Contactonderzoek in cijfers

  • 3 juli 2020

Deze cijfers gaan over de periode van donderdag 2 juli tot en met woensdag 8 juli. Het zijn cijfers voor Vlaanderen.

contacten 10 juli

Het aantal uitgevoerde telefoons kunnen we deze week niet rapporteren weges onvoldoende datakwaliteit in de cijfers die we kregen van de federale overheid.

*noot: "succesvol afgerond" betekent de patiënt aan de telefoon krijgen en een gesprek kunnen voeren. Dit is exclusief patiënten die we bereiken, maar waar bv. wegens communicatieproblemen of weigering van medewerking geen gesprek tot stand komt. Dit is ook exclusief de patiënten die we daarna nog via huisbezoeken kunnen spreken.
1. Contacten verzameld via field agents worden meegenomen.

Aantal telefoons (cijfers vorige week)

  • Het contactonderzoek deed de voorbije week 3.623 telefoons. De week daarvoor waren er dat 4.288 (een verschil van -665 telefoons). Dit zijn alle uitgevoerde telefoons, dus ook terugbellen naar een persoon, verkeerde nummers etc.
  • Gemiddeld moest het contactonderzoek naar 218  personen per dag bellen, waarvan 84 patiënten. De overige oproepen zijn naar contactpersonen van patiënten, medische verantwoordelijken van leefgroepen (collectiviteiten) of opvolgtelefoons.
  • Per dag werden gemiddeld 24 huisbezoeken gedaan bij mensen bij wie het contactonderzoek telefonisch niet lukte.

Bereik bij patiënten (cijfers deze week)

  • De voorbije week slaagde het contactonderzoek er in om met minstens 57% van de patiënten te bereiken én een gesprek mee te voeren. Dat is een verschil van +2% t.o.v. de week daarvoor.
  • Van de patiënten die we konden bereiken en spreken, deelde gemiddeld 67% van de patiënten contactpersonen mee.
  • Er zijn verschillende redenen waarom patiënten niet bereikt en gesproken kunnen worden: 
    • van een klein aantal patiënten ontbreekt het telefoonnummer
    • de grootste groep zijn patiënten  die we niet aan telefoon krijgen, omdat ze telkens niet opnemen of omdat het telefoonnummer verkeerd is
    • er zijn ook patiënten die we wel bereiken, maar niet kunnen spreken, bijvoorbeeld wegens communicatieproblemen of omdat ze medewerking weigeren.
    • een klein aantal patiënten wordt wel bereikt, maar geeft aan al eerder gebeld te zijn of niet of negatief getest te zijn (verkeerde melding door de arts).
  • Deze cijfers zijn exclusief de personen die we bereiken via een huisbezoek. Een aantal patiënten die we eerst niet telefonisch kunnen bereiken, worden daarna dus wel nog aan huis bereikt.

Contactpersonen

  • In totaal werden de voorbije week 1.187 contacten verzameld. Dat is een verschil van +136 contacten tegenover vorige week.
  • De patiënten die we deze week konden bereiken en spreken gaven gemiddeld 4,51 contactpersonen door. Dat is een verschil van +0,24 tegenover vorige week.

Gezondheid

  • Gemiddeld 16% van de hoogrisicocontacten en 16% van de laagrisicocontacten vertoonde symptomen op het moment dat ze gebeld werden door het contactonderzoek. Zij moesten meteen zichzelf thuis isoleren en werden verwezen naar hun huisarts om getest te worden.
  • De voorbije week werden 572 PCR-codes verstuurt naar contactpersonen. Met zo'n code kan de patiënt naar zijn huisarts gaan om getest te worden. Een huisarts kan ook zonder zo'n code een PCR-test voorschrijven voor een hoogrisicocontact van een patiënt.
  • De voorbije week stuurde het contactonderzoek 228 quarantainecertificaten naar contactpersonen van patiënten die in isolatie moesten blijven (nationale cijfers). Niet alle hoogrisicocontacten krijgen het quarantaineattest via het contactonderzoek, ook de huisarts kan het uitschrijven.