Aantal “huisartsarme” gemeentes stabiliseert voor het eerst

  • 13 september 2018

Elk jaar berekent Zorg en Gezondheid welke gemeentes in Vlaanderen een “prioritaire zone” zijn voor de vestiging van huisartsen. Het zijn gemeentes waar er minder dan 90 huisartsen per 100.000 inwoners zijn (of minder dan 125 in dunbevolktere gemeentes). Huisartsen die zich in zo’n prioritaire of huisartsarme gemeente vestigen, kunnen daarvoor een aanmoedigingspremie van 20.000 euro krijgen. Voor de meest recente periode van juni 2018 tot eind 2019 telt Vlaanderen 195 dergelijke gemeentes (Antwerpen en Gent niet meegeteld). Vorig jaar waren er dat nog 199. Het is voor het eerst dat het aantal prioritaire gemeentes niet stijgt.

“Dat het aantal huisartsarme gemeentes afneemt, is bemoedigend,” aldus Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. We zien ook jaar na jaar een toename van het aantal huisartsen en huisartsen in opleiding. We zijn op de goede weg om het aanmoedigingssysteem verder te verfijnen en de spreiding van de huisartsen meer aan de norm te doen beantwoorden.”

Joris Moonens, woordvoerder van Zorg en Gezondheid, voegt daaraan toe: “Momenteel werken we aan betere criteria om te bepalen wat een huisartsarme zone is.”

195 huisartsarme gemeentes

Om te berekenen welke gemeentes een prioritaire zone zijn, kijkt Zorg en Gezondheid hoeveel actieve huisartsen er zijn per 100.000 inwoners. Dat aantal actieve huisartsen zijn telkens gegevens van twee jaar eerder (voor de berekening van 2018-2019 kijken we dus naar het aantal actieve huisartsen in 2016, met aanvullingen vanuit de huisartsenkringen). Een berekening gebeurt altijd voor een periode van anderhalf jaar. De meest recente berekening is voor de periode juni 2018 tot eind 2019. Voor de grootsteden Antwerpen en Gent gebeurt de berekening niet op gemeenteniveau, maar op het niveau van wijken en deelgemeentes.

Het aantal gemeentes (excl. deelgemeenten en wijken van Antwerpen en Gent) dat een prioritaire zone is:

  • 2015-2016: 180 gemeentes
  • 2016-2017: 185 gemeentes
  • 2017-2018: 199 gemeentes (nieuwe telling 2018!)
  • 2018-2019: 195 gemeentes

Bij die meest recente berekening van 2018-2019 zijn er 30 gemeentes prioritaire zone geworden die het daarvoor niet waren, en 34 gemeentes die niet langer prioritaire zone zijn.

Huisartsen die zich in zo’n prioritaire zone vestigen, kunnen een aanmoedigingspremie aanvragen van 20.000 euro. In 2017 kregen 205 artsen zo’n premie. Dat is een sterke stijging ten opzichte van de vorige jaren: 159 vestigingspremies in 2016, 99 in 2015.

Gedurende die periode is het aantal huisartsen in Vlaanderen ook gestaag gestegen. In 2015 waren er 8.610 actieve huisartsen en 547 huisartsen in opleiding, in 2017 waren er dat 8.982 en 661 in opleiding.

Betere ondersteuning voor huisartsen

De vestigingspremie is niet de enige financiële ondersteuning in het zogeheten “impuls- of ondersteuningsfonds” voor huisartsen. Huisartsen kunnen ook een renteloze lening krijgen voor de eerste opstart van hun praktijk, een tegemoetkoming voor een onthaal- of administratief bediende of tele-secretariaat. De middelen voor die premies werden in 2018 nog verhoogd met 3,4 miljoen euro, zodat alle aanvragen ingewilligd kunnen worden.

Een werkgroep van experten werkt momenteel aan een herziening en verbetering van die ondersteuningsvormen. Het huidige criterium voor een prioritaire zone is immers te ruw. En uit eerdere evaluatie bleek ook dat de vestigingspremie op zich onvoldoende doorslaggevend is om een huisarts te laten kiezen voor een prioritaire zone.    

Joris Moonens: “Tegen eind volgend jaar hopen we betere criteria te hebben om te bepalen waar er echte huisartsentekorten zijn. Wij zullen daarbij onder andere kijken naar de reële zorgbehoefte in een regio en naar hoe de huisartsen er georganiseerd zijn. We verwachten dan ook een voorstel van hoe we de vestigingspremie met meer effect kunnen inzetten en hoe we de huidige ondersteuning kunnen uitbreiden, bijvoorbeeld naar praktijkassistenten en andere praktijkondersteuning. Dat alles past in een bredere hervorming van de eerste lijn, waardoor huisartsen en andere zorgaanbieders in de eerste lijn beter gaan samenwerken.”