Bewoners woonzorgcentra minder gefixeerd. Ook meer aandacht voor vroegtijdige zorgplanning.

  • 11 september 2019

Vlaamse woonzorgcentra volgen al verschillende jaren de kwaliteit van hun zorgverlening op via indicatoren. Op zorgkwaliteit.be/woonzorgcentra vindt u het sectorrapport kwaliteitsindicatoren 2018 deel 1 terug. Het gaat over resultaten verzameld in de eerste helft van 2018 over het voorkomen van doorligwonden, onbedoeld gewichtsverlies, valincidenten, fysieke fixatie, medicijnincidenten en een plan voor zorg rond het levenseinde.

Enkele opvallende resultaten over de voorbije jaren (2016-2018) zijn dat er beduidend minder bewoners worden gefixeerd en er meer bewoners zijn met een plan voor zorg rond het levenseinde, ofwel vroegtijdige zorgplanning. Ook is er een lichte stijging in het aantal gemelde valincidenten.

Deze resultaten tonen aan dat het aanmoedigen om in te zetten op kwaliteitsbeleid en -opvolging effect heeft. De woonzorgcentra verwerven erdoor de nodige inzichten om gericht verbeteracties op te zetten en zo de zorg verder aanhoudend te verbeteren. Dit initiatief dient dan ook onverkort te worden verder gezet en ondersteund.

Resultaten

Van een echte trend kan nog niet worden gesproken, toch valt nu al op dat er over de voorbije jaren (2016-2018) beduidend minder bewoners worden gefixeerd. In 2016 werd in de helft van de woonzorgcentra tot 21,0% van de bewoners gefixeerd overdag. In 2017 was dat al gedaald naar 19,2% en in 2018 zet die daling zich verder: in de helft van de woonzorgcentra werd tot 17,5% van de bewoners gefixeerd. Ook andere indicatoren rond fixatie tonen een daling. Opvallend is dat 22 woonzorgcentra helemaal geen fixatie toepasten overdag. Daarentegen werd in 20% van de woonzorgcentra bij meer dan één derde van de bewoners fixatie toegepast.

Vrijheidsbeperkende maatregelen hebben een grote impact en hoewel ze geen effectieve maatregel zijn voor valpreventie, worden ze vaak net omwille van die reden toegepast. Ze kunnen niet enkel leiden tot fysieke achteruitgang en ernstige letsels, maar zorgen ook voor psychologische gevolgen, zoals angst, onrust en depressie. Vrijheidsbeperking roept ook ethische zorgdilemma’s op. Door het opnemen van deze indicator in het Vlaams indicatorenproject woonzorgcentra groeit de bewustwording verder, wat moet leiden tot het doorvoeren van verbeteracties. Zo wordt er meer in dialoog gegaan met de bewoner en familie omtrent fixatie, waarbij er bewust kan worden gekozen niet te fixeren. De aandacht gaat dan vooral naar het beperken van het valrisico en het voorkomen van ernstige letsels bij het vallen.

Over de voorbije jaren is er een lichte stijging in het aantal valincidenten. In 2016 was in de helft van de woonzorgcentra tot 11,6% van de bewoners één of meer keer gevallen. In 2017 bleef dat ongeveer gelijk (11,7%), in 2018 steeg dat licht tot 12,5%. Een eerste doelstelling bij het doorvoeren van een goed valpreventiebeleid is net het verhogen van het melden van incidenten, zodat er gerichter kan worden ingegrepen. Er werd geen klinisch relevant verband gevonden tussen fixatie en valincidenten.

Er zijn meer bewoners met vroegtijdige zorgplanning. In de helft van de woonzorgcentra had in 2016 tot 40,0% van de bewoners een plan voor de zorg rond het levenseinde, 45,6% in 2017 en 50,6% in 2018. In 20% van de woonzorgcentra had meer dan 79% van de bewoners vroegtijdige zorgplanning. Hier werd de voorbije jaren sterk op ingezet. Zo werd er met de sector een referentiekader kwaliteitsvolle vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en levenseindezorg ontwikkeld en wordt er een zelfevaluatie-instrument uitgetest in enkele woonzorgcentra met als doel de expertise te verhogen.

Svin Deneckere, directeur Vlaams Instituut voor Kwaliteit van Zorg (VIKZ): "Het inzetten op kwaliteitsopvolging werkt. De verzamelde gegevens zijn in de eerste plaats bedoeld voor de woonzorgcentra zelf. Voor hen vormen ze een instrument om prioriteiten te bepalen op het vlak van kwaliteitsverbetering en -borging. De spreiding in de resultaten tussen de woonzorgcentra (wzc) blijft relatief groot. Interessant is dan te kijken naar de gemaakte evolutie. Zo zien we dat de daling in fixatie in het voorbije jaar voornamelijk wordt veroorzaakt door de middengroep van woonzorgcentra (P20 tot P80) die minder is gaan fixeren. De groep wzc die reeds minder fixeerde houdt dit beleid ook aan, net als de groep wzc die reeds meer fixeerde."

"De zorgzwaarte per woonzorgcentrum kan een rol spelen. Zo zien we dat voor fysieke fixatie en vroegtijdige zorgplanning, het RVT-aandeel, wat een indicatie geeft voor de zorgzwaarte, een effect heeft. Voor de andere indicatoren is dit effect er niet. Met de betrokken onderzoeksgroepen zoeken we verder naar manieren om zorgzwaarte te objectiveren en mee te nemen in de analyses."

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: "Kwaliteitsindicatoren moedigen woonzorgcentra aan om van goede naar excellente, kwaliteitsvolle zorg te evolueren. Bovendien bieden ze de mogelijkheid om aan het publiek transparant over hun kwaliteitsbeleid te rapporteren. Het is dan ook relevant dat de Vlaamse overheid investeert in de wetenschappelijke ontwikkeling en opvolging van kwaliteitsindicatoren."

Over de metingen

Tweemaal per jaar meten de woonzorgcentra op een gestandaardiseerde manier kwaliteitsindicatoren. Dit nieuwe rapport focust op de gegevens van 2018 deel 1 en rapporteert de resultaten voor alle 793 woonzorgcentra. Er is een verplichte deelname. De gerapporteerde cijfers zijn gebaseerd op de zelfregistratie door de woonzorgcentra volgens de hiertoe ontwikkelde definities en meetprocedures.

Momenteel zijn resultaten beschikbaar van 2016 tot 2018. Updates volgen de komende maanden, zodat de evolutie verder nauwgezet kan worden opgevolgd. Ook worden met de sector, het VIKZ en enkele onderzoeksinstellingen nieuwe indicatoren ontwikkeld, bijvoorbeeld omtrent vroegtijdige zorgplanning en levenseindezorg, zorg voor personen met dementie en geneesmiddelengebruik.

Het VIKZ onderzoekt met de sector de voorwaarden en termijn waarop de indicatoren