen doen dan het bovenstaande scenario, zetten daarbovenop een semi-autonoom contactopsporingssysteem op. Het gaat om een samenwerking tussen een lokaal opsporingssysteem en het centraal opsporingssysteem die allebei werken op één centraal dataplatform en met hetzelfde IT-systeem.

Een proefproject dat kiest om binnen het centrale systeem te werken, is de West-Vlaamse regio Midwest In dit project contacteert men lokaal de indexpatiënten, de contactpersonen blijven gecontacteerd worden door het centrale systeem. Het opbellen gebeurt door (gepensioneerde) artsen-specialisten en huisartsen.

Kris Declercq, voorzitter van DVV Midwest legt uit waarom voor deze aanpak is gekozen: “De regio Midwest is een regio met sterke economische activiteit. Als we die op peil willen houden in coronatijden moeten we er voor zorgen dat opflakkeringen van COVID 19 snel de kop worden ingedrukt. Lokale contactopsporing helpt. Het laat toe snel en met kennis van zaken in te grijpen. Om geen dubbel werk te verrichten, kiezen we er voor complementair en binnen het Vlaamse systeem te werken. Dat er nu vanuit Vlaanderen extra steun komt, zal de samenwerking alleen maar versterken.” 

Extra steun

De Vlaamse Regering voorziet meer middelen voor de zorgraden die – in samenwerking met de lokale besturen –  inzetten op de lokale contact- en bronopsporing, ter versterking van de centrale contactopsporing en om adequaat te kunnen inspelen op specifieke lokale situaties. Elk van de 60 zorgraden krijgt een extra toelage van ruim 93 000 euro.

Ook wordt er 1 field agent per eerstelijnszone ingezet voor specifieke opdrachten in functie van het lokaal contactonderzoek. In totaal worden er dus 60 field agents van de centrale contactopsporing hiervoor ingezet.

De coördinatie en aansturing van deze field agents blijft ook centraal zodat ze kunnen worden ingezet in die eerstelijnszone waar de behoefte het grootste is (meeste besmettingen). Zij werken nauw samen met de COVID-19 teams van de eerstelijnszone.

Evolutie centrale contactopsporing

Tijdens de zomer zijn belangrijke verbetering aan het systeem van de centrale contactopsporing aangebracht. Dit zien we ook in de cijfers. 

  • De mediane doorlooptijd voor het afronden van het contactonderzoek bij patiënten door de contacttracers bedraagt 3,8u. Voor 70% van de patiënten kan de contacttracer het contactonderzoek binnen de 24u afronden. Voor 95% van de besmette patiënten wordt het contactonderzoek afgerond.
  • De mediane doorlooptijd voor het contacteren en informeren van de contacten door de contacttracers bedraagt 2,4u. De contacttracers kunnen 85% van de contacten binnen de 24u contacteren en informeren. Voor 93% van de doorgegeven contacten wordt het contactonderzoek afgerond.
  • De mediane doorlooptijd van contactopsporing in Vlaanderen werd gehalveerd. 
    • Waar de mediane doorlooptijd aan het begin van de zomer ongeveer 4 dagen bedroeg, bedraagt deze mediane doorlooptijd momenteel minder dan 2 dagen.
    • Daarnaast konden aan het eind van de zomer 51% van de contacten van indexpatiënten worden bereikt binnen de 48h (2 dagen) na het afnemen van de test bij de indexpatiënt. In het begin van de zomer bedroeg dit percentage slechts 2%.

Vlaams minister Wouter Beke: “De voorbije weken is de efficiëntie van de centrale contactopsporing sterk verbeterd. Steden en gemeenten stellen vast dat zij hierin een goede partner hebben om corona-opflakkeringen aan te pakken. Tegelijk zijn de lokale besturen essentieel om het centrale contactonderzoek te ondersteunen en te versterken. Om die taak uit te voeren, geven we hen nu ook extra middelen. Zowel financieel als met personeel.”