Belangrijkste doodsoorzaak per leeftijd

Tot de leeftijd van 39 jaar sterven mannen en vrouwen in grote lijnen door gelijkaardige oorzaken:

  • Aandoeningen met oorsprong in de perinatale periode,
  • ongevallen en
  • zelfdoding.  

Zelfdodingen komen bij jonge mannen meer voor dan bij jonge vrouwen. 

Vanaf 40 jaar beginnen de doodsoorzaken te verschillen per geslacht 

Vrouwen sterven

  • tussen 40 en 59 jaar in de eerste plaats door borstkanker,
  • tussen 60 en 74 jaar door longkanker, 
  • tussen 75 en 84 jaar in de eerste plaats door cerebrovasculaire aandoeningen. 

Mannen sterven

  • tussen 40 en 54 jaar in de eerste plaats door zelfdoding,  
  • tussen 55 en 79 jaar door longkanker, 
  • Tot 2018: tussen 80 en 85 jaar in de eerste plaats door ischemische hartziekten, maar in 2019 werden ook bij mannen cerebrovasculaire aandoeningen de meeste voorkomende oorzaak. 

In 2019 zijn hartdecompensatie en onduidelijke hartproblemen de meest voorkomende doodsoorzaak bij mannen van 85 jaar en bij vrouwen van 80 jaar en ouder. 

Bekijk ook:

Welke overlijdens worden meegeteld?

De sterftecertificaten opgemaakt in Vlaamse (en Brusselse) gemeenten vormen de basis van al onze analyses over sterfte en doodsoorzaken. Bij elk overlijden moet een arts de dood vaststellen, en op een overlijdenscertificaat invullen wat de oorzaak was van het overlijden. Daarbij kunnen verschillende aandoeningen of trauma's worden ingevuld. Alle doodsoorzaken worden dan volgens internationale regels (deels automatisch) omgezet in codes. In de figuren en tabellen op deze site wordt enkel de onderliggende (eigenlijke, oorspronkelijke) doodsoorzaak geanalyseerd, tenzij anders vermeld. Die onderliggende doodsoorzaken worden opgedeeld in 2 grote groepen: natuurlijke doodsoorzaken (ziekten) en uitwendige doodsoorzaken (ongevallen, suïcide, homicide).

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden heeft plaats gevonden, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.

Gebruikt u deze cijfers voor verder onderzoek en analyse, zorg dan dat u correct refereert naar onze gegevens.