Beleid over thuiszorg

De Vlaamse overheid is bevoegd voor de aanmelding, de programmatie, de erkenning en de subsidiëring van en het toezicht op de volgende voorzieningen en verenigingen:

  • diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg
  • diensten voor logistieke hulp
  • diensten voor oppashulp
  • diensten voor thuisverpleging
  • diensten maatschappelijk werk van het ziekenfonds
  • lokale dienstencentra
  • regionale dienstencentra
  • diensten voor gastopvang
  • verenigingen van gebruikers en mantelzorgers

Daarnaast subsidieert de Vlaamse overheid ook projecten in de thuiszorg en personenalarmtoestellen.

De programmatie beoogt een evenredige spreiding afhankelijk van de behoeften. Dat gebeurt aan de hand van objectief meetbare criteria. De programmatie bepaalt de planning in de tijd en ruimte van:

  • het maximale aantal subsidiabele uren gezinszorg die de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg mogen aanbieden;
  • het maximale aantal subsidiabele personeelsleden van de diensten maatschappelijk werk van het ziekenfonds;
  • het maximale aantal te erkennen diensten voor logistieke hulp, diensten voor oppashulp, diensten voor thuisverpleging, lokale en regionale dienstencentra, diensten voor gastopvang en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers.

De erkenningsnormen bepalen per type voorziening de criteria waaraan een voorziening moet voldoen om erkend te kunnen worden (zoals werkingsprincipes, personeelsformatie, infrastructuur ...).

De erkende thuiszorgvoorzieningen en verenigingen kunnen onder bepaalde voorwaarden ook subsidies ontvangen voor hun werking. Soms gaat het om een forfaitair subsidiebedrag per jaar, in andere gevallen is de subsidiëring geheel of gedeeltelijk prestatiegebonden.

Diensten maatschappelijk werk van het ziekenfonds en lokale en regionale dienstencentra kunnen ook infrastructuursubsidies aanvragen bij de Vlaamse overheid. Zij kunnen daarvoor terecht bij het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA).