Databestand: geboortecertificaten en sterftecertificaten zuigelingen (kinderen jonger dan 1 jaar)

Loading...

Schematische voorstelling

 fig_schema_geboortes

Zoals het sterftecertificaat voor personen ouder dan een jaar (model III C), bestaan ook de sterftecertificaten voor kinderen jonger dan een jaar en de geboortecertificaten uit een A-, B-, C- en D-strook. De stroken hebben dezelfde functie als bij model III C, maar de inhoud ervan verschilt.  Niet alleen gegevens over het kind, maar ook gegevens over zijn ouders, over de zwangerschap en de bevalling werden hier opgenomen. 

De variabelen in model III D (aangifte van het overlijden van een kind jonger dan een jaar of van een doodgeboorte) zijn een combinatie van de variabelen uit model I (voor de aangifte van de geboorte van een levend kind) en die uit model III C (aangifte van het overlijden van een persoon ouder dan een jaar).

Wanneer het niet om een doodgeboorte gaat, volgen de gegevens over het overlijden van een kind jonger dan een jaar dezelfde weg als beschreven voor de gegevens over het overlijden van een persoon ouder dan een jaar.

De weg die de gegevens over een geboorte afleggen voor ze in onze databank terechtkomen verschilt ook niet zo veel van de stroom beschreven voor de sterftegegevens. Het belangrijkste verschil ligt in het feit dat bij de registratie en verwerking van geboortegegevens er nog een organisatie een belangrijke rol speelt, met name het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE). 

  • Voor 1998 werden de medische gegevens over de geboorten door het ministerie geregistreerd aan de hand van de C-strook. Het SPE registreerde gelijktijdig ook gelijkaardige (soms meer gedetailleerde) gegevens in vele Vlaamse materniteiten.
    • Onder medische gegevens verstaan we ondermeer: vorige geboorten, medische risicofactoren, vermoedelijke zwangerschapsduur, ligging van het kind voor de geboorte, inductie van de bevalling.
  • Gezien deze dubbele registratie, besloot het ministerie in 1998 met het SPE samen te werken en de taak van de materniteiten te verlichten. Voortaan zouden zij nog slechts één medisch registratieformulier dienen in te vullen namelijk dit van het SPE.

Het is ook het SPE dat nu de medische gegevens op computer invoert. Van de C-strook wordt enkel nog het unieke nummer gebruik. Dankzij dit nummer kunnen de medische gegevens van de geboorte gekoppeld worden aan de overeenkomstige socio-demografische gegevens die het ministerie via de gemeentelijke burgerlijke stand bereiken (B- en D-stroken). De invoer van de gegevens van deze B- en D-stroken gebeurt op het ministerie met een gelijkaardige applicatie als die gebruikt voor de invoer van de sterftegegevens. 

Voor de Vlaamse gemeenten bekomen we dus de medische data elektronisch via het SPE. Het SPE controleert de medische gegevens die ze ons bezorgen uitvoerig op volledigheid en fouten. Voor de geboortes die niet via het SPE worden geregistreerd, voeren we de medische gegevens zelf in. 

De medische gegevens over de doodsoorzaak van het overlijden van een kind jonger dan 1 jaar of een doodgeboorte worden wel rechtstreeks doorgestuurd naar het ministerie.
Als alle gegevens van een bepaald jaar werden geregistreerd, worden de socio-demografische gegevens gekoppeld aan de medische. De resulterende databank wordt uitvoerig gecontroleerd en kan dan gebruikt worden voor verdere statistische verwerking.

Definities

Definities in verband met perinatale sterfte kunnen sterk verschilllen. Daarom is in elk rapport over perinatale sterfte het aangeven van de gebruikte definities noodzakelijk. Wij hanteren daarbij het schema van de tijdvakken van de foeto-infantiele periode. Definities in woorden kan u vinden in de rubriek Verklaringen.

