Beleid over preventieve gezondheidszorg

Vlaanderen voert een preventief gezondheidsbeleid om gezondheidswinst op bevolkingsniveau te realiseren en zo mensen niet alleen langer te laten leven maar ook hun levenskwaliteit te behouden en te verhogen. Dit gebeurt door initiatieven te nemen binnen de gezondheidszorg (preventieve gezondheidszorg) en daarbuiten (het zogenaamde facettenbeleid). Die initiatieven moeten wetenschappelijk onderbouwd zijn. De wettelijke basis voor dit beleid is gelegd in het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid.

Gezondheid, en ziekte, worden haast altijd bepaald door verschillende determinanten en risicofactoren. Dit betekent dat we tegelijk moeten inzetten op een veelheid van interventies. Om dit duidelijk te maken spreken we van een (gezondheids)matrix. De vier horizontale lijnen van die matrix vormen vier types van preventiestrategieën: educatie, omgevingsinterventies, afspraken en regels en zorg en begeleiding. De kolommen vormen de aangrijpingspunten voor deze preventiestrategieën: gaande van het individu tot de brede omgeving. 

De determinanten en factoren voor gezondheid willen we gunstig beïnvloeden door een beleid te voeren rechtstreeks gericht op de burger en in de verschillende levensdomeinen zoals: het gezin en de kinderopvang, het onderwijs, het werk, de vrije tijd, de buurt of gemeente maar ook binnen zorg en welzijn. Het gaat dus om preventieve gezondheidszorg (een beleid binnen de gezondheidszorg) maar evenzeer om facettenbeleid (een beleid in andere domeinen dan de gezondheidszorg). Per levensdomein kunnen de kolommen van de matrix anders zijn. Voor scholen zijn dit bijvoorbeeld: de leerling, de klas, heel de school, de omgeving buiten de school. Voor de eerstelijn zouden die kunnen zijn: de individuele burger, zijn directe leefomgeving (gezin, verblijfsentiteit), de voorziening waar hij een beroep op doet, de samenleving. Het is de bedoeling om in alle velden van de matrix initiatieven te nemen, maar dat is niet altijd mogelijk.

De acties binnen de matrix kunnen heel verschillend zijn van aard. Soms spelen ze in op het bevorderen van de gezondheid, soms gaat het vooral om ziektepreventie en soms om een combinatie van beide. Ze kunnen gericht zijn op determinanten of risicofactoren, rechtstreeks op ziektes of aandoeningen of op personen met een bepaalde leeftijd of in een bepaalde ontwikkelings- of levensfase.

Om burgers en intermediairen te helpen bij het uitvoeren van preventieve acties die wetenschappelijk onderbouwd zijn beschikken we over gevalideerde preventiemethodieken. Die kunnen opgezocht en geraadpleegd worden via www.preventiemethodieken.be en zijn doorgaans ontwikkeld door partnerorganisaties van de Vlaamse overheid op basis van een vooraf bepaalde leidraad.

Om ook op vlak van preventie iedereen gelijke kansen te geven wordt doorheen heel het preventieve gezondheidsbeleid, en dus ook in alle levensdomeinen,  aandacht besteed aan een werking volgens de principes van het proportioneel universalisme. Dit betekent dat het beleid gericht is op alle burgers maar met een verschillende intensiteit voor bepaalde doelgroepen, waarbij die intensiteit varieert in functie van de mate van socio-economische of gezondheidsachterstand.