BMI bij schoolkinderen

In dit gezamenlijk rapport publiceren Kind en Gezin en Zorg en Gezondheid voor het eerst samen prevalentiecijfers over de gewichtsstatus van kinderen tussen 2 en 14 jaar in Vlaanderen. Dit gebeurde op basis van meetgegevens van tienduizenden kinderen én aan de hand van een nieuw, passend en uniform referentiekader dat zal toelaten om de Vlaamse cijfers ook internationaal te situeren.

Dit gedeelde (gemengd) referentiekader maakt internationale situering van Vlaamse prevalentiecijfers mogelijk. Aangezien ook in België prevalentiecijfers niet altijd op basis van hetzelfde referentiekader gestoeld zijn, is het nodig dat we ook andere entiteiten en instanties overtuigen van het belang om hetzelfde referentiekader te hanteren, zodat er geen tegenstrijdige cijfers meer circuleren.

Lees er meer over in het rapport hiernaast.

Enkele vaststellingen:

  • BMI is slechts een indicator  voor een gezonde leefstijl. Uit dit rapport blijkt wel dat de gewichtsstatus van vele kinderen niet optimaal is en dat er zich relevante verschillen tussen groepen kinderen voordoen. Het is dan ook van belang dat we vanuit beide agentschappen inzetten op verdere opvolging van de cijfers en de evoluties blijven in kaart brengen. Niet alleen periodiek via cross-sectionele monitoringsrapporten, maar ook longitudinaal bv. door na te gaan of kinderen met overgewicht op 2 jaar ook op oudere leeftijden in de groep met overgewicht blijven. Hiervoor zal wel een geanonimiseerde koppeling van gegevens van Kind en Gezin en Zorg en Gezondheid nodig zijn.
  • Op elke leeftijd heeft minstens 8 op de 10 kinderen in Vlaanderen een normale gewichtsstatus. We zien wel dat niet weinig kinderen kampen met overgewicht en dat 4% van de 12- en 14-jarigen obees is. Hoewel een normaal gewicht geen garantie is op een gezond gewicht, tonen de cijfers wel aan dat het nodig is om te blijven inzetten op het bevorderen van een gezonde leefstijl bij kinderen en jongeren.
  • De prevalentie overgewicht is duidelijk hoger bij oudere kinderen. Toch moeten we zeker op jonge leeftijd inspanningen blijven doen. Jong beginnen zorgt ervoor dat een kind gezonde gewoonten verwerft die het meeneemt in zijn verdere leven.
  • In de periode 2011-2015 zien we geen duidelijke veralgemeende afname in de prevalentie van normaal gewicht. Dit is een belangrijke vaststelling om de vaak gehoorde assumptie te weerleggen dat er zich jaar na jaar een toename van het aandeel kinderen met overgewicht zou voordoen. Toch moeten we waakzaam blijven, want de bestudeerde tijdsperiode was eigenlijk te beperkt om de evolutie grondig te kunnen beoordelen. Het is daarom nodig om historische data uit andere bronnen én registratiegegevens van meer recente jaren te benutten om de historische analyse te vervolledigen.
  • In vergelijking met de buurlanden bleek dat overgewicht bij tieners in Vlaanderen minder voorkomt dan in Duitsland en Frankrijk, maar wel meer dan in Nederland. Vlaanderen kent voor overgewicht wel een lagere prevalentie dan Nederland voor de jongere kinderen. We vergeleken de Vlaamse cijfers nu echter maar met een beperkte set aan landen. Het zou goed zijn om we de cijfers en evoluties in tal van andere landen beter in het oog te houden om Vlaanderen nog beter te kunnen situeren.
  • De prevalentie van overgewicht is bij kinderen die opgroeien in kansarmoede op alle leeftijden aanzienlijk groter dan die van andere kinderen. Dit doet tal van vragen rijzen naar het belang en de oorzaken van die verschillen. Wijzen ze echt op een belangrijk verschil qua gezondheid? En zo ja, wat zijn dan de oorzaken er van? Op basis van de cijfers in dit rapport kunnen en mogen we hier geen uitspraken over doen, maar ze vormen wel een belangrijk signaal dat nader geanalyseerd moet worden, zowel kwantitatief, als kwalitatief.
  • Naast kansarmoede, blijkt ook de herkomst en het opleidingsniveau van de ouders een rol te spelen. De cijfers op een leeftijd van 24 maanden tonen immers relevante verschillen. Ook hier besluiten we dat er verdere analyses en onderzoek nodig zijn om de ware toedracht en het belang van de verschillen uit te klaren. Vooreerst moet nagegaan worden of de verschillen naar herkomst en opleidingsniveau zich ook bij oudere kinderen voordoen. Onderzoek op basis van een geanonimiseerde gegevenskoppeling tussen data van Kind en Gezin en data van Zorg en Gezondheid lijkt daarvoor erg nuttig, want voor de oudere kinderen beschikken we op basis van de CLB-registratie niet over herkomstgegevens. Zo zouden we de profielgegevens van Kind en Gezin kunnen benutten om na te gaan of kinderen met een moeder van Maghreb -origine ook op latere leeftijden een hogere prevalentie overgewicht kennen dan kinderen met een moeder van een andere origine. Ten tweede moeten nog andere relevante variabelen (gewicht ouders, gewichtstoename moeder tijdens zwangerschap, voedingsgewoonten, vrijetijdsbesteding, financiële mogelijkheden om gezonde voeding te kopen, …) in de analyse betrokken worden.

 

Deze prevalentiecijfers publiceren hier we niet alleen op Vlaams niveau, maar ze zijn ook beschikbaar per provincie, gemeente en per locoregionaal gezondheidsoverleg (LOGO). Hopelijk vormen ze een nuttige basis voor verdere bespreking en -eventuele- gerichte acties op een lager niveau door gemeenten, scholen, opvanginitiatieven, …

Interactieve cijfers 2-jarigen

Klik hier om bij Kind & Gezin het interactieve rapport en cijfers per gemeente voor 2-jarigen te raadplegen:

kindengezin.be/cijfers-en-rapporten/cijfers/bmi/