Veelgestelde vragen over betaling, OCMW en onderhoudsplicht

Loading...

Op deze pagina:

?

Wat is de rol van het OCMW als u zelf voldoende financi?le middelen heeft om de woonzorgcentrumkosten te dragen?

Als u als oudere over voldoende middelen beschikt om de kosten voor uw woonzorgcentrum (woonzorgcentrum) zelf te betalen, dan moet het OCMW in principe niet tussenbeide komen.

Het staat u dan vrij een woonzorgcentrum te kiezen in functie van de financi?le middelen waarover u beschikt. U hoeft geen verantwoording afleggen over hoe u zult betalen. U hoeft ook geen informatie te geven over uw spaargelden, eigendommen, pensioen ...

U kunt ook nooit verplicht worden het beheer van uw goederen of de bewaring ervan over te laten aan een persoon die verbonden is aan de instelling waarin u bent opgenomen. U kunt er wel voor kiezen dat vrijwillig te doen.

Het volstaat om voor u zich laat opnemen, een schriftelijke opnameovereenkomst af te sluiten met het woonzorgcentrum. Op het einde van de maand zal het woonzorgcentrum een factuur opmaken met een gedetailleerd overzicht van de uitgaven.

In een aantal gevallen kan het OCMW wel tussenbeide komen bij het betalen van de woonzorgcentrumkosten, ook al beschikt u als oudere over voldoende middelen. Dat kan gebeuren als:

Terug naar boven

Wat als een woonzorgcentrum een borgstelling vraagt?

Sommige woonzorgcentra vragen dat het bevoegde OCMW zich borg stelt, ook al betaalt u als oudere zelf uw opvang. De meeste OCMWfs zullen zofn waarborg ook afleveren.

Het hoeft niet per se het OCMW te zijn dat zich borg stelt. In principe kan ieder rechtsbekwaam persoon als borg fungeren, ook de kinderen. Als een woonzorgcentrum vraagt dat de? kinderen zich borg stellen, hoeven niet alle kinderen dat te doen. Wie zich (hoofdelijk) borg stelt, staat immers in voor de volle schuld.

Terug naar boven

Wat als u niet meer in staat bent uw eigen gelden te beheren?

De gevolmachtigde vertegenwoordiger

Het kan gebeuren dat een zwaar zorgbehoevende of dementerende oudere bewoner niet meer in staat zijn eigen middelen te beheren. Daarom is het belangrijk dat u als oudere v??r uw opname een gevolmachtigde vertegenwoordiger aanduidt. Het is in elk geval belangrijk dat u daar tijdig ernstig over nadenkt. Blijft u bespaard van dementie, dan heeft u die gevolmachtigde niet nodig.

Aanstelling

Een gevolmachtigde vertegenwoordiger kiest u door een vertrouwenspersoon aan te duiden en deze te bekleden met een lastgeving. Een lastgeving is een contract waarbij een persoon, genaamd lastgever (de oudere) aan een ander persoon, genaamd lasthebber (de vertrouwenspersoon), opdracht geeft in zijn naam ??n of meer juridische handelingen te stellen.

Meestal volstaat een algemene volmacht.

Taken

Zofn contract geeft de lasthebber het recht om in naam van de oudere zijn pensioen te innen, huuropbrengsten te ontvangen, enz.

De lasthebber kan de goederen van de oudere niet verkopen. Het recht om goederen te verkopen wordt beschikkingsrecht genoemd. In de lastgeving moet het beschikkingsrecht van de lasthebber over meubilair, roerende goederen (effecten, kasbons ...) uitdrukkelijk bepaald worden.

Als de oudere een of meerdere huizen bezit, is een notari?le akte vereist om aan de lasthebber het beschikkingsrecht te verlenen over de onroerende goederen. De lastgeving kan door de oudere altijd ingetrokken worden zonder dat hij daarvoor verantwoording moet afleggen.

