2,8 miljoen uren vrijwilligerswerk in woonzorgcentra

  • 10 april 2018

Woonzorgcentra meten indicatoren over de kwaliteit van zorg en veiligheid en over hun zorgverleners en zorgorganisatie. Twee maal per jaar moet elk woonzorgcentrum meetgegevens indienen bij het agentschap Zorg en Gezondheid. Met de metingen uit 2016 over vrijwilligerswerk,  gewichtsverlies, griepvaccinatie en plaats van overlijden zijn nu de resultaten voor heel Vlaanderen berekend en waar mogelijk vergeleken met metingen uit het verleden. 

Aan de tweede meting van 2016 namen 773 woonzorgcentra deel. Dit zijn de resultaten voor heel Vlaanderen:

Vrijwilligerswerk

Met deze indicator meten de woonzorgcentra hoeveel uur vrijwilligerswerk ze inzetten in verhouding tot hun aantal woongelegenheden. Vrijwilligerswerk in het woonzorgcentrum is belangrijk omdat het toont in welke mate een woonzorgcentrum erin slaagt lijnen naar de leefwereld buiten het woonzorgcentrum externe gemeenschap te leggen.

Vlaams minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen: “Elk woonzorgcentrum verbindt zich met de buurt en de wijk waarbinnen het zich bevindt. Het verenigingsleven en het vrijwilligerswerk maken van deze vorm van vermaatschappelijking ontegensprekelijk een betekenisvol onderdeel van uit.”

  • In totaal werden 2.796.799 uren vrijwilligerswerk geregistreerd in 2016
  • Voor elke woongelegenheid in een woonzorgcentrum was er in 2016 gemiddeld 36,1 uur vrijwilligerswerk (mediaan: 28).
  • Dat mensen zich vrijwillig in het woonzorgcentrum inzetten blijkt algemeen ingeburgerd. De totale spreiding van deze indicator is groot. Er is een beperkt aantal woonzorgcentra met veel vrijwilligersuren en een relatief groot aantal woonzorgcentra zonder of met weinig vrijwilligersuren per woongelegenheid.
  • De waarden voor 2016 zijn vergelijkbaar met die van 2015. 

     

    Wat opvalt, zijn de verschillen tussen voorzieningen. Het vrijwilligersbeleid van woonzorgcentra kan significant verschillen. Woonzorgcentra in stedelijke gebieden halen lagere cijfers dan woonzorgcentra in meer landelijke gebieden. Dat kan erop wijzen dat woonzorgcentra in stedelijke gebieden het moeilijker hebben om bruggen te slaan naar de leefwereld en de buurt buiten de voorziening en om vrijwilligers te rekruteren.  

Onbedoeld gewichtsverlies

Met deze indicator meten de woonzorgcentra hoeveel percent van hun bewoners een onbedoeld gewichtsverlies doormaakten van 10% of meer, in een periode van 6 maanden. Onbedoeld gewichtsverlies kan een signaalwijzer zijn voor ondervoeding.

  • 51.860 bewoners werden gewogen.
  • 4,7 % van hen had onbedoeld gewichtsverlies van 10% of meer (mediaan: 4,1%)

     

    Slechts een klein aantal bewoners van de woonzorgcentra hebben dus een onbedoeld gewichtsverlies van 10% of meer. De bewoners die onbedoeld gewichtsverlies hebben, vormen een zeer kwetsbare groep die in het bijzonder moet worden opgevolgd. De cijfers voor deze indicator liggen in de lijn van (beperkte) internationale cijfers.

Griepvaccinatie bij zorgpersoneel

Met deze indicator meten de woonzorgcentra hoeveel percent van hun zorgpersoneel ingeënt is tegen griep. De bewoners zelf worden jaarlijks gevaccineerd tegen griep, maar om het infectiegevaar nog verder te  verkleinen, is het belangrijk dat ook het zorgpersoneel zich laat vaccineren. Zorg en Gezondheid voert daar ook campagne voor. 

  • Van de 46.243 zorgpersoneelsleden was 47,2% via de werkgever gevaccineerd tegen griep waarbij het vaccin betaald werd door het woonzorgcentrum (mediaan: 45,8%).
  • Bij deze indicator is er veel verschil tussen woonzorgcentra onderling: in 1 op de 5 woonzorgcentra was meer dan 67% gevaccineerd, en 1 op 5 van de woonzorgcentra was minder dan 27,8% gevaccineerd. 
  • Deze indicator toont een licht stijgende trend over de periode 2013-2016 met een gemiddelde jaarlijkse stijging van 1.82 %.

     

    Deze cijfers lijken nog ver af te liggen van de gezondheidsdoelstelling geformuleerd voor griepvaccinaties: tegen 2020 zou 80% van het gezondheidspersoneel gevaccineerd moeten zijn. Deze indicator houdt echter geen rekening met zorgpersoneel dat zich via een andere weg laat vaccineren, zoals bijvoorbeeld bij de eigen huisarts, wat betekent dat het totaal aantal gevaccineerd zorgpersoneel hoger zal liggen. 

Plaats van overlijden

Deze indicator meet hoeveel percent van de overleden bewoners overleden is in het woonzorgcentrum zelf. De zorg voor het levenseinde vormt een wezenlijk onderdeel van de zorg en dienstverlening in een woonzorgcentrum. De mogelijkheid hebben om te overlijden in een veilige omgeving die de bewoner vertrouwd is geworden, is een onderdeel van vroegtijdige zorgplanning.

  • Van de 21.916 bewoners die in 2016 overleden in de woonzorgcentra kon 79,6% overlijden in het woonzorgcentrum (mediaan: 80,6%)
  • Deze indicator kent een kleine stijgende trend over de periode 2013-2016 met een gemiddelde jaarlijkse stijging van 0,58 %. 

Doel van de registratie van de kwaliteitsindicatoren

De metingen van kwaliteitsindicatoren zijn vooral nuttig voor de woonzorgcentra zelf. Zij kunnen hun eigen resultaat interpreteren binnen de context van de eigen voorziening (wat voor bewoners verblijven er bij hen, welk kwaliteitsbeleid voeren ze, hoe zorgvuldig hebben ze de metingen uitgevoerd…). Het doel van de metingen is dat woonzorgcentra ze gebruiken om hun sterktes en zwaktes in hun zorg- en dienstverlening te ontdekken en ze te gebruiken als start voor verbeteringstrajecten.