Het totaal aantal jaren dat in de bevolking verloren is gegaan door voortijdige sterfte, d.i. sterfte voor een bepaalde leeftijd.
Hoe wordt het VPJ-cijfer berekend?
| Beschrijving berekeningsmethode |
Cijfervoorbeelden |
| Enerzijds kunnen we een vaste "streefleeftijd" gebruiken, bv. 65 of 75 jaar. We tellen dan hoeveel jaren de overledene verloor door te overlijden vóór de leeftijd van 65 of 75 jaar. Dat noemen we hier methode A. |
een overlijden op 45 jaar Methode A: 75-45= 30 verloren jaren |
| Een tweede methode (B) gebruikt de levensverwachting op een bepaalde leeftijd. We rekenen dan met de levensverwachting (in jaren) waardoor de overlijdens op een latere leeftijd meer doorwegen. |
Methode B: mannen: le(45)=33 verloren jaren vrouwen: le(45)=38 verloren jaren |
Binnen een bepaalde leeftijdsgroep wordt het aantal overlijdens opgeteld, en vermenigvuldigd met het aantal verloren jaren per individu. Zo bekomen we het totaal aantal verloren jaren binnen elke leeftijdsgroep. |
130 overlijdens op 45 jaar 70 mannen, 60 vrouwen methode A: mannen: 70x30=2.100 vrouwen: 60x30=1.800 methode B: mannen: 70x33=2.310 vrouwen: 60x38=2.280 |
| De totalen van de verloren jaren voor elke leeftijdsgroep worden samengeteld tot 1 globaal cijfer. |
alle overlijdens 1-74 jaar methode A: mannen: ...+2.100+...= 253.647 vrouwen: ...+1.800+...=192.837 methode B: mannen: ...+2.310+...=302.112 vrouwen: ...+2.280+...=203.142 |
| Deze som wordt gedeeld door het totaal aantal inwoners (op 1 januari van het jaar), en zo bekomen we het aantal verloren potentiële jaren per inwoner. |
Delen door totale bevolking methode A: mannen: 253.647/2.768.910=0,0916 vrouwen: 192.837/2.726.021=0,0707 methode B: mannen: 302.112/2.768.910=0,1091 vrouwen: 203.142/2.726.021=0,0745 |
| Een benadering van het VPJ-cijfer per 1000 persoonsjaren, wordt dan bekomen door het resultaat van de breuk te vermenigvuldigen met 1000. |
methode A: mannen: 91,6 vrouwen: 70,7 methode B: mannen: 109,1 vrouwen: 74,5 |