Vaccinatiegraad bij baby's en adolescenten

Loading...

Op deze pagina:

Vaccinatiegraadstudie 2012

In opdracht van de Vlaamse overheid hebben de universiteit Antwerpen en de KU Leuven onderzocht hoeveel baby’s (18-24 maanden) en adolescenten (geboren in 1998) gevaccineerd zijn met de in Vlaanderen aanbevolen vaccins. De vaccinatiegraadstudie 2012 onderzoekt ook welke factoren meespelen bij niet of onvolledige vaccinatie. De belangrijkste vastellingen zijn:

  • Voldoende baby’s zijn gevaccineerd om de circulatie van de ziektes waartegen ze gevaccineerd worden, te doorbreken.
  • Bij adolescenten wordt voor de meeste vaccins een vaccinatiegraad van ongeveer 90% gehaald. De vaccinatiegraad tegen mazelen, bof en rode hond stijgt met bijna 2% tot 92,5%, net onder de WHO-doelstelling van 95% voor de eliminatie van mazelen.
  • Het nieuwe vaccin tegen HPV haalt bij zijn introductie al een vaccinatiegraad van 83,5% (alle 3 de dosissen) bij de meisjes in het eerste jaar secundair.
  • Ouders van kinderen die niet volledig gevaccineerd zijn, zijn zich daar in 8 op de 10 gevallen niet van bewust. Die onwetendheid lijkt dan ook de belangrijkste reden voor niet-vaccinatie.

Terug naar boven 

Hoeveel baby's zijn gevaccineerd?

Voor baby's jonger dan 18 maanden worden in Vlaanderen 7 vaccins aanbevolen en gratis aangeboden (in verschillende dosissen op verschillende leeftijden, opgelijst in het vaccinatieschema). Het vaccin tegen het rotavirus wordt aanbevolen door de Hoge Gezondheidsraad, maar is niet gratis. In 2012 onderzocht de vaccinatiegraadstudie bij 874 gezinnen welke vaccins hun baby van 18-24 maanden oud gekregen had.

% baby's van 18-24 maanden dat gevaccineerd is met de aanbevolen vaccins (2012) 

Vaccin tegen: Dosis 1 Dosis 2 Dosis 3 Dosis 4 Aanbevolen leeftijd per dosis
Polio 99,6% 99,4% 98,9% 93,2%

Vaccinatieschema voor baby's
klik voor een groter beeld

vaccinatieschema voor baby's - klik voor een groter beeld

Difterie, tetanus en kinkhoest (DTP) 99,5% 99,1% 98,7% 93%
Haemophilus influenzae type b (Hib) 99,4% 99,1% 98,7% 93,1%
Hepatitis B (HBV) 99,4% 99,1% 98,5% 93%
Pneumokokken (PNc) 99,3% 98,7% 96,5%  
Mazelen, bof en rode hond (MBR) 96,6%      
Meningokokken (MenC) 93,1%      
Rotavirus 94% 92,2%    

In de vaccinatiegraadstudie (PDF) vindt u deze cijfers ook per provincie (p. 41-43).

Vaststellingen:

  • Alleen het vaccin tegen polio is wettelijk verplicht. Zoals verwacht is de vaccinatiegraad voor polio het hoogste, maar het verschil met de andere vaccins is zeer klein. Het vaccin wordt meestal ook gegevens in een zesvoudig vaccin, samen met DTP, Hib en HBV.
  • Voor de eliminatie van mazelen is een vaccinatiegraad van minimaal 95% nodig (WHO-doelstelling). Voor de baby's is dat percentage bereikt.
  • Ook voor de andere gratis vaccins is de vaccinatiegraad bij baby's hoog genoeg om groepsimmuniteit te verkrijgen en de circulatie van de ziekte te doorbreken.

Evolutie van de vaccinatiegraad bij baby's in 2005, 2008 en 2012

Om de vaccinatiegraad van verschillende jaren te vergelijken, vergelijken we de vaccinatiegraad van de laatste dosis van het vaccin (volledige vaccinatie).

