Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be/ .

U bevindt zich hier : startpagina > Cijfers > Zorgaanbod > Ziekenhuizen > Personeelscijfers      

Wie werkte er in 2007 in de Vlaamse algemene ziekenhuizen?

Op deze pagina:

Hoeveel personeelsleden zijn er in elke functie per type ziekenhuis?

In 2007 werkten er in totaal 84.414 personen in de Vlaamse algemene ziekenhuizen. Op de 100 personeelsleden zijn er 44 verpleegkundigen, 11 artsen, 6 verzorgenden, 8 paramedici en 13 administratieve personeelsleden. 18 personeelsleden bekleden nog een andere functie.

  • In de acute ziekenhuizen (= de algemene, niet-categorale en niet-universitaire ziekenhuizen) werken de meeste ziekenhuiswerknemers: 76%. De verdeling naar functies is gelijkaardig aan de verdeling van alle algemene ziekenhuizen samen.
  • In categorale ziekenhuizen (= chronische ziekenhuizen) werkt slechts 3% van de personeelsleden. In categorale ziekenhuizen zijn er relatief weinig artsen (4%) en verpleegkundigen (30%), maar veel verzorgenden (22%) en paramedici (15%).
  • Universitaire ziekenhuizen geven werk aan 17.487 personen. Dat is 21% van het totale personeelsbestand in algemene ziekenhuizen. In universitaire ziekenhuizen zijn er meer artsen (16%) en meer paramedici (9%), maar minder verzorgenden (4,5%).
soort ziekenhuis Artsen Verplegend personeel Verzorgend personeel Paramedisch personeel Administratief personeel Ander personeel Totaal
Acute ziekenhuizen 6.488 29.205 3.838 4.776 8.074 12.012 64.353
Categorale ziekenhuizen 96 752 549 378 214 545 2.534
Universitaire ziekenhuizen 2.806 6.771 789 1.627 2.879 2.615 17.487
Alle algemene ziekenhuizen 9.390 36.728 5.176 6.781 11.167 15.172 84.414
Bron: IZAG-registratie, 2007
Aantal personeelsleden naar functie en soort ziekenhuis, Vlaams Gewest, 2007

Terug naar boven

Aantal personeelsleden per ziekenhuisbed

Het aantal personeelsleden per bed (uitgedrukt in voltijdsequivalenten) verschilt niet zozeer naar grootte van een ziekenhuis, als wel naar het type.

  • In een gemiddeld categoraal ziekenhuis is er per bed 1,4 voltijdsequivalent (VTE) personeel.
  • In acute ziekenhuizen zijn er ongeveer 2 VTE per bed.
  • In universitaire ziekenhuizen zijn er gemiddeld 3,8 VTE per bed.

Artsen per bed

  • In een categoraal ziekenhuis is er 1 VTE arts per 33 bedden. Dat betekent 0,03 VTE per bed.
  • In acute ziekenhuizen schommelt dat rond de 5 bedden per VTE-artsenfunctie. Kleinere ziekenhuizen kunnen iets meer artsen per bed inzetten dan grote ziekenhuizen:
    • 0,23 VTE arts per bed in een acuut ziekenhuis met minder dan 300 bedden; 
    • 0,19 VTE arts per bed in een acuut ziekenhuis met 450 bedden of meer.
  • In universitaire ziekenhuizen zijn er de meeste artsen per bed: 0,57 VTE arts per bed. Daarnaast zijn er nog eens 0,26 (VTE) artsen in opleiding per bed. 

Verzorgenden, verplegenden en paramedici per bed

Voor het verplegende personeel gelden dezelfde vaststellingen als voor de artsen:

  • het kleinste aantal voltijdsequivalenten in categorale ziekenhuizen (nl. 0,44 VTE per bed),
  • gevolgd door acute ziekenhuizen (nl. 1 VTE per bed),
  • in universitaire ziekenhuizen zijn er de meeste verplegende personeelsleden per bed (nl. 1,4 VTE per bed).

Wat verzorgende personeesleden betreft, zijn er in de categorale ziekenhuizen meer (voltijdsequivalente) verzorgenden dan in andere ziekenhuizen (0,30 VTE per bed).

Ook het aantal paramedici per bed ligt hoger in de categorale ziekenhuizen dan in de acute ziekenhuizen (0,21 VTE per bed versus 0,15 VTE per bed). In de universitaire ziekenhuizen zijn er nog meer paramedici per bed: 0,33 VTE per bed.

Aantal voltijdsequivalenten per bed naar personeelsfunctie, soort en grootte van ziekenhuis, 74 Vlaamse algemene ziekenhuizen, 2007

Aantal VTE per bed en soort ziekenhuis, 2007
Bron: IZAG-registratie, 2007 
Download: onderliggende cijfers (XLS, 41kB)

Terug naar boven

Verhouding man/vrouw

3 op de 4 werknemers in een ziekenhuis zijn vrouwen. Maar die verhouding is niet voor alle functies dezelfde, en ook niet voor alle ziekenhuizen.

  • De meeste medische personeelsleden (artsen, specialisten en artsen in opleiding) zijn mannen (64%).
    In universitaire ziekenhuizen zijn er relatief minder mannen (54%) in medische functies. In acute en categorale ziekenhuizen zijn 68% van de artsen mannen.
  • Bij het niet-medische personeel zijn vrouwen ruim in de meerderheid (83%). Ook hier springen de universitaire ziekenhuizen uit de band met slechts 79% vrouwen bij het niet-medische personeel.
    • Slechts 15% van de verpleegkundigen zijn mannen. In universitaire ziekenhuizen zijn er dat iets meer (17%). In categorale ziekenhuizen zijn er dat iets minder (12%). 
    • Bij de verzorgenden zijn er heel weinig mannen: slechts 3% van alle verzorgenden is een man. Naargelang de categorie van ziekenhuis varieert dat percentage van 2,8% in categorale ziekenhuizen tot 4,2% in universitaire ziekenhuizen. 
    • 21% van de paramedici is een man. Opnieuw is het aandeel mannen iets hoger in de universitaire ziekenhuizen (24%) dan in de acute en categorale ziekenhuizen (resp. 21% en 20%). 
    • Ook bij het administratieve personeel en de andere functies zijn vrouwen ruim in de meerderheid, met respectievelijk 80% en 77%.

Procentuele geslachtsverdeling naar personeelsfunctie in 74 Vlaamse algemene ziekenhuizen, 2007

Percentage mannen en vrouwen naar personeelsfunctie in ziekenhuizen, 2007
Bron: IZAG-registratie, 2007
Download: onderliggende cijfers, en cijfers per categorie van ziekenhuis (XLS, 49 kB)

Terug naar boven

Leeftijdsverdeling personeel

Het medische kader is in het algemeen ouder dan andere functies in een ziekenhuis. Een kwart van de artsen is 50 jaar of ouder. Bij verzorgenden is ook een kwart ouder dan 50 jaar, maar zijn er ook relatief meer jongeren. Het paramedische en verplegende personeel zijn de categorieën met de meeste jonge personeelsleden.

  • Jonge artsen (tussen 25 en 29 jaar, maar ook tussen 30-34 jaar) werken vooral in universitaire ziekenhuizen (71%). Het merendeel van hen is dan ook nog in opleiding. In acute ziekenhuizen maken de 40-44-jarigen de grootste leeftijdscategorie uit. Minimaal driekwart van de ziekenhuisartsen boven de 35 werken in een niet-universitair ziekenhuis. 
  • Verpleegkundigen zijn bij de jongste werknemers: bij de 20'ers maken ze meer dan de helft van het personeel uit. Bij het 50-jarige ziekenhuispersoneel is slechts 3 op de 10 een verpleegkundige. Hierbij is er geen onderscheid tussen type ziekenhuizen: zowel in universitaire als in acute ziekenhuizen zijn er nog maar heel weinig verpleegkundigen van 55 jaar of ouder. 
  • Bij de verzorgenden zijn er meer werknemers tussen 40 en 54 jaar oud dan bij verpleegkundigen. Hierbij is er weinig onderscheid naar soort ziekenhuis, al zijn er in verhouding wel meer 50'ers in acute ziekenhuizen dan in universitaire ziekenhuizen.

Procentuele leeftijdsverdeling naar personeelsfunctie in 74 Vlaamse algemene ziekenhuizen, 2007

Personeel ziekenhuizen: percentage per leeftijdsgroep, 2007
Bron: IZAG-registratie, 2007 
Download: onderliggende cijfers, en cijfers per categorie van ziekenhuis (XLS, 66kB)

Terug naar boven

Over deze cijfers

Deze cijfers beschrijven de kenmerken van de 84.414 personen die in 2007 in de Vlaamse ziekenhuizen werkten. Het gaat hier over de algemene ziekenhuizen, dus niet over de psychiatrische ziekenhuizen.

De cijfers zijn gebaseerd op gegevens van 74 van de 78 in 2007 erkende ziekenhuizen

Terug naar boven

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites