U bevindt zich hier : startpagina > Vorige nummers > 2002 > 40/2002/2 > Epidemiologische evolutie van meningokokkeninfecties in Vlaanderen

Epidemiologische evolutie van meningokokkeninfecties in Vlaanderen

Geert Top

Samenvatting

Via de verplichte meldingen van infectieziekten worden de epidemiologische gegevens van meningokokkeninfecties op de voet gevolgd. In de jaren 90 was er een geleidelijke incidentietoename toe te schrijven aan serogroep B. De laatste jaren komt daar ook een toename bij van serogroep C(1). Deze toename versnelde enorm in 2001. Hierdoor werd een epidemisch waarschuwingsniveau bereikt. De positieve ervaring van de vaccinatiecampagne in Groot-Brittannië en de perceptie van het probleem door de bevolking leidden tot de noodzaak van een vaccinatieprogramma voor Vlaanderen.

Inleiding

In dit artikel wordt de epidemiologische evolutie van de geregistreerde meningokokkeninfecties in Vlaanderen beschreven. Hierbij valt vooral de snelle toename van serogroep C sinds januari 2001 op, in het bijzonder in de provincie Antwerpen. De vraag stelt zich of we hier voor een epidemie staan, of dit fenomeen zich zal uitbreiden naar andere provincies en welke maatregelen er genomen moeten worden. De epidemiologische gegevens werden vergeleken met die van Groot-Brittannië voordat er gevaccineerd werd.

Methode

Meningokokkeninfecties in Vlaanderen moeten verplicht gemeld worden bij de Gezondheidsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap, volgens het decreet van 5 april 1995 betreffende de profylaxe van overdraagbare aandoeningen. Sinds eind 2000 moeten meningokokkeninfecties onmiddellijk gemeld worden door elke arts of elk hoofd van het laboratorium die er weet van heeft. Als definitie voor een zeker geval van meningokokkeninfectie wordt gesteld: elk klinisch geval van meningitis of sepsis waarbij de meningokok geïsoleerd kan worden uit een milieu dat in principe steriel moet zijn (lumbaal vocht of bloed) of met een positieve polymerase kettingreactie (PCR). Een waarschijnlijk geval is een klinisch geval van meningitis waarbij er enkel gramnegatieve diplokokken in lumbaalvocht aanwezig zijn of waarbij er een positieve antigeentest is of anderzijds een klinisch geval van sepsis (purpura fulminans of Waterhouse-Friderichsen syndroom). Ook elk klinisch geval in een epidemiologische context geldt als een waarschijnlijk beschouwd geval. Als mogelijk geval geldt een klinische diagnose van meningitis.

Resultaten

Sinds enkele jaren is er een geleidelijke toename van meningokokkeninfecties in Vlaanderen. Figuur 1 geeft een overzicht van de evolutie van het aantal geregistreerde meningokokkeninfecties in Vlaanderen van 1990 tot 2001.

Grafiek: meningokokkeninfecties in Vlaanderen

Figuur 1: meningokokkeninfecties in Vlaanderen 1990-2001

Het ging om een geleidelijke toename van serogroep B. Sinds een paar jaren is er echter ook een stelselmatige toename van serogroep C te merken. In 2001 is die laatste toename enorm versneld.

Grafiek: meningokokkeninfecties in Vlaanderen per trimester

Figuur 2: Meningokokkeninfecties in Vlaanderen per serogroep (B en C) voor de periode 1999-2001

Figuur 2 toont de evolutie van de voorbije drie jaar (1999 – 2001) van de gedocumenteerde meningokokkeninfecties van serogroep B en C per trimester. Van de gedocumenteerde gevallen bedroeg het relatief aandeel van serogroep C in 1999 en 2000 respectievelijk 28 % en 30%. In 2001 kon bij 254 van de 338 gevallen de serogroep bepaald worden. Hiervan waren er 134 of 53% van serogroep C.

Cumulatieve meningokokkeninfecties in Vlaanderen

Figuur 3: Cumulatieve meningokokkeninfecties in Vlaanderen in 2001.

Figuur 3 toont de evolutie van het cumulatief aantal meningokokkeninfecties van serogroep B en C in Vlaanderen in 2001 waarbij opvalt dat eind juni het aantal infecties veroorzaakt door serogroep C voor het eerst dat van serogroep B overtrof.

