Belangrijkste trends in geboorte en bevalling

Jaarlijks publiceert het Studiecentrum Perinatale Epidemiologie (SPE) een jaarrapport met de meest belangrijke trends in geboorte en bevalling.

In de volledige rapporten wordt dieper ingegaan op de evolutie van de verschillende indicatoren in verband met pasgeborenen en kersverse moeders.

Auteurs: R. Devlieger, E. Martens, G. Martens, C. Van Mol, H. Cammu
vzw Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE)

 

Lees hier de 10 opvallendste trends uit het jaarrapport 2015.
1. Geboortecijfer daalt verder

Voor het vijfde jaar op rij werden er in Vlaanderen minder kinderen geboren dan het jaar voordien. Deze dalende nataliteit is onrustwekkend met het oog op de verdere vergrijzing van de bevolking. Het aandeel van de eerst barende vrouwen (44,4%) is gelukkig licht gestegen na een dieptepunt vorig jaar. Een verdere daling van de nataliteit is dan ook niet noodzakelijk te verwachten.

2. Perinatale sterfte nog nooit zo laag

We zien in Vlaanderen in 2015 opnieuw een daling van de perinatale sterfte die voor de tweede keer duikt onder de 6 per duizend geboorten (5,9‰). Ondanks de toename in maternale leeftijd, geassisteerde vruchtbaarheid en hoog aantal keizersneden blijft Vlaanderen dus een regio met uitstekende perinatale uitkomsten.

3. Moeders krijgen hun kinderen (te) laat

In 2015 was de gemiddelde leeftijd bij een eerste bevalling 28,8 jaar.

  • 14% van de vrouwen is tussen 35 en 40 jaar op het moment van de bevalling. Dit is 1 vrouw op 7 die bevalt.
  • Ook het aantal 40-plussers is hoog: 1 vrouw op 37 (2,7%) is 40 jaar of ouder op het moment van de bevalling. In 1991 was dit nog 0,8%.
4. Het aantal thuisbevallingen blijft laag

Ondanks de onvolledige registratie blijft het aantal thuisbevallingen in Vlaanderen zeer laag (ongeveer 1%). Het is belangrijk dat registratie in de toekomst ook de maternale en neonatale  uitkomsten op een volledige en systematische manier kan verzamelen in deze groep.

5. Steeds minder tienerzwangerschappen

In Vlaanderen is het aantal tienerzwangerschappen zeer laag en vertoont weer een daling ten opzichte van de vorige jaren.

  • Slechts één vrouw op 76 is jonger dan 20 jaar bij de bevalling.
6. Veel medisch begeleide bevruchting-minder meerlingen na IVF/ICSI

Het aandeel van de kinderen dat verwekt werd door medisch geassisteerde bevruchting was nog nooit zo hoog (7,0%).

  • Eén vrouw op 14 wordt op een niet-natuurlijke manier zwanger.
  • Dit jaar was er wel een opvallende daling van het aantal meerlingen na IVF/ICSI (-2,6%)
7. Sectiopercentage: de top bereikt?

Voor het derde jaar op rij ligt het percentage keizersneden boven de 20% (20,5%). Wel is er voor het eerst sinds jaren een lichte daling merkbaar (-0,1%).

  • De spreiding in sectiopercentage tussen de Vlaamse ziekenhuizen is ook opvallend groot: 13,2% tot 32,1% en weerspiegelt zeker ook een verschil in praktijk.
  • Veel van die vrouwen zullen bij een volgende zwangerschap onnodig weer een keizersnede krijgen. Slechts 30% van de patiënten met een littekenuterus bevalt vaginaal. Wanneer ze de kans krijgen om in arbeid te gaan bevalt 69,5% vaginaal.
8. Minder knippen

Voor het eerst sinds de registratie bevalt meer dan de helft van de vrouwen zonder knip (52,8%).

9. Sterfte bij kinderen jonger dan 28 weken

Bijna 1 baby op de 2 jonger dan 28 weken overleeft niet (perinatale sterfte 47,0%):

  • Zodra de zwangerschap 28 weken bereikt, daalt het sterfterisico spectaculair.
  • Is de zwangerschap voldragen dan is de kans op overlijden slechts 1 op 714
10. Minder keizersneden bij stuitligging

Vanaf 2001, na de publicatie van Hannah et al (Lancet 2000), die aantoonde dat de neonatale morbiditeit lager was bij primaire sectio, steeg het sectiopercentage voor stuitligging progressief tot boven 91%. Dit jaar daalt het voor het eerst sinds 15 jaar en bedraagt  “slechts” 89,4%.