Vaccin tegen: 2005 2008 2012
Polio (dosis 4) 93,1% 95,3% 93,2%
Difterie, tetanus en kinkhoest (dosis 4) 92,9% 95,2% 93%
Haemophilus influenzae type b (dosis 4) 92,6% 95,2% 93,1%
Hepatitis B (dosis 4) 92,2% 95,1% 93%
Pneumokokken (dosis 3)   89,1% 96,5%
Mazelen, bof en rode hond (dosis 1) 94% 96,6% 96,6%
Meningokokken (dosis 1) 94,1% 95,6% 93,1%
Rotavirus (dosis 2)   30,4% 92,2%

Vaststellingen:

  • De vaccinatiegraad voor volledige vaccinatie (4 dosissen) met het zesvoudige vaccin dat beschermt tegen polio, DTP, Hib en HBV blijft stabiel op 93%.
  • Het vaccin tegen het rotavirus werd in 2008 aanbevolen door de Hoge Gezondheidsraad. Hoewel het nog niet gratis is, is de vaccinatiegraad toch al heel sterk gestegen tot een niveau dat dicht tegen de andere vaccins aanleunt.

Terug naar boven

Hoeveel jongeren zijn gevaccineerd?

 De vaccinatiegraadstudie onderzocht de vaccinatiestatus van 1.300 adolescenten geboren in 1998. Op deze leeftijd worden, naast de vaccins voor baby’s, nog 5 vaccins aanbevolen  (in verschillende dosissen op verschillende leeftijden, opgelijst in het vaccinatieschema). Er gebeurde aanvullend ook een campagne voor vaccinatie tegen meningokokken.

% adolescenten (geboren in 1998) dat gevaccineerd is met de aanbevolen vaccins (2012)

Vaccin tegen: Dosis 1 Dosis 2 Dosis 3 Dosis 4 Aanbevolen leeftijd per dosis
Polio 90,5%      

Vaccinatieschema voor adolescenten
klik voor een groter beeld

/uploadedImages/NLsite_v2/Cijfers/Cijfers_over_ziekten/Cijfers_over_infectieziekten_en_vaccinatie/aanbevolen vaccins ados.JPG

Difterie, tetanus en kinkhoest (DTP) 90,8%      
Hepatitis B (HBV)* 94,8% 92,8% 81,1% 16,3%
Mazelen, bof en rode hond (MBR) 89,8% 92,5%    
Meningokokken (MenC) 86,5%      
Humaan papillomavirus (HPV) 87,5% 87% 83,5%  

*Het HBV-vaccin werd in 2, 3 of 4 dosissen gegeven afhankelijk van de leeftijd waarop en het jaartal waarin de vaccins werden toegediend.

Vaststellingen:

  • Dosis 1 van het MBR-vaccin is de dosis die bij baby’s van 12 maanden gegeven wordt. De tweede dosis gebeurt in het vijfde leerjaar. Om mazelen te elimineren, stelt de WHO een vaccinatiegraad van minimaal 95% voorop. Voor de adolescenten is die vaccinatiegraad dus nog niet bereikt, al zit die wel in de lift (in 2008 bedroeg de vaccinatiegraad voor de tweede dosis nog 90,6%). 
  • Het vaccin tegen HPV, het virus dat baarmoederhalskanker veroorzaakt, haalt in zijn eerste jaar al een zeer hoge vaccinatiegraad. Dit bewijst de positieve houding van de Vlaming ten opzichte van vaccinatie en de doeltreffende organisatie van het vaccinatiebeleid via de belangrijkste vaccineerders Kind en Gezin, de centra voor leerlingenbegeleiding en de huisartsen en pediaters. 

Evolutie van de vaccinatiegraad bij adolescenten in 2005, 2008 en 2012

Vaccin tegen: 2005 2008 2012
Polio   90,8% 90,5%
Difterie, tetanus en kinkhoest   91,1% 90,8%
Mazelen, bof en rode hond (dosis 1) 80,6% 88,1% 89,8%
Mazelen, bof en rode hond (dosis 2) 83,6% 90,6% 92,5%
Hepatitis B (dosis 3) 75,7% 89,2% 89,2%
Hepatitis B (dosis 4) 1,9% 5,2%  
Meningokokken 79,8% 86,4% 86,5%
Humaan papillomavirus (dosis 3)    4,1% 83,5%

Terug naar boven  

Redenen van niet-vaccinatie

Zowel bij baby's als bij adolescenten schatten ouders de vaccinatietoestand van hun kindvaak fout in: 80-84% was zich niet bewust van de onvolledige vaccinatietoestand van hun kind.

