Vaststellingen
De meeste mannen met longkanker sterven eraan (9 op de 10). Dat blijkt uit de mortaliteit-incidentieratio (91%). Ook voor vrouwen is de verhouding tussen
incidentie en mortaliteit hoog (85 overlijdens per 100 nieuwe longkankerpatiënten).
7 op de 100 mannen en 2 op de 100 vrouwen lopen het risico om voor de leeftijd van 75 jaar gediagnosticeerd te worden met de kanker in kwestie.
De laatste 10 jaar daalde het absolute aantal sterfgevallen door longkanker bij mannen van gemiddeld 3.200 naar 3.000. Bij vrouwen steeg het absolute aantal sterfgevallen (van 460 naar 700).
Ook de gestandaardiseerde sterfte daalde bij de mannen significant met gemiddeld 3 per 100.000 inwoners per jaar. Bij de vrouwen steeg de gestandaardiseerde sterfte significant met gemiddeld 3 per 1.000.000 inwoners per jaar.
Overzicht: longkanker in het Vlaamse gewest
| ICD-10 code C33-C34 |
Mannen |
Vrouwen |
| Sterfte 2005 |
absoluut aantal |
2.999 |
716 |
| ASR(E) |
76,6 |
16,5 |
| gemiddelde leeftijd |
71,1 |
68,2 |
| Incidentie 2004 |
absoluut aantal |
3.283 |
838 |
| ASR(E) |
81,0 |
17,4 |
| gemiddelde leeftijd |
68,9 |
65,2 |
| cumulatief risico 0-74 jaar in % |
7,2 |
1,8 |
| Mortaliteit-incidentieratio in % |
91,3 |
85,4 |
| Relatieve 5-jaarsoverleving (Vlaanderen 1997-2001) (in %) |
14,5 |
19,8 |
| Bron: |
Overlijdenscertificaten Vlaams Gewest / Kankerregister |
| ASR(E): |
direct gestandaardiseerd aantal, op basis van Europese standaardbevolking, 1/100.000 inwoners |
Over deze cijfers
- De mortaliteit-incidentieratio geeft een beeld van de globale overleving. Het gaat hier voor mortaliteit om de cijfers van 2005 en voor incidentie om cijfers van 2004. Het gaat (meestal) niet om dezelfde personen, eerder om mensen met een gelijkaardige diagnose. Daarbij wordt verondersteld dat zowel de sterfte als de incidentie stabiel blijven.
- ASR(E): Europees gestandaardiseerde sterfte en Europees gestandaardiseerde incidentie per 100.000 inwoners. Dit cijfer kan gebruikt worden om de Vlaamse cijfers te vergelijken met die van andere landen en om de evolutie in de tijd te beoordelen. Meer informatie over (directe) standaardisatie en Europese standaardbevolking vindt u in onze verklarende woordenlijst.
- Het cumulatief risico geeft het risico weer (in %) om voor de leeftijd van 75 jaar met de diagnose van blaaskanker geconfronteerd te worden.
- De relatieve 5-jaarsoverleving is een schatting van de verwachte overlevingskansen. Het wordt berekend door het geobserveerde aantal overlevenden te delen door het verwachte aantal overlevenden in een groep personen met dezelfde leeftijdsstructuur uit de totale bevolking. Dat cijfer werd berekend door het Kankerregister en gepubliceerd in "Cancer incidence and survival in Flanders, 2000-2001"(PDF).
Incidentie: Het aantal nieuwe gevallen van een bepaalde ziekte, aandoening of gebeurtenis in een bepaalde tijdsperiode in een bepaalde risicopopulatie.
ASR: Age Standardized Rate - Direct gestandaardiseerd cijfer (o.b.v. Vlaamse bevolking 2000).
ASR(E): Direct gestandaardiseerd cijfer o.b.v. Europese standaardpopulatie
ASR(W): Direct gestandaardiseerd cijfer o.b.v. standaard wereldbevolking
ICD-10: International Classification of Diseases, tenth revision