02-07-2012
In Limburg zijn de voorbije weken 24 mensen besmet geraakt met de enterohemorrhagische Escherichia coli (EHEC). Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) en het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) hebben intensief samengewerkt om de bron van de besmettingen te vinden, om zo verdere besmettingen te voorkomen. Het FAVV-onderzoek had al eerder het besmet vlees aangetoond. Het onderzoek van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid en het WIV bevestigt dat de zieke mensen vlees hadden gegeten uit de winkels waar besmet vlees intussen uit de handel werd gehaald.
Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid kreeg de voorbije weken 24 meldingen van besmetting met de EHEC-bacterie. EHEC is één van de besmettelijke ziektes die artsen verplicht moeten melden zodat het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid maatregelen kan nemen om verdere besmettingen te voorkomen. Het gaat over de meer bekende O157 EHEC-variant, waarvan er in België jaarlijks een vijftigtal gevallen gedetecteerd worden. 24 meldingen op enkele weken is echter meer dan wat in een dergelijke tijdspanne verwacht wordt en daarom is er sprake van een cluster. De eerste melding dateert van 5 juni, de laatste van 22 juni. Eén melding die eerder werd meegeteld nemen we niet langer mee omdat deze volgens het onderzoek buiten de cluster valt (eerste ziektedag was veel vroeger dan bij de andere zieken en er is geen link met het besmette vlees).
Limburgse cluster
Het gaat over 11 mannen en 13 vrouwen. Hun leeftijd varieert van 6 tot 84 jaar. 12 zijn jonger dan 18 jaar, 9 zijn tussen 18 en 65 jaar en 3 zijn ouder dan 65 jaar.
7 personen wonen in Dilsen-Stokken, in Maasmechelen en in Maaseik waren er telkens 6 meldingen. In Meeuwen-Gruitrode, Bree, Opglabbeek en Hamont-Achel was er telkens 1 melding. Tenslotte was er 1 kind uit het Antwerpse dat op bezoek is geweest in Bree.
16 personen werden opgenomen in het ziekenhuis. 3 van hen waren vorige week nog steeds opgenomen, waaronder 2 personen met het hemolytisch uremisch syndroom (HUS). Nog twee andere personen ontwikkelden HUS, maar zij zijn intussen ontslagen uit het ziekenhuis.
Bronopsporing
Om verdere besmetting te voorkomen is het brononderzoek belangrijk. De afdeling Toezicht Volksgezondheid van het agentschap werkt hiervoor samen met het FAVV en met het WIV.
Het FAVV onderzoekt de herkomst van een reeks voedingsproducten die misschien met de infecties verband houden. Bij enkele patiënten waren nog verdachte voedselresten aanwezig. Deze werden door het FAVV opgehaald en onderzocht. In deze voedselresten werd de E. coli O157 bacterie aangetroffen. Het Agentschap verklaart : “ de uitslagen van de monsternemingen (filet américain en dunne lenden) waren positief op de aanwezigheid van
pathogene E. coli O157. De tracering naar het vlees werd uitgevoerd en het nog aanwezige vlees werd in beslag genomen en vernietigd.Het onderzoek wordt nog verder gezet.”
De afdeling Toezicht Volksgezondheid en het WIV zorgen voor het epidemiologisch luik van het brononderzoek. Dat gebeurt door middel van een bevraging. De bevraging onderzoekt wat de zieke personen gegeten hebben en waar ze hun inkopen deden en waarin dat verschilt met wat gezonde personen aten of waar zij hun vlees kochten.
“In de regio Noord-Limburg kregen een 500-tal personen een brief met de vraag om een vragenlijst in te vullen. Uit de resultaten blijkt een statistisch significant verschil tussen de vleesconsumptie van de zieke en de gezonde personen. Hetzelfde geldt voor de winkels waar ze het vlees aankochten.”, zegt Ria Vandenreyt, woordvoerder van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid.
Bij zieke personen werden stoelgangstalen onderzocht en werden de gevonden kiemen vergeleken met de vleesmonsters. Ook dit onderzoek toonde een link tussen beide aan.
“Uit de vergelijking van de resultaten van alle onderzoeken die gedaan zijn, zowel bij het vlees als bij de mensen, blijkt een grote overeenstemming. We mogen dus besluiten dat de mensen ziek zijn geworden van het eten van het besmet vlees (vooral filet américain) dat intussen uit de handel werd genomen. Voor de meest recente meldingen – de laatste dateert van 22 juni – loopt het onderzoek wel nog, maar we hopen dat we ook hier het verband met dezelfde bron zullen kunnen leggen.”, zegt Ria Vandenreyt.
Het FAVV raadt aan de koudeketen altijd te respecteren en te garanderen, gekoeld voedsel niet te lang te bewaren en de uiterste consumptiedata in acht te nemen.
Over EHEC
Enterohemorragische Escherichia coli (EHEC) is een verzamelnaam voor verschillende stammen van de bacterie Escherichia coli die een toxine produceren.
Mensen kunnen besmet geraken met deze bacterie als ze besmet voedsel eten. Rauw of onvoldoende gebakken vlees, onvoldoende gewassen rauwe groenten of zuivelproducten van rauwe melk zijn meestal de boosdoeners. De EHEC-bacterie kan in uitzonderlijke gevallen van mens naar mens overgebracht worden.
De symptomen van een voedselbesmetting blijven vaak beperkt tot een milde diarree. Bij besmetting met de EHEC-bacterie kan de diarree eerst waterig zijn en na 1 tot 3 dagen overgaan in een diarree met bloed. Er kunnen ook buikkrampen zijn en soms moet men braken. De klachten duren 2 tot 9 dagen (gemiddeld 4 dagen) en gaan over het algemeen vanzelf over. Soms, in 2 à 7 % van de besmettingen, kan zo’n bloederige diarree leiden tot een nieraandoening, het hemolytisch uremisch syndroom (HUS). HUS is ernstig maar het merendeel van de patiënten met HUS herstelt volledig. In zeldzame gevallen (2 à 9% van de patiënten) is het nierfalen dodelijk.
Naast bronopsporing zijn een goede hygiëne en correcte bewaring en bereiding van producten (vb. zuivel en vlees) belangrijk in het voorkomen van verdere besmettingen.
Perscontacten
Kijk ook op de website van het FAVV voor
WIV: Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid
pathogene: afgeleid van pathogeniteit, wat aangeeft of een organisme - bv. bacterie, virus, schimmel of parasiet - in staat is een ziekte te veroorzaken bij een plant, dier of mens.