In totaal waren er in Vlaanderen 27 sterfgevallen te wijten aan meningokokkeninfecties in 2001 (5 waarvan de serogroep niet gekend is, 4 van serogroep B, 17 van serogroep C en 1 van serogroep W135).

Bespreking

Als we de huidige evolutie bekijken, valt de versnelde toename in het aantal gevallen van meningokokkeninfecties van serogroep C in 2001 op. Deze stijging is niet te wijten aan een verbeterde melding van de ziekte. In dat geval zouden we ook een evenredige stijging van de andere serogroepen moeten zien. Meningokokkeninfecties worden bovendien in het algemeen zeer correct aangegeven. Als we als definitie van epidemische drempel: een stijging met minstens een factor 3 nemen, vergeleken met de voorbije jaren voor eenzelfde periode(2), dan is deze drempel zeker bereikt in de provincie Antwerpen. Dat is ook de reden waarom in juli van dit jaar door Vlaams minister Mieke Vogels beslist werd over te gaan tot georganiseerde vaccinatie tegen meningokokken van serogroep C.

De gegevens van deze meldingen worden niet enkel geregistreerd. Er worden aanvullende gegevens opgevraagd om adequate profylactische maatregelen te kunnen nemen bij de nauwe contacten van de patiënt en een verhoogde waakzaamheid te vragen voor eventuele secundaire gevallen. Eventueel worden schoolartsen, arbeidsgeneesheren, crècheartsen hiervoor ingeschakeld of wordt de huisartsenwachtdienst verwittigd.

Sinds de toename van de meningokokkeninfecties worden meer en meer laboratoriumgegevens opgevolgd. De gekende gegevens worden aangevuld met de gegevens van het referentielabo voor meningokokkeninfecties van het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid (WIV). De bepaling van de serogroep is zeer belangrijk om de epidemiologische evolutie te kunnen volgen. Door de stijging van serogroep C van de voorbije drie jaar worden deze gegevens sinds 1999 van dichterbij gevolgd. Dit is van belang omdat er eventueel tegen serogroep C gevaccineerd kan worden. De komst van nieuwe geconjugeerde vaccins tegen deze serogroep maakt vaccinatie duurzamer en vormt een extra argument om steeds te proberen de serogroep en de typering te bepalen. Uit de types en subtypes kan afgeleid worden of dezelfde kiem de ziekte bij verschillende personen veroorzaakt. Hierdoor kunnen eventuele secundaire gevallen en clusters bepaald worden.

Meningokokkeninfecties nemen meestal toe in de wintermaanden. In de zomermaanden van 2001 werd wel een vermindering waargenomen van het aantal gevallen, maar die was minder uitgesproken en kwam later voor serogroep C dan voor serogroep B (zie figuur 2). Ook de sterfte in serogroep C (17/134 of 12,7%) ligt beduidend hoger dan die van serogroep B (4/115 of 3,5%) en is vooral te wijten aan het type C:2a:P1.2,5 (9 van de 17 sterfgevallen door C of 53%), waar het algemeen aandeel van dit type 48/134 of 36% bedraagt. Binnen dit type bedraagt de sterfte 9/48 of 19%.

Vóór de grote vaccinatiecampagne in 1999 in Groot-Brittannië waren daar 1530 gevallen van C meningokokkeninfecties op jaarbasis waarvan 150 sterfgevallen. Dit betekent een incidentiecijfer van 2,6/100.000 inwoners (58,5 miljoen inwoners). Dit cijfer was de laatste paar jaren stabiel. Een massavaccinatiecampagne van alle kinderen tot 18 jaar op één jaar tijd leidde tot een drastische reductie van de incidentie van meningokokkeninfecties door serogroep C(3). In Vlaanderen werd in 2001 een vergelijkbaar cijfer bereikt, namelijk 2,3/100.000 inwoners (enkel die gevallen waarvan de serogroep bepaald werd). Van de gemelde meningokokkeninfecties in Vlaanderen kon bij 25% geen serogroep bepaald worden, zodat dit cijfer in feite een onderschatting is van de reële incidentie. Hierbij zijn er toch vrij grote regionale verschillen te merken (tabel 1).

