Andere oorzaken vermeld bij zelfdoding (2016)

In 2016 werden voor 42% van de suïcideoverlijdens nog andere aandoeningen ingevuld dan wat werd beschouwd als onderliggend. Onderstaande tabellen zijn enkel illustratief. Meestal ging het om een depressie: bij ruim 1 op de 7 suïcides (14%) werd dit vermeld op het certificaat.

Overzicht niet-onderliggende oorzaken vermeld bij suïcide, Vlaams Gewest, 2016
  Aantal suïcides % van alle suïcides
Geen andere dan onderliggende doodsoorzaak opgegeven 617 58,5%
1 of meerdere niet-onderliggende oorzaken opgegeven 438 41,5%
Totaal aantal suïcides 1.055 100%

Bron: sterftecertificaten alle overlijdens, Vlaams Gewest, 2016

Niet-onderliggende oorzaken vermeld bij suïcide, Vlaams Gewest, 2016
Doodsoorzaak/probleem (ICD10-code) N %
Nieuwvormingen

(C00-D48)

12 1,1%
Dementie, ziekte van Parkinson, ziekte van Alzheimer

(F00-F03; G20, G30)

4 0,4%
Middelenmisbruik (drugs, alcohol ...)

(F10-F19)

23 2,2%
Depressie

(F31-F33, F41.2, F92.0)

149 14,1%
Andere psychische aandoeningen

(Overige F)

27 2,6%
Andere neurologische aandoeningen

(Overige G)

22 2,1%
Ander lichamelijke aandoeningen

(Overige codes A-Q)

154 14,6%
Slecht gedefinieerde condities

(R00-R99)

133 12,6%
Lichamelijke letsels (brandwonden inbegrepen)

(S00-T35, T55-T59, T66-T99)

102 9,7%
Poly-intoxicatie

(T36-T54, T60-T65)

34 3,2%
Tweede methode

(X60-X84)

51 4,8%
Overige uitwendige oorzaken

(V00-X59; X85-Y39)

3 0,3%
Problemen in socio-economische en psychosociale omgeving

(Z55-Z65)

12 1,1%
Contact met hulpdiensten gekend (hulpvraag)

(Z70-Z76.8)

3 0,3%
Andere gerelateerde factoren en contacten met hulpdiensten

(Z00-Z54, Z80-Z99)

22 2,1%
Sterfgevallen met niet-onderliggende oorzaken 438 41,5%

Bron: sterftecertificaten alle overlijdens, Vlaams Gewest, 2016

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden heeft plaats gevonden, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.