Via de gezondheidsenquête 2008 kunnen we de sociale ongelijkheden in kaart brengen voor heel wat indicatoren van ziekten en aandoeningen. We kijken daarbij
We stellen vast dat er verschillen zijn in de richting van minder fysische en psychische aandoeningen bij hoger opgeleiden .
Cijfer uitgelicht: Wie is er het meest tevreden over de diensten thuiszorg?
De 5 parameters voor sociale (on-)gelijkheid wijzen op een beperkte sociale gradiënt. Niettemin is duidelijk dat de hoogst geschoolden relatief minder dan de laagst geschoolden zeer tevreden zijn over de dienstverlening van diensten voor thuiszorg.
Evolutie gecorrigeerd* percentage (met betrouwbaarheidsintervallen) van de volwassen bevolking dat zeer tevreden is over de dienstverlening van thuiszorgdiensten, Vlaams Gewest, 2008

Voetnoot: * Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2001 als referentie)
Bron: Gezondheidsenquête, België, 2008
Download: onderliggende cijfers (XLS)
Hoe interpreteer ik deze cijfers?
Voor deze socio-economische analyse maken we enkel gebruik van het "hoogste opleidingsniveau in het huishouden". Het niveau van opleiding wordt ingedeeld in 4 groepen waarvoor elk van de volgende indicatoren wordt berekend:
- Gewogen resultaat en voor leeftijd gecorrigeerde resultaten.
- Kansverhouding (odds ratio) tussen hoogste en laagste opleidingsniveau.
bv. In 2008 waren de laagst geschoolden 1,9 keer vaker zeer tevreden dan de hoogst geschoolden over de dienstverlening van thuiszorgdiensten.
- "Population attributable fraction (PAF)": hoe zou het cijfer veranderen als iedereen hetzelfde resultaat had als de hoogst opgeleide gezinnen?
bv. Als iedereen hoog was opgeleid zou het percentage personen die zeer tevreden zijn over thuiszorg 6% lager liggen.
- Gini-coëfficiënt: is de verhouding van laag en hoog opgeleiden bij zieken gelijk als de verhouding van laag en hoog opgeleiden in de totale bevolking?
bv. De verhouding van hoger en lager opgeleiden bij personen met die zeer tevreden zijn over thuiszorgdiensten is slechts in beperkte mate scheefgetrokken ten opzichte van de verdeling in de totale bevolking (6%).
- "Slope index of inequality (SII)" en "Relative index of inequality (RII)" zijn beiden gebaseerd op een regressielijn die de trend (=stijgen of dalen) aangeeft naar opleiding. De SII geeft het verschil in prevalentie weer tussen de theoretisch laagste en hoogste positie op de trendlijn. De RII geeft de verhouding weer tussen de theoretisch laagste en hoogste positie op de trendlijn.
bv. De grote tevredenheid over thuiszorg is 17% lager bij de top van de opleidingshiërarchie in vergelijking met de diegenen aan de bodem (SII). Het aantal personen op de onderste trede van de opleidingsladder die zeer tevreden zijn over thuiszorg is 1,3 keer hoger dan bij diegenen op de allerhoogste trede.
Tevredenheid over thuiszorg:overzicht van de parameters voor sociale (on-)gelijkheid (met 95% BI),Vlaams Gewest, Gezondheidsenquête 2008
| |
Parameter |
BI |
| Odds Ratio |
1,9 |
(1,0 – 3,6) |
| PAF (%) |
6,1 |
(5,9 – 6,3) |
| Gini (%) |
6,1 |
(4,5 – 7,0) |
| SII (%) |
-17,3 |
(-35,1 – 0,4) |
| RII |
1,3 |
(1,2 – 1,4) |
| Download: |
Alle berekeningen, ook voor mannen en vrouwen apart |
Een uitgebreidere beschrijving van de methode (met voorbeelden) vind je in dit rapport (PDF).
Volledige rapport
Het volledige rapport (PDF), geschreven door Sabine Drieskens van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, behandelt volgende thema’s met een of meerdere indicatoren:
- Gebruik spoeddiensten, thuishulp, CGG
- Toegankelijke zorg
- Tevredendheid over dienstverlening thuiszorg
- Sociale ondersteuning
- Palliatieve zorg
Op de site van de gezondheidsenquête (resultaten 2008) staat een gelijkaardige analyse maar dan voor heel België.
BI: Betrouwbaarheidsinterval
CGG: centrum voor geestelijke gezondheidszorg
Prevalentie: De proportie personen die een bepaalde ziekte of aandoening hebben, in een bepaalde populatie op een bepaald tijdstip.