Voedingspatroon bij volwassenen

Loading...

In overeenstemming met de gezondheidsdoelstelling rond voeding van 1998 peilden de Gezondheidsenquêtes van 2001 en 2004 specifiek naar een vermindering van vetconsumptie en een verhoging van vezelrijke voeding. De gezondheidsdoelstelling van 1998 bepaalde dat de consumptie van vetrijke voeding op significante wijze moest dalen ten voordele van vetarme en vezelrijke voeding. Uit de Gezondheidsenquêtes van 2001 en 2004 bleek echter dat het voedingspatroon van mannen en vrouwen weinig gewijzigd was.

Vermindering van vetconsumptie

Uit de onderstaande figuren blijkt het volgende:

  • Het percentage respondenten dat de consumptie van vet zou verminderd hebben in de loop van de 2 jaar voorafgaand aan de enquête was in 2004 vrijwel hetzelfde als in 2001.

    • Bij de mannen bedroeg dat percentage 29% in 2001 en 27,9% in 2004.
    • Bij de vrouwen bedroeg dat percentage 34,8% in 2001 en 35,6% in 2004.

Na correctie voor leeftijd blijft dit verschil tussen de geslachten voor beide jaren significant (rapport Gezondheidsenquête 2001, p. 789 en 2004, p. 137).

  • Zowel bij mannen als vrouwen stijgt het percentage in functie van de leeftijd. Bij vrouwen is het verloop iets anders dan bij mannen omdat ze zich op jongere leeftijd meer met vetvermindering bezig houden dan mannen.

  • De belangrijkste reden om de consumptie van vette voedingsmiddelen te beperken is zowel in 2001 als in 2004 het verlangen om te vermageren. Ook angst voor de gevolgen voor de gezondheid wordt vaak aangehaald als reden om de vetconsumptie te beperken. Die motivatie is sterker aanwezig bij de oudere bevolking (rapport Gezondheidsenquête 2001, p. 790 en 2004, p. 137).

Percentage mannen en vrouwen dat in de 2 jaar voorafgaand aan het interview naar eigen zeggen de vetconsumptie verminderde, per leeftijdsgroep, Vlaams Gewest, 2001-2004

Vetreductie 2004
Bron: Gezondheidsenquête door middel van interview, Vlaams Gewest, 2001-2004
Download: onderliggende cijfers (XLS, 38 kB) 

Toename van vezelconsumptie

Uit de onderstaande figuren blijkt het volgende:

  • Het percentage respondenten dat de consumptie van vezelrijke producten zou verhoogd hebben, is in 2004 niet veel anders dan in 2001.
    • In 2001 consumeerde 19% van de mannen meer vezelrijke producten. In 2004 was dat 18,1%.
    • Bij vrouwen bedroeg dat percentage 23,8% in 2001 en 22,7% in 2004.

Het verschil tussen de geslachten is na correctie voor leeftijd niet meer significant in 2004 in tegenstelling tot 2001 (rapport Gezondheidsenquête 2001 p. 34 en 2004 p. 141).

  • Het verhogen van vezelrijke producten in de dagelijkse voeding kent zowel voor mannen als voor vrouwen een vlakker verloop dan dat van de vetvermindering. Vanaf 15-24 jaar is de stijging zachtjes tot 64 jaar en daalt dan weer.

  • Bijna in elke leeftijdscategorie geven meer vrouwen dan mannen aan dat ze hun vezelconsumptie in de afgelopen 2 jaar hebben verhoogd.

Percentage mannen en vrouwen dat in de 2 jaar voorafgaand aan het interview naar eigen zeggen de vezelconsumptie vermeerderde, per leeftijdsgroep, Vlaams Gewest, 2001-2004

Grafiek: vezelconsumptie 2004
Bron: Gezondheidsenquête door middel van interview, Vlaams Gewest, 2001-2004
Download: onderliggende cijfers (XLS, 38 kB) 

Meer info

Contact

Anne Kongs

Afdeling Informatie en Ondersteuning
Team Gegevensverwerking & Resultaatsopvolging
Tel:
Fax: