De 20 centra voor geestelijke gezondheidszorg werkzaam in het Vlaamse en Brusselse Gewest werken sinds 2007 met een eigen elektronisch patiëntendossier (EPD).
Het blijft verplicht om een aantal kenmerken van cliënten en activiteiten te registreren voor de Vlaamse overheid (decreet van 18 mei 1999 betreffende de geestelijke gezondheidszorg).
Maandelijks stuurt elk centrum een exportbestand naar het Agentschap Zorg en Gezondheid (en niet langer elke vestiging en antenne zoals bij de vroegere registratie via "Arcade"). In dat exportbestand staan enkel anonieme gegevens. Er staan dus geen namen of adressen van cliënten of personeelsleden in.
Er zijn enkele verschillen met de cijfers tussen de 2 systemen (EPD vs. Arcade):
- Doordat niet langer elke vestiging een apart bestand instuurt, vallen enkele dubbeltellingen weg: het aantal actieve cliënten en zorgperiodes neemt af tussen 2006 en 2008 (met 2007 als overgangsjaar).
- Het aantal activiteiten is consequenter geregistreerd (aan de hand van de elektronische agenda's van de hulpverleners). Naast het aantal staat nu ook de duur en het al dan niet plaatsvinden van de activiteit betrouwbaar geregistreerd. De stijging van het aantal activiteiten tussen 2006 en 2008 is vooral daaraan toe te schrijven (met 2007 als overgangsjaar).
- Enkel de hulpactiviteiten worden nog geregistreerd. De aanmeldingsactiviteiten (telefonisch onthaal, administratief openen van het dossier en overleg met verwijzer) en indirecte hulpactiviteiten (teamvergaderingen, rapporten schrijven en overleg met niet-cgg-hulpverleners) worden niet langer doorgegeven aan het agentschap.
- Het EPD-programma heeft een uitgebreide foutencontrole die elke hulpverlener toelaat om onmiddellijk zijn fouten te verbeteren. De kwaliteit van de gegevens is daardoor veel hoger dan de Arcaderegistratie.