Op deze pagina:
Overzicht kerncijfers
- In 2010 kregen 52.730 personen hulp in een CGG.
- Dit is een stijging voor het 3de jaar op rij, maar lijkt nog steeds lager dan in de periode 2004-2006. Dit is echter vooral het gevolg van een nieuwe manier van registreren. Het registratiejaar 2007 blijkt daarbij vooral een overgangsjaar te zijn.
- Gemiddeld was een persoon in 2010 tijdens 1 zorgperiode aanwezig op 7,5 hulpactiviteiten.
- Er zijn 806 zorgperiodes meer dan er patiënten zijn. Sommige patiënten kennen per jaar meer dan 1 zorgperiode: als iemand een behandeling krijgt voor 2 verschillende problemen, of een behandeling in het begin van het jaar en een op het einde, zijn dat 2 afzonderlijke zorgperiodes.
Kerncijfers CGG-sector, 2004, 2007-2010
|
2004 |
|
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
| Aantal cliënten met actieve zorgperiode (als hoofdcliënt) |
53.786 |
|
47.978 |
49.832 |
51.375 |
52.924 |
| Aantal actieve zorgperiodes hoofdcliënten |
53.962 |
|
48.889 |
50.624 |
52.144 |
53.730 |
| Gemiddelde duur (in dagen) van ... * |
|
Hulpverlening (van 1e face-to-face tot laatste face-to-face)
|
424 |
|
379 |
436 |
472 |
508 |
Wachttijd tot intakegesprek (1e face-to-face)*
|
48 |
|
56 |
33 |
33 |
40 |
Wachttijd tussen intakegesprek (1e face-to-face) en start behandeling (2e face-to-face)*
|
71 |
|
53 |
38 |
39 |
40 |
| Ontvangen zorg hoofdcliënten |
|
| Aantal hulpactiviteiten |
430.023 |
|
428.958 |
466.915 |
480.149 |
510.586 |
| waarvan doorgegane |
|
|
332.463 |
381.302 |
388.971 |
402.958 |
| waarvan doorgegane behandelingen |
|
|
249.708 |
284.792 |
291.773 |
293.044 |
| Gemiddeld aantal hulpactiviteiten per zorgperiode |
8,0 |
|
8,7 |
9,2 |
9,2 |
9,5 |
| waarvan doorgegane |
|
|
6,8 |
7,5 |
7,5 |
7,5 |
| waarvan doorgegane behandelingen |
|
|
5,1 |
5,6 |
5,6 |
5,5 |
| Bron: |
Arcade-registratiegegevens CGG, 2004, 2007, EPD-registratie 2007-2010 |
| Voetnoot * |
Zorgperiodes waarvan de aanmeldingsdatum 4 jaar voor de start van een nieuwe behandeling (FTF1) ligt, werden uitgesloten van de berekeningen. Het betreft hier vermoedelijk dossiers die niet goed werden afgesloten en een nieuwe ZP zijn gestart, of die niet goed zijn omgezet naar het nieuwe registratiesysteem (2007). |
Terug naar boven
Vanwaar komen de cijfers?
Alle centra geestelijke gezondheidszorg houden een elektronisch patiëntendossier (EPD) bij. Daar halen we deze cijfers uit. De elektronische patiëntendossiers vervangen de arcaderegistratie die vroeger (tot 2007) werd gebruikt.
Betere cijfers
De overgang naar EPD heeft enkele gevolgen voor de cijfers.
- Het totale aantal actieve zorgperiodes en betrokken personen is gedaald. Een aantal dubbeltellingen zijn immers weggevallen. Iemand die in 2 vestigingen van eenzelfde fusie een behandeling kreeg (bv. groepstherapie in vestiging A en individuele therapie in vestiging B) werd via Arcade 2 keer geteld (want elke vestiging stuurde apart zijn cijfers naar het Agentschap Zorg en Gezondheid). Het EPD heeft voor die persoon 1 gezamenlijk bestand per fusie en zal hem dus maar 1 keer tellen.
- Niet-hulpactiviteiten worden niet meer geregistreerd (aanmeldingen en indirecte hulpactiviteiten).
- Het aantal hulpactiviteiten is gestegen omdat het tellen nu gebeurt via de elektronische agenda's van de hulpverleners. We kunnen nu ook een beter onderscheid maken tussen activiteiten die zijn doorgegaan en activiteiten die onverwachts niet zijn doorgegaan (en ook niet werden verzet).
Terug naar boven
Meer cijfers over de centra voor geestelijke gezondheidszorg
CGG: centrum voor geestelijke gezondheidszorg