Advies omtrent onderzoek naar PAK’s in rubbergranulaat op kunstgrasvelden

  • 10 maart 2017

Advies omtrent onderzoek naar PAK’s in rubbergranulaat op kunstgrasvelden in opdracht van Het Belang van Limburg.

Context

In een aantal gemeenten (waaronder Riemst en Houthalen-Helchteren) werd onderzoek gevoerd naar toxische stoffen in rubbergranulaat gebruikt op kunstgrasvelden. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van Het Belang Van Limburg. De staalname en analyse gebeurden door het Instituut voor Materiaalonderzoek, Toegepaste en Analytische Chemie van de UHasselt (Prof. R. Carleer). Het labo voor Toxicologie en Farmacologie van de KULeuven (Prof. J. Tytgat) werd gevraagd om de resultaten te interpreteren.

Volgende stoffen werden geanalyseerd[1]:

Polycylische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK)

Benzothiazolen

Naftaleen

Acenaphtyleen  

Acenaphteen     

Fluoreen             

Phenanthreen   

Anthraceen        

Fluorantheen    

Pyreen 

Benzanthraceen

benzothiazool   

2-benzothiazolon            

2-mercaptobenzothiazool           

2-(methylmercapto)benzothiazool          

2-(phenyl)benzothiazool

Voor PAK werden de bekomen waarden (mg/kg rubbergranulaat) opgeteld voor acenaftyleen, acenaftheen, fluoreen, fenanthreen, anthraceen, fluorantheen en pyreen. Er wordt gesuggereerd deze som te vergelijken met ‘drie categorieën van EU normen voor consumentenproducten’. De werkelijke vergelijking werd niet gemaakt in het door het agentschap Zorg en Gezondheid (AZG) ontvangen document. Voor de benzothiazolen werd een interpretatie voorzien zonder toetsingswaarde.

De resultaten werden voor beide groepen van stoffen overgemaakt aan de betrokken gemeentebesturen. Het Belang van Limburg wil deze resultaten gebruiken in een artikel voorzien in de weekendeditie (11 maart 2017). Er wordt gevraagd om eventuele beslissingen i.v.m. het respectievelijke kunstgrasveld mee te delen aan de betrokken krant.

De gemeentebesturen vragen ondersteuning bij de kadering en interpretatie van de resultaten en hoe ze hier mee moeten omgaan.

Advies

De adviezen die Zorg en Gezondheid (AZG) nu geeft, zijn gebaseerd op de huidige wetenschappelijke kennis, beschreven in dit rapport. Op basis van deze kennis heeft het AZG geen aanwijzingen dat sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat noodzakelijkerwijs tot risico’s leiden voor de gezondheid. M.a.w. het risico wordt thans ingeschat als verwaarloosbaar tot zeer klein, gegeven dat de adviezen worden opgevolgd door gebruiker, leverancier en uitbater. In die omstandigheden vormt het geen gezondheidsprobleem voor de sporters om de velden gewoon te gebruiken.
Het AZG is het ermee eens dat er breed nagedacht wordt over alternatieven voor rubbergranulaat. Maar dringt erop aan bij alternatieven ook te kijken naar mogelijke gezondheidsrisico’s.

Het AZG volgt de internationale studies en de evolutie omtrent de Europese normering verder op. De grote discrepantie tussen de mengselnorm en de productnormering is wel frappant. Een herevaluatie van de normen is wenselijk, cf. ECHA 27/02/2017.
Lichaamsbeweging is belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Daarom adviseert het AZG om vooral te blijven bewegen, en sport is daar een vorm van. Het AZG begrijpt dat sommige ouders zich toch zorgen blijven maken, ondanks de uitkomsten uit het ECHA-onderzoek. Normaal hygiënisch gedrag zorgt er voor dat contact met de rubberkorrels zo klein mogelijk is. Het AZG benadrukt dat dit gedrag altijd gewenst is na sporten, op welke ondergrond dan ook.

  • Neem een douche na het sporten, en trek daarna schone kleren aan;
  • Klop sportschoenen en –kleding buiten uit;
  • Maak open wonden of schaafwonden goed schoon en dek ze af vóór het spelen op het veld;
  • Zorg ervoor dat de korrels niet in de mond komen: dus let op je kinderen en sluit bidons op het veld af na gebruik.

    Dit advies volgt het inzicht van het ECHA en de GGD. Een verdere toelichting kan u hier volgend terugvinden.

    Verder kan het AZG nog enkele belangrijke Q&A-lijsten meegeven die enerzijds meer duiding brengen, maar anderzijds ook helpen eenvoudige vragen te beantwoorden:

Evaluatie

1. Normering

De basis van de discussie rond de milieugezondheidskundige impact van blootstelling aan rubbergranulaat gebruikt op sportterreinen ligt in de keuze van de te hanteren normen. Er zijn twee invalshoeken mogelijk:

  1. Rubbergranulaat wordt gezien als een industrieel mengsel
  2. Rubbergranulaat wordt gezien als een consumentenproduct

Kunstgrasvelden gesubsidieerd door de Vlaamse overheid moeten tevens voldoen aan de VLAREMA en aan de DIN 18035-7 norm voor zware metalen. Deze voldoen ook aan de REACH-verordening.

Daarnaast zijn nog allerhande normen en certificeringen die in aanmerking kunnen komen als toetsingswaarden, bijvoorbeeld het Duitse GS-certificaat. Een TÜV Rheinland GS S1 certificaat kan als het 'meest gewilde' certificaat worden beschouwd, omdat het de volledige naleving van GPSG (de Duitse wet van de materiaalveiligheid) voor Duitsland aantoont.

A.1. norm industrieel mengsel:

Het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA) hanteert de norm voor mengsels. Dit staat te lezen op pagina 8 van hun laatste rapport (Rubber Granulates Evaluation - Ver 1.01 van 28/02/2017). Dit werd besloten door de lidstaten op de ‘Meeting of Competent Authorities for REACH and CLP’ (gecommuniceerd op de vergadering CARACAL-21, op 29 juni – 1 juli 2016). Door deze beslissing worden volgende normen gehanteerd:

benzo[a]pyrene: 100 mg/kg
dibenz[a,h]anthracene : 100 mg/kg
6 andere carcinogene PAKs[2] : 1 000 mg/kg

Deze normstelling volgt entry 28-30 Annex XVII van REACH.

A.2. norm consumentenproduct:

In de ECHA beoordeling van 28/07/2017 wordt voor PAK’s in gerecycleerd rubber voor gebruik in goederen verwezen naar de concentratielimiet van 0.0001% of 1 mg/kg voor benzo[a]pyrene en 10 mg/kg voor de som van de 8 EU-PAK’s (carinogenen). Dit wordt ingegeven door entry 50 van Annex XVII van de REACH-verordening. Hierbij komt dat bepaalde oliën gebruikt in EU-banden sinds 2010 beperkingen hebben inzake PAK-concentraties. Deze normstelling ligt een stuk onder deze beschreven onder paragraaf A.1 van dit advies.

In deze verordering worden volgende PAK’s meegenomen voor het aftoetsen van de normen: benzo[a]pyreen (BaP), benzo[e]pyreen (BeP), benzo[a]antraceen (BaA), chryseen (CHR), benzo[b]fluorantheen (BbFA), benzo[j]fluorantheen (BjFA), benzo[k]fluorantheen (BkFA), dibenzo[a,h]antraceen (DBahA)

5. Voorwerpen mogen niet voor levering aan het grote publiek in de handel worden gebracht wanneer rubber of kunststof onderdelen ervan die bij normale of redelijkerwijs te verwachten gebruiksomstandigheden direct, langdurig of herhaald kortdurend in contact komen met de menselijke huid of de mondholte meer dan 1 mg/kg (0,0001 gewichtsprocenten van dat onderdeel) van een of meer van de in de lijst opgenomen PAK’s bevatten.

Dergelijke voorwerpen zijn onder meer:

  • sportuitrusting zoals fietsen, golfclubs, rackets,
  • huishoudartikelen, trolleys, looprekken,
  • instrumenten voor huishoudelijk gebruik,
  • kleding, schoeisel, handschoenen, sportkledij,
  • horlogebandjes, polsbandjes, maskers, hoofdbanden.

6. Speelgoed, waaronder speeltoestellen, en kinderverzorgingsartikelen mogen niet in de handel worden gebracht wanneer rubber of kunststof onderdelen ervan die bij normale of redelijkerwijs te verwachten gebruiksomstandigheden direct, langdurig of herhaald kortdurend in contact komen met de menselijke huid of de mondholte meer dan 0,5 mg/kg (0,00005 gewichtsprocenten van dat onderdeel) van een of meer van de in de lijst opgenomen PAK’s bevatten.

7. Bij wijze van afwijking zijn de punten 5 en 6 niet van toepassing op voorwerpen die vóór 27 december 2015 voor het eerst in de handel zijn gebracht.

8. Uiterlijk 27 december 2017 beziet de Commissie de grenswaarden in de punten 5 en 6 opnieuw in het licht van nieuwe wetenschappelijke informatie, waaronder informatie over de migratie van PAK’s van de in dat punt vermelde voorwerpen, en de beschikbaarheid van alternatieve grondstoffen en wijzigt zij die punten in voorkomend geval dienovereenkomstig.

A.3. GS-certificaat (toetsing die gebruikt worden in het onderzoek van Het Belang van Limburg)

Deze normering, betreffende het gekende ‘Geprüfte Sicherheit’ certificaat is een revisie van de PAK-vereisten binnen het GS-certificaat. Deze zijn van kracht sinds 01/07/2015. Deze productcertificatie omvat een nieuwe product-klassificatie voor PAK-samenstelling, verdergaand van op de REACH Annex XVII verordening (inclusief de entry 50 on REACH XVII) en de EU-directive voor speelgoed 2009/48/EC.

A.4. Conclusie

Bij het interpreteren van resultaten is het dus belangrijk om te kijken aan welke norm getoetst moet worden.

