Via de gezondheidsenquête 2008 kunnen we de sociale ongelijkheden in kaart brengen voor heel wat indicatoren van ziekten en aandoeningen. We kijken daarbij
We stellen vast dat er verschillen zijn in de richting van minder fysische en psychische aandoeningen bij hoger opgeleiden.
Cijfer uitgelicht: Voelt iemand met een lage opleiding zich goed in zijn vel?
De 5 parameters voor sociale (on-)gelijkheid daarentegen wijzen op duidelijke verschillen tussen de opleidingscategorieën. Deze verschillen zijn bij mannen en bij vrouwen van dezelfde grootte-orde. We kunnen dus besluiten dat, voor wat het percentage van de bevolking met een depressie betreft, er sprake is van een sociale gradiënt waarbij lager opgeleiden vaker dan de hoger opgeleiden een depressie hebben.
Bovendien tonen de cijfers aan dat deze gradiënt niet significant verandert doorheen de tijd (van 1997 tot 2008): de verschillen in de resultaten tussen de socio-economische groepen nemen niet toe, maar ook niet af.
Evolutie gecorrigeerd* percentage (met betrouwbaarheidsintervallen) van de volwassen bevolking (18 jaar en ouder) met zelfgerapporteerde depressie in de afgelopen 12 maanden, Vlaams Gewest, 1997-2008

Voetnoot: * Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2001 als referentie)
Bron: Gezondheidsenquête, België, 1997-2008
Download: onderliggende cijfers (XLS)
Hoe interpreteer ik deze cijfers?
Voor deze socio-economische analyse maken we enkel gebruik van het "hoogste opleidingsniveau in het huishouden". Het niveau van opleiding wordt ingedeeld in 4 groepen waarvoor elk van de volgende indicatoren wordt berekend:
- Gewogen resultaat en voor leeftijd gecorrigeerde resultaten
- Kansverhouding (odds ratio) tussen hoogste en laagste opleidingsniveau
bv. In 2008 gaven de laagst geschoolden 1,9 keer vaker aan dat ze leden aan een depressie dan de hoogst geschoolden.
- "Population attributable fraction (PAF)": hoe zou het cijfer veranderen als iedereen hetzelfde resultaat had als de hoogst opgeleide gezinnen?
bv. Als iedereen hoog was opgeleid zou het percentage personen met een depressie een kwart lager liggen (27%).
- Gini-coëfficiënt: is de verhouding van laag en hoog opgeleiden bij zieken gelijk als verhouding van laag en hoog opgeleiden in de totale bevolking?
bv. De verhouding van hoger en lager opgeleiden bij personen met depressie is matig scheefgetrokken ten opzichte van de verdeling in de totale bevolking (22%).
- "Slope index of inequality (SII)" en "Relative index of inequality (RII)" zijn beiden gebaseerd op een regressielijn die de trend (=stijgen of dalen) aangeeft naar opleiding. De SII geeft het verschil in prevalentie weer tussen de theoretisch laagste en hoogste positie op de trendlijn. De RII geeft de verhouding weer tussen de theoretisch laagste en hoogste positie op de trendlijn.
bv. De prevalentie van depressie is 3% lager bij de top van de opleidingshiërarchie in vergelijking met de diegenen aan de bodem (SII). De prevalentie van depressie bij personen op de onderste trede van de opleidingsladder is 3 keer hoger dan bij diegenen op de allerhoogste trede.
Depressie:overzicht van de parameters voor sociale (on-)gelijkheid (met 95% BI),Vlaams Gewest, Gezondheidsenquête 2008
| |
Parameter |
BI |
| Odds Ratio |
1,9 |
(1,0 – 3,4) |
| PAF (%) |
26,7 |
(26,1 – 27,3) |
| Gini (%) |
21,7 |
(12,4 – 25,1) |
| SII (%) |
-3,3 |
(-6,2 – -0,3) |
| RII |
3,4 |
(3,4 – 3,4) |
| Download: |
Alle berekeningen, ook voor mannen en vrouwen apart |
Een uitgebreidere beschrijving van de methode (met voorbeelden) vind je in dit rapport (PDF).
Volledige rapport
Het volledige rapport (PDF), geschreven door Sabine Drieskens en Stefaan Demarest van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, behandelt volgende thema’s met een of meerdere indicatoren:
- Gezondheidsgevoel
- Prevalentie van chronische aandoeningen (rugpijn, hoofdpijn, diabetes, depressie, suïcidale gedachten)
- Beperkingen in het dagelijkse leven
Op de site van de gezondheidsenquête (resultaten 2008) staat een gelijkaardige analyse maar dan voor heel België.
BI: Betrouwbaarheidsinterval
Prevalentie: De proportie personen die een bepaalde ziekte of aandoening hebben, in een bepaalde populatie op een bepaald tijdstip.