Meer info

VZW Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE) is een wetenschappelijke vereniging van gynaecologen, pediaters en vroedvrouwen. Het SPE wordt door Zorg en Gezondheid gesubsidieerd om de medische gegevens rond geboorte en bevalling in de Vlaamse materniteiten te registreren. Deze informatie vult het medische luik van de registratie via geboortecertificaten aan.

Wetenschappelijk onderzoek op basis van deze geboorteregistraties

Het SPE geeft aan de aangesloten gynaecologen, pediaters en vroedvrouwen de kans om wat ze in de praktijk ervaren via wetenschappelijke analyse van de geregistreerde obstetrische en neonatologische handelingen te toetsen aan de realiteit in alle Vlaamse ziekenhuizen. Dit resulteert dan vaak in publicaties in internationale wetenschappelijke tijdschriften. Zo verschenen er de afgelopen jaren studies op basis van SPE-data met volgende conclusies:

  • Uit een doctoraatsonderzoek naar risico’s van zwaarlijvigheid voor, tijdens en na een zwangerschap op moeder en kind en hoe de kraam- en medische zorg hierop moet inspelen, bleek dat men zich niet enkel moet richten op de medische oorzaken en gevolgen maar ook op de psychosociale context.
    Bogaerts A. (2014) Obesity and pregnancy, an epidemiological and intervention study from a psychosocial perspective (PhD summary). Facts, Views & Vision in Obstetrics & Gynaecology, 6(2): 81-95
    Open access: http://www.fvvo.be/archive/volume-6/number-2/facts/obesity-and-pregnancy-an-epidemiological-and-intervention-study-from-a-psychosocial-perspective/
  • Vrouwen die hun zwangerschapskilo’s niet kwijt raken hebben bij een volgende zwangerschap een verhoogd risico op perinatale complicaties, zelfs al hebben ze een normaal gewicht of zelfs ondergewicht. ‘Terug op gewicht komen’ tussen zwangerschappen lijkt belangrijk voor het verminderen van ongunstige perinatale uitkomsten in een tweede zwangerschap.
    Bogaerts A., Van den Bergh B. R. H., Ameye L., Witters I., Martens E., Timmerman D., Devlieger R. (2013) Interpregnancy Weight Change and Risk for Adverse Perinatal Outcome. Obstetrics & Gynecology, 122(5): 999-1009 DOI: 10.1097/AOG.0b013e3182a7f63e
  • Oorzaken van stuitligging bij geboorte zijn lage zwangerschapsduur, laag geboortegewicht, oudere moeders, baarmoeder met littekenweefsel, een baby-meisje, een baby met een aangeboren afwijking, en lage pariteit.
    Cammu, H., Dony, N., Martens, G. and Colman, R. (2014) Common determinants of breech presentation at birth in singletons: a population-based study. European Journal of Obstetrics & Gynecology and Reproductive Biology, 177: 106-109 DOI: 10.1016/j.ejogrb.2014.04.008
  • De opleidingsgraad van de moeder heeft invloed op de bevallingswijze en op post-neonatale sterfte, maar niet op neonatale sterfte.
    Cammu, H., Martens, G. and Keirse, M. J. N. C. (2011), Mothers’ Level of Education and Childbirth Interventions: A Population-based Study in Flanders, Northern Belgium. Birth, 38: 191–199. DOI: 10.1111/j.1523-536X.2011.00476.x
    Cammu H., Martens G., Van Maele G., Amy J. (2010) The higher the educational level of the first-time mother, the lower the fetal and post-neonatal but not the neonatal mortality in Belgium (Flanders). European Journal of Obstetrics & Gynecology and Reproductive Biology, 148: 13-16 DOI: 10.1016/j.ejogrb.2009.08.016
  • Kunstmatig ontstane zwangerschappen leiden vaker tot een bevalling via een keizersnede op vraag van de moeder.
    Gillet E., Martens E., Martens G., Cammu H. (2011) Prelabour Caesarean Section following IVF/ICSI in Older-Term Nulliparous Women: Too Precious to Push? Journal of Pregnancy Volume 2011, Article ID 362518, 5 pages. DOI: 10.1155/2011/362518
  • Er is geen verschil in risico op foeto-infantiele sterfte tussen Belgische moeders en immigrantenmoeders wanneer je ook rekening houdt met pariteit, leeftijd en opleidingsgraad van de moeder.
    Gillet E., Saerens B., Martens G., Cammu H. (2014) Fetal and infant health outcomes among immigrant mothers in Flanders, Belgium. International Journal of Gynecology & Obstetrics, Volume 124, Issue 2, February 2014, Pages 128-133. DOI: 10.1016/j.ijgo.2013.07.031