Bovendien geeft de Belgische wetgeving aanleiding tot verwarring: 

  • Enerzijds bepaalt het KB van 17.06.99 betreffende het opstellen van een doodsoorzakenstatistiek, dat als doodgeboren moet worden geregistreerd: "elk levenloos ter wereld gekomen kind met een geboortegewicht van tenminste 500 gram of, indien het gewicht niet gekend is, geboren na een zwangerschap van tenminste 22 weken of met een daarmee overeenstemmende lichaamslengte van tenminste 25 cm". Deze definitie is conform aan de richtlijnen van de wereldgezondheidsorganisatie inzake nationale statistieken. 
  • Anderzijds herinnert een omzendbrief van de minister van justitie van 10.06.99, n.a.v. de invoering van een artikel 80bis in het burgerlijk wetboek, eraan dat de aangifte van een levenloos geboren kind slechts door de burgerlijke stand geakteerd mag worden indien de geboorte tenminste 6 maanden na de conceptie plaatsvond (180 dagen regel). 
  • De doodsoorzakenstatistiek kan bijgevolg een onderschatting inhouden van het aantal foetale sterfgevallen tussen de 22ste en 26-28ste zwangerschapsweek.

De gepubliceerde cijfers hebben betrekking op gebeurtenissen van het bestudeerde kalenderjaar. De noemer die voor de verschillende cijfers gebruikt wordt, is gebaseerd op het aantal levend- en doodgeboren kinderen in 1 kalenderjaar waarvan de moeder in het Vlaams Gewest verblijft. Voor de teller stelt zich een probleem: een aantal gevallen van kindersterfte van kinderen geboren in dat kalenderjaar doen zich voor in het volgende kalenderjaar en een aantal gevallen van kindersterfte van kinderen geboren in het vorige kalenderjaar doen zich voor in het bestudeerde kalenderjaar. Bij de gebruikelijke manier van berekening van de verschillende cijfers wordt verondersteld dat deze aantallen bijna identiek en dus een goede benadering zijn van de meer correcte cohortenmethode. Wellicht is het verschil tussen beide methodes niet substantieel. De gevolgde methode laat in elk geval een tijdwinst toe van een jaar, wat niet onbelangrijk kan zijn vanuit het standpunt van snelle feedback naar de zorgverstrekkers en informatie naar het beleid toe.

Bestandsbeheer: het aanmaken van één globaal bestand

De twee formulieren, één voor de aangifte van een levendgeboren kind en één voor de aangifte van een doodgeboren kind of van een kind overleden binnen het eerste levensjaar, komen aanvankelijk terecht in twee afzonderlijke bestanden.  De medische en vaak ook de sociale gegevens die op de geboortecertificaten worden ingevuld, zijn van merkelijk betere kwaliteit dan deze die ingevuld zijn op het sterftecertificaat voor zuigelingen. Dit is een reden om het overlijdenscertificaat te koppelen aan het geboortecertificaat van hetzelfde kind. Een tweede reden voor het koppelen van deze twee bestanden is dat het samengevoegd bestand toelaat de foeto-infantiele sterfte juister te berekenen.

De koppeling gebeurt aan de hand van volgende gemeenschappelijke variabelen:

  • de geboortedatum van het kind;
  • de geboortedatum van de moeder (indien de geboortedatum niet precies gekend is, wordt de verstreken leeftijd van de moeder gebruikt);
  • het geslacht van het kind;
  • het rangordenummer van de boreling (om geboortepartners uit te sluiten in geval van meervoudige zwangerschappen).

Ter controle gebruikt men de volgende variabelen:

  • woonplaats;
  • de geboortedatum van de vader;
  • de huwelijksdatum van de ouders.

Deze variabelen volstaan in theorie om voor elk geval van kindersterfte de geboortegegevens terug te vinden. De kinderen echter die in het Waals Gewest of het buitenland geboren zijn, komen niet in ons bestand terecht.

Het geboortebestand wordt aldus samengevoegd met het overlijdensbestand om tot een definitief bestand te komen. Voor 2003 komen we zo tot 60.743 observaties. Het aantal kinderen in dit bestand dat overleden is in 2003 maar geboren in 2002, bedraagt 39.

Ondanks het uitvoeren van checks en het verbeteren van vastgestelde onnauwkeurigheden, blijft omzichtigheid geboden m.b.t. de geregistreerde zwangerschapsduur en andere sociaal-demografische en medische gegevens.

Ook de validiteit van de oorspronkelijke doodsoorzaak blijkt in geval van een foeto-infantiel overlijden niet zo hoog. 

Levend: Boreling nog in leven op het einde van het beschouwde jaar
SPE: Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie