Aandachtsgebieden en humane biomonitoring

Enkele regio’s in Vlaanderen kampen met verhoogde concentraties aan milieuvervuilende stoffen, de zogenaamde aandachtsgebieden. Meestal gaat het om zware metalen zoals cadmium, lood, kwik en nikkel die in het verleden in het milieu zijn terecht gekomen door industrie. De uitstoot van zware metalen is verminderd, maar preventieve maatregelen blijven belangrijk zodat de inwoners zo weinig mogelijk aan die zware metalen worden blootgesteld.

Gezondheidskundige advieswaarden (GAW) voor gebruik in MER

 

Dit is een overzichtstabel van gezondheidskundige advieswaarden voor 20 parameters voor inhalatoire blootstelling in buitenlucht, voor gebruik in MER. Deze waarden werden geselecteerd in het kader van Milieueffectenrapportage (MER) en kunnen uiteraard ook gebruikt worden voor andere gezondheidskundige risico-inschattingen.

Voor het afleiden van GAW MER's werden diepte-analyses uitgevoerd zoals beschreven in het ' Protocol for the selection of Health-based reference values (RV)'. Het betreft een selectie uit bestaande toetsingswaarden uit de internationale literatuur.

Voor elke parameter is er een fiche opgemaakt die de selectie voor de gekozen GAW verduidelijkt. De fiche is gelinkt aan de naam van de parameter in de tabel. 

Bij de selectie van de GAW MER worden louter gezondheidskundige aspecten in rekening gebracht, beleidsmatige afwegingen (haalbaarheid) werden niet in overweging genomen.
 

Parameter Achtergronddocument GAW MER GAW gebasseerd op Carcinogene stof? Bron Blootstellingsduur waarop waarde van toepassing is
Arseen pdf bestandGAW_arseen (307 kB) Astotaal: 1ng/m3 Carcinogeen effect x Nederlandse Gezondheidsraad (DECOS, 2012) Chronisch
Asbest pdf bestandGAW_asbest (409 kB)

Chrysotiel: 28 vezels/m3

Amfibolen: 3 vezels/m3

Gemengd: formules ≤1

Carcinogeen effect x Nederlandse Gezondheidsraad (2010) Chronisch
Benzeen pdf bestandGAW_benzeen (271 kB) 0,038 µg/m3 Carcinogeen effect x Anses (2014) Chronisch
Cadmium pdf bestandGAW_cadmium (275 kB) 0,6 ng/m3 Carcinogeen effect x US-EPA (1987) Chronisch
Chroom pdf bestandGAW_chroom (348 kB)

Crtotaal: 0,092 ng/m3

Cr(VI): 0,025 ng/m3

Carcinogeen effect x

Health Canada (1996)

WHO (2000a)

Chronisch
Formaldehyde pdf bestandGAW_formaldehyde (229 kB) 100 µg/m3 Niet-carcinogeen effect* x WHO (2010) Chronisch
Koolstofmonoxide pdf bestandGAW_koolmonoxide (236 kB) 7 mg/m3 Niet-carcinogeen effect   WHO (2010) 24 uur
Lood pdf bestandGAW_lood (245 kB) 0,15 µg/m3 Niet-carcinogeen effect* x US (2016) Chronisch
Mangaan pdf bestandGAW_mangaan (248 kB) 0,3 µg/m3 Niet-carcinogeen effect   ATSDR (2012) Chronisch
Nikkel pdf bestandGAW_nikkel (355 kB)

Ni en Ni verbindingen: 3,9 ng Ni/m3

Ni subsulfide: 2,1 ng Ni/m3

Carcinogeen effect x

OEHHA (2011)

US EPA (1987)

Chronisch
PAK's (BaP als indicator) pdf bestandGAW_PAKs-BaP (285 kB) 0,012 ng BaP/m3 Carcinogeen effect x WHO (2000b) Chronisch
PM10 pdf bestandGAW_PM 10 (232 kB) 20 µg/m3 Niet-carcinogeen effect x WHO (2005) Chronisch
PM2,5 pdf bestandGAW_PM 2.5 (212 kB) 10 µg/m³ Niet-carcinogeen effect x WHO (2005) Chronisch
Stikstofdioxide pdf bestandGAW_stikstofdioxide (276 kB) 20 µg/m³ Niet-carcinogeen effect   ANSES (2013) Chronisch
Styreen pdf bestandGAW_styreen (261 kB) 260 µg/m³ Niet-carcinogeen effect* x WHO (2000a) Chronisch
Tolueen pdf bestandGAW_tolueen (272 kB) 5000 µg/m³ Niet-carcinogeen effect   US EPA (2005) Chronisch
TVOS   Geen GAW want deze groepsparameter kan een divers gamma aan componenten bevatten - - - Chronisch
Waterstofsulfide pdf bestandGAW_waterstofsulfide (229 kB) 2 µg/m³ Niet-carcinogeen effect   US EPA (2003) Chronisch
Xyleen pdf bestandGAW_xyleen (238 kB) 217 µg/m³ Niet-carcinogeen effect   ATSDR (2007) Chronisch
Zwaveldioxide pdf bestandGAW_zwaveldioxide (224 kB) 125 µg/m³ Niet-carcinogeen effect   WHO (2000a) 24 uur

*GAW is afgeleid op basis van niet-carcinogeen effect, maar is wel beschermend voor het carcinogeen effect

Humane biomonitoring

In 2002 startte het Vlaams Humaan Biomonitoringsprogramma. Dat surveillanceprogramma verzamelt gegevens over de aanwezigheid van vervuilende stoffen in de mens en de gezondheidseffecten van blootstelling.

Periode Doelgroep Onderzoeksgebied
2002-2006
  • Moeders/ pasgeborenen
  • Jongeren van 14-15 jaar
  • Volwassenen van 50-65 jaar
  1. Stad Antwerpen
  2. Stad Gent
  3. De fruitstreek
  4. Landelijk gebied
  5. Haven van Antwerpen
  6. Haven van Gent
  7. Industriegebied met petrochemie
  8. Industriegebied met metaalvervuiling 
  9. Omgeving huisvuilverbrandingsovens
2007-2011
  • Moeders/ pasgeborenen
  • Jongeren van 14-15 jaar
  • Volwassenen van 50-65 jaar
  1. Genk-Zuid
  2. Menen
2012-2015
  • Moeders/ pasgeborenen
  • Jongeren van 14-15 jaar
  • Volwassenen van 50-65 jaar
  1. Genk-Zuid
  2. Menen

De resultaten van deze onderzoeken vindt u bij het Steunpunt Milieu en Gezondheid.

Om de grote hoeveelheid resultaten te verwerken, interpreteren en vertalen naar concrete beleidsacties, is het faseplan opgesteld. Externe wetenschappelijke en beleidsexperten en een maatschappelijke jury beoordelen de resultaten onder coördinatie van de Vlaamse milieu- en gezondheidsadministraties.

Europese samenwerking via Democophes

In 2009 startten Europese wetenschappers en stakeholders van 35 instituten in 27 landen een samenwerking op rond humane biomonitoring. Cophes ontwikkelde geharmoniseerde protocollen die toelaten om vergelijkbare HBM-resultaten te verzamelen doorheen Europa. Democophes was het pilootproject dat de haalbaarheid van deze geharmoniseerde aanpak van humane biomonitoring in 17 Europese uitgetest heeft. Het Belgische luik van dit onderzoek wordt uitgevoerd door verschillende onderzoeksgroepen, in opdracht van alle ministers van Leefmilieu en Gezondheid van de diverse beleidsniveaus in België (verzameld in de Nationale Cel Leefmilieu en Gezondheid).

Van oktober 2011 tot januari 2012 werden 6 vervuilende stoffen gemeten in de urine en het haar van 129 schoolgaande kinderen (van 6 tot 11 jaar) en hun moeders. Het betrof kwik, cadmium, cotinine, triclosan, bisfenol A en ftalaten. Het vastgestelde niveau van de polluenten in deze Belgische studiepopulatie lag laag en vormde voor zover gekend geen probleem voor de gezondheid. De meetresultaten konden verklaard worden door de informatie uit de vragenlijsten in verband met de leefstijl, voeding en woonomgeving.

Lees meer over Democophes

Zware metalen

Zware metalen kunnen ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken als ze opgenomen worden in het lichaam, vooral lood (Pb), arseen (As), cadmium (Cd), chroom (Cr), kwik (Hg), antimoon (Sb), nikkel (Ni). Veel hangt af van het type zwaar metaal en de hoeveelheid die wordt ingenomen. De buurt waarin men woont, de levenswijze, voeding, leeftijd … spelen allemaal mee in de aard en de ernst van de mogelijke gezondheidseffecten.

Zware metalen kunnen op 4 manieren in het lichaam binnenkomen:

  • Via het inademen en opeten van stof: Lucht bevat een hoeveelheid stof. Op dat stof kunnen zware metalen vastgehecht zijn. Dat stof vinden we onder andere terug in sigarettenrook, opwaaiend stof van vervuilde grond, uit schoorstenen …
  • Via water: Stofdeeltjes beladen met zware metalen dwarrelen neer en stapelen zich op in de bodem. Samen met zware metalen die aanwezig zijn in vervuild afvalwater kunnen ze doorsijpelen naar het grondwater. Lood kan ook vanuit waterleidingen in het drinkwater terecht komen.
  • Via onze voeding: Zware metalen kunnen vanuit de bodem en het grondwater opgenomen worden door planten en dieren. Vervuild stof kan eveneens neerdwarrelen op onze groenten. Omdat zware metalen niet afbreekbaar zijn, kunnen ze zich opstapelen, ook in ons lichaam.
  • Via zwangerschap: Een aantal zware metalen kunnen vanuit het bloed van de moeder via de moederkoek aan het ongeboren kind worden doorgegeven.

In onze folders vindt u tips om de opname van zware metalen te beperken.