Ouders van baby's die wel wisten dat hun kind vaccinaties miste, gaven vooral ziekte van het kind als reden op. Daarnaast was er een beperkt aantal ouders dat bewust vaccins niet had laten toedienen (vooral MBR, pneumokokken en rotavirusvaccin). Bewuste keuze was ook de meest vermelde reden bij ouders die wisten dat hun 14-jarige kind een vaccindosis miste, maar dat aantal blijft zeer beperkt.

Risicofactoren

Voor baby's is de vaccinatiegraad significant lager:

  • als het kind volgens de ouders de meeste vaccindosissen buiten Kind en Gezin kreeg toegediend,
  • bij een groter aantal kinderen in het gezin.
  • Ook kinderen in een alleenstaand of nieuw  samengesteld gezin hadden een lagere vaccinatiegraad, behalve voor rotavirusvaccin.
  • Andere kenmerken van de sociale situatie, nl gezinsinkomen en leeftijd, werksituatie en herkomst van de moeder, waren zoals in vorige studies voor sommige vaccins wel en voor andere niet geassocieerd met onvolledige vaccinatie.
  • De meest ondergevaccineerde groepen waren telkens kinderen van niet-werkende of jongere moeders, en gezinnen met een inkomen lager dan €2000.

Bij adolescenten blijken schoolachterstand van de jongere, opgroeien in een groot gezin en een moeder hebben van niet-Belgische herkomst significant gerelateerd met een
lagere vaccinatiegraad voor alle aanbevolen vaccindosissen. Er is sterke correlatie van deze factoren met de herkomst van de moeder.

Het is niet uit te sluiten dat de gevonden determinanten voor lagere vaccinatiegraad bij adolescenten minstens gedeeltelijk zijn toe te schrijven aan gebrek aan documentatie van toegediende vaccindosissen. In onze steekproef werd immers vastgesteld dat het al dan niet terugvinden van gedocumenteerd bewijs van vaccinatie, zowel bij de jongere thuis als bij andere vaccinatoren, grotendeels door dezelfde sociaal-economische factoren bepaald wordt.

Terug naar boven

Wie vaccineert?

  • Bij de baby’s blijft Kind en Gezin de belangrijkste vaccinator. 83,7% van de ouders noemt Kind en Gezin als hoofdvaccinator (de vaccinator die de meeste vaccins gegevens heeft). 90% van de baby’s met een andere vaccinator, heeft toch minstens 1 vaccin van een Kind en Gezinarts gekregen. Kinderartsen zijn bij 12% van de baby’s de hoofdvaccinator, huisartsen bij 3,6%.
  • Bij de adolescenten nemen de CLB’s de plaats in van Kind en Gezin als belangrijkste hoofdvaccinator voor 87,1% van de adolescenten. De huisartsen zijn voor 10,2 % van de adolescenten de hoofdvaccinator.

Terug naar boven

Oudere vaccinatiegraadstudies

Terug naar boven

Meer info

Terug naar boven

 

WHO: World Health Organization of Wereldgezondheidsorganisatie
Hoge Gezondheidsraad: De Hoge Gezondheidsraad (HGR) is het wetenschappelijk adviesorgaan van de F.O.D. Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en fungeert zo als de poort tussen het beleid en de wetenschappelijke wereld op het vlak van de volksgezondheid. Vanuit die positie geeft de HGR onafhankelijk wetenschappelijk advies en aanbevelingen. Dat gebeurt zowel op eigen initiatief als op vraag van de federale minister, zijn medewerkers als de administratie.
DTP: Difterie, Tetanus, Pertussis
Hib: Haemophilus infleunzae type B
MBR: Mazelen, Bof, Rubella