Het grote verschil tussen de normen voor PAK’s in enerzijds mengsels en anderzijds consumentenproducten, leidt in de praktijk tot de situatie dat de norm voor PAK’s voor rubberen valdempingstegels (waar de norm voor consumentenproducten op van toepassing is) 100 à 1.000 maal strenger is dan de norm voor rubbergranulaat. Wanneer we het gebruik van rubberen tegels op speelplaatsen vergelijken met het sporten op velden ingestrooid met rubbergranulaat, dan is dit grote verschil tussen deze normen niet goed te rechtvaardigen. In Europa is momenteel discussie of er specifiek voor rubbergranulaat strengere normen ten aanzien van met name kankerverwekkende PAK’s gewenst zijn . Zoals eerder vermeld, voert het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA) een onderzoek uit dat onder andere moet uitwijzen of er vanuit gezondheidsperspectief inderdaad strengere, specifieke normen voor rubbergranulaat nodig zijn. De meest recente update van dit onderzoek ziet geen reden om het sporten op synthetische velden ingestrooid met gerecycleerd rubbergranulaat te verbieden. Men gaat hier uit van PAK-concentraties die, zoals de beschreven praktijkmetingen aangaven, een stuk onder de normstelling beschreven onder A.1 van dit advies lagen. ECHA koppelt een blootstelling aan 20 mg/kg voor de som van de 8 respectievelijke carinogene EU-PAK’s aan een extra carcinogeen risico van 1*10-6 bij levenslange blootstelling. Het agentschap Zorg en Gezondheid beoordeelt dit getal als gezondheidskundig verwaarloosbaar.

Op Europees vlak lijkt er consensus om het rubbergranulaat te evalueren op basis van de mengselnorm, waarbij het ECHA, maar ook het RIVM aanbevelen om deze norm te herbekijken.

Toxicologen adviseren om uit het voorzorgsprincipe te kiezen voor de strengere consumentennorm.

We verwijzen ook naar het standpunt van het RIVM dat moet bekeken worden of de voor rubbergranulaat de mengselnorm niet moet worden verlaagd. De discrepantie voor andere materialen is erg groot. De gehanteerde praktijksituatie in de ECHA-beoordeling geeft hierin richting. In deze zal de EPA-beoordeling, verwacht tegen eind 2017, een belangrijke reviewmogelijkheid geven voor het ECHA-standpunt.

Uit voorzorg, gegeven de gemaakte veronderstellingen en gedefinieerde onzekerheden in de inschatting, beveelt de ECHA enkele maatregelen aan waarmee rekening dient gehouden te worden bij het sporten op kunstvelden.

  • test de rubbersamenstelling op PAK’s,
  • communiceer over de risico’s,
  • ventileer indoor,
  • hanteer basishygiënemaatregelen voor het sporten op dergelijke velden

Beoordeling van de onderzoeksresultaten ‘HBVL’

Hoe moeten we de onderzoeksresultaten van Het Belang van Limburg interpreteren?

B.1. PAK’s

Voor de PAK’s is het vergelijken met de Europese normen uit de REACH-verordening (zowel mengselnorm als norm voor consumentenproduct) niet mogelijk, omdat de gemeten PAK’s niet overeenkomen met deze die gebruikt worden in de normering.

De resultaten van de PAK’s kunnen deels wel vergeleken worden met de Duitse GS-certificatie voor PAK’s. Maar ook hier krijgen we maar een gedeeltelijk beeld. In de GS-certificatie worden ook nog andere PAK’s bekeken, waarbij onder andere benzo(a)pyreen, de meest carcinogene PAK. Maar ook bij deze ‘normering’ kan gediscussieerd worden over welke waarde het best genomen wordt. Dit hangt bijvoorbeeld af van de blootstellingsduur.

Voortgaand op bovenstaande argumenten is het bijgevolg op dit moment niet mogelijk om de resultaten te beoordelen en hierop maatregelen aan te bevelen.

C.2. Benzothiazolen

We vergelijken de resultaten met de RIVM-studie uit 2016 waarbij ook benzothiazolen werden geanalyseerd. De resultaten van bv. Houthalen-Helchteren liggen beduidend lager dan deze gemeten in Nederland. De beoordeling van de risico’s voor 2-mercaptobenzothiazol geeft aan dat de blootstelling zodanig laag is dat geen risico verwacht mag worden (RIVM, 2016). 

 

[1]Er werden 2 soorten van staalnames en –bemonsteringen gedaan: 1) solvent-extractie en 2) headspace (= vluchtige stoffen als dusdanig in de dampfase). Hierna werd een gaschromatografische scheiding met massa-selectieve detectie uitgevoerd. De 2e aanpak is vooral interessant om na te gaan welke vluchtige stoffen bijv. bij warm weer (extra) vrijkomen.

 .

[2] Benzo[e]pyrene, chrysene, benzo[b]fluoranthene, benzo[a]anthracene, benzo[j]fluoranthene, benzo[k]fluoranthene.