Hoofdluizen komen heel vaak voor. Iedereen kan luizen krijgen. Een besmetting met hoofdluizen heeft niets met hygiëne te maken: luizen hebben geen voorkeur voor ongewassen haar.
Luizen kunnen alleen kruipen. Ze kunnen niet vliegen of springen. Ze verplaatsen zich vooral van het ene hoofd naar het andere hoofd door direct hoofdcontact. Omdat kinderen tijdens het spelen vaker met hun hoofden tegen elkaar komen, zijn zij het vaakst het slachtoffer van een besmetting. Ook huisgenoten van een besmet kind hebben meer kans op luizen.
Luizen kunnen ook overgedragen worden door het gemeenschappelijke gebruik van bijvoorbeeld haarborstels, mutsen, sjaals, hoofddeksels, handdoeken, bedlinnen of knuffels. Luizen kunnen ook overgaan via kleding als die dicht bij elkaar hangt, bijvoorbeeld aan een kapstok.