De doodsoorzaken die op het overlijdenscertificaat worden ingevuld, zijn de ziekten, aandoeningen of letsels die hebben geleid of hebben bijgedragen tot het overlijden en de omstandigheden van het ongeval of geweld waarin dergelijke letsels werden veroorzaakt.
Op de Belgische sterftecertificaten, wordt de doodsoorzakenketen opgesplitst in een onmiddellijke doodsoorzaak, tot 2 intermediaire doodsoorzaken en een oorspronkelijke doodsoorzaak. Daarnaast kunnen ook nog tot 3 bijkomende oorzaken worden genoteerd.
Definities: soorten doodsoorzaken
- De onderliggende of oorspronkelijke doodsoorzaak wordt onderverdeeld in "natuurlijk" of "niet-natuurlijk":
- Onderliggende natuurlijke doodsoorzaak: de ziekte of het letsel dat aanleiding heeft gegeven tot de reeks van gebeurtenissen die rechtstreeks tot de dood hebben geleid.
- Onderliggende uitwendige of externe doodsoorzaak: de omstandigheden van het ongeval of geweld waarin het fatale letsel werd veroorzaakt. Ongevallen, vergiftigingen, moord, zelfdoding, en gebeurtenissen waarvan de intentie niet kan worden bepaald zijn dus uitwendige doodsoorzaken.
De onderliggende doodsoorzaak moet verplicht vermeld worden op het certificaat.
- De intermediaire of tussenliggende doodsoorzaak maakt deel uit van de logische keten van samenhangende ziekten en traumata die de dood rechtstreeks tot gevolg hadden. De certifiërende arts heeft hiermee de mogelijkheid om een meer genuanceerd ziektebeeld te schetsen.
- De onmiddellijke doodsoorzaak is de ziekte of het letsel dat uiteindelijk de dood heeft veroorzaakt, maar die een gevolg is van de onderliggende en de eventuele intermediaire doodsoorzaken.
- De bijkomende of geassocieerde doodsoorzaken zijn belangrijke aandoeningen die, hoewel ze niet rechtstreeks tot de dood hebben geleid, toch een belangrijk aandeel hadden in het uiteindelijke overlijden (verzwakking van de immuniteit, verzwaring van het totale ziektebeeld).