Meer informatie

Meer informatie over lastgeving en algemene volmacht is te vinden in volgende brochures

  • "Ik leef - Ik beslis" te verkrijgen bij de Julie Rensonstichting (Lombardijestraat 35, 1060 Brussel - T. 02 538.94.76).
  • "Thuiszorg - Financi?le afspraken in de familie", K.V.L.V., Minderbroedersstraat 8, 3000 Leuven.

De voorlopige bewindvoerder

Als u zelf geen gevolmachtigde vertegenwoordiger heeft aangeduid en u niet meer in staat bent uw eigen goederen te beheren, dan is de wet van 18 juli 1991 (art 488bis van het burgerlijk wetboek) van toepassing. Dat is de wet over de bescherming van de goederen van personen die door hun lichaams- of geestestoestand geheel of gedeeltelijk onbekwaam zijn te beheren. Hieronder vallen de dementerende ouderen die in een woonzorgcentrum of rust- en verzorgingstehuis verblijven.

Aanstelling

Iedere belanghebbende, woonzorgcentrumdirecteur, familie of andere persoon die een bescherming van de belangen van personen beoogt, kan bij de vrederechter de aanwijzing van een voorlopige bewindvoerder aanvragen. Ook de te beschermen persoon zelf kan een dergelijk verzoek indienen. De territoriaal bevoegde vrederechter is die van de verblijfplaats van de te beschermen persoon.

De procedure wordt ingeleid met een verzoekschrift. Dat moet ondertekend worden door de indiener of zijn advocaat. Bij het verzoekschrift moet onder meer een geneeskundige verklaring toegevoegd worden. Die mag ten hoogste 15 dagen oud zijn en beschrijft de gezondheidstoestand van de te beschermen persoon.

De wet voorziet dat bij voorkeur een familielid wordt aangeduid om deze taak op zich te nemen. Uit de praktijk blijkt dat ook vaak een advocaat of notaris aangesteld wordt.

Taken

De voorlopige bewindvoerder heeft tot taak de goederen van de beschermde persoon te beheren als een goede huisvader. De vrederechter bepaalt, rekening houdend met de aard en de samenstelling van het patrimonium, evenals met de gezondheidstoestand van de beschermde persoon, de omvang van de bevoegdheden van de voorlopige bewindvoerder.

Mits bijzondere machtiging van de vrederechter, kan de bewindvoerder een reeks handelingen stellen:

  • de roerende en onroerende goederen van de beschermde persoon vervreemden;
  • leningen aangaan en hypotheken toestaan;
  • een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarden of verwerpen;
  • een schenking of een legaat aanvaarden;
  • een pachtovereenkomst of een handelshuurovereenkomst sluiten;
  • een dading aangaan.

Jaarlijks en op het einde van zijn mandaat moet de voorlopige bewindvoerder rekenschap geven van zijn beheer aan de vrederechter ?n aan de beschermde persoon, behalve indien de gezondheidstoestand van die laatste het niet toelaat.

De vrederechter kan aan de voorlopige bewindvoerder, bij een gemotiveerde beslissing, een vergoeding toekennen, waarvan het bedrag niet hoger mag zijn dan 3% van de inkomsten van de beschermde persoon.

Meer info

Ontevreden familieleden van onder voorlopige bewindvoering geplaatsten hebben zich verenigd in de Zelfhulpgroep Onbekwaamverklaarden, Zallaken 23 te 3112 Rotselaar (T: 016 58 12 42), waar inlichtingen rond deze procedure kunnen worden ingewonnen. Ook bij elke notaris of advocaat kunt inlichtingen verkrijgen.

Terug naar boven

Wat als u de kosten voor uw woonzorgcentrum niet kunt betalen? Wanneer komt het OCMW tussenbeide?

Als u onvoldoende middelen heeft om uw kosten van uw woonzorgcentrum te betalen, kunt u een beroep doen op het bevoegde OCMW. Dat is het OCMW van de gemeente waar u bent ingeschreven v??r de opname.

Onderzoek naar eigen middelen

Het OCMW zal pas een tussenkomst verlenen als na onderzoek blijkt dat uw eigen middelen inderdaad niet volstaan.

U zult eerst uw pensioen, huuropbrengsten, enz. moeten aanspreken. Voldoen het pensioen of eventuele andere periodiek terugkerende inkomsten niet om de verblijfkosten te betalen, dan moeten die eerst aangevuld worden met spaargelden, obligaties, enz.

U bent als oudere dan ook verplicht om op vraag van het OCMW een correct overzicht te geven van de spaargelden waarover u beschikt. Als u hierover foute inlichtingen verschaft, dan kan het OCMW de gemaakte kosten terugvorderen. Het OCMW kan, mits akkoord van de betrokkene, de informatie natrekken bij de verschillende financi?le instellingen.

Als u spaargelden bezit, dan kunt u die bij de ontvanger van het OCMW in bewaring geven. Dat is echter geen verplichting. Het moet altijd vrijwillig gebeuren.

Die gelden mogen enkel aangewend worden voor kosten die re?el door de oudere gemaakt worden. De ontvanger moet de middelen beheren als een "goede huisvader". D.w.z. dat hij die middelen optimaal moet aanwenden, ervoor moet zorgen dat ze interesten opbrengen,enz.

Zijn ook de spaargelden opgebruikt of onbestaande, dan kan het OCMW een tussenkomst verlenen.

Terugvordering van de verblijfskosten

Om terugbetaling van de gemaakte verblijfkosten te waarborgen, kan het OCMW een hypothecaire inschrijving nemen op de bestaande onroerende goederen van de oudere.

Alvorens een tussenkomst te verlenen, zal het OCMW ook nagaan in hoeverre de verblijfkosten kunnen teruggevorderd worden van de onderhoudsplichtigen. De onderhoudsplichtigen zijn in eerste instantie de kinderen van de oudere. Mogelijk zullen zij dus een financi?le inspanning moeten leveren om de plaatsing mogelijk te maken.

Terug naar boven

Hoeveel zakgeld houdt u over?

Vooraleer het OCMW een tussenkomst verleent, moet u als de oudere dus eerst uw eigen middelen aanspreken.

U hoeft echter niet alles af te staan, u hebt recht op zakgeld. Anders zou er immers niets meer overblijven voor uw persoonlijke uitgaven. De wetgeving biedt u een bedrag van minimaal 900 euro per jaar. Dat bedrag wordt ge?ndexeerd samen met het leefloon (974,16 euro op 1/1/2008).

De samenstelling van dat?zakgeld?werd vastgelegd in het?KB van 25 april 2004 (PDF).

Giften van niet-onderhoudsplichtigen (vrienden, kennissen, broers of zussen) moet u ook niet afstaan.

Terug naar boven

Welk OCMW is bevoegd?

Als u een beroep wilt doen op een OCMW om de kosten voor uw woonzorgcentrum te betalen, dan is dat het OCMW van uw woonplaats.

Ook als u verhuist naar een woonzorgcentrum in een andere gemeente, blijft het OCMW van uw eigen gemeente bevoegd.

Terug naar boven

Wat gebeurt er met de eigendommen (onroerende goederen) van de oudere als het OCMW moet tussenbeide komen?

Stel dat u als oudere eigendommen bezit en ook een beroep doet op het OCMW om uw kosten voor het woonzorgcentrum te betalen. In dat geval moet u aan uw OCMW melden dat u eigendommen bezit.

Doorgaans zal het OCMW een hypothecaire inschrijving nemen op de eigendommen. Zo waarborgt het OCMW de terugbetaling van de eventuele tussenkomst die het verleent voor de opvang in een woonzorgcentrum. Het geeft het OCMW met andere woorden de zekerheid dat de verblijfkosten of althans een gedeelte ervan, terugbetaald zullen worden.

