Belangrijkste trends in geboorte en bevalling

Jaarlijks publiceert het Studiecentrum Perinatale Epidemiologie (SPE) een jaarrapport met de meest belangrijke trends in geboorte en bevalling.

In de volledige rapporten wordt dieper ingegaan op de evolutie van de verschillende indicatoren in verband met pasgeborenen en kersverse moeders.

Auteurs: R. Devlieger, E. Martens, G. Martens, C. Van Mol, H. Cammu
vzw Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE)

 

Lees hier de 10 opvallendste trends uit het jaarrapport 2017.
1. Geboortecijfer in dalende lijn

In 2017 daalde het aantal geboorten in Vlaanderen weer na een beperkte stijging in 2016. De daling in het aantal verlossingen in 2017 situeert zich in alle provincies, en is het grootst in West-Vlaanderen.

Het percentage eerst barende vrouwen bedraagt 44,6 %. Dit is een daling ten opzichte van vorig jaar. Dit kan zijn weerslag hebben op het aantal bevallingen in de volgende jaren en een verdere daling van de nataliteit in de hand werken.

2. Perinatale sterfte stijgt licht

We zien in Vlaanderen in 2017 een lichte stijging van de perinatale sterfte naar 6.3 per duizend. Dit is bijna volledig te wijten aan een stijging in de foetale sterfte en dus mogelijks aan een betere registratie van (late) zwangerschapsafbrekingen om medische redenen. De vroeg-neonatale sterfte (1.2 per duizend) blijft zeer laag.

3. Oude moeders en steeds minder tienerzwangerschappen

Vlaamse moeders krijgen hun kinderen (te) laat. De leeftijd waarop Vlaamse moeders hun eerste kind krijgen stijgt jaar na jaar. In 2017 was de gemiddelde leeftijd waarop een moeder haar eerste kind kreeg 29.0 jaar terwijl dat in 1987 nog 25.7 jaar was. Ook het aantal 40-plussers is hoog en blijft stijgen: 1 vrouw op 34 (2.9%) is 40 jaar of ouder op het moment van de bevalling. In 1991 was dit 0.8%. Meer dan één vrouw op 6 (17.4%) is 35 of meer op het moment van de bevalling.

In Vlaanderen is het aantal tienerzwangerschappen zeer laag en vertoont weer een daling ten opzichte van de vorige jaren. Slechts één vrouw op 85 (N=742) is jonger dan 20 jaar bij de bevalling. Eén op 351 vrouwen (N=179) is jonger dan 18 jaar.

Lage moedersterfte

In 2017 werden 4 gevallen van maternale sterfte geregistreerd. Ondanks de mogelijke onderrapportering is dit zeer lage cijfer (+/-1/20.000) het bewijs van een goede opvolging van de moeders tijdens de zwangerschap en de bevalling. Een meer systematische registratie is vereist om een goed idee te krijgen van de oorzaken en mogelijke preventiemaatregelen.

4. Dalend aantal thuisbevallingen

Ondanks de mogelijks onvolledige registratie blijft het aantal thuisbevallingen in Vlaanderen zeer laag en vertoont een dalende trend (N=399/62772 = 0.63%). Het is belangrijk dat registratie in de toekomst ook de maternale en neonatale uitkomsten op een volledige en systematische manier kan verzamelen in deze groep

5. Veel medisch begeleide bevruchting

Het aandeel van de kinderen dat verwekt werd door medisch geassisteerde bevruchting was nog nooit zo hoog (7.5 %). Een vrouw op 13 wordt dus op een niet-natuurlijke manier zwanger. In 2007 was dat nog 1 op 20 en in 1997 was dat 1 op 29.

6. Dalend aantal tweelingen - Minder meerlingen na IVF/ICSI

Voor het tweede jaar op rij is en een daling in het aantal tweelingen. In 2017 bedroeg het aantal tweelingen 1.66%. Bij medisch begeleide bevruchting is er 7.2% kans op een meerling. 32% van de meerlingen zijn het gevolg van medisch begeleide fertiliteitstechnieken. Dit is een lichte daling ten opzichte van vorig jaar.

Het aantal drielingen (19) lag in 2017 wel hoger dan de voorbije 10 jaren. Zowat twee derde (62.8%) van de meerlingen wordt prematuur (voor 37 weken) geboren.

7. Sectiopercentage stijgt niet verder

Het sectiopercentage in 2017 is identiek aan dat van 2016 (20.9%). De spreiding in sectiopercentage tussen de Vlaamse ziekenhuizen blijft opvallend groot: 13.4% tot 30.5% en weerspiegelt zeker ook een verschil in praktijk. Zo zullen bijvoorbeeld veel van de vrouwen bij een volgende zwangerschap onnodig weer een keizersnede krijgen. Slechts 30% van de patiënten met een littekenuterus bevalt vaginaal. Wanneer ze de kans krijgen om in arbeid te gaan (“trial of labour”) bevalt 67.8% vaginaal.

8. Minder knippen - meer inleiden

Het percentage episiotomie daalt jaar na jaar. In 2001 beviel 68.2% met een knip. In 2016 is dat nog maar 42.3%. Dit weerspiegelt een meer vrouwvriendelijke aanpak door de gynaecoloog bij de bevalling.

Opvallend was wel het aantal inleidingen: het percentage inleidingen (24.6%) ligt hoog en hoger dan de voorbije jaren. Ook daar is de spreiding tussen de verschillende centra enorm (11.5 tot 40.8%).

9. Minder baby’s opgenomen na de geboorte

In 2017 werden 15.2% van de baby’s na de bevalling opgenomen op de kinderafdeling. Dit percentage vertoont een dalende trend sinds 2008 (17.0%). Minder kinderen worden van hun moeder gescheiden na de bevalling. Bij voldragen zwangerschappen (>37w) wordt nog te vaak een routinematige opname van het kind na keizersnede uitgevoerd.

Meer info

VZW Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE) is een wetenschappelijke vereniging van gynaecologen, pediaters en vroedvrouwen. Het SPE wordt door Zorg en Gezondheid gesubsidieerd om de medische gegevens rond geboorte en bevalling in de Vlaamse materniteiten te registreren. Deze informatie vult het medische luik van de registratie via geboortecertificaten aan.

Wetenschappelijk onderzoek op basis van deze geboorteregistraties

Het SPE geeft aan de aangesloten gynaecologen, pediaters en vroedvrouwen de kans om wat ze in de praktijk ervaren via wetenschappelijke analyse van de geregistreerde obstetrische en neonatologische handelingen te toetsen aan de realiteit in alle Vlaamse ziekenhuizen. Dit resulteert dan vaak in publicaties in internationale wetenschappelijke tijdschriften. Zo verschenen er de afgelopen jaren studies op basis van SPE-data met volgende conclusies:

  • Uit een doctoraatsonderzoek naar risico’s van zwaarlijvigheid voor, tijdens en na een zwangerschap op moeder en kind en hoe de kraam- en medische zorg hierop moet inspelen, bleek dat men zich niet enkel moet richten op de medische oorzaken en gevolgen maar ook op de psychosociale context.
    Bogaerts A. (2014) Obesity and pregnancy, an epidemiological and intervention study from a psychosocial perspective (PhD summary). Facts, Views & Vision in Obstetrics & Gynaecology, 6(2): 81-95
    Open access: http://www.fvvo.be/archive/volume-6/number-2/facts/obesity-and-pregnancy-an-epidemiological-and-intervention-study-from-a-psychosocial-perspective/
  • Vrouwen die hun zwangerschapskilo’s niet kwijt raken hebben bij een volgende zwangerschap een verhoogd risico op perinatale complicaties, zelfs al hebben ze een normaal gewicht of zelfs ondergewicht. ‘Terug op gewicht komen’ tussen zwangerschappen lijkt belangrijk voor het verminderen van ongunstige perinatale uitkomsten in een tweede zwangerschap.
    Bogaerts A., Van den Bergh B. R. H., Ameye L., Witters I., Martens E., Timmerman D., Devlieger R. (2013) Interpregnancy Weight Change and Risk for Adverse Perinatal Outcome. Obstetrics & Gynecology, 122(5): 999-1009 DOI: 10.1097/AOG.0b013e3182a7f63e
  • Oorzaken van stuitligging bij geboorte zijn lage zwangerschapsduur, laag geboortegewicht, oudere moeders, baarmoeder met littekenweefsel, een baby-meisje, een baby met een aangeboren afwijking, en lage pariteit.
    Cammu, H., Dony, N., Martens, G. and Colman, R. (2014) Common determinants of breech presentation at birth in singletons: a population-based study. European Journal of Obstetrics & Gynecology and Reproductive Biology, 177: 106-109 DOI: 10.1016/j.ejogrb.2014.04.008
  • De opleidingsgraad van de moeder heeft invloed op de bevallingswijze en op post-neonatale sterfte, maar niet op neonatale sterfte.
    Cammu, H., Martens, G. and Keirse, M. J. N. C. (2011), Mothers’ Level of Education and Childbirth Interventions: A Population-based Study in Flanders, Northern Belgium. Birth, 38: 191–199. DOI: 10.1111/j.1523-536X.2011.00476.x
    Cammu H., Martens G., Van Maele G., Amy J. (2010) The higher the educational level of the first-time mother, the lower the fetal and post-neonatal but not the neonatal mortality in Belgium (Flanders). European Journal of Obstetrics & Gynecology and Reproductive Biology, 148: 13-16 DOI: 10.1016/j.ejogrb.2009.08.016
  • Kunstmatig ontstane zwangerschappen leiden vaker tot een bevalling via een keizersnede op vraag van de moeder.
    Gillet E., Martens E., Martens G., Cammu H. (2011) Prelabour Caesarean Section following IVF/ICSI in Older-Term Nulliparous Women: Too Precious to Push? Journal of Pregnancy Volume 2011, Article ID 362518, 5 pages. DOI: 10.1155/2011/362518
  • Er is geen verschil in risico op foeto-infantiele sterfte tussen Belgische moeders en immigrantenmoeders wanneer je ook rekening houdt met pariteit, leeftijd en opleidingsgraad van de moeder.
    Gillet E., Saerens B., Martens G., Cammu H. (2014) Fetal and infant health outcomes among immigrant mothers in Flanders, Belgium. International Journal of Gynecology & Obstetrics, Volume 124, Issue 2, February 2014, Pages 128-133. DOI: 10.1016/j.ijgo.2013.07.031