Op deze pagina:
Vermijdbare sterfte gaat over 2 groepen van doodsoorzaken:
- Doodsoorzaken die door primaire preventie vermeden kunnen worden. Primaire preventie betekent voorkomen dat mensen ziek worden of een aandoening ontwikkelen. De overheid heeft hier een impact op door haar bevolking goed in te lichten en te sensibiliseren voor de gevolgen van ongezonde voedings- en leefstijlfactoren (bv. roken). Het gaat over volgende vermijdbare doodsoorzaken:
- longkanker, te vermijden door niet te roken,
- ischemische hartziekten bij mensen jonger dan 65 jaar, te vermijden door niet te roken, gezonde voeding en voldoende beweging,
- huidkanker bij mensen ouder dan 4 en jonger dan 65 jaar, te vermijden door aangepaste bescherming bij zonnen,
- levercirrose, te vermijden door matiging van alcoholgebruik,
- verkeersongevallen, te vermijden door aangepast rijgedrag en een goede controle op de verkeersveiligheid.
- Doodsoorzaken die zich amper zouden voordoen als de gezondheidszorg perfect georganiseerd zou zijn. Het gaat om sterfgevallen die voorkomen kunnen worden door medische interventies zoals vaccinatie, vroegtijdige opsporing (bv. van borstkanker) en/of gepaste behandeling (secundaire preventie). Als deze vermijdbare overlijdens zich toch voordoen, is dat een teken dat het gezondheidszorgsysteem niet optimaal werkt. Het gaat hierbij over 30-tal doodsoorzaken.
De belangrijkste doodsoorzaken die vaak beschouwd worden als vermijdbaar door een betere organisatie van de gezondheidszorg zijn borstkanker bij vrouwen, en CVA en colorectale kanker bij zowel mannen als vrouwen.
Het gezondheidsbeleid heeft tot doel het geheel van gezondheidsproblemen zo doelmatig en zo doeltreffend mogelijk te beïnvloeden. Cijfers over zogenaamd "vermijdbare" sterfte geven een beeld van waar verbetering mogelijk lijkt.
Ongevallen buiten de verkeerssituatie en zelfdoding worden hier niet meegeteld. We kijken ook enkel naar overlijdens van personen jonger dan 75 jaar.
Terug naar boven
Vermijdbare sterfte: totaal
Bijna de helft van de overlijdens voor de leeftijd van 75 jaar zou theoretisch op een of andere manier te vermijden zijn.
- Bij mannen bekomen we 39% vermijdbare sterfte. Het grootste deel hiervan wordt toegeschreven aan ongezonde leefgewoonten (zoals sterfte door longkanker en ischemische hartziekten) of verkeersongevallen.
- Bij vrouwen berekenen we 44% vermijdbare sterfte. Het grootste deel is te wijten aan doodsoorzaken die samenhangen met de kwaliteit en doeltreffendheid van de gezondheidszorg.
Percentage vermijdbare sterfte, 0-74 jaar, Vlaams Gewest, 2010
| |
Mannen |
Vrouwen |
Totaal |
| |
Aantal |
% |
Aantal |
% |
Aantal |
% |
| Vermijdbaar door primaire preventie |
2.686 |
23,3% |
932 |
13,6% |
3.618 |
19,7% |
Vermijdbaar door medische interventies (sec. preventie inbegrepen) |
1.794 |
15,6% |
2.065 |
30,1% |
3.859 |
21,0% |
| Totaal vermijdbaar |
4.480 |
38,8% |
2.997 |
43,7% |
7.477 |
40,7% |
| Totale sterfte in de leeftijdsgroep 0-74 jaar |
11.533 |
|
6.859 |
|
18.392 |
|
| Bron: |
alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2010 |
Terug naar boven
Sterfte vermijdbaar door primaire preventie
- Bij mannen kan bijna 1 op de 4 overlijdens voor de leeftijd van 75 jaar beschouwd worden als vermijdbaar door primaire preventie.