Het OCMW hoeft voor de hypothecaire inschrijving geen toestemming te krijgen van u.

Door die hypothecaire inschrijving kunt u uw eigendom niet verkopen zonder medeweten van de ontvanger van het OCMW. De kosten die een hypothecaire inschrijving met zich meebrengt, vallen ten laste van het OCMW.

Het OCMW kan tijdens uw verblijf in een instelling, uw huis of eigendom niet in bezit nemen tenzij u dat zelf toestaat. D.w.z. dat het OCMW u niet kan dwingen uw huis te verkopen of te verhuren. In de praktijk zien we nochtans dat een aantal OCMWfs verplichten tot verhuren terwijl andere aandringen en/of verplichten tot verkoop.

Verhuurt u vrijwillig uw huis, dan worden de huurgelden beschouwd als maandelijkse inkomsten. Ze moeten dus gebruikt worden voor de betaling van de verblijfkosten. Als uw inkomen ontoereikend is, zal het OCMW - met het oog op het behoud van het patrimonium - moeten instaan voor de betaling van grondbelastingen, herstellingswerken, etc. Bij een latere verkoop van de eigendom kunnen die kosten in rekening gebracht worden.

Als u de eigendom wenst te verkopen, zal het OCMW aanspraak maken op het gedeelte van de opbrengst waarin u gerechtigd bent. Bent u eigenaar van het hele pand, dan zal het OCMW zijn rechten doen gelden op de volledige verkoopopbrengst. Heeft u kinderen die mede-eigenaar zijn, dan kan het OCMW nooit beslag leggen op het gedeelte van uw kinderen.

Terug naar boven

Kan het OCMW het geld terugvorderen van een eigendom dat u hebt verkocht voor uw woonzorgcentrumopname?

Als u als oudere een eigendom verkocht heeft v??r u in het woonzorgcentrum bent opgenomen, dan hangt het ervan af hoe lang dat geleden is: binnen de 5 jaar voor de opnameaanvraag of langer (meer dan 5 jaar) geleden.

Verkoop binnen 5 jaar voor aanvraag tot opname

In dat geval kan het OCMW geld terugvorderen van de onderhoudsplichtigen. Dat kan als uit het onderzoek zou blijken:

  • dat het patrimonium van de oudere de laatste 5 jaar v??r de opname in belangrijke mate is verminderd;
  • ?n als er een redelijk vermoeden bestaat dat het OCMW erdoor schade lijdt en de onderhoudsplichtigen er voordeel uit gehaald hebben.

Verkoop meer dan 5 jaar v??r opname

Een terugvordering is wettelijk gezien niet meer mogelijk.

Toch gaan een aantal OCMWfs in dergelijke gevallen over tot een gehele of gedeeltelijke terugvordering van de verkoopopbrengst. Het kan ook zijn dat ze weigeren tussenbeide te komen in de kosten voor het woonzorgcentrum.

Terug naar boven

Kan het OCMW u verplichten van woonzorgcentrum te veranderen?

De woonzorgcentra in Vlaanderen kunnen door 3 verschillende instanties beheerd worden:

  • door een openbaar bestuur (meestal een OCMW, uitzonderlijk een gemeente);
  • door een vzw;
  • door een vennootschap of particulier persoon.

In principe kunt u naar het woonzorgcentrum van uw keuze gaan.

Doet u een beroep op een OCMW om uw woonzorgcentrum te betalen, dan spelen er echter 3 criteria mee bij de keuze van uw woonzorgcentrum of overplaatsing naar een woonzorgcentrum. ?

  1. Ten eerste is er de mate van zich thuis voelen, het ge?ntegreerd zijn in een woonzorgcentrum. Een woonzorgcentrum is geen tijdelijke verblijfplaats zoals een ziekenhuis, maar een echte thuis. Een gedwongen verhuis betekent het loslaten van bekenden, van een leefpatroon, terug aanpassen aan een nieuwe situatie. Het is duidelijk dat dit bij de hoogbejaarde bewoner een ernstige emotionele schok kan teweeg brengen.
  2. Een tweede criterium is de kostprijs. Het verschil in kostprijs kan zeer aanzienlijk zijn tussen het woonzorgcentrum waar u als oudere verblijft of wilt verblijven en andere rusthuizen, waaronder dat van het OCMW. Het is aan het OCMW om dan uit te maken hoe sterk de sociale en emotionele gevolgen bij een overplaatsing doorwegen tegenover de financi?le consequenties.
  3. Een derde overweging betreft de geschiktheid van het woonzorgcentrum, vooral gelet op de gezondheid, de graad van zorgbehoevendheid en de zorgomkadering die u als oudere nodig heeft.

De meeste OCMWfs kiezen dan ook voor een tussenoplossing. Het OCMW zoekt dan naar een evenwicht tussen de woonwensen van de bewoner en het kostenplaatje. Dat wordt bereikt door de tussenkomst in de dagprijs te begrenzen tot bijvoorbeeld de dagprijs in de eigen instelling, de gemiddelde dagprijs gangbaar in de streek of tot een bepaald concreet bedrag.

Met een priv?woonzorgcentrum kunt een begrensde dagprijs overeenkomen .

Tegen een beslissing van een OCMW aangaande steunverlening kunt u binnen de maand bij de arbeidsrechtbank in beroep gaan. De mogelijkheid tot beroep en de concrete procedure hiertoe dienen normaliter vermeld te zijn in de brief van het OCMW waarin de beslissing meegedeeld wordt.

Terug naar boven

Wat is de onderhoudsplicht?

OCMWfs hebben altijd de mogelijkheid om de kosten voor de plaatsing in een oudereninstelling, geheel of gedeeltelijk terug te vorderen van de onderhoudsplichtige familieleden. De wetgever verplicht de familie immers tot solidariteit op financieel vlak.

Elk OCMW moet dan ook een onderzoek instellen bij de onderhoudsplichtigen om na te gaan of zij kunnen bijdragen in de gemaakte kosten. De kans bestaat dus dat de onderhoudsplichtigen moeten bijdragen om een plaatsing mogelijk te maken.

Om de onderhoudsplichtige bijdragen te kunnen vaststellen, zal het OCMW een maatschappelijk onderzoek uitvoeren.

Terug naar boven

Wie is onderhoudsplichtig?

  • Echtgeno(o)t(e): het OCMW moet terugvorderen.
  • Kinderen en schoonkinderen: het OCMW moet terugvorderen. De bijdrage wordt beperkt tot het kindsdeel.
  • Kleinkinderen: het OCMW mag terugvorderen. Dat gebeurt uitzonderlijk.
  • De wegens overlijden gewezen schoonkinderen die kinderen hebben: het OCMW mag terugvorderen. Dit gebeurt uitzonderlijk.

De wegens echtscheiding gewezen schoonkinderen zijn niet onderhoudsplichtig. Er bestaat dus geen onderhoudsplicht tussen broers en zussen, tussen neven en nichten!

Terug naar boven

Wanneer kunt u als onderhoudsplichtige vrijgesteld worden van die onderhoudsplicht?

Er zijn twee gevallen waarin iemand die normaal onderhoudsplichtig is, toch vrijgesteld kan worden van zijn onderhoudsplicht.

  1. Als het inkomen van de onderhoudsplichtige te laag is;
  2. op grond van de zogenaamde billijkheidsredenen.

Het inkomen van de onderhoudsplichtige is te laag

Het OCMW mag nooit kosten terugvorderen als het belastbaar inkomen van de onderhoudsplichtigen zich situeert beneden een bepaalde inkomensgrens.

De terugvordering van kosten van opname en huisvesting is niet mogelijk als het belastbare inkomen van de onderhoudsplichtige niet hoger is dan 1.3083,82 euro (527.800 Belgische frank), vermeerderd met 2.289,67 euro (92.365 Belgische frank) per persoon ten laste (index 01/01/99).

