Belangrijkste trends in geboorte en bevalling

Jaarlijks publiceert het Studiecentrum Perinatale Epidemiologie (SPE) een jaarrapport met de meest belangrijke trends in geboorte en bevalling.

In de volledige rapporten wordt dieper ingegaan op de evolutie van de verschillende indicatoren in verband met pasgeborenen en kersverse moeders.

Auteurs: R. Devlieger, R. Goemaes, M. Laubach
vzw Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE)

 

Lees hier de 8 opvallendste trends uit het jaarrapport 2018.
1. Geboortecijfer in dalende lijn

In 2018 waren er 2 geboorten minder en 40 bevallingen meer dan in 2017. Het geboortecijfer daalt lichtjes in de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg, en stijgt lichtjes in Oost en West-Vlaanderen. Het geboortecijfer in Vlaanderen is dus stabiel ten opzichte van 2017. Toch is er sinds 2010 een duidelijke daling van het aantal geboorten in Vlaanderen. Een dalende nataliteit draagt bij tot de vergrijzing van de bevolking.

Het percentage eerst barende vrouwen bedraagt 43,6 %. Dit is een daling ten opzichte van vorig jaar. Dit kan zijn weerslag hebben op het aantal bevallingen in de volgende jaren en een verdere daling van de nataliteit in de hand werken.

2. Oudere moeders

Vlaamse moeders krijgen hun kinderen erg laat. De leeftijd waarop Vlaamse moeders hun eerste kind krijgen stijgt jaar na jaar. In 2018 was de gemiddelde leeftijd waarop een moeder haar eerste kind kreeg 29,1 jaar terwijl dat in 1987 nog 25,7 jaar was. Meer dan de helft van de moeders (54,8%) is 30 jaar of ouder op het ogenblik van de bevalling.

Ook het aantal 40-plussers is hoog en blijft stijgen: 1 vrouw op 32 (3,1%) is 40 jaar of ouder op het moment van de bevalling. In 1991 was dit 0,8%.

3. Veel medisch begeleide bevruchting

Het aandeel van de kinderen dat verwekt werd door medisch geassisteerde bevruchting is licht gedaald ten opzichte van 2017 maar blijft erg hoog (7,2 %). Eén vrouw op 14 wordt dus op een niet-natuurlijke manier zwanger. In 2007 was dat nog 1 op 20.

Vooral bij oudere vrouwen worden fertiliteitsbehandelingen frequent toegepast: bij eerst barenden van 40 jaar of meer komt slechts zowat de helft van de zwangerschappen (54,1%) spontaan tot stand.

4. Dalend aantal tweelingen - Minder meerlingen na IVF/ICSI

Voor het vierde jaar op rij is er een lichte daling in het aantal tweelingen. In 2018 werden 1020 tweelingen geboren (1,62%). Het aantal drielingen daalde opvallend van 19 in 2017 tot 4 in 2018.

Na medisch begeleide bevruchting is er een verhoogde kans op een meerling, maar ook die kans kent een dalende trend. Na IVF/ICSI was er in 2018 6,7% kans op de geboorte van een meerling, terwijl dit in 2009 nog 13,6% was. Toch wordt nog bijna een derde van de meerlingen (28,9%) geboren na fertiliteitsbehandelingen.

5. Sectiopercentage stijgt verder

Het sectiopercentage in Vlaanderen was nog nooit zo hoog (21,2%). De spreiding in sectiopercentage tussen de Vlaamse ziekenhuizen blijft erg groot: 15,2% tot 28,7% en weerspiegelt zeker ook een verschil in praktijk.

De belangrijkste reden om een keizersnede uit te voeren is een litteken van een vorige keizersnede (repeat-sectio). Veel vrouwen zullen dus bij een volgende zwangerschap opnieuw een keizersnede krijgen terwijl dit niet altijd nodig is: slechts 29,7% van de patiënten met een littekenuterus bevalt vaginaal. Wanneer ze de kans krijgen om in arbeid te gaan ("trial of labour") bevalt 68,9% vaginaal.

6. Meer inleiden

Het aantal inleidingen steeg de voorbije drie jaren en klimt voor het eerst boven 25% (25,2%). Meer dan 1 arbeid op 4 komt dus niet spontaan op gang. Het verschil tussen de ziekenhuizen met het laagste (11.8%) en het hoogste (39.3%) percentage inducties is echter kleiner geworden. Verder onderzoek is nodig om de achterliggende redenen van deze stijging te achterhalen.

7. Meer baby’s opgenomen na de geboorte

In 2018 werd bijna één kind op zes (15,5%) na de geboorte opgenomen op een neonatale dienst. Dit is wellicht te veel. De scheiding van moeder en kind vlak na de geboorte is een ingrijpend gebeuren en moet steeds medisch goed verantwoord zijn.