- Bij vrouwen is 1 op de 7 overlijdens vermijdbaar door primaire preventie.
Een van de belangrijkste oorzaken van vermijdbare sterfte is nog altijd tabaksgebruik (longkanker en een deel van de ischemische hartziekten), zowel bij mannen als bij vrouwen. Longkanker veroorzaakt resp. 61% en 63% van alle primair vermijdbare sterfte bij mannen en vrouwen.
Sterfte vermijdbaar door primaire preventie, leeftijdsgroep 0-74 jaar, Vlaams Gewest, 2010
| Doodsoorzaak |
Leeftijds- groep |
ICD-10- code* |
Mannen |
Vrouwen |
Totaal |
| aantal |
% |
aantal |
% |
aantal |
% |
| Longkanker |
5-74 |
C33-C34 |
1.638 |
61% |
588 |
63% |
2.226 |
62% |
| Huidkanker |
5-64 |
C44 |
2 |
0% |
3 |
0% |
5 |
0% |
| Ischemische hartziekten |
5-64 |
I20-I25 |
499 |
19% |
126 |
14% |
625 |
17% |
| Levercirrose |
15-74 |
K70, K73, K74, K72.1, K76.0-1 |
251 |
9% |
140 |
15% |
391 |
11% |
| Verkeersongevallen |
Alle |
[codes] |
296 |
11% |
75 |
8% |
371 |
10% |
| Subtotaal |
2.686 |
100% |
932 |
100% |
3.618 |
100% |
| percentage t.o.v. totale sterfte |
|
23% |
|
14% |
|
20% |
| Totale sterfte |
11.533 |
|
6.859 |
|
18.392 |
|
| Selectie gebaseerd op: |
Leveque A, Humblet PC, Lagasse R: Atlas de la mortalité évitable en Belgique, 1985-1989. Arch. Public Health, 1999: 57; 1-87 |
| Bron: |
alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2010 |
* ICD-10-codes zijn een internationale codering van doodszoorzaken.
Terug naar boven
Sterfte vermijdbaar door een betere gezondheidszorg (medische interventie)
Bij mannen
Bij mannen is 16% van de sterfgevallen tussen 0 en 74 jaar vermijdbaar door medische interventie.
- Colorectale kanker is bij mannen de belangrijkste oorzaak van deze voortijdige sterfte: 1 op de 4 van de medisch vermijdbare sterfgevallen (25%).
- Op de tweede plaats volgen cerebrovasculaire aandoeningen: bijna 1 op de 4 van de medisch vermijdbare sterfgevallen (24%).
- Op de derde plaats komen ischemische hartziekten: 1 op de 6 van de medisch vermijdbare sterfgevallen (18%). Hierbij wordt verondersteld dat slechts de helft van al deze sterfgevallen bij kinderen van 0 tot 4 en bij senioren tussen 65 en 74 jaar te voorkomen was door een medische interventie. De ischemische sterfte bij personen tussen 5 en 64 jaar wordt beschouwd als vermijdbaar door primaire preventie (zie hoger).
- Op de vierde plaats komt pneumonie met 1 op de 10 van de medisch vermijdbare sterfgevallen (10%).
Bij vrouwen
Bij vrouwen is bijna 1 op de 3 overlijdens (30%) vermijdbaar door medische interventie.
- Borstkanker is bij vrouwen de belangrijkste oorzaak van voortijdige sterfte met 2 op de 5 van de medisch vermijdbare sterfte (40%).
- Op de tweede plaats komen cerebrovasculaire aandoeningen: 1 op de 6 van de medisch vermijdbare sterfgevallen (17%).
- Colorectale kanker staat op de derde plaats: 1 op de 8 van de medisch vermijdbare sterfgevallen (12%).
