In 2007 werkten er 84.414 personeelsleden in de Vlaamse algemene ziekenhuizen. Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid verzamelde en analyseerde gegevens over die personeelsleden. De cijfers geven een zicht op de personeelsverdeling, man-vrouwverhouding en leeftijdsverdeling in verschillende types ziekenhuizen.
De nieuwe cijfers van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid gaan over de personeelssituatie in 2007 in 74 van de 78 erkende Vlaamse algemene ziekenhuizen.
Het merendeel van de personeelsleden werkt in de “gewone”, zogeheten acute ziekenhuizen. 76% van personeelsleden is daar tewerkgesteld. De universitaire ziekenhuizen staan in voor 21% van het personeelsbestand. De overige 3% is tewerkgesteld in de categorale of chronische ziekenhuizen.
In de universitaire ziekenhuizen zijn er echter meer personeelsleden per bed inzetbaar: 3,8 voltijds equivalenten (VTE) per bed, t.o.v. 2 VTE voor acute en 1,4 VTE voor categorale ziekenhuizen.
Ook qua functieverdeling is er een verschil tussen de ziekenhuizen: in de universitaire ziekenhuizen hebben de artsen een groter aandeel in het personeelsbestand (16 %) en zijn er meer artsen per bed (0,57 VTE) inzetbaar dan in de andere ziekenhuizen.
Leeftijdsverdeling
Tussen de verschillende beroepsfuncties in een ziekenhuis is er duidelijk ook een leeftijdsverschil. De artsen zijn in het algemeen ouder dan andere functies in een ziekenhuis. Een kwart van de artsen is 50 jaar of ouder. Jonge artsen (tussen 25 en 29 jaar, maar ook tussen 30-34 jaar) werken vooral in universitaire ziekenhuizen (71%).
Bij verzorgenden is ook een kwart ouder dan 50 jaar, maar zijn er ook relatief meer jongeren.
Verpleegkundigen zijn bij de jongste werknemers: bij de 20'ers maken ze meer dan de helft van het personeel uit. In alle ziekenhuizen zijn er nog maar heel weinig verpleegkundigen van 55 jaar of ouder.
Meer info?