In de praktijk gaan de meeste OCMWfs uit van het gemeenschappelijk belastbaar inkomen. D.w.z. dat het inkomen van man ?n vrouw getoetst wordt aan de inkomensgrens waaronder het OCMW niet kan terugvorderen.

Billijkheidsredenen

Het OCMW kan de onderhoudsplichtigen vrijstellen van het betalen van de onderhoudsplichtige bijdragen op grond van bepaalde feiten, de zogenaamde billijkheidsredenen:

  • Een slechte relatie tussen de oudere en de onderhoudsplichtige.
  • Jarenlange verbreking van het contact tussen oudere en onderhoudsplichtige.
  • De gezondheidstoestand van de onderhoudsplichtige, diens echtgeno(o)t(e) en/of diens kinderen.
  • Het gepensioneerd zijn van de onderhoudsplichtige.

Het OCMW hoeft met geen van deze billijkheidsredenen rekening te houden.

Terug naar boven

Hoeveel bedraagt de onderhoudsplicht?

De onderhoudsplicht wordt beperkt door 3 factoren:

De re?le kostprijs

Het OCMW mag nooit meer aanrekenen aan de onderhoudsplichtige dan de re?le kostprijs.

Opmerking: onderhoudsplichtige bijdragen hebben een ??nmalig karakter. Als er dus zowel voor vader als voor schoonvader een onderhoudsplichtige bijdrage moet geleverd worden, dan moeten de betrokken OCMWfs een verdeelsleutel hanteren. De kinderen zullen dus geen 2 bijdragen moeten leveren onafhankelijk van elkaar.

Het kindsdeel

De terugvordering mag ook niet meer bedragen dan het kindsdeel.

Een voorbeeld: vader wordt opgenomen in een instelling. Het OCMW moet 300 euro opleggen bovenop het pensioen. Vader heeft 3 kinderen. Dan kan het OCMW per kind niet meer terugvorderen dan ??n derde. D.w.z. 100 euro. Stel nu dat vader maar 2 kinderen heeft. Dan kan het OCMW per kind niet meer terugvorderen dan de helft (1/2de) van die 300 euro, d.w.z. 150 euro.

De maximale onderhoudsplichtige bijdrage wordt dus begrensd door het kindsdeel. En dat kindsdeel wordt kleiner naarmate er meer kinderen zijn.

Hetzelfde principe geldt voor de kleinkinderen. Als het OCMW ervoor zou kiezen om terug te vorderen van de kleinkinderen, dan zal ook daar de terugvordering begrensd worden door het kindsdeel.

Uitzonderlijk kan het OCMW het principe van het kindsdeel niet toepassen. Dat kan als er bij een van de onderhoudsplichtigen een grote welstand wordt vastgesteld.

Het barema of de schaal van het OCMW

In theorie kan het OCMW het volledige gedeelte boven de inkomensdrempel terugvorderen van de onderhoudsplichtige. De enige begrenzing is het kindsdeel. De kinderen zouden al te vaak een zeer grote bijdrage moeten leveren. Vandaar dat elk OCMW een barema of schaal hanteert om de onderhoudsplichtige bijdrage te bepalen.

De onderhoudsplichtige moet de toegepaste terugvorderingschaal kunnen inzien.

In de praktijk blijkt dat bij de berekening van de onderhoudsplichtige bijdrage, geen eenvormigheid bestaat tussen de verschillende OCMWfs. Er zijn 3 mogelijke benaderingen te onderscheiden:

  • De bijdrage wordt berekend aan de hand van het gezamenlijk belastbaar inkomen.
  • De bijdrage wordt berekend aan de hand van het netto inkomen.
  • De onderhoudsplichtigen betalen het volledige kindsdeel, ongeacht de grootte van het inkomen.

Terug naar boven

Is de onderhoudsplicht fiscaal aftrekbaar?

