Verklaring: Europese standaardbevolking

Loading...

Omdat sterftecijfers en prevalentiecijfers sterk afhankelijk zijn van de leeftijds- en geslachtssamenstelling van de bevolking moet men hiervoor standaardiseren (zie ook standaardisatie). Internationaal zijn er verschillende standaardpopulaties afgesproken, bv. de wereldstandaardbevolking en de Europese standaardbevolking.
Deze laatste verschilt van de wereldbevolking door een groter aandeel ouderen. 

Bij vergelijkingen van het Vlaams Gewest met andere (Europese) regio's en landen wordt deze Europese standaardbevolking gebruikt om de effecten van verschillen in samenstelling van de bevolking weg te werken. In deze bevolking zijn er evenveel mannen als vrouwen. Hieronder is de samenstelling van de Europese standaardbevolking weergegeven.

 

Leeftijdsverdeling Europese Standaardbevolking
Leeftijdsgroep
(jaren)
Aantal
0 1.600
1–4 6.400
5–9 7.000
10–14 7.000
15–19 7.000
20–24 7.000
25–29 7.000
30–34 7.000
35–39 7.000
40–44 7.000
45–49 7.000
50–54 7.000
55–59 6.000
60–64 5.000
65–69 4.000
70–74 3.000
75–79 2.000
80–84 1.000
85+ 1.000
Totaal 100.000

Cijfers die gestandaardiseerd zijn op basis van deze Europese Standaardbevolking worden aangeduid met ASR(E).

ASR: Age Standardized Rate - Direct gestandaardiseerd cijfer (o.b.v. Vlaamse bevolking 2000).

ASR(E): Direct gestandaardiseerd cijfer o.b.v. Europese standaardpopulatie

ASR(W): Direct gestandaardiseerd cijfer o.b.v. standaard wereldbevolking