8. Minder kinderen met syndroom van Down?

In 2018 werden opvallend minder kinderen met het syndroom van Down (trisomie 21) geboren: 28 in 2018 versus 42 in 2017. Ook het aantal levend geboren kinderen met syndroom van Down daalde van 39 in 2017 tot 24 in 2018. Of dit te maken heeft met de brede invoering en terugbetaling van de niet invasieve prenatale test (NIPT) voor Down is mogelijk, maar niet éénduidig te achterhalen. Er blijven immers teveel onbekenden: hoeveel van deze zwangere vrouwen ondergingen een (vals negatieve) NIPT? Hoeveel zwangerschappen werden vroeg in de zwangerschap onderbroken omwille van de diagnose? Ook rijst de vraag naar de volledigheid van de registratie gezien de diagnose van een genetische afwijking soms pas lange tijd na de geboorte wordt gesteld.

Meer info

VZW Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE) is een wetenschappelijke vereniging van gynaecologen, pediaters en vroedvrouwen. Het SPE wordt door Zorg en Gezondheid gesubsidieerd om de medische gegevens rond geboorte en bevalling in de Vlaamse materniteiten te registreren. Deze informatie vult het medische luik van de registratie via geboortecertificaten aan.

Wetenschappelijk onderzoek op basis van deze geboorteregistraties

Het SPE geeft aan de aangesloten gynaecologen, pediaters en vroedvrouwen de kans om wat ze in de praktijk ervaren via wetenschappelijke analyse van de geregistreerde obstetrische en neonatologische handelingen te toetsen aan de realiteit in alle Vlaamse ziekenhuizen. Dit resulteert dan vaak in publicaties in internationale wetenschappelijke tijdschriften. Zo verschenen er de afgelopen jaren studies op basis van SPE-data met volgende conclusies:

  • Uit een doctoraatsonderzoek naar risico’s van zwaarlijvigheid voor, tijdens en na een zwangerschap op moeder en kind en hoe de kraam- en medische zorg hierop moet inspelen, bleek dat men zich niet enkel moet richten op de medische oorzaken en gevolgen maar ook op de psychosociale context.
    Bogaerts A. (2014) Obesity and pregnancy, an epidemiological and intervention study from a psychosocial perspective (PhD summary). Facts, Views & Vision in Obstetrics & Gynaecology, 6(2): 81-95
    Open access: http://www.fvvo.be/archive/volume-6/number-2/facts/obesity-and-pregnancy-an-epidemiological-and-intervention-study-from-a-psychosocial-perspective/
  • Vrouwen die hun zwangerschapskilo’s niet kwijt raken hebben bij een volgende zwangerschap een verhoogd risico op perinatale complicaties, zelfs al hebben ze een normaal gewicht of zelfs ondergewicht. ‘Terug op gewicht komen’ tussen zwangerschappen lijkt belangrijk voor het verminderen van ongunstige perinatale uitkomsten in een tweede zwangerschap.
    Bogaerts A., Van den Bergh B. R. H., Ameye L., Witters I., Martens E., Timmerman D., Devlieger R. (2013) Interpregnancy Weight Change and Risk for Adverse Perinatal Outcome. Obstetrics & Gynecology, 122(5): 999-1009 DOI: 10.1097/AOG.0b013e3182a7f63e
  • Oorzaken van stuitligging bij geboorte zijn lage zwangerschapsduur, laag geboortegewicht, oudere moeders, baarmoeder met littekenweefsel, een baby-meisje, een baby met een aangeboren afwijking, en lage pariteit.
    Cammu, H., Dony, N., Martens, G. and Colman, R. (2014) Common determinants of breech presentation at birth in singletons: a population-based study. European Journal of Obstetrics & Gynecology and Reproductive Biology, 177: 106-109 DOI: 10.1016/j.ejogrb.2014.04.008
  • De opleidingsgraad van de moeder heeft invloed op de bevallingswijze en op post-neonatale sterfte, maar niet op neonatale sterfte.
    Cammu, H., Martens, G. and Keirse, M. J. N. C. (2011), Mothers’ Level of Education and Childbirth Interventions: A Population-based Study in Flanders, Northern Belgium. Birth, 38: 191–199. DOI: 10.1111/j.1523-536X.2011.00476.x
    Cammu H., Martens G., Van Maele G., Amy J. (2010) The higher the educational level of the first-time mother, the lower the fetal and post-neonatal but not the neonatal mortality in Belgium (Flanders). European Journal of Obstetrics & Gynecology and Reproductive Biology, 148: 13-16 DOI: 10.1016/j.ejogrb.2009.08.016
  • Kunstmatig ontstane zwangerschappen leiden vaker tot een bevalling via een keizersnede op vraag van de moeder.
    Gillet E., Martens E., Martens G., Cammu H. (2011) Prelabour Caesarean Section following IVF/ICSI in Older-Term Nulliparous Women: Too Precious to Push? Journal of Pregnancy Volume 2011, Article ID 362518, 5 pages. DOI: 10.1155/2011/362518
  • Er is geen verschil in risico op foeto-infantiele sterfte tussen Belgische moeders en immigrantenmoeders wanneer je ook rekening houdt met pariteit, leeftijd en opleidingsgraad van de moeder.
    Gillet E., Saerens B., Martens G., Cammu H. (2014) Fetal and infant health outcomes among immigrant mothers in Flanders, Belgium. International Journal of Gynecology & Obstetrics, Volume 124, Issue 2, February 2014, Pages 128-133. DOI: 10.1016/j.ijgo.2013.07.031