
Terug naar vorige pagina
Foeto-infantiele sterfte (FI)
Foeto-infantiele sterfte betreft elk sterfgeval van een kind tijdens het eerste levensjaar, levend- of doodgeboren, en is dus in feite de som van mortinataliteit en infantiele sterfte.
Mortinataliteit of Doodgeboortecijfer(DG)
Mortinataliteit is de verhouding van het aantal doodgeboren kinderen ten opzichte van alle geboorten (zowel levend- als doodgeboorten).
Volgens de WGO, moeten doodgeboren kinderen meegeteld worden indien ze minimum 500 g wogen bij geboorte of indien het geboortegewicht niet gekend is, wanneer de zwangerschap minimum 22 weken duurde.
- Mortinataliteit is een onderdeel van perinatale sterfte(PE), samen met de vroegneonatale sterfte(VN).
- Mortinataliteit is een onderdeel van foeto-infantiele sterfte(FI), samen met de infantiele sterfte(IS).
Infantiele sterfte (IS)
Voor de infantiele sterfte wordt de teller gevormd door het aantal levendgeboren kinderen dat overlijdt vóór de eerste verjaardag in een bepaald kalenderjaar, de noemer is het totale aantal levendgeborenen in hetzelfde jaar.
Op basis van de leeftijd uitgedrukt in dagen, wordt de infantiele sterfte verder opgesplitst in neonatale sterfte(NS) en postneonatale sterfte(PN).
Neonatale sterfte (NS)
Neonatale sterfte geeft het aantal levendgeboren kinderen dat overlijdt gedurende de eerste 28 levensdagen. Neonatale sterfte is een onderdeel van de infantiele sterfte(IS).
- Voor de vroegneonatale sterfte (VN) is deze periode beperkt tot de zeven eerste levensdagen (dag 0 tot en met dag 6).
Vroegneonatale sterfte is een onderdeel van perinatale sterfte(PE), samen met de mortinataliteit(DG)
- Voor de laatneonatale sterfte (LN) is deze periode beperkt van de achtste tot de 28e levensdag (dag 7 tot en met dag 27).
Vroege en late neonatale sterftecijfers worden berekend op basis van het aantal levendgeboren kinderen.
Postneonatale sterfte (PN)
Postneonatale sterfte geeft het aantal kinderen dat sterft vanaf 4 weken na de geboorte tot vóór de eerste verjaardag, en betreft dus de periode na de neonatale sterfte. Het sterftecijfer wordt berekend ten opzichte van alle levendgeborenen.
Postneonatale sterfte is een onderdeel van de infantiele sterfte.
- Voor de vroege postneonatale sterfte is deze periode beperkt tot de zes eerste levensmaanden (maand 0 tot en met maand 5).
- Voor de late postneonatale sterfte is deze periodes beperkt van de zevende tot de 12e levensmaand (maand 6 tot en met maand 11).
Perinatale sterfte (PE)
Perinatale sterfte betreft het aantal doodgeborenen en vroegneonatale sterfgevallen, vergeleken met alle geboorten (zowel levend- als doodgeboorten).
Terug naar vorige pagina
DG: Doodgeboren
FI: Foeto-infantiel overlijden
LN: Laatneonataal overlijden
NS: statistisch niet significant
PE: Perinataal overlijden
PN: Postneonataal overlijden: vanaf verstreken dag 28 na de geboorte t/m verstreken dag 365