Sterfte vermijdbaar door medische interventies, secundaire preventie inbegrepen, leeftijdsgroep 0-74 jaar, Vlaams Gewest, 2010
| Doodsoorzaak |
Leeftijdsgroep |
ICD-10 -code* |
Mannen |
Vrouwen |
Totaal |
| aantal |
% |
aantal |
% |
aantal |
% |
| Intestinale infecties |
0-14 |
A00-A09 |
0 |
0% |
0 |
0% |
0 |
0% |
| Tuberculose |
0-74 |
A15-A19, B90 |
3 |
0% |
2 |
0% |
5 |
0% |
| Difterie/tetanus/poliomyelitis |
0-74 |
A36, A35, A80 |
0 |
0% |
0 |
0% |
0 |
0% |
| Kinkhoest |
0-14 |
A37 |
0 |
0% |
1 |
0% |
1 |
0% |
| Sepsis |
0-74 |
A40-A41 |
86 |
5% |
73 |
4% |
159 |
4% |
| Mazelen |
1-14 |
B05 |
0 |
0% |
0 |
0% |
0 |
0% |
| Colorectale kanker |
0-74 |
C18-C21 |
457 |
25% |
254 |
12% |
711 |
18% |
| Huidkanker |
0-4/65-74 |
C44 |
9 |
1% |
6 |
0% |
15 |
0% |
| Borstkanker |
0-74 |
C50 |
7 |
0% |
823 |
40% |
830 |
22% |
| Baarmoederhalskanker |
0-44 |
C53 |
- |
- |
71 |
3% |
71 |
2% |
| Baarmoederkanker |
0-74 |
C54-C55 |
- |
- |
5 |
0% |
5 |
0% |
| Testiskanker |
0-74 |
C62 |
5 |
0% |
- |
- |
5 |
0% |
| Ziekte van Hodgkin |
0-74 |
C81 |
4 |
0% |
4 |
0% |
8 |
0% |
| Leukemie |
0-44 |
C91-C95 |
15 |
1% |
17 |
1% |
32 |
1% |
| Schildklieraandoeningen |
0-74 |
E00-E07 |
0 |
0% |
2 |
0% |
2 |
0% |
| Diabetes mellitus |
0-49 |
E10-E14 |
9 |
1% |
5 |
0% |
14 |
0% |
| Epilepsie |
0-74 |
G40-G41 |
38 |
2% |
26 |
1% |
64 |
2% |
| Chron. reumatische hartziekten |
0-74 |
I05-I09 |
9 |
1% |
25 |
1% |
34 |
1% |
| Hypertensie |
0-74 |
I10-I13, I15 |
22 |
1% |
24 |
1% |
46 |
1% |
| Cerebrovasculaire aandoeningen |
0-74 |
I60-I69 |
436 |
24% |
352 |
17% |
788 |
20% |
Aandoeningen luchtwegen (niet influenza,pneumonie) |
1-14 |
J00-J09, J20-J99 |
2 |
0% |
0 |
0% |
2 |
0% |
| Influenza |
0-74 |
J10-J11 |
1 |
0% |
3 |
0% |
4 |
0% |
| Pneumonie |
0-74 |
J12-J18 |
182 |
10% |
88 |
4% |
270 |
7% |
| Maagzweer |
0-74 |
K25-K27 |
14 |
1% |
13 |
1% |
27 |
1% |
| Appendicitis |
0-74 |
K35-K38 |
2 |
0% |
0 |
0% |
2 |
0% |
| Abdominale hernia |
0-74 |
K40-K46 |
3 |
0% |
3 |
0% |
6 |
0% |
| Cholelithiasis en cholecystitis |
0-74 |
K80-K81 |
8 |
0% |
3 |
0% |
11 |
0% |
| Nefritis en nefrose |
0-74 |
N00-N07, N17-N19, N25-N27 |
58 |
3% |
52 |
3% |
110 |
3% |
| Goedaardige prostaathyperplasie |
0-74 |
N40 |
1 |
0% |
- |
- |
1 |
0% |
| Maternale sterfte |
- |
O00-O99 |
- |
- |
4 |
0% |
4 |
0% |
| Congen. cardiov. aandoeningen |
0-74 |
Q20-Q28 |
21 |
1% |
15 |
1% |
36 |
1% |
| Bepaalde aandoeningen ontstaan in perinatale periode |
- |
P00-P96, A33 |
78 |
4% |
52 |
3% |
130 |
3% |
| Medische fouten (chirurgie/verzorging) en complicaties en onverwachte reacties op behandelingen |
0-74 |
Y60-Y69, Y83-Y84 |
10 |
1% |
8 |
0% |
18 |
0% |
| Ischemische hartziekten (50%) |
0-4/65-74 |
I20-I25 |
314 |
18% |
134 |
6% |
448 |
12% |
| Subtotaal |
1.794 |
100% |
2.065 |
100% |
3.859 |
100% |
| percentage t.o.v. totale sterfte |
|
16% |
|
30% |
|
21% |
| Totale sterfte |
11.533 |
|
6.859 |
|
18.392 |
|
| Selectie gebaseerd op: |
Nolte E, McKee M: Measuring the health of nations: Analysis of mortality amenable to health care. BMJ.com; 327; 13/11/2003 |
| Bron: |
alle sterftecertificaten, maar niet doodgeborenen, Vlaams Gewest, 2010 |
* ICD-10 codes zijn een internationale codering van doodszoorzaken.
Terug naar boven
Verkeersongevallen [codes]:
V01.1, V02.1, V03.1, V04.1, V05.1, V06.1, V09.2-3, V10.3-5, V11.3-5, V12.3-5, V14.3-5, V15.3-5, V16.3-5, V17.3-5, V18.3-5, V10.9, V11.9, V12.9, V13.9, V14.9, V15.9, V16.9, V17.9, V18.9, V19.4-6, V19.9, V20.3-5, V21.3-5, V22.3-5, V23.3-5, V24.3-5, V25.3-5, V26.3-5, V27.3-5, V28.3-5, V20.9, V21.9, V22.9, V23.9, V24.9, V25.9, V26.9, V27.9, V28.9, V29.4-6, V29.9, V30.4-7, V30.9, V31.4-7, V31.9, V32.4-7, V32.9, V33.4-7, V33.9, V34.4-7, V34.9, V35.4-7, V35.9, V36.4-7, V36.9, V37.4-7, V37.9, V38.4-7, V38.9, V39.4-7, V39.9, V40.4-7, V40.9, V41.4-7, V41.9, V42.4-7, V42.9, V43.4-7, V43.9, V44.4-7, V44.9, V45.4-7, V45.9, V46.4-7, V46.9, V47.4-7, V47.9, V48.4-7, V48.9, V49.4-7, V49.9, V50.4-7, V50.9, V51.4-7, V51.9, V52.4-7, V52.9, V53.4-7, V53.9, V54.4-7, V54.9, V55.4-7, V55.9, V56.4-7, V56.9, V57.4-7, V57.9, V58.4-7, V58.9, V59.4-7, V59.9, V60.4-7, V60.9, V61.4-7, V61.9, V62.4-7, V62.9, V63.4-7, V63.9, V64.4-7, V64.9, V65.4-7, V65.9, V66.4-7, V66.9, V67.4-7, V67.9, V68.4-7, V68.9, V69.4-7, V69.9, V70.4-7, V70.9, V71.4-7, V71.9, V72.4-7, V72.9, V73.4-7, V73.9, V74.4-7, V74.9, V75.4-7, V75.9, V76.4-7, V76.9, V77.4-7, V77.9, V78.4-7, V78.9, V79.4-7, V79.9, V80.2-7, V80.9, V81.1, V81.9, V82.1, V82.4, V82.9, V83.0-3, V84.0-3, V85.0-3, V86.0-3, V87, V89.2-3
Ischemische hartziekten: Hartziekten veroorzaakt door een verminderde bloedtoevoer naar de hartspier zelf. De verminderde bloedtoevoer is meestal een gevolg van een vernauwing van de slagaders.
CVA: Cerebrovasculaire Aandoening (ICD-10-code I60-I69)
ICD-10: International Classification of Diseases, tenth revision