Ja. Onderhoudsgelden zijn voor 80% aftrekbaar als zij op regelmatige basis gestort worden. Hiervoor moet u een attest van het OCMW bij de belastingsaangifte voegen.

Terug naar boven

Hoe kan ik als onderhoudsplichtige in beroep gaan tegen mijn onderhoudsplicht?

De onderhoudsplichtigen dienen steeds op de hoogte gebracht te worden van de grootte en de berekeningswijze van de door hen te betalen bijdragen.

Als de onderhoudsplichtigen niet akkoord gaan met het vastgestelde bedrag, volstaat het om gewoon niet te betalen. Bij een dergelijke weigering van betaling zal het OCMW zich als schuldeiser tot de rechtbank moeten wenden om betaling te verkrijgen. In de eerste plaats moet het OCMW echter een schikking in der minne nastreven. Het OCMW kan daarvoor een voorstel doen. Het staat de onderhoudsplichtigen dan vrij dat voorstel te aanvaarden of niet.

Als er geen akkoord bereikt wordt, moet tot een rechtsvordering besloten worden. In principe is de vrederechter bevoegd.

Een andere mogelijkheid is dat de familie zich zelf tot de vrederechter wendt.

Terug naar boven

Wat is systeem I?

Het systeem I is de naam van een financieel beheerssysteem zoals dat door Dexia op de markt gebracht is. Het is bedoeld om de gelden van de bewoners van een woonzorgcentrum of R.V.T. centraal te beheren. Ook andere financi?le instellingen bieden een gelijkaardig systeem aan.

Het systeem is gebaseerd op een verzameling van individuele rekeningen. Er worden dagafschriften van de verrichtingen gemaakt die ter beschikking zijn van zowel de bewoner, zijn familie of wettelijke vertegenwoordiger enerzijds en de gevolmachtigde anderzijds. Het systeem wordt vooral in OCMW-woonzorgcentraaangewend. De OCMW-raad stelt de gevolmachtigde aan.

Het systeem is gratis voor de bewoner: er zijn geen openings-, beheers-, en verrichtingskosten. De bewoner ontvangt verder de interesten op het depositoboekje.

Voor de beheersinstantie (het OCMW) is er een beheersvergoeding voorzien. Die wordt berekend op het gemiddelde jaarlijkse creditkapitaal van de zichtrekeningen en depositoboekjes. Ook inschrijvingen op kasbons geven aanleiding tot een vergoeding.

Het systeem werkt volledig geautomatiseerd: betalingsopdrachten, dag-afschriften, verrichtingen raadplegen ... gebeuren rechtstreeks van computer tot computer.

Elke bewoner die tot het systeem wil toetreden, ondertekent een volmacht tot beheer door de instelling voor de totaliteit of voor een deel van zijn tegoeden of ontvangsten. De gevolmachtigde van het systeem opent bij Dexia of een andere financi?le instelling een zichtrekening en/of een depositoboekje, een beleggingsrekening of een effectendossier. Die rekeningen worden geopend op naam van de bewoner, maar uitsluitend beheerd door de gevolmachtigde van het woonzorgcentrum.

Als de bewoner al rekeningen had bij de bank, kunnen die rekeningen in het systeem ge?ntegreerd worden.

Elke bestaande handtekenbevoegdheid voor de rekeningen verdwijnt bij de integratie in het systeem I. De kern van het Systeem I is het schriftelijke mandaat dat de bewoner of zijn wettelijke vertegenwoordiger geeft aan het OCMW of het woonzorgcentrum.

Als een bewoner het woonzorgcentrum verlaat worden zijn rekeningen in Systeem I afgesloten of uit het systeem geschrapt. De oudere of de wettelijke vertegenwoordiger krijgt dan weer de volledige autonomie over het beheer van die rekeningen.

Terug naar boven

ART: Artificiële Reproductieve Technieken, zoals IVF, ICSI
SE: Standard error (standaardfout) / Zweden