Tabel 1: Incidentiecijfers meningokokkeninfecties in Vlaanderen voor 2001

Incidentie per 100.000 inwoners

serogroep

 

provincie

arrondissement

?

B

C

W135

totaal

Antwerpen

Antwerpen

2,5

2,6

4,8

0,3

10,2

 

Mechelen

1,6

2,0

4,6

0,0

8,2

 

Turnhout

2,5

1,5

3,2

0,0

7,1

Totaal Antwerpen

 

2,3

2,2

4,4

0,2

9,1

Limburg

Hasselt

1,6

1,6

0,3

0,0

3,4

 

Maaseik

1,4

0,5

2,3

0,0

4,1

 

Tongeren

6,3

6,3

5,3

0,0

17,9

Totaal Limburg

 

2,7

2,4

2,0

0,0

7,1

Oost-Vlaanderen

Aalst

0,4

1,5

1,5

0,0

3,4

 

Dendermonde

1,1

1,6

1,6

0,0

4,3

 

Eeklo

0,0

2,5

1,3

0,0

3,8

 

Gent

0,4

1,0

1,4

0,0

2,8

 

Oudenaarde

1,7

0,0

0,0

0,0

1,7

 

Sint-Niklaas

0,9

2,2

2,2

0,0

5,4

Totaal Oost-Vlaanderen

0,7

1,4

1,5

0,0

3,5

Vlaams-Brabant

Halle-Vilvoorde

0,4

2,0

0,7

0,0

3,0

 

Leuven

0,4

1,3

0,9

0,2

2,8

Totaal Vlaams-Brabant

0,4

1,7

0,8

0,1

3,0

West-Vlaanderen

Brugge

1,1

3,7

2,2

0,4

7,4

 

Diksmuide

4,2

2,1

0,0

0,0

6,3

 

Ieper

1,9

0,0

0,0

0,0

1,9

 

Kortrijk

0,7

1,8

1,1

0,0

3,6

 

Oostende

0,0

1,4

3,5

0,0

4,9

 

Roeselare

0,7

2,8

2,1

0,0

5,7

 

Tielt

1,1

2,3

0,0

0,0

3,4

 

Veurne

1,8

0,0

1,8

0,0

3,5

Totaal West-Vlaanderen

1,1

2,1

1,6

0,1

4,9

Vlaanderen

 

1,4

1,9

2,3

0,1

5,7

Dat wordt geïllustreerd op de kaart van Vlaanderen, die ingedeeld is per arrondissement (figuur 4).

Doordat het hier om een vrij snelle toename in incidentie ging, drong een algemene vaccinatie zich op.

Meningokokkeninfecties in Vlaanderen naar incidentie per arrondissement

Figuur 4: Meningokokkeninfecties in Vlaanderen naar incidentie per arrondissement (1/100.000) voor 2001

Besluit

De toename van meningokokkeninfecties in het algemeen en van serogroep C in het bijzonder toont het belang aan van een constante epidemiologische bewaking van dit fenomeen. De nieuwe mogelijkheden van geconjugeerde vaccins tegen serogroep C bieden ons de mogelijkheid in te grijpen bij deze epidemiologische evolutie.

Summary

Compulsory notification of infectious diseases provides us precise epidemiological data of meningococcal infections. During the 90s there was a progressive increase in incidence of serogroup B. Moreover, in the last few years there was an increase in serogroup C incidence. This increase accelerated spectacularly in 2001, which led to an epidemic warning level. The positive experience with the immunisation campaign in Great Britain and the perception of the problem by the population have led to the need of a vaccination programme in Flanders.

Literatuur

1. Van Loock F, Ducoffre G, Carion F. Meningokokkeninfecties: staan we voor een nieuwe epidemie? Epid Bull Vl Gem 36; 2001/2: 4-7.
2. WHO. Control of Epidemic Meningococcal Diseases. WHO Practical Guidelines. 2nd edition. Geneva. 1998.
3. Ramsay M, Andrews N, Kaczmarski EB, Miller E. Efficacy of meningococcal serogroup C conjugate vaccine in teenagers and toddlers in England. Lancet 2001; 357: 195-6.