Bevolkingsonderzoek

Sommige risico’s of ziektes zijn al in een vroeg stadium op te sporen. In een bevolkingsonderzoek wordt een doelgroep gescreend op afwijkingen die kunnen wijzen op zo’n risico of ziekte. Dit heeft tot doel de nadelen van die risico's of ziekten in te perken of de kans op herstel te verhogen. De Vlaamse overheid organiseert bevolkingsonderzoeken en verleent toestemming aan kwalitatief bevolkingsonderzoek op initiatief van andere organisaties. De Vlaamse werkgroep Bevolkingsonderzoek adviseert over dit onderwerp.

Screening of vroegtijdig opsporen en bevolkingsonderzoek

Screening is elk onderzoek naar een ziekte of naar risicofactoren dat niet gebeurt naar aanleiding van gezondheidsklachten die verband houden met de opgespoorde ziekte of risico. Een screeningsinstrument is het middel, zoals een bevraging, test of meting, dat gebruikt wordt voor screening.

Screenen heeft een aantal belangrijke voordelen: doordat de ziekte of het risico eerder wordt vastgesteld kunnen verwikkelingen of een (zwaardere) behandeling vermeden worden en is de kans op herstel groter.

Toch is geen enkel screeningsinstrument 100% veilig of betrouwbaar. Screenen heeft dus ook nadelen: vals-negatieven en onterechte geruststelling, vals-positieven en onnodige ongerustheid, overdiagnose en –behandeling en de kost die daarbij komt kijken, verwikkelingen bij toepassen van het screeningsinstrument.

Screenen naar - of opsporen van - risico’s of ziekten gebeurt binnen ons gezondheidszorgsysteem courant binnen de arts-patiënt-relatie.
Soms wordt screening ook aangeboden/aanbevolen aan een grote groep personen die geen klachten of symptomen hebben (de doelgroep). Dit is bevolkingsonderzoek.

Bevolkingsonderzoek vereist een populatiebenadering

In een bevolkingsonderzoek wordt de hele doelgroep blootgesteld aan de eventuele nadelen van de screening, maar slechts enkele personen uit die doelgroep zullen de voordelen ervan ondervinden.

Voordat men bevolkingsonderzoek organiseert moet men dus zeker zijn dat de voordelen opwegen tegen de nadelen.
Bovendien bestaat een goed doordacht bevolkingsonderzoek uit meerdere op kwaliteit getoetste stappen, waaronder: is iedereen uit de doelgroep goed geïnformeerd over alle voor en nadelen? Is het juiste screeningsinstrument gekozen en is het zeker dat er geen andere aanpak meer zinvol is dan screenen? Is de juiste doelgroep gekozen? Is voor alle betrokken duidelijk wat de kost van de screening en van eventuele diagnose en behandeling is? Is de samenleving bereid om die kost (o.a. via het RIZIV) mee te dragen (maatschappelijke aanvaardbaarheid)? zijn alle relevante partners betrokken bij de organisatie? Worden de resultaten van de screening geregistreerd (met respect voor privacy) zodat men nadien kan evalueren wat het effect en de kwaliteit ervan was?

Als de nadelen zwaarder wegen dan de voordelen en de kwaliteit van de verschillende stappen in het bevolkingsonderzoek onvoldoende gegarandeerd kan worden, is het beter om dit bevolkingsonderzoek niet te organiseren.

Deze afwegingen wordt door initiatiefnemers van screeningsaanbod vaak over het hoofd gezien of slechts gedeeltelijk gemaakt

Vlaams beleid bevolkingsonderzoek

De Vlaamse overheid wil initiatiefnemers van bevolkingsonderzoek bewuster maken van de populatiebenadering die nodig is wanneer screening wordt aangeboden of aanbevolen aan een groep personen die geen klachten of symptomen heeft en van het gegeven dat niet alles wat opgespoord kan worden ook zinvol of maatschappelijk verantwoord is om op te sporen.

Het Vlaamse beleid heeft tot doel de kwaliteit van screeningsinitiatieven of bevolkingsonderzoek te verhogen, en de Vlaamse burgers te beschermen tegen screening of bevolkingsonderzoek dat niet zinvol of schadelijk is.

Om die reden is voor elk bevolkingsonderzoek dat men organiseert in Vlaanderen, ongeacht wie het organiseert (een mutualiteit, een universiteit, een OCMW, een huisartsenkring, enz.), en ongeacht de schaalgrootte (lokaal, regionaal), een toestemming van de Vlaamse minister bevoegd voor Volksgezondheid nodig. Zonder toestemming is bevolkingsonderzoek verboden.

Het principe van dit beleid is beschreven in artikel 31 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid en geconcretiseerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 betreffende bevolkingsonderzoek in het kader van ziektepreventie.

Omdat het afwegen van voor- en nadelen van bevolkingsonderzoek voor elke ziekte of risico anders is, laat de minister zich adviseren door de Vlaamse werkgroep Bevolkingsonderzoek. Deze werkgroep beoordeelt initiatieven van bevolkingsonderzoek nadat een aanvraag voor toestemming is ingediend. Beoordeling gebeurt aan de hand van een vaste lijst van criteria, opgenomen in de bijlage van de regelgeving en resulteert in een advies aan de minister. Doorgaans worden in dit advies voorwaarden geformuleerd om de kwaliteit van een screeningsinitiatief te verbeteren. Alle adviezen van de werkgroep worden op de website van Zorg en Gezondheid  gepubliceerd. Op basis van dit advies neemt de minister een beslissing over het al dan niet verlenen van een toestemming.

Vlaamse werkgroep Bevolkingsonderzoek

Samenstelling

Op 28 januari 2015 werd de Vlaamse werkgroep Bevolkingsonderzoek opnieuw samengesteld. 21 deskundigen zijn benoemd voor een periode van 5 jaar om de minister te adviseren over bevolkingsonderzoek in Vlaanderen. De oprichting is bepaald in het ministerieel besluit van 28 januari 2015 tot oprichting van de Vlaamse werkgroep Bevolkingsonderzoek.

Opdracht 

De werkgroep geeft advies aan de Vlaamse minister over onder meer de verschillende initiatieven van bevolkingsonderzoek met inbegrip van de initiatieven van de Vlaamse overheid zelf. Zo kan de minister een onderbouwde beslissing nemen om een bevolkingsonderzoek al dan niet toe te laten en eventueel bijkomende voorwaarden verbinden aan een toestemming.

Beoordelingscriteria voor initiatieven tot bevolkingsonderzoek

De Vlaamse werkgroep Bevolkingsonderzoek evalueert een initiatief tot bevolkingsonderzoek op basis van een vaste set van criteria, en gaat na in welke mate een initiatief beantwoordt aan de minimumvereisten voor kwaliteitsvol bevolkingsonderzoek. De vaste set van criteria voor beoordeling van initiatieven tot bevolkingsonderzoek hebben betrekking op:

  • de ziekte of aandoening;
  • de doelgroep;
  • het screeningsinstrument en de toepassing ervan;
  • de diagnose, behandeling of andere zinvolle en verantwoordelijke handelingen;
  • het volledige bevolkingsonderzoek.

Die criteria zijn onderverdeeld in subcriteria. De subcriteria zijn opgesomd in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 betreffende bevolkingsonderzoek in het kader van ziektepreventie, gewijzigd door het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende diverse bepalingen ter uitvoering van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid en tot wijziging van uitvoeringsbesluiten van dit decreet. Het formulier waarmee aan aanvraag voor toestemming voor bevolkingsonderzoek moet worden ingediend, bevatten een lijst met vragen die refereren naar deze (sub)criteria. Een antwoord op die vragen moet de Vlaamse werkgroep Bevolkingsonderzoek toelaten de criteria te beoordelen en tot een advies te komen.