Binnenmilieu

De lucht en de omgeving binnenskamers noemen we "het binnenmilieu". De kwaliteit van het binnenmilieu is belangrijk, zeker wanneer we bedenken dat we ongeveer tot 85% van onze tijd binnenshuis doorbrengen, driekwart daarvan in de eigen woning. Bedenk ook dat het bovendien juist de meest gevoelige personen zijn zoals zeer jonge kinderen, bejaarden of zieken die de meeste tijd binnenshuis doorbrengen.

Het binnenmilieu is meestal zelfs ongezonder dan de omgeving buiten (het buitenmilieu). Een ongezond binnenmilieu kan gezondheidsklachten zoals luchtwegklachten, allergieën, irritatie van neus- en keelslijmvlies, vermoeidheid en hoofdpijn veroorzaken.

De kwaliteit van het milieu in een woning of publiek toegankelijk gebouw wordt vooral bepaald door het gebouw zelf, zoals bijvoorbeeld de gebruikte bouwmaterialen, bouwtechnische aspecten en ventilatie- en isolatievoorzieningen. Maar ook het gedrag van de bewoner of de gebruiker van een gebouw, zoals bijvoorbeeld de producten die gebruikt worden of de mate waarin geventileerd wordt, heeft een invloed op de kwaliteit van het binnenmilieu.

De belangrijkste schadelijke stoffen in huis komen van:

  • Vocht 
  • Roken
  • Verbranding (koken op gas, keuken- en badgeisers zonder afvoer, allesbranders en open haarden)
  • Bouw- en inrichtingsmaterialen
  • Doe-het-zelf-activiteiten
  • Schoonmaak- en bestrijdingsmiddelen

Het binnenmilieubesluit formuleert voor een aantal chemische, biologische en fysische factoren in het binnenmilieu waarden die zoveel mogelijk moeten worden bereikt of gehandhaafd en waarden die actie vereisen omdat het blootstellingsniveau een risico kan inhouden.

Bekijk de chemische, biologische en fysische factoren en hun waarden in de bijlage van het binnenmilieubesluit: pdf bestandbijlage van het binnenmilieubesluit (176 kB)

Aandachtspunten voor een gezond binnenmilieu

Je bepaalt zelf voor een groot deel de kwaliteit van je binnenmilieu. Dit door er voor te zorgen dat zo weinig mogelijk ongezonde stoffen vrijkomen in het gebouw en aanvullend te ventileren en verluchten.

Lees de tips in de brochure Ventileren en verluchten.

De belangrijkste aandachtspunten bij het streven naar een gezond binnenmilieu zijn, wat het gebouw of uitvoeringswerken betreft:

Kruipruimten Radioactieve stoffen, vluchtige toxische stoffen (formaldehyde, oplosmiddelen), vezels (asbest, glaswol, steenwol), stofdeeltjes, voedingsbodem voor micro-organismen.
Luchtbehandelingsinstallatie Vervuilde filters vormen een goede voedingsbodem voor micro-organismen, koolfilters van dampkappen met recirculatie kunnen na gebruik van enkele maanden nitrosaminen afgeven.
Vocht en vochtplekken Vocht is een belangrijke factor voor de groei van micro-organismen, zoals vocht door huishoudelijke werkzaamheden (wassen, koken, stoken), vochtdoorslag, optrekkend vocht, lekkage; vooral bij isolatie en onvoldoende ventilatie;
Gas- en stookinstallatie CO, NOx, PAKs, stof (vooral afvoerloze apparatuur, allesbranders, openhaarden)
Woninginrichting, doe-het-zelf Behalve met de woning als bouwwerk moet u ook rekening houden met het verkeer, de buren en de milieupollutie. In de woning zelf zijn de bewoning, huishoudartikelen, tabak, huisdieren en huisstof beïnvloedende factoren.

Lees hier meer over een gezond binnenilieu.

Onderzoek van het binnenmilieu

Door alle moderne ontwikkelingen stijgen de overlast en de gezondheidsklachten door schadelijke stoffen in binnenmilieu in woningen en publiek toegankelijke gebouwen. De medisch milieukundigen enAgentschap Zorg en Gezondheid zijn bevoegd om een onderzoek in te stellen naar potentiële gezondheidsrisico's in en de gezondheidsklachten door het binnenmilieu. Zij besteden hierbij extra aandacht aan gebouwen waar men langdurig aanwezig is zoals scholen en kinderopvang.  

De voorwaarden om in aanmerking te komen voor en procedure om een onderzoek van het binnenmilieu aan te vragen zijn verschillend voor bewoners en gebruikers van een publiek toegangkelijk gebouw. Lees hier wanneer en hoe je een gemotiveerde aanvraag voor een woningonderzoek kan indienen.

Een beheerder of gebruiker van een publiek toegankelijk gebouw kan rechtstreeks bij de medisch milieukundige bij het Logo of bij het Agentschap Zorg en Gezondheid een aanvraag indienen.

Klik hier voor het formulier om een onderzoek van het binnenmilieu aan te vragen.

Binnenmilieubesluit

In het Besluit van de Vlaamse Regering houdende maatregelen tot bestrijding van de gezondheidsrisico's door verontreiniging van het binnenmilieu van 11 juni 2004, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2018, kortweg het binnenmilieubesluit, zijn richtlijnen opgenomen die een gezond binnenmilieu omschrijven, dit onder de vorm van richtwaarden en interventiewaarden.

Die waarden omvatten zowel chemische, fysische als biologische factoren en zijn opgenomen in de bijlage bij het besluit.

Het besluit zelf geeft het Agentschap Zorg en Gezondheid en de medisch milieukundigen van de Logo’s (Loco-regionaal gezondheidsoverleg, cf. besluit van de Vlaamse Regering betreffende de Logo’s van 30 januari 2009) een aantal taken en mogelijkheden m.b.t. preventie. Concreet gaat het om de bevoegdheden om onderzoeken in te stellen in particuliere woningen en publiek toegankelijke gebouwen, expliciete opdrachten te geven naar inzet van maatregelen bij een ongezond binnenmilieu in publiek toegankelijke gebouwen en onbewoonbaarverklaringen te adviseren in het kader van particuliere woningen. Dit alles naast de mogelijkheid om doelgroepen te informeren en sensibiliseren over risico’s van een ongezond binnenmilieuklimaat.

Aanbevolen meetmethodes

Het binnenmilieubesluit geeft richt-en interventiewaarden voor chemische, fysische en biotische factoren. Voor elke factor, opgenomen in het binnenmilieubesluit, werden de meest geschikte meetmethodes geselecteerd.

 

Binnenmilieu op school
Binnenmilieu in de kinderopvang

Een gezond binnenmilieu speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van elk kind, thuis en in de kinderopvang. De leidraad 'omgevingsfactoren voor de kinderopvang' geeft informatie over verschillende omgevingsfactoren die de gezondheid van kinderen in de kinderopvang kunnen beïnvloeden en bevat ook aanbevelingen rond een gezond (binnen)milieu in de kinderopvang om de risico's voor de gezondheid